21.9 Indeling in zinstypen naar de vorm
De zinstypen die in dit hoofdstuk aan bod komen, worden onderscheiden aan de hand van de
plaats die de persoonsvorm (pv) inneemt en de beschikbaarheid van de eerste
zinsplaats. Zinstype 1 heeft de persoonsvorm in de eerste pool (voor-pv); in
zinstype 2 staat deze in de tweede pool (achter-pv). Beide zinstypen zijn onder te
verdelen in een subtype a (eerste zinsplaats beschikbaar) en een subtype b (eerste
zinsplaats niet beschikbaar):
Zinstype 1a betreft vaak mededelende, zoals voorbeeld (1a), of vragende hoofdzinnen zoals
wanneer |heeft| Karel Emma precies
op|gebeld|? Bij zinstype 1b gaat het meestal om ja/nee-vragen,
zoals in (1b) of imperatieven zoals |ga| vandaag met me
mee|Ø| die als hoofdzin fungeren. Toch is het niet juist om aan
te nemen dat zinstype 1 volledig samenvalt met hoofdzinnen. De volgende zinnen hebben
namelijk de pv in de eerste pool, hoewel ze afhankelijk zijn van een andere, zelfstandige
zin:
Zinnen die de directe rede weergeven, zoals het voorbeeld in (3a), kunnen afhankelijk zijn
(bij een zelfstandige zin horen) en toch de volgorde van zinstype 1 hebben. Dat geldt ook
voor de afhankelijke zin in (3b). Deze zin met voor-pv wordt geassocieerd met het
voorzetselobject (voorzetselvoorwerp van de zelfstandige zin. Omgekeerd geldt dat zinstype
2 niet volledig samenvalt met de categorie 'bijzinnen', zoals de voorbeelden in (2) misschien
suggereren. De volgende zinnen komen namelijk onafhankelijk voor en hebben toch de pv in
de tweede pool:
De samengestelde zin in (4a) bestaat uit twee zinnen van het type 2a, waarbij de eerste
(tussen haken) afhankelijk is van de tweede, die als zelfstandig wordt beschouwd. De
uitroep in (4b) is een voorbeeld van een zelfstandige zin met de volgorde van zinstype
2b.
In deze deelparagraaf worden per zinstype voorbeelden gegeven van zowel zelfstandige als
afhankelijke zinnen, waarbij de term 'afhankelijk' uitdrukt dat een zin ofwel de functie
van zinsdeel in een andere zin vervult, ofwel geassocieerd wordt met een zinsdeel in die
andere zin. In het laatste geval staat de afhankelijke zin in de aanloop of uitloop van de
andere zin.
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | M. van de Visser | augustus 2019 |
