Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
18.3.2.1 Overzicht van de werkwoordsconstructies (tabel)
[FL onderstaande QI komt uit 18.3.2]
In de vorige paragrafen hebben we een aantal kenmerken besproken die het mogelijk maken om werkwoordconstructies onderling te differentiëren op basis van hun vorm, betekenis en gebruik. Op basis van die kenmerken samen kunnen we nu alle werkwoordconstructies die aan bod komen in dit hoofdstuk opdelen in verschillende constructionele families. Hierbij geldt dat constructies binnen eenzelfde constructionele familie grote gelijkenissen vertonen op het vlak van hun vorm en betekenis.
We zetten de kenmerken van werkwoordconstructies binnen eenzelfde constructionele familie op een rijtje in een overzichtelijke tabel.
We vullen die tabel ook aan met frequentiegegevens voor alle constructies op basis van een corpus van bijna twee miljoen woorden geschreven en gesproken taal. Op die manier krijgen we een indruk van de relatieve frequentie van werkwoordconstructies in authentiek taalgebruik.
De frequentiegegevens zijn gebaseerd op de dataset van Coussé & Bouma (2022), een corpusstudie van werkwoordconstructies in het syntactisch geannoteerde deel van het Corpus Gesproken Nederland en het Lassy Klein-corpus. De cijfers in de tabellen geven de frequentie van tweeledige en drieledige werkwoordgroepen samen, zoals gerapporteerd in Tabellen 6 tot en met 17 van het artikel. Frequentiegegevens van constructies die niet aan bod komen in het artikel zijn rechtstreeks uit de dataset gehaald. In de lopende tekst verwijzen we naar de frequenties uit de tabel door middel van de labels ‘erg frequent’ (meer dan 1000), ‘frequent’ (100-1000), ‘vrij frequent’ (10-100), ‘vrij infrequent’ (1-10) en ‘infrequent’ (0).
De tabel vormt op die manier een introductie tot én een samenvatting van de meer gedetailleerde bespreking van werkwoordconstructies in de paragrafen 18.4 tot en met 18.6. We verwijzen daarom naar deze paragrafen voor voorbeelden en meer uitleg.
Verder lezen
[FL '(lange) infinitief' (bij 'proberen' en 'beginnen') is m.i. geen juiste weergave, want het gaat om 'lange/korte infinitiet.]
Tabel 1. Alle werkwoordsconstructies op een rij.
Werkwoord Selecteert Groepsvorming IPP Onderwerp hoofdww. TAME Freq. Voorbeeld
hebben deelwoord verplicht n.v.t. subjectgeoriënteerd tijd/aspect 10.771
zijn deelwoord verplicht n.v.t. subjectgeoriënteerd tijd/aspect 4.796
worden deelwoord verplicht n.v.t. passief geen 11.376
zijn deelwoord verplicht n.v.t. passief geen 4.559
krijgen deelwoord verplicht n.v.t. passief geen 87
staan deelwoord verplicht n.v.t. onzeker aspect 74
zitten deelwoord verplicht n.v.t. onzeker aspect 38
liggen deelwoord verplicht n.v.t. onzeker aspect 26
kunnen korte infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd modaal 8.195
moeten korte infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd mod./ev. 6.943
zullen korte infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd mod./tijd 6.412
willen korte infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd modaal 2.613
mogen korte infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd modaal 1.351
hoeven (lange) infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd modaal 312
weten (lange) infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd modaal 148
durven (lange) infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd geen 85
behoeven (lange) infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd modaal 4
dienen lange infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd modaal 173
zien lange infinitief verplicht Geen v.t. subjectgeoriënteerd modaal 16
horen lange infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd modaal 12
behoren lange infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd modaal 7
vermogen lange infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd modaal 0
moeten Deelwoord onzeker n.v.t. passief modaal 8
dienen Deelwoord onzeker n.v.t. passief modaal 3
mogen Deelwoord onzeker n.v.t. passief modaal 2
hoeven Deelwoord onzeker n.v.t. passief modaal 1
blijken lange infinitief verplicht geen v.t. subjectgeoriënteerd evidentieel 223
lijken lange infinitief verplicht geen v.t. subjectgeoriënteerd evidentieel 171
dreigen lange infinitief verplicht geen v.t. subjectgeoriënteerd evidentieel 63
schijnen lange infinitief verplicht geen v.t. subjectgeoriënteerd evidentieel 48
heten lange infinitief verplicht geen v.t. subjectgeoriënteerd evidentieel 4
plegen lange infinitief verplicht geen v.t. subjectgeoriënteerd aspect 4
beloven lange infinitief verplicht geen v.t. subjectgeoriënteerd evidentieel 1
dunken lange infinitief onzeker onzeker subjectgeoriënteerd evidentieel 0
toeschijnen lange infinitief onzeker onzeker subjectgeoriënteerd evidentieel 0
voorkomen lange infinitief onzeker onzeker subjectgeoriënteerd evidentieel 0
lijken deelwoord onzeker n.v.t. subjectgeoriënteerd evidentieel 24
blijken deelwoord onzeker n.v.t. subjectgeoriënteerd evidentieel 4
schijnen deelwoord onzeker n.v.t. subjectgeoriënteerd evidentieel 0
gaan korte infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd asp./tijd 3.330
blijven korte infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd aspect 488
komen korte infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd aspect 269
zijn korte infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd aspect 16
zitten (lange) infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd aspect 348
staan (lange) infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd aspect 118
liggen (lange) infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd aspect 29
lopen (lange) infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd aspect 27
hangen lange infinitief verplicht onzeker subjectgeoriënteerd aspect 0
komen lange infinitief verplicht verplicht subjectgeoriënteerd aspect 94
komen deelwoord verplicht n.v.t. subjectgeoriënteerd aspect 21
laten korte infinitief verplicht verplicht objectgeoriënteerd geen 943
doen korte infinitief verplicht verplicht objectgeoriënteerd geen 133
zien korte infinitief verplicht verplicht objectgeoriënteerd geen 318
horen korte infinitief verplicht verplicht objectgeoriënteerd geen 63
voelen korte infinitief verplicht verplicht onzeker geen 14
kijken korte infinitief onzeker onzeker objectgeoriënteerd geen 3
voelen deelwoord verplicht n.v.t. onzeker geen 21
zien deelwoord verplicht n.v.t. onzeker geen 16
horen deelwoord verplicht n.v.t. onzeker geen 1
hebben korte infinitief verplicht Geen v.t. objectgeoriënteerd geen 199
vinden korte infinitief verplicht Geen v.t. objectgeoriënteerd geen 29
krijgen korte infinitief onzeker onzeker objectgeoriënteerd geen 0
weten korte infinitief verplicht onzeker objectgeoriënteerd geen 0
weten lange infinitief verplicht onzeker objectgeoriënteerd geen 0
leren korte infinitief verplicht verplicht subj./obj. geen 69
helpen korte infinitief verplicht verplicht subj./obj. geen 12
zijn lange infinitief verplicht geen IPP passief modaal 618
hebben lange infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd modaal 182
vallen lange infinitief verplicht geen v.t. Passief modaal 86
krijgen lange infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd geen 70
staan lange infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd aspect 17
geven lange infinitief verplicht geen IPP objectgeoriënteerd geen 6
achten lange infinitief onzeker onzeker subjectgeoriënteerd modaal 0
hangen lange infinitief verplicht geen IPP objectgeoriënteerd aspect 0
leggen lange infinitief verplicht geen IPP objectgeoriënteerd aspect 0
vinden lange infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd modaal 0
zetten lange infinitief verplicht geen IPP objectgeoriënteerd aspect 0
proberen (lange) infinitief Optioneel Optioneel subjectgeoriënteerd geen (456)
beginnen (lange) infinitief Optioneel Optioneel subjectgeoriënteerd aspect (297)
weigeren lange infinitief Optioneel Optioneel subjectgeoriënteerd geen (70)
wensen lange infinitief Optioneel Optioneel subjectgeoriënteerd geen (42)
trachten lange infinitief Optioneel Optioneel subjectgeoriënteerd geen (41)
vergeten lange infinitief Optioneel Optioneel subjectgeoriënteerd geen (18)
menen lange infinitief Optioneel Optioneel subjectgeoriënteerd geen (16)
pogen lange infinitief Optioneel Optioneel subjectgeoriënteerd geen (7)
wagen lange infinitief Optioneel Optioneel subjectgeoriënteerd geen (2)
zoeken lange infinitief verplicht onzeker subjectgeoriënteerd geen (1)
besluiten lange infinitief optioneel geen v.t. subjectgeoriënteerd geen (100)
hopen lange infinitief optioneel geen v.t. subjectgeoriënteerd geen (64)
zeggen lange infinitief optioneel geen v.t. Subject-/objectgeoriënteerd geen (63)
denken lange infinitief optioneel geen v.t. subjectgeoriënteerd geen (42)
beweren lange infinitief optioneel geen v.t. subjectgeoriënteerd geen (10)
vrezen lange infinitief optioneel geen v.t. subjectgeoriënteerd geen (3)
geloven lange infinitief optioneel geen v.t. subjectgeoriënteerd geen (1)
eisen lange infinitief optioneel geen v.t. subjectgeoriënteerd geen 0
hopen lange infinitief optioneel geen v.t. subjectgeoriënteerd geen 0
verlangen lange infinitief optioneel geen v.t. subjectgeoriënteerd geen 0
verzuimen lange infinitief optioneel geen v.t. subjectgeoriënteerd geen 0
gaan aan het infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd aspect -
geraken aan het infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd aspect -
raken aan het infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd aspect -
slaan aan het infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd aspect -
brengen aan het infinitief verplicht geen IPP objectgeoriënteerd aspect -
krijgen aan het infinitief verplicht geen IPP objectgeoriënteerd aspect -
maken aan het infinitief verplicht geen IPP objectgeoriënteerd aspect -
zetten aan het infinitief verplicht geen IPP objectgeoriënteerd aspect -
hebben aan het infinitief verplicht geen IPP objectgeoriënteerd aspect -
zijn aan het infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd aspect -
blijken aan het infinitief onzeker onzeker subjectgeoriënteerd aspect -
lijken aan het infinitief onzeker onzeker subjectgeoriënteerd aspect -
schijnen aan het infinitief onzeker onzeker subjectgeoriënteerd aspect -
blijven aan het infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd aspect -
houden aan het infinitief verplicht onzeker objectgeoriënteerd aspect -
horen aan het infinitief verplicht onzeker objectgeoriënteerd geen -
zien aan het infinitief verplicht onzeker objectgeoriënteerd geen -
vinden aan het infinitief verplicht onzeker objectgeoriënteerd geen -
gaan uit infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd geen -
zijn uit infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd geen -
kunnen uit infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd modaal -
moeten uit infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd modaal -
willen uit infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd modaal -
zullen uit infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd modaal -
liggen op infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd aspect -
staan op infinitief verplicht geen IPP subjectgeoriënteerd aspect -
Gebruikte tekens in de tabel:
  • Groepsvorming:
    • verplicht: +
    • optioneel: +/-
    • onzeker: ?
  • IPP:
    • verplicht: +
    • geen: -
    • optioneel: +/-
    • n.v.t, geen v.t.: n.v.t.
    • onzeker: ?
    • Onderwerp hoofdwerkwoord:
      • subjectgeoriënteerd: S
      • objectgeoriënteerd: O
      • sub/obj: S/O
      • onzeker: ?
      • passief: passief
Tabel 2. Alle werkwoordsconstructies op een rij, licht aangepast.
Werkwoord Selecteert Groepsvorming? IPP? Onderwerp hoofdww. TAME Freq. Voorbeeld
hebben deelw. + n.v.t. S T, A 10771
zijn deelw. + n.v.t. S T, A 4796
worden deelw. + n.v.t. passief - 11376
zijn deelw. + n.v.t. passief - 4559
krijgen deelw. + n.v.t. passief - 87
staan deelw. + n.v.t. ? A 74
zitten deelw. + n.v.t. ? A 38
liggen deelw. + n.v.t. ? A 26
kunnen korte inf. + + S M 8195
moeten korte inf. + + S M, E 6943
zullen korte inf. + + S T, M 6412
willen korte inf. + + S M 2613
mogen korte inf. + + S M 1351
hoeven (lange) inf. + + S M 312
weten (lange) inf. + + S M 148
durven (lange) inf. + + S - 85
behoeven (lange) inf. + + S M 4
dienen lange inf. + + S M 173
zien lange inf. + n.v.t. S M 16
horen lange inf. + + S M 12
behoren lange inf. + + S M 7
vermogen lange inf. + + S M 0
moeten deelw. ? n.v.t. passief M 8
dienen deelw. ? n.v.t. passief M 3
mogen deelw. ? n.v.t. passief M 2
hoeven deelw. ? n.v.t. passief M 1
blijken lange inf. + n.v.t. S E 223
lijken lange inf. + n.v.t. S E 171
dreigen lange inf. + n.v.t. S E 63
schijnen lange inf. + n.v.t. S E 48
heten lange inf. + n.v.t. S E 4
plegen lange inf. + n.v.t. S A 4
beloven lange inf. + n.v.t. S E 1
dunken lange inf. ? ? S E 0
toeschijnen lange inf. ? ? S E 0
voorkomen lange inf. ? ? S E 0
lijken deelw. ? n.v.t. S E 24
blijken deelw. ? n.v.t. S E 4
schijnen deelw. ? n.v.t. S E 0
gaan korte inf. + + S T, A 3330
blijven korte inf. + + S A 488
komen korte inf. + + S A 269
zijn korte inf. + + S A 16
zitten (lange) inf. + + S A 348
staan (lange) inf. + + S A 118
liggen (lange) inf. + + S A 29
lopen (lange) inf. + + S A 27
hangen lange inf. + ? S A 0
komen lange inf. + + S A 94
komen deelw. + n.v.t. S A 21
laten korte inf. + + O - 943
doen korte inf. + + O - 133
zien korte inf. + + O - 318
horen korte inf. + + O - 63
voelen korte inf. + + ? - 14
kijken korte inf. ? ? O - 3
voelen deelw. + n.v.t. ? - 21
zien deelw. + n.v.t. ? - 16
horen deelw. + n.v.t. ? - 1
hebben korte inf. + n.v.t. O - 199
vinden korte inf. + n.v.t. O - 29
krijgen korte inf. ? ? O - 0
weten korte inf. + ? O - 0
weten lange inf. + ? O - 0
leren korte inf. + + S/O - 69
helpen korte inf. + + S/O - 12
zijn lange inf. + - passief M 618
hebben lange inf. + - S M 182
vallen lange inf. + n.v.t. passief M 86
krijgen lange inf. + - S - 70
staan lange inf. + - S A 17
geven lange inf. + - O - 6
achten lange inf. ? ? S M 0
hangen lange inf. + - O A 0
leggen lange inf. + - O A 0
vinden lange inf. + - S M 0
zetten lange inf. + - O A 0
proberen (lange) inf. +/- +/- S - (456)
beginnen (lange) inf. +/- +/- S A (297)
weigeren lange inf. +/- +/- S - (70)
wensen lange inf. +/- +/- S - (42)
trachten lange inf. +/- +/- S - (41)
vergeten lange inf. +/- +/- S - (18)
menen lange inf. +/- +/- S - (16)
pogen lange inf. +/- +/- S - (7)
wagen lange inf. +/- +/- S - (2)
zoeken lange inf. + ? S - (1)
besluiten lange inf. +/- n.v.t. S - (100)
hopen lange inf. +/- n.v.t. S - (64)
zeggen lange inf. +/- n.v.t. S/O - (63)
denken lange inf. +/- n.v.t. S - (42)
beweren lange inf. +/- n.v.t. S - (10)
vrezen lange inf. +/- n.v.t. S - (3)
geloven lange inf. +/- n.v.t. S - (1)
eisen lange inf. +/- n.v.t. S - 0
hopen lange inf. +/- n.v.t. S - 0
verlangen lange inf. +/- n.v.t. S - 0
verzuimen lange inf. +/- n.v.t. S - 0
gaan aan het + inf. + - S A -
geraken aan het + inf. + - S A -
raken aan het + inf. + - S A -
slaan aan het + inf. + - S A -
brengen aan het + inf. + - O A -
krijgen aan het + inf. + - O A -
maken aan het + inf. + - O A -
zetten aan het + inf. + - O A -
hebben aan het + inf. + - O A -
zijn aan het + inf. + - S A -
blijken aan het + inf. ? ? S A -
lijken aan het + inf. ? ? S A -
schijnen aan het + inf. ? ? S A -
blijven aan het + inf. + - S A -
houden aan het + inf. + ? O A -
horen aan het + inf. + ? O - -
zien aan het + inf. + ? O - -
vinden aan het + inf. + ? O - -
gaan uit + inf. + - S - -
zijn uit + inf. + - S - -
kunnen uit + inf. + - S M -
moeten uit + inf. + - S M -
willen uit + inf. + - S M -
zullen uit + inf. + - S M -
liggen op + inf + - S A -
staan op + inf + - S A -
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0
    Interessante links