18.6.1.2 Progressieve constructies
In deze paragraaf bespreken we enkele constructies met aan
het infinitief gespecialiseerd in het uitdrukken van
progressief aspect. Met progressief aspect bedoelen we
dat de middelste fase van een situatie voortduurt of wordt voortgezet.
Zijn met
aan het infinitief,
geïllustreerd (1a-1c), is de meest frequente progressieve
werkwoordconstructie.
Daarnaast kunnen ook blijken, lijken (en eventueel ook schijnen) met aan het infinitief gecombineerd kunnen worden tot een subjectgeoriënteerde progressieve constructie. Dergelijke combinaties komen maar extreem zelden voor in het taalgebruik. Zinnen (2a-2c) illustreren het gebruik.
In het OpenSonar-corpus van 500 miljoen woorden geeft een zoekopdracht naar
“blijken/lijken/schijnen
gevolgd door nul tot vier woorden en aan
het infinitief” één relevante treffer
voor blijken, zeven treffers
voor lijken en geen enkele
treffer voor schijnen. De
zoekopdracht “aan het
infinitief gevolgd door
blijken/lijken/schijnen”
geeft geen relevante treffers.
We verwijzen naar hoofdstuk 30 voor een verder bespreking van de aspectualiteit.
Blijken, lijken, schijnen
met aan het infinitief een ellips?
Verdieping
Blijken, lijken, schijnen
met aan het infinitief een ellips?
ANS2 beschouwt blijken,
lijken,
schijnen met
aan het infinitief
als een elliptische vorm van
blijken,
lijken,
schijnen met bereik
over de progressieve constructie aan
het infinitief
zijn. Dergelijke
langere combinaties komen inderdaad voor, maar ze zijn opvallend genoeg
beperkt tot blijken en
schijnen in het taalgebruik.
In het OpenSonar-corpus van 500 miljoen woorden geven de
bovenstaande zoekopdrachten vier treffers van de constructie
blijken aan
het infinitief
te zijn en
twee treffers van schijnen aan
het infinitief
te zijn.
Dit feit wijst erop dat lijken met
aan het infinitief
in het taalgebruik niet ondersteund wordt door een langere constructie
met ingebedde te
zijn.Bovendien is het intuïtief moeilijk om
te zijn toe voegen
in een voorbeeld als (ib).
Zijn met aan
het infinitief is verplicht groepsvormend in
bijzinnen (3a-3b) en hoofdzinnen (3c). Zin (3c) illustreert dat het IPP-effect
uitblijft in het bereik van de voltooide werkwoordstijden.
De groepsvormende status van blijken,
lijken,
schijnen met
aan het infinitief kan niet
uitgezocht worden door hun geringe frequentie.
Literatuur
Brisau 1969, Van Gestel 1985, Smits 1987, Boogaart 1991, 1999, Krause 1997, Booij 2003, 2004,
2008, 2010, Mortier 2005, 2008, Van Pottelberge 2002, Beekhuizen 2010, Lemmens
2012, 2015, Breed 2012, Breed et al. 2017, Bogaards 2020
Verder lezen
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.5.2,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/05/02/body.html; |
