Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
18.5.6.1 Zijn met lange infinitief
Zijn wordt frequent met een lange infinitief gecombineerd in zinnen zoals (1a-1e).
1aDe gewone aardhommel is moeilijk te onderscheiden van de kleine aardhommel of veldhommel maar van deze laatste zijn de strepen helder- of citroengeel.
bOp het moment van de meting is in de hersenen vaak geen epileptische activiteit te zien.
cMaar door allerlei bezuinigingsmaatregelen, zoals eigen bijdragen in de thuiszorg en het ziekenfonds, is het niet meer te doen, zeggen de ouderenbonden.
dKim Clijsters is geregeld te vinden in haar thuishaven Opitter.
eDe groei is te danken aan twee soorten innovatie: een sterke technologiepush of een volledig nieuw concept.
Het geïmpliceerd onderwerp van de infinitief is niet uitgedrukt in dergelijke zinnen. Het geïmpliceerd lijdend voorwerp van de infinitief correspondeert met het onderwerp van de zin (onderstreept). We hebben met andere woorden te maken met een perspectiefomkering zoals bij een gewone passiefconstructie. 20
Merk op dat zijn met lange infinitief en de passiefconstructies zijn met passief deelwoord ook hetzelfde groepsvormend werkwoord delen.
Het onderwerp van de infinitief kan expliciet gemaakt worden door een bepaling (onderstreept) voorafgegaan door voor (2a) of door (2b).
2aNu al is de omvang van de kennis in vele wetenschapsgebieden zelfs voor specialisten niet meer te overzien - een effect dat nog versneld wordt doordat de kennis exponentieel toeneemt.
bDe stijging in de periode vanaf 1971 is grotendeels te verklaren door de nieuwbouw tussen 1995 en 2000.
Doorgaans heeft het geïmpliceerd onderwerp van de infinitief een vage referentie die omschreven kan worden als ‘mensen in het algemeen’.
Op die manier vormt de constructie een uitstekend retorisch instrument om de eigen subjectieve mening te presenteren als een algemene geldende uitspraak. Zie Backus & Mos (2011) en Fortuin (2016) voor het oordelende karakter van de spreker op de achtergrond.
Die eigenschap deelt zijn met lange infinitief met zinnen die het onpersoonlijke voornaamwoord men of je als onderwerp hebben 5.2.9.2. De betekenisverwantschap van zijn met lange infinitief met de passief en de onpersoonlijke constructie kan geïllustreerd worden in de geconstrueerde zinnen (3a-3b).
3aDe gewone aardhommel kan moeilijk onderscheiden worden van de kleine aardhommel of veldhommel.
bMen kan de gewone aardhommel moeilijk onderscheidenvan de kleine aardhommel of veldhommel.
Beide zinnen leggen bloot dat zijn met een lange infinitief naast een passieve, onpersoonlijke betekenis ook een modale betekenis heeft die in (3a-3b) expliciet gemaakt wordt met het modale hulpwerkwoord kunnen. De constructie wordt daarom ook wel een modale passief genoemd. Zijn met lange infinitief drukt meestal mogelijkheid maar soms ook noodzaak uit.
In de taalzorgliteratuur wordt soms opgemerkt dat de noodzaakbetekenis meer voorkomt in het Belgisch-Nederlands in vergelijking met het Nederlands-Nederlands. Diepeveen et al. (2006) vinden echter geen verschil in gebruik en aanvaardbaarheid van die betekenis bij sprekers van beide variëteiten.
Tabel 1 toont dat zijn met een lange infinitief vooral voorkomt met overgankelijke werkwoorden, net zoals een gewone passief.
De cijfers gelden voor tweeledige werkwoordgroepen in de dataset van Coussé & Bouma (2022). De tokenfrequentie geeft het totale aantal werkwoordconstructies weer. De typefrequentie staat voor het aantal verschillende infinitieven in die werkwoordconstructies. Zie ook Boogaart (2006: 39, 41) en Backus & Mos (2011: 175) voor gelijksoortige corpusdata.
De frequentste collocaties werden al in (1a-1d) geïllustreerd. Het collocationele patroon met te doen komt vaak voor in vaste uitdrukkingen, zoals het is niet meer te doen in (1c).
Tabel 1. Meest frequente infinitieven bij zijn met lange infinitief (frequentie > 9).
Zijn
te zien 99
te vinden 61
te doen 37
te horen 15
te merken 12
te danken 10
te onderscheiden 10
te verklaren 10
Types 176
Tokens 604
Zijn met lange infinitief is verplicht groepsvormend en vormt een ononderbroken groep aan het einde van de bijzin (4a-4c) en in de hoofdzin (4d).
4aEr hangt over dit feit iets dat voor een buitenstaander moeilijk |te verklaren is|.
bDit betekent dat er geen directe relatie |is te leggen| tussen de onderzoeksresultaten en de effecten op de CO2-reductie.
cDe nep-video stond op een islamitische website waarop eerder ook onthoofdingen |te zien zijn geweest|.
dIn Kerkrade en de Duitse buurgemeente Herzogenrath zullen vier weken lang iedere dag concerten |te horen zijn|.
In tweeledige eindgroepen domineert de volgorde met lange infinitief vooraan (4a) maar ook de alternatieve volgorde komt voor (4b).
In de dataset van Coussé & Bouma (2022) komt de volgorde met infinitief achteraan 15 op 139 keer (11%) voor in tweeledige werkwoordgroepen in de bijzin.
De constructie is niet gevoelig voor het IPP-effect, zoals geïllustreerd in (4c).
Literatuur
Verhasselt 1970, Vandeweghe 1978, Hoekstra & Moortgat 1979, Bennis 1990, Sassen 1990, Boogaart 2006, Diepeveen et al. 2006, Backus & Mos 2011, Fortuin 2016
Verder lezen
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Evie Coussé juli 2022
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997 18.5.15.II,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/15/02/body.html;
    Interessante links