Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
21.9 Indeling in zinstypen naar de vorm
De zinstypen die in dit hoofdstuk aan bod komen, worden onderscheiden aan de hand van de plaats die de persoonsvorm (pv) inneemt en de beschikbaarheid van de eerste zinsplaats. Zinstype 1 heeft de persoonsvorm in de eerste pool (voor-pv); in zinstype 2 staat deze in de tweede pool (achter-pv). Beide zinstypen zijn onder te verdelen in een subtype a (eerste zinsplaats beschikbaar) en een subtype b (eerste zinsplaats niet beschikbaar):
1Zinstype 1: persoonsvorm in de eerste pool
aVanmorgen |heeft| Karel Emma in alle vroegte op|gebeld|.zinstype 1a
b'|Ga| je vandaag met me mee|Ø| een nieuwe auto kopen?' (vroeg hij haar.)zinstype 1b
2Zinstype 2: persoonsvorm in de tweede pool
a(Emma vroeg zich af) waarom |Ø| Karel haar per se mee |wilde nemen|.zinstype 2a
b(Ze twijfelde) |omdat| het de vorige keer op ruzie |was uitgedraaid|.zinstype 2b
Zinstype 1a betreft vaak mededelende, zoals voorbeeld (1a), of vragende hoofdzinnen zoals wanneer |heeft| Karel Emma precies op|gebeld|? Bij zinstype 1b gaat het meestal om ja/nee-vragen, zoals in (1b) of imperatieven zoals |ga| vandaag met me mee|Ø| die als hoofdzin fungeren. Toch is het niet juist om aan te nemen dat zinstype 1 volledig samenvalt met hoofdzinnen. De volgende zinnen hebben namelijk de pv in de eerste pool, hoewel ze afhankelijk zijn van een andere, zelfstandige zin:
3Zinstype 1 als afhankelijke zin
a(Karel dacht:) Marina |vindt| het vast niet erg |Ø| om haar vrije dag met mij door te brengen.zinstype 1a
b(Marina twijfelde erover:) |zou| ze overstag |gaan|?zinstype 1b
Zinnen die de directe rede weergeven, zoals het voorbeeld in (3a), kunnen afhankelijk zijn (bij een zelfstandige zin horen) en toch de volgorde van zinstype 1 hebben. Dat geldt ook voor de afhankelijke zin in (3b). Deze zin met voor-pv wordt geassocieerd met het voorzetselobject (voorzetselvoorwerp van de zelfstandige zin. Omgekeerd geldt dat zinstype 2 niet volledig samenvalt met de categorie 'bijzinnen', zoals de voorbeelden in (2) misschien suggereren. De volgende zinnen komen namelijk onafhankelijk voor en hebben toch de pv in de tweede pool:
4Zinstype 2 als zelfstandige zin
a(Hoe langer ze erover nadacht,) hoe meer |Ø| zin ze in het uitje |kreeg|.zinstype 2a
b|Dat| het maar een mooie dag |mocht worden|!zinstype 2b
De samengestelde zin in (4a) bestaat uit twee zinnen van het type 2a, waarbij de eerste (tussen haken) afhankelijk is van de tweede, die als zelfstandig wordt beschouwd. De uitroep in (4b) is een voorbeeld van een zelfstandige zin met de volgorde van zinstype 2b.
In deze deelparagraaf worden per zinstype voorbeelden gegeven van zowel zelfstandige als afhankelijke zinnen, waarbij de term 'afhankelijk' uitdrukt dat een zin ofwel de functie van zinsdeel in een andere zin vervult, ofwel geassocieerd wordt met een zinsdeel in die andere zin. In het laatste geval staat de afhankelijke zin in de aanloop of uitloop van de andere zin.
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 M. van de Visser augustus 2019
    Interessante links