18.5.2 Evidentiële constructies
In deze paragraaf bespreken we constructies die een vorm van evidentialiteit
28
kunnen uitdrukken. Met behulp van dergelijke evidentiële constructies kan de spreker de informatiebron aangeven waarop zijn of haar uiting
gebaseerd is. De meeste van deze constructies combineren een evidentieel
werkwoord met een lange infinitief, zoals in (1a-1d).
Daarnaast selecteren enkele van de evidentiële werkwoorden ook soms een voltooid deelwoord, geïllustreerd in (2a-2b).
De evidentiële constructies in deze paragraaf delen allemaal de eigenschap dat ze
subjectgeoriënteerd zijn. Het geïmpliceerd onderwerp van het hoofdwerkwoord in
de constructie komt met andere woorden overeen met het onderwerp van de zin.
Daarnaast zijn alle constructie met lange infinitief ook verplicht
groepsvormend. Het groepsvormend gebruik is geïllustreerd in (3a-3d) waar het
evidentiële werkwoord en de lange infinitief een ondoorbreekbare reeks aan het
einde van de zin vormen.
Een laatste gemeenschappelijk kenmerk van evidentiële constructies is dat ze niet in de voltooide
werkwoordstijden voorkomen.
Die tendens heeft te maken met het semantische hoge bereik van
evidentiële groepsvormende werkwoorden. Zie 18.6
Hierdoor is het moeilijk na te gaan of ze gevoelig zijn voor het
IPP-effect.Subjectverheffing
Verdieping
Subjectverheffing
Opvallend is dat het onderwerp van de zin geen thematische rol zie ANS3 § 2
heeft in deze constructies. Dit fenomeen is in de generatieve literatuur
geanalyseerd als een geval van subjectverheffing
(Engels: subject raising).
Men neemt hierbij aan dat het onderwerp van de zin eigenlijk bij de
infinitief hoort en vervolgens opgetild of verhoogd wordt in de
syntactische structuur tot onderwerp van de zin. We verwijzen naar
Klooster (2001: 248-250) voor een introductie van deze analyse in het
Nederlands en de SoD (2015) voor een verdiepende bespreking in het
Engels. Ook buiten de generatieve taalkunde wordt subjectverheffing
gebruikt als beschrijvende term voor evidentiële en verwante
constructies (zie bijvoorbeeld Van der Auwera & Noël 2011).
Verder lezen
We gaan dieper in op de vorm en betekenis van evidentiële constructies in een vijftal
subparagrafen. We gaan eerst in op de evidentiële werkwoorden
blijken,
lijken,
schijnen wanneer ze
gecombineerd worden met een lange infinitief (18.5.2.1) en een voltooid deelwoord (18.5.2.2). Daarna komen enkele weinig frequente evidentiële
constructies aan bod die als formele varianten van lijken
en
schijnen met lange infinitief
gebruikt kunnen worden (18.5.2.3). Vervolgens bespreken we de constructies
dreigen,
beloven met lange infinitief
die naast evidentialiteit ook een letterlijke betekenis kunnen uitdrukken (18.5.2.4). We ronden af met een korte bespreking van het infrequente
plegen met lange infinitief
die geen evidentialiteit maar aspectualiteit weergeeft (18.5.2.5).
We nemen plegen met lange
infinitief op in de familie van de evidentiële constructies omdat de
constructie niet in de voltooide werkwoordstijden voorkomt. Daarnaast
argumenteert de SoD (2015: 840) dat de constructie geanalyseerd kan
worden als een geval van subjectverheffing net als evidentiële
constructies.
Literatuur
Klooster 2001, van der Auwera & Noël 2011
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | hoofdstuk 18,/data/archief/ans2/e-ans/18/body.html; |
