18.5.4.5 Imperatief laten met korte
infinitief
Laten met infinitief komt opvallend vaak in de imperatief voor.
Voor de voegwoordelijke uitdrukking laat staan, zie
10.3.12.
Imperatiefconstructies met laten hebben vaak geen puur causatieve betekenis meer. In zinnen (1a-1e) wordt de imperatiefconstructie met een adhortatieve betekenis gebruikt om een aansporing, wens of waarschuwing uit te drukken. Aanvullingen als maar, eens of toch onderscheiden het adhortatieve gebruik van een gewone causatieve lezing. Het geïmpliceerd onderwerp (onderstreept indien uitgedrukt) staat gewoonlijk in de eerste of derde persoon.Daarnaast komt de imperatiefconstructie met laten
in gesproken taalgebruik bijzonder vaak voor met
zeggen. Het gaat hierbij om vaste
uitdrukkingen zoals laat ik zeggen,
laten we zeggen en
laat ons zeggen die toelaten om de
stelligheid van een uitspraak wat af te zwakken (zogenaamd afzwakkend
of mitigerend gebruik), zoals in (2a-2f). De varianten
laat ik zeggen en
laten we zeggen zijn typisch voor het
Nederlands-Nederlands terwijl laat ons zeggen
uitgesproken Belgisch-Nederlands is. Opvallend is dat deze uitdrukkingen altijd een
geïmpliceerd onderwerp (onderstreept) in de eerste persoon hebben
(ik,
wij of
ons).
In het Nederlands-Nederlands wijkt de imperatiefconstructie met
laten niet alleen in betekenis maar ook in
vorm van gewone laten-causatieven in de
imperatief af. Het geïmpliceerd onderwerp verschijnt daar immers als de onderwerpsvorm in
de plaats van de verwachte niet-onderwerpsvorm, indien het een persoonlijk voornaamwoord
is.
Corpusonderzoek suggereert dat het verschijnsel vooral voorkomt bij persoonlijke
voornaamwoorden van de eerste persoon (ik
of wij). De corpusdata van Coussé &
Bouma (2022) bevatten geen enkel geval van een derde persoon in de onderwerpsvorm
(zoals hij,
zij,
het).
We zagen hiervoor al enkele voorbeelden met laat ik
zeggen in (2a-2b) en laten we
zeggen in (2c-2d). Zinnen (3a-3d) illustreren het verschijnsel
in minder idiomatische contexten.Bij persoonlijke voornaamwoorden in het meervoud, zoals in (3c-3d) en (3c-3d), staat ook laten in de meervoudsvorm.
Geïmpliceerd onderwerp is onderwerp van de zin?
Verdieping
Geïmpliceerd onderwerp is onderwerp van de zin?
Het feit dat het geïmpliceerd onderwerp in de onderwerpsvorm verschijnt en dat de meervoudsvorm
van het geïmpliceerd onderwerp congrueert met een meervoudsvorm van
laten lijkt erop te
wijzen dat het geïmpliceerd onderwerp ook het onderwerp van de zin is.
In dat geval hebben we niet langer te maken met
objectgeoriënteerde maar een
subjectgeoriënteerde constructie.
Zie bijvoorbeeld de SoD 2015: 928 voor die suggestie.
De feiten zijn echter niet zo eenduidig. Zo is de onderwerpsvorm niet verplicht bij een geïmpliceerd onderwerp dat als persoonlijk
voornaamwoord verschijnt, zoals volgende zinnen (ia-ic) illustreren.Daarnaast is ook werkwoordcongruentie met een meervoudig geïmpliceerd onderwerp niet verplicht, zoals geïllustreerd in (iia-iic).
Wat wel opvalt bij bovenstaande gevallen is dat hun betekenis bij een gewone causatieve interpretatie aanleunt.
Imperatief laten met korte infinitief heeft een
vaste vorm die niet toelaat te testen of de constructie groepsvormend is
gebruikt. Deze gebruikswijze heeft bijgevolg minder syntactische
flexibiliteit dan het gewone causatieve gebruik.
Literatuur
Schermer-Vermeer 1986, Duinhoven 1994, Van der Auwera & Taymans 2004, Van de Velde 2017
Verder lezen
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.4.10.III,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/04/10/03/body.html; |
| 1.0 | G. Geerts, Walter Haeseryn, J.J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1984 | 8.6.3.10.III |
