Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
21.1 Algemene woordvolgordeprincipes
De woordvolgorde in de Nederlandse zin wordt gekenmerkt door twee algemene principes: het polaire principe en het links-rechtsprincipe. Het eerste principe is ruwweg gebaseerd op de plaats van de werkwoorden in de zin:
1De buurjongen |wil| het liefst {friet met mayonáíse} |eten|.
De verticale strepen markeren in dit hoofdstuk de polen van de zin. In het bovenstaande voorbeeld staat de persoonsvorm (pv) wil in de eerste pool. De zogenaamde 'werkwoordelijke aanvulling', eten, staat in de tweede pool. Deze twee polen zijn vaste posities die in elke Nederlandse zin aanwezig zijn. Het polaire principe stelt dat de precieze invulling van de twee polen afhankelijk is van het soort zin (met een voor-pv of juist een achter-pv).
Het tweede algemene woordvolgordeprincipe heeft voornamelijk betrekking op zinsdelen die buiten de twee polen van de zin staan. Zo staat in het voorbeeld hierboven het subject, ofwel onderwerp (de buurjongen), links van de eerste pool. Het direct object, ofwel lijdend voorwerp, van de zin (friet met mayonaise), staat tussen de twee polen in en draagt de hoofdklemtoon van de zin. Dat laatste wordt hier aangegeven met accolades om het zinsdeel in kwestie en een accent op de beklemtoonde lettergreep. Het subject staat in deze (geschreven) zin verder naar links vergeleken met het direct object. Volgens het links-rechtsprincipe neemt de informatiewaarde van zinsdelen toe naarmate ze verder naar rechts staan in een zin. Zo kan het bovenstaande voorbeeld worden gepresenteerd in een context waarin de buurjongen identificeerbaar is voor de lezer of hoorder. Als ook al bekend is dát deze buurjongen iets wil eten, maar niet wát hij wil eten, krijgt de friet met mayonaise de hoogste nieuwswaarde. Dit is conform het links-rechtsprincipe. Anders dan het polaire principe, echter, kan dit principe geschonden worden. Zinnen hoeven dus niet per se aan het links-rechtsprincipe te voldoen. Dit wordt duidelijk wanneer de hoofdklemtoon op een ander zinsdeel ligt:
2{De búúrjongen} |wil| het liefst friet met mayonaise |eten|.
Deze zin kan voorkomen in een context waarin al bekend is dat iemand friet met mayonaise wil eten, zonder dat duidelijk is wíé dat wil. In (2) draagt het subject een grotere nieuwswaarde dan het direct object zonder dat het daar rechts van staat.
Naast de genoemde algemene principes zijn er nog twee minder prominente principes: het inherentieprincipe en het complexiteitsprincipe. Ook die principes kunnen aan de hand van het gegeven voorbeeld worden geïllustreerd. In een context waarin al bekend is dat de buurjongen verschillende dingen lekker vindt, kan de nieuwswaarde juist in zijn voorkeur voor één van die dingen liggen. Dit is het geval in de volgende zinnen:
3aDe buurjongen |wil| {het líéfst} friet met mayonaise |eten|
bDe buurjongen |wil| friet met mayonaise {het líéfst} |eten|twijfelachtig
De hoofdklemtoon op het liefst, een bijwoordelijke bepaling van vergelijking, hangt samen met een maximale nieuwswaarde van de voorkeur van de buurjongen. Het voorbeeld in (3a) gaat tegen het links-rechtsprincipe in, omdat de beklemtoonde bepaling links van het minder nieuwswaardige direct object staat. De zin in (3b) respecteert het links-rechtsprincipe, maar hier wordt het inherentieprincipe geschonden. Volgens het inherentieprincipe staan zinsdelen tussen de twee polen doorgaans dichter bij de tweede pool naarmate ze een nauwere semantische band hebben met het hoofdwerkwoord. Zo is in de voorbeeldzinnen het direct object een complement van eten en onderhoudt het daardoor een nauwere band met dat werkwoord dan de bijwoordelijke bepaling van vergelijking. Schending van het inherentieprincipe levert in dit voorbeeld geen goede zin op (althans niet met neutrale accentuering).
Het complexiteitsprincipe stelt dat constituenten met een relatief complexe samenstelling verder naar rechts staan dan constituenten met een eenvoudiger samenstelling. De volgende twee zinnen illustreren dit principe met betrekking tot het direct object:
4aDe buurjongen |wil| het liefst {friet met mayonáíse} |eten|.
bDe buurjongen |wil| het liefst |vertellen| {dat hij van friet met mayonáíse houdt}.
Het direct object in (4a) staat vlak voor de tweede pool en heeft de vorm van een nominale constituent: friet met mayonaise. In (4b) staat het direct object achter de tweede pool en is het complexer van opbouw: het heeft de vorm van een bijzin die zelf uit verschillende zinsdelen bestaat, waaronder friet met mayonaise (dat hij van friet met mayonaise houdt). Het feit dat direct objectszinnen bij voorkeur op de tweede pool volgen, waar nominale direct objecten bij voorkeur aan de tweede pool voorafgaan is een voorbeeld van het complexiteitsprincipe.
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 M. van de Visser augustus 2019
    Interessante links