18.5.6.1 Zijn met lange infinitief
Zijn wordt frequent met een lange infinitief gecombineerd in zinnen zoals (1a-1e).
Het geïmpliceerd onderwerp van de infinitief is niet uitgedrukt in dergelijke zinnen. Het
geïmpliceerd lijdend voorwerp van de infinitief correspondeert met het onderwerp
van de zin (onderstreept). We hebben met andere woorden te maken met een
perspectiefomkering zoals bij een gewone
passiefconstructie. 20
Merk op dat zijn met lange
infinitief en de passiefconstructies
zijn met passief
deelwoord ook hetzelfde groepsvormend werkwoord delen.
Het onderwerp van de infinitief kan expliciet gemaakt worden door een
bepaling (onderstreept) voorafgegaan door
voor (2a) of
door (2b).Doorgaans heeft het geïmpliceerd onderwerp van de infinitief een vage referentie die omschreven
kan worden als ‘mensen in het algemeen’.
Op die manier vormt de constructie een uitstekend retorisch instrument om
de eigen subjectieve mening te presenteren als een
algemene geldende uitspraak. Zie Backus & Mos (2011) en Fortuin
(2016) voor het oordelende karakter van de spreker op de
achtergrond.
Die eigenschap deelt zijn
met lange infinitief met zinnen die het onpersoonlijke voornaamwoord
men of
je als onderwerp hebben
5.2.9.2. De betekenisverwantschap van
zijn met lange infinitief
met de passief en de onpersoonlijke constructie kan geïllustreerd worden in de
geconstrueerde zinnen (3a-3b).Beide zinnen leggen bloot dat zijn met een lange
infinitief naast een passieve, onpersoonlijke betekenis ook een
modale betekenis heeft die in (3a-3b) expliciet gemaakt
wordt met het modale hulpwerkwoord
kunnen. De constructie wordt
daarom ook wel een modale passief genoemd.
Zijn met lange infinitief
drukt meestal mogelijkheid maar soms ook noodzaak uit.
In de taalzorgliteratuur wordt soms opgemerkt dat de noodzaakbetekenis
meer voorkomt in het Belgisch-Nederlands in vergelijking met het
Nederlands-Nederlands. Diepeveen et al. (2006) vinden echter geen
verschil in gebruik en aanvaardbaarheid van die betekenis bij sprekers
van beide variëteiten.
Tabel 1 toont dat zijn met een lange infinitief
vooral voorkomt met overgankelijke werkwoorden, net zoals een gewone
passief.
De cijfers gelden voor tweeledige werkwoordgroepen in
de dataset van Coussé & Bouma (2022). De tokenfrequentie geeft het
totale aantal werkwoordconstructies weer. De typefrequentie staat voor
het aantal verschillende infinitieven in die werkwoordconstructies. Zie
ook Boogaart (2006: 39, 41) en Backus & Mos (2011: 175) voor
gelijksoortige corpusdata.
De frequentste collocaties werden
al in (1a-1d) geïllustreerd. Het collocationele patroon met
te doen komt vaak voor in
vaste uitdrukkingen, zoals het is niet meer te
doen in (1c).Tabel 1. Meest frequente infinitieven bij zijn
met lange infinitief (frequentie > 9).
| Zijn | |
| te zien | 99 |
| te vinden | 61 |
| te doen | 37 |
| te horen | 15 |
| te merken | 12 |
| te danken | 10 |
| te onderscheiden | 10 |
| te verklaren | 10 |
| … | … |
| Types | 176 |
| Tokens | 604 |
Zijn met lange infinitief is verplicht
groepsvormend en vormt een ononderbroken groep aan het einde van de bijzin
(4a-4c) en in de hoofdzin (4d).
In tweeledige eindgroepen domineert de volgorde met lange infinitief vooraan (4a) maar ook de
alternatieve volgorde komt voor (4b).
In de dataset van Coussé & Bouma (2022) komt de volgorde met
infinitief achteraan 15 op 139 keer (11%) voor in tweeledige
werkwoordgroepen in de bijzin.
De constructie is niet gevoelig voor het IPP-effect, zoals geïllustreerd
in (4c).Literatuur
Verhasselt 1970, Vandeweghe 1978, Hoekstra & Moortgat 1979, Bennis 1990, Sassen 1990, Boogaart 2006, Diepeveen et al. 2006, Backus & Mos 2011, Fortuin 2016
Verder lezen
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.15.II,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/15/02/body.html; |
