Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
18.3.2 Een indeling van werkwoordconstructies in families
In de vorige paragrafen hebben we een aantal kenmerken besproken die het mogelijk maken om werkwoordconstructies onderling te differentiëren op basis van hun vorm, betekenis en gebruik. Op basis van die kenmerken samen kunnen we nu alle werkwoordconstructies die aan bod komen in dit hoofdstuk opdelen in verschillende constructionele families. Hierbij geldt dat constructies binnen eenzelfde constructionele familie grote gelijkenissen vertonen op het vlak van hun vorm en betekenis.
We zetten de kenmerken van werkwoordconstructies binnen eenzelfde constructionele familie op een rijtje in een reeks van overzichtelijke tabellen.
Hierbij zijn ook regionaal beperkte constructies of kenmerken in het overzicht opgenomen. Kenmerken die (om uiteenlopende redenen) moeilijk vast te stellen zijn, worden weergegeven als ‘onzeker’. Merk op dat de tabellen exhaustief zijn, met andere woorden, alle werkwoordconstructies die besproken worden in dit hoofdstuk staan opgelijst.
We vullen die tabellen ook aan met frequentiegegevens voor alle constructies op basis van een corpus van bijna twee miljoen woorden geschreven en gesproken taal. Op die manier krijgen we een indruk van de relatieve frequentie van werkwoordconstructies in authentiek taalgebruik.
De frequentiegegevens zijn gebaseerd op de dataset van Coussé & Bouma (2022), een corpusstudie van werkwoordconstructies in het syntactisch geannoteerde deel van het Corpus Gesproken Nederland en het Lassy Klein-corpus. De cijfers in de tabellen geven de frequentie van tweeledige en drieledige werkwoordgroepen samen, zoals gerapporteerd in Tabellen 6 tot en met 17 van het artikel. Frequentiegegevens van constructies die niet aan bod komen in het artikel zijn rechtstreeks uit de dataset gehaald. In de lopende tekst verwijzen we naar de frequenties uit de tabel door middel van de labels ‘erg frequent’ (meer dan 1000), ‘frequent’ (100-1000), ‘vrij frequent’ (10-100), ‘vrij infrequent’ (1-10) en ‘infrequent’ (0).
De tabellen vormen op die manier een introductie tot én een samenvatting van de meer gedetailleerde bespreking van werkwoordconstructies in de paragrafen 18.4 tot en met 18.6. We verwijzen daarom naar deze paragrafen voor voorbeelden en meer uitleg.
Om de grote hoeveelheid van werkwoordconstructies (124 in totaal) en constructionele families (16 in totaal) in dit hoofdstuk op een meer overzichtelijke manier te presenteren, brengen we de constructionele families onder in een drietal groepen op basis van de vorm van hun (meest frequente) werkwoordelijke aanvulling:
  • Werkwoordconstructies met deelwoord
  • Werkwoordconstructies met infinitief
  • Werkwoordconstructies met voorzetselinfinitief
Verder lezen
Werkwoordconstructies met deelwoord
Werkwoordconstructies met een deelwoord vormen een relatief kleine en homogene groep. Alle constructies binnen deze groep hebben allemaal twee gebruikskenmerken gemeenschappelijk: ze zijn verplicht groepsvormend en ze zijn niet gevoelig voor het IPP-effect (aangezien dit fenomeen beperkt is tot werkwoordconstructies met een infinitief). We onderscheiden binnen de groep van werkwoordconstructies met deelwoord drie constructionele families.
De familie van perfectumconstructies bevat twee werkwoordconstructies met een voltooid deelwoord die gespecialiseerd zijn in het uitdrukken van de voltooide werkwoordstijden. Beide subjectsgeoriënteerde constructies behoren tot de meest frequente werkwoordconstructies van het Nederlands.
Tabel 1. Familie van perfectumconstructies
Werkwoord Selecteert Groepsvorming IPP Onderwerp hoofdww. TAME Freq.
hebben deelwoord verplicht n.v.t. subjectgeoriënteerd tijd/aspect 10.771
zijn deelwoord verplicht n.v.t. subjectgeoriënteerd tijd/aspect 4.796
De familie van de passiefconstructies bestaat uit drie constructies die gebruikt worden om het passief te markeren. Het passieve worden en zijn met passief deelwoord zijn erg frequente constructies in tegenstelling tot het semi-passieve krijgen met passief deelwoord dat heel wat minder voorkomt.
Tabel 2. Familie van passiefconstructies
Werkwoord Selecteert Groepsvorming IPP Onderwerp hoofdww. TAME Freq.
worden deelwoord verplicht n.v.t. passief geen 11.376
zijn deelwoord verplicht n.v.t. passief geen 4.559
krijgen deelwoord verplicht n.v.t. passief geen 87
De familie van locatieve resultatieve constructies ten slotte bevat drie constructies waarbij een houdingswerkwoord gecombineerd wordt met een deelwoord. Het zijn vrij frequente constructies die resultatief aspect uitdrukken. Het is moeilijk uit te maken of het om passiefconstructies of subjectgeoriënteerde constructies gaat.
Tabel 3. Familie van locatieve resultatieve constructies
Werkwoord Selecteert Groepsvorming IPP Onderwerp hoofdww. TAME Freq.
staan deelwoord verplicht n.v.t. onzeker aspect 74
zitten deelwoord verplicht n.v.t. onzeker aspect 38
liggen deelwoord verplicht n.v.t. onzeker aspect 26
Werkwoordconstructies met infinitief
De groep van werkwoordconstructies met een infinitief is erg groot en divers. Zowel constructies met een korte als lange infinitief horen in deze groep thuis. Sommige constructionele families binnen deze groep tellen ook enkele (relatief) infrequente constructies met een deelwoord. Die deelwoordconstructies maken typisch gebruik van dezelfde groepsvormende werkwoorden als de infinitiefconstructies binnen de constructionele familie en hebben een vergelijkbare betekenis.
We onderscheiden om te beginnen de familie van modale constructies. De naam van de familie geeft aan dat alle constructies (behalve durven met infinitief) modaliteit kunnen uitdrukken. Zullen met korte infinitief heeft naast een modale betekenis ook nog een frequent gebruik als toekomstaanduider. Moeten met korte infinitief heeft ook een evidentieel gebruik. Alle modale constructies zijn verplicht groepsvormend, vertonen verplicht het IPP-effect (voor zover ze voorkomen in de voltooide tijden). De modale constructies met korte infinitief zijn opvallend frequenter dan de andere modale constructietypes. Bij de constructies met lange infinitief vertonen hoeven, durven en behoeven met lange infinitief optionele te-wegval. We rekenen ook enkele constructies met deelwoord tot de familie van modale constructies op basis van hun gemeenschappelijke groepsvormende werkwoorden en het feit dat ze modaliteit uitdrukken.
Tabel 4. Familie van modale constructies
Werkwoord Selecteert Groepsv IPP Onderwerp hoofdww. TAME Freq.
kunnen korte infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd modaal 8.195
moeten korte infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd mod./ev. 6.943
zullen korte infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd mod./tijd 6.412
willen korte infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd modaal 2.613
mogen korte infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd modaal 1.351
hoeven (lange) infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd modaal 312
weten (lange) infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd modaal 148
durven (lange) infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd geen 85
behoeven (lange) infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd modaal 4
dienen lange infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd modaal 173
zien lange infinitief verplicht Geen v.t. subjectgeoriënteerd modaal 16
horen lange infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd modaal 12
behoren lange infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd modaal 7
vermogen lange infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd modaal 0
moeten Deelwoord onzeker n.v.t. passief modaal 8
dienen Deelwoord onzeker n.v.t. passief modaal 3
mogen Deelwoord onzeker n.v.t. passief modaal 2
hoeven Deelwoord onzeker n.v.t. passief modaal 1
De familie van evidentiële constructies bestaat hoofdzakelijk uit constructies die evidentialiteit uitdrukken. De constructies zijn daarnaast allemaal verplicht groepsvormend en subjectgeoriënteerd.
In de generatieve literatuur gaat men ervan uit dat deze subjectgeoriënteerde constructies bovendien ook subjectverheffing vertonen. Zie 18.5.2 voor meer duiding.
Opvallend is dat evidentiële constructies niet voorkomen in de voltooide werkwoordstijden, zodat we hun gevoeligheid voor het IPP-effect niet kunnen testen.
Die afwezigheid van de voltooide werkwoordstijden heeft te maken met het hoge semantische bereik van evidentiële groepsvormende werkwoorden. Zie 18.7 voor meer discussie.
Sommige constructies zijn te weinig frequent om hun groepsvormend gebruik uit te kunnen zoeken.
Tabel 5. Familie van evidentiële constructies
Werkwoord Selecteert Groepsv. IPP Onderwerp hoofdww. TAME Freq.
blijken lange infinitief verplicht geen v.t. subjectgeoriënteerd evidentieel 223
lijken lange infinitief verplicht geen v.t. subjectgeoriënteerd evidentieel 171
dreigen lange infinitief verplicht geen v.t. subjectgeoriënteerd evidentieel 63
schijnen lange infinitief verplicht geen v.t. subjectgeoriënteerd evidentieel 48
heten lange infinitief verplicht geen v.t. subjectgeoriënteerd evidentieel 4
plegen lange infinitief verplicht geen v.t. subjectgeoriënteerd aspect 4
beloven lange infinitief verplicht geen v.t. subjectgeoriënteerd evidentieel 1
dunken lange infinitief onzeker onzeker subjectgeoriënteerd evidentieel 0
toeschijnen lange infinitief onzeker onzeker subjectgeoriënteerd evidentieel 0
voorkomen lange infinitief onzeker onzeker subjectgeoriënteerd evidentieel 0
lijken deelwoord onzeker n.v.t. subjectgeoriënteerd evidentieel 24
blijken deelwoord onzeker n.v.t. subjectgeoriënteerd evidentieel 4
schijnen deelwoord onzeker n.v.t. subjectgeoriënteerd evidentieel 0
De familie van aspectuele constructies brengt werkwoordconstructies samen die aspectualiteit uitdrukken. Het frequente gaan met korte infinitief kan daarnaast ook als toekomstaanduider gebruikt worden. De aspectuele constructies in deze familie zijn stuk voor stuk verplicht groepsvormend, vertonen verplicht het IPP-effect en zijn subjectgeoriënteerd. Opvallend is dat aspectuele constructies die een werkwoord van lichaamshouding combineren met een lange infinitief bijna altijd te-wegval vertonen wanneer de voorwaarden daarvoor voldaan zijn. Op die manier sluiten ze in een aantal contexten in vorm aan bij de overige aspectuele constructies met korte infinitief. Het groepsvormende werkwoord komen is het buitenbeentje in deze familie door zowel met een korte infinitief, lange infinitief als deelwoord te combineren.
Tabel 6. Familie van aspectuele constructies
Werkwoord Selecteert Groepsv IPP Onderwerp hoofdww. TAME Freq.
gaan korte infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd asp./tijd 3.330
blijven korte infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd aspect 488
komen korte infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd aspect 269
zijn korte infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd aspect 16
zitten (lange) infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd aspect 348
staan (lange) infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd aspect 118
liggen (lange) infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd aspect 29
lopen (lange) infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd aspect 27
hangen lange infinitief verplicht onzeker subjectgeoriënteerd aspect 0
komen lange infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd aspect 94
komen deelwoord verplicht n.v.t. subjectgeoriënteerd aspect 21
De familie van objectgeoriënteerde constructies bestaat uit werkwoordconstructies waarbij het onderwerp van het hoofdwerkwoord overeenkomt met het direct object van de zin. Alle constructies in de familie zijn verplicht groepsvormend en vertonen verplicht het IPP-effect (indien het groepsvormend werkwoord een infinitief selecteert en voorkomt in de voltooide werkwoordstijd). De objectgeoriënteerde constructies zijn niet gespecialiseerd in het uitdrukken van TAME-betekenissen. Toch kunnen we binnen de grote familie van objectgeoriënteerde constructies enkele constructies samen groeperen op basis van hun overeenkomstige betekenis: laten en doen met korte infinitief drukken beide een vorm van causaliteit uit en constructies met een perceptiewerkwoord drukken zintuigelijke waarneming uit.
Tabel 7. Familie van objectgeoriënteerde constructies
Werkwoord Selecteert Groepsv. IPP Onderwerp hoofdww. TAME Freq.
laten korte infinitief verplicht verplicht objectgeoriënteerd geen 943
doen korte infinitief verplicht verplicht objectgeoriënteerd geen 133
zien korte infinitief verplicht verplicht objectgeoriënteerd geen 318
horen korte infinitief verplicht verplicht objectgeoriënteerd geen 63
voelen korte infinitief verplicht verplicht onzeker geen 14
kijken korte infinitief onzeker onzeker objectgeoriënteerd geen 3
voelen deelwoord verplicht n.v.t. onzeker geen 21
zien deelwoord verplicht n.v.t. onzeker geen 16
horen deelwoord verplicht n.v.t. onzeker geen 1
hebben korte infinitief verplicht Geen v.t. objectgeoriënteerd geen 199
vinden korte infinitief verplicht Geen v.t. objectgeoriënteerd geen 29
krijgen korte infinitief onzeker onzeker objectgeoriënteerd geen 0
weten korte infinitief verplicht onzeker objectgeoriënteerd geen 0
weten lange infinitief verplicht onzeker objectgeoriënteerd geen 0
De familie van subject/objectgeoriënteerde constructies is een kleine constructionele familie die slechts uit twee constructies bestaat: leren en helpen met korte infinitief. Beide constructies onderscheiden zich van andere constructies door het feit dat ze zowel subjectgeoriënteerd als objectgeoriënteerd gebruikt kunnen worden. In het objectgeoriënteerde gebruik komt het onderwerp van het hoofdwerkwoord overeen met het indirect object van de zin. De constructies zijn verplicht groepsvormend en vertonen verplicht het IPP-effect.
Tabel 8. Familie van subject/objectgeoriënteerde constructies
Werkwoord Selecteert Groepsv. IPP Onderwerp hoofdww. TAME Freq.
leren korte infinitief verplicht verplicht subj./obj. geen 69
helpen korte infinitief verplicht verplicht subj./obj. geen 12
De familie van constructies zonder IPP verenigt constructies met lange infinitief die niet gevoelig zijn voor het IPP-effect in de voltooide werkwoordstijden. Het is een relatief heterogene familie. Sommige van de constructies drukken modaliteit of aspectualiteit uit terwijl andere veeleer een lexicale betekenis hebben. We vinden er zowel subjectgeoriënteerde constructies, objectgeoriënteerde constructies als passiefconstructies. Alle constructies zonder IPP hebben met elkaar gemeen dat ze verplicht groepsvormend zijn.
Tabel 9. Familie van constructies zonder IPP
Werkwoord Selecteert Groepsv. IPP Onderwerp hoofdww. TAME. Freq.
zijn lange infinitief verplicht geen IPP passief modaal 618
hebben lange infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd modaal 182
vallen lange infinitief verplicht geen v.t. Passief modaal 86
krijgen lange infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd geen 70
staan lange infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd aspect 17
geven lange infinitief verplicht geen IPP objectgeoriënteerd geen 6
achten lange infinitief onzeker onzeker subjectgeoriënteerd modaal 0
hangen lange infinitief verplicht geen IPP objectgeoriënteerd aspect 0
leggen lange infinitief verplicht geen IPP objectgeoriënteerd aspect 0
vinden lange infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd modaal 0
zetten lange infinitief verplicht geen IPP objectgeoriënteerd aspect 0
De familie van constructies met optionele IPP zijn werkwoordconstructies met lange infinitief waarbij het IPP-effect niet steeds optreedt in de voltooide werkwoordstijden. Daarenboven worden deze constructies ook niet steeds groepsvormend gebruikt. Deze constructies hebben voornamelijk een lexicale betekenis, met uitzondering van het aspectuele beginnen met lange infinitief. De twee meest frequente constructies in deze familie, proberen en beginnen met lange infinitief, komen in het Belgisch-Nederlands soms voor met te-wegval.
De frequentiegegevens in de tabel staan tussen haakjes om aan te geven dat er geen systematisch onderscheid gemaakt is tussen groepsvormend en niet-groepsvormend gebruik.
Tabel 10. Familie van constructies met optionele IPP.
Werkwoord Selecteert Groepsv. IPP Onderwerp hoofdww. TAME Freq.
proberen (lange) infinitief Optioneel Optioneel subjectgeoriënteerd geen (456)
beginnen (lange) infinitief Optioneel Optioneel subjectgeoriënteerd aspect (297)
weigeren lange infinitief Optioneel Optioneel subjectgeoriënteerd geen (70)
wensen lange infinitief Optioneel Optioneel subjectgeoriënteerd geen (42)
trachten lange infinitief Optioneel Optioneel subjectgeoriënteerd geen (41)
vergeten lange infinitief Optioneel Optioneel subjectgeoriënteerd geen (18)
menen lange infinitief Optioneel Optioneel subjectgeoriënteerd geen (16)
pogen lange infinitief Optioneel Optioneel subjectgeoriënteerd geen (7)
wagen lange infinitief Optioneel Optioneel subjectgeoriënteerd geen (2)
zoeken lange infinitief verplicht onzeker subjectgeoriënteerd geen (1)
De familie van constructies zonder voltooide tijden verzamelt werkwoordconstructies met lange infinitief die soms groepsvormend gebruikt worden in de onvoltooide tijden. Deze constructies zijn voornamelijk subjectgeoriënteerd en drukken uiteenlopende lexicale betekenissen uit.
De frequentiegegevens in de tabel staan tussen haakjes om aan te geven dat er geen systematisch onderscheid gemaakt is tussen groepsvormend en niet-groepsvormend gebruik.
Tabel 11. Familie van constructies zonder voltooide tijden.
Werkwoord Selecteert Groepsv. IPP Onderwerp hoofdww. TAME Freq.
besluiten lange infinitief optioneel geen v.t. subjectgeoriënteerd geen (100)
hopen lange infinitief optioneel geen v.t. subjectgeoriënteerd geen (64)
zeggen lange infinitief optioneel geen v.t. Subject-/objectgeoriënteerd geen (63)
denken lange infinitief optioneel geen v.t. subjectgeoriënteerd geen (42)
beweren lange infinitief optioneel geen v.t. subjectgeoriënteerd geen (10)
vrezen lange infinitief optioneel geen v.t. subjectgeoriënteerd geen (3)
geloven lange infinitief optioneel geen v.t. subjectgeoriënteerd geen (1)
eisen lange infinitief optioneel geen v.t. subjectgeoriënteerd geen 0
hopen lange infinitief optioneel geen v.t. subjectgeoriënteerd geen 0
verlangen lange infinitief optioneel geen v.t. subjectgeoriënteerd geen 0
verzuimen lange infinitief optioneel geen v.t. subjectgeoriënteerd geen 0
Constructies met voorzetselinfinitief
De groep van constructies met voorzetselinfinitief bevat drie constructionele families die elk een bepaald voorzetsel combineren met een infinitief. De groep heeft relatief homogeen gebruik: alle constructies binnen deze groep zijn verplicht groepsvormend en zijn niet gevoelig voor het IPP-effect.
De familie van constructies met aan het infinitief brengt een wijde schare groepsvormende werkwoorden samen die gecombineerd wordt met een infinitief voorafgegaan door aan het. De constructies zijn voornamelijk gespecialiseerd in het uitdrukken van aspectualiteit. We vinden zowel subjectgeoriënteerde als objectgeoriënteerde constructies terug in deze familie.
De dataset van Coussé & Bouma (2022) biedt geen frequentiegegevens voor deze constructies. Hun volgorde in de tabel weerspiegelt de volgorde waarin ze besproken worden in 18.6.1
Tabel 12. Familie van constructies met aan het infinitief
Werkwoord Selecteert Groepsv. IPP Onderwerp hoofdww. TAME Freq.
gaan aan het infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd aspect -
geraken aan het infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd aspect -
raken aan het infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd aspect -
slaan aan het infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd aspect -
brengen aan het infinitief verplicht geen IPP objectgeoriënteerd aspect -
krijgen aan het infinitief verplicht geen IPP objectgeoriënteerd aspect -
maken aan het infinitief verplicht geen IPP objectgeoriënteerd aspect -
zetten aan het infinitief verplicht geen IPP objectgeoriënteerd aspect -
hebben aan het infinitief verplicht geen IPP objectgeoriënteerd aspect -
zijn aan het infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd aspect -
blijken aan het infinitief onzeker onzeker subjectgeoriënteerd aspect -
lijken aan het infinitief onzeker onzeker subjectgeoriënteerd aspect -
schijnen aan het infinitief onzeker onzeker subjectgeoriënteerd aspect -
blijven aan het infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd aspect -
houden aan het infinitief verplicht onzeker objectgeoriënteerd aspect -
horen aan het infinitief verplicht onzeker objectgeoriënteerd geen -
zien aan het infinitief verplicht onzeker objectgeoriënteerd geen -
vinden aan het infinitief verplicht onzeker objectgeoriënteerd geen -
De familie van constructies met uit infinitief bestaat uit constructies waarbij het groepsvormende werkwoord (waaronder enkele modale werkwoorden) een infinitief selecteert voorafgegaan door uit. Het zijn subjectgeoriënteerde constructies die verplicht groepsvormend zijn en niet gevoelig zijn voor het IPP-effect.
De dataset van Coussé & Bouma (2022) biedt geen frequentiegegevens voor deze constructies. Hun volgorde in de tabel weerspiegelt de volgorde waarin ze besproken worden in 18.6.2
Tabel 13. Familie van constructies met uit infinitief
Werkwoord Selecteert Groepsvorming IPP Onderwerp hoofdww. TAME Freq.
gaan uit infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd geen -
zijn uit infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd geen -
kunnen uit infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd modaal -
moeten uit infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd modaal -
willen uit infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd modaal -
zullen uit infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd modaal -
De familie van constructies met op infinitief verenigt de groepsvormende werkwoorden liggen en staan die een infinitief selecteren voorafgegaan door het voorzetsel op. Beide subjectgeoriënteerde constructies drukken aspectualiteit uit.
De dataset van Coussé & Bouma (2022) biedt geen frequentiegegevens voor deze constructies. Hun volgorde in de tabel weerspiegelt de volgorde waarin ze besproken worden in 18.6.3
Tabel 14. Familie van constructies met op infinitief
Werkwoord Selecteert Groepsv. IPP Onderwerp hoofdww. TAME Freq.
liggen op infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd aspect -
staan op infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd aspect -
Literatuur
Klooster 2001, Schmid 2005, Zwart 2011, Augustinus 2015
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Evie Coussé juli 2022
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997 18.5.8,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/08/body.html;
    Interessante links