18.5.2.2 Lijken,
blijken,
schijnen met voltooid deelwoord
Lijken en meer zelden
blijken,
schijnen worden soms
gecombineerd met een voltooid deelwoord, zoals geïllustreerd in (1a-1d). Deze
weinig frequente subjectgeoriënteerde werkwoordcombinaties drukken
evidentialiteit uit. We verwijzen naar 18.5.2.1 voor een meer diepgaande bespreking van verschillende
soorten evidentiële betekenissen bij blijken, lijken en schijnen. We vinden ze
vooral terug in de schrijftaal.
De groepsvormende status van deze werkwoordcombinaties is onzeker. Deze combinaties komen vooral
als tweeledige werkwoordgroep voor in de hoofdzin waardoor het moeilijk is om te
achterhalen of ze een werkwoordelijke eindgroep vormen. Het geconstrueerde
voorbeeld in (2) laat zien dat het voltooid deelwoord en het evidentiële
werkwoord samen voorkomen aan het einde van de zin, wat kan wijzen op
groepsvorming.
2De kampcommandant werd
veroordeeld omdat de gevangenen systematisch uitgehongerd
bleken.
ANS 961
De volgorde in die werkwoordreeks lijkt echter beperkt te zijn tot een
vooropgeplaatst voltooid deelwoord. Die vaste woordvolgorde wijst erop dat het
voltooid deelwoord een predicatief gebruikt adjectief is dat vlak vóór de tweede
pool staat.
Zie de inleidende paragraaf van 18.4 voor de rol van woordvolgorde bij werkwoordconstructies
met deelwoord.
Blijken,
lijken en
schijnen zijn volgens die
analyse koppelwerkwoorden en vormen aldus geen werkwoordelijke eindgroep.Groepsvormende status
Verdieping
Groepsvormende status
De meningen in de literatuur lopen uiteen over de groepsvormende status
van lijken,
blijken en
schijnen met een
voltooid deelwoord. Vliegen (2011) rekent ze in zijn corpusonderzoek bij
de groepsvormende infinitiefconstructies terwijl Mortelmans (2016, 2017)
ze als koppelwerkwoordconstructies classificeert. Deze artikelen gaan
echter niet dieper op de kwestie in. De SoD (2015) gaat voor een analyse
als koppelwerkwoordconstructie op basis van argumenten die grotendeels
sporen met die hierboven.
Ellips van te zijn
Verdieping
Ellips van te zijn
ANS2 argumenteert dat het voltooid deelwoord in bovenstaande werkwoordcombinaties slechts
schijnbaar met het evidentiële werkwoord verbonden is en eigenlijk
afhangt van een niet-uitgedrukte infinitief te
zijn met de functie van een hulpwerkwoord
van tijd. Het is inderdaad zo dat de evidentiële werkwoorden (vooral
lijken maar ook in
mindere mate blijken en
schijnen) voorkomen
met de lange infinitief te
zijn plus een voltooid deelwoord, zoals in
(ia-ie).
De lange infinitief te zijn vormt hier zowel een
perfectumconstructie met een voltooid deelwoord (ia, ic, ie) als een
passiefconstructie met een passief deelwoord (ib, id). Het is niet
altijd mogelijk om te zijn
in dergelijke authentieke corpusvoorbeelden zomaar weg te laten, zoals
de aangepaste zinnen (iia-iie) illustreren.
Die observatie wijst erop dat de werkwoordcombinaties met en zonder te zijn afzonderlijke constructietypes zijn met elk hun eigen distributie en collocationele voorkeuren (al is hier meer onderzoek naar nodig).
Literatuur
Vliegen 2011, 2019, Van Boogaert & Colleman 2013, Mortelmans 2016, 2017
Verder lezen
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.2.3,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/02/03/body.html; |
