Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
18.5.4.5 Imperatief laten met korte infinitief
Laten met infinitief komt opvallend vaak in de imperatief voor.
Voor de voegwoordelijke uitdrukking laat staan, zie 10.3.12.
Imperatiefconstructies met laten hebben vaak geen puur causatieve betekenis meer. In zinnen (1a-1e) wordt de imperatiefconstructie met een adhortatieve betekenis gebruikt om een aansporing, wens of waarschuwing uit te drukken. Aanvullingen als maar, eens of toch onderscheiden het adhortatieve gebruik van een gewone causatieve lezing. Het geïmpliceerd onderwerp (onderstreept indien uitgedrukt) staat gewoonlijk in de eerste of derde persoon.
1aLaat mij 'ns kijken.
CGN fn000296
bDus laten we nou toch even goed nadenken met elkaar wat we willen en welk doel daar 't beste bij past.
CGN fn000155
cLaat uw buikje maar eens goed op en neer gaan van het lachen.
CGN fv600253
dLaat het individu toch autonoom beslissen!
Lassy dpc-vla-001161-nl-sen
eEn mijn oproep is dus ook naar iedereen die ertegen is van laat nou eerst in de praktijk zien dat de files op die manier kunnen worden aangepakt.
CGN fn007136
Daarnaast komt de imperatiefconstructie met laten in gesproken taalgebruik bijzonder vaak voor met zeggen. Het gaat hierbij om vaste uitdrukkingen zoals laat ik zeggen, laten we zeggen en laat ons zeggen die toelaten om de stelligheid van een uitspraak wat af te zwakken (zogenaamd afzwakkend of mitigerend gebruik), zoals in (2a-2f). De varianten laat ik zeggen en laten we zeggen zijn typisch voor het Nederlands-Nederlands terwijl laat ons zeggen uitgesproken Belgisch-Nederlands is. Opvallend is dat deze uitdrukkingen altijd een geïmpliceerd onderwerp (onderstreept) in de eerste persoon hebben (ik, wij of ons).
2aNou, dan wil ik besluiten met een paar, ja, laat ik zeggen, kleine praktische problemen die je dan toch nog even moet overwinnen wanneer je die R&D-partnerships opzet. vooral in NN
CGN fn000063
bZe maakten er geen reclame mee, laat 'k het zo zeggen. vooral in NN
CGN fn000250
cHij krijgt gewoon misschien bewust, laten we zeggen, onbewust een tik van Vieira op z’n oog. vooral in NN
CGN fn007451
dJij was geen rebel, laten we 't zo maar zeggen. vooral in NN
CGN fn000044
eDa's ook behoorlijk succesvol, laat ons zeggen. in BN
CGN fv400322
fDe film heeft maar, laat ons zeggen, veertien miljoen gekost. in BN
CGN fv600243
In het Nederlands-Nederlands wijkt de imperatiefconstructie met laten niet alleen in betekenis maar ook in vorm van gewone laten-causatieven in de imperatief af. Het geïmpliceerd onderwerp verschijnt daar immers als de onderwerpsvorm in de plaats van de verwachte niet-onderwerpsvorm, indien het een persoonlijk voornaamwoord is.
Corpusonderzoek suggereert dat het verschijnsel vooral voorkomt bij persoonlijke voornaamwoorden van de eerste persoon (ik of wij). De corpusdata van Coussé & Bouma (2022) bevatten geen enkel geval van een derde persoon in de onderwerpsvorm (zoals hij, zij, het).
We zagen hiervoor al enkele voorbeelden met laat ik zeggen in (2a-2b) en laten we zeggen in (2c-2d). Zinnen (3a-3d) illustreren het verschijnsel in minder idiomatische contexten.
3aLaat ik een voorbeeld geven. vooral in NN
Lassy dpc-bal-001239-nl-sen
bLaat 'k 't ook heel kort houden. vooral in NN
CGN fn000887
cNou, kijk 'ns, laten we heel eerlijk zijn. De klant die gaat kopen die kijkt toch naar de prijs. vooral in NN
CGN fn000868
dMaar laten we even een blik werpen op de twee overkoepelende, en botsende, verklaringen die ons gewoonlijk worden voorgeschoteld als we het over onze eigen jihadisten hebben. vooral in NN
Lassy dpc-ind-001636-nl-sen
Bij persoonlijke voornaamwoorden in het meervoud, zoals in (3c-3d) en (3c-3d), staat ook laten in de meervoudsvorm.
Geïmpliceerd onderwerp is onderwerp van de zin?
Verdieping
Geïmpliceerd onderwerp is onderwerp van de zin?
Het feit dat het geïmpliceerd onderwerp in de onderwerpsvorm verschijnt en dat de meervoudsvorm van het geïmpliceerd onderwerp congrueert met een meervoudsvorm van laten lijkt erop te wijzen dat het geïmpliceerd onderwerp ook het onderwerp van de zin is. In dat geval hebben we niet langer te maken met objectgeoriënteerde maar een subjectgeoriënteerde constructie.
Zie bijvoorbeeld de SoD 2015: 928 voor die suggestie.
De feiten zijn echter niet zo eenduidig. Zo is de onderwerpsvorm niet verplicht bij een geïmpliceerd onderwerp dat als persoonlijk voornaamwoord verschijnt, zoals volgende zinnen (ia-ic) illustreren.
iaLaat mij 'ns kijken.
CGN fn000296
bLaat me 'ns tellen.
CGN fn000296
cLaat hem zelf maar zien hoe hij naar de zaak komt.
Lassy WR-P-P-C-0000000048
Daarnaast is ook werkwoordcongruentie met een meervoudig geïmpliceerd onderwerp niet verplicht, zoals geïllustreerd in (iia-iic).
iiaJe denkt, laat die jongeren nou maar eens flink op kamp gaan.
CGN fn000086
bDus goed, geef het aan de gemeenten en laat ze het zelf verder geheel invullen.
CGN fn000155
cLaat hierover geen misverstanden bestaan.
Lassy dpc-vhs-000759-nl-sen
Wat wel opvalt bij bovenstaande gevallen is dat hun betekenis bij een gewone causatieve interpretatie aanleunt.
Imperatief laten met korte infinitief heeft een vaste vorm die niet toelaat te testen of de constructie groepsvormend is gebruikt. Deze gebruikswijze heeft bijgevolg minder syntactische flexibiliteit dan het gewone causatieve gebruik.
Literatuur
Schermer-Vermeer 1986, Duinhoven 1994, Van der Auwera & Taymans 2004, Van de Velde 2017
Verder lezen
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Evie Coussé juli 2022
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997 18.5.4.10.III,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/04/10/03/body.html;
    1.0 G. Geerts, Walter Haeseryn, J.J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1984 8.6.3.10.III
    Interessante links