18.9 Doorbreking van de werkwoordelijke eindgroep
In 18.2.2 hebben we de
werkwoordelijke eindgroep gedefinieerd als een
aaneengesloten reeks van werkwoorden aan het einde van de zin. De werkwoorden
bevinden zich meer bepaald in de tweede
zinspool. De werkwoordelijke eindgroep is in principe
ondoordringbaar, dat wil zeggen, de reeks van werkwoorden kan niet doorbroken
worden door niet-werkwoordelijke elementen.
Dat principe van ondoordringbaarheid is echter niet absoluut in werkwoordelijke
eindgroepen waar het hoofdwerkwoord niet voorop staat, zoals zinnen (1a-1d)
illustreren.
De werkwoordelijke eindgroep is afgebakend door twee sluistekens in de
voorbeeldzinnen. Het niet-werkwoordelijke element dat de werkwoordreeks
doorbreekt, is onderstreept.
We noemen dergelijke gevallen doorbreking van de werkwoordelijke eindgroep.
In deze en nog volgende voorbeelden staat het doorbrekende element
steeds vlak vóór het hoofdwerkwoord. Dat is de meest gewone plaatsing
van het doorbrekende element in de werkwoordelijke eindgroep. In
drieledige (of nog langere) eindgroepen is in principe ook plaatsing
mogelijk tussen de groepsvormende werkwoorden in. Dergelijke plaatsing
komt echter zelden voor. Zie Augustinus & Van Eynde (2014) voor
corpusgegevens.
Naast hun positie in de werkwoordelijke eindgroep kunnen de
niet-werkwoordelijke elementen ook steeds vlak vóór de eindgroep geplaatst
worden. Die plaatsing is bovendien de meeste gewone.
Corpusonderzoek van Augustinus & Van Eynde (2014) toont dat
doorbreking in minder dan 1% van de gevallen voorkomt waar het in
principe mogelijk is, dat wil zeggen in eindgroepen waar het
hoofdwerkwoord niet voorop staat.
Semantisch hebben de doorbrekende elementen steeds een hechte band met het hoofdwerkwoord.
Formeel gaat het om erg 'lichte' elementen: in de standaardtaal bestaat het
doorbrekende element typisch uit één woord dat slechts één beklemtoonde
lettergreep telt. In paragraaf 18.9.1
geven we een overzicht van de elementen die de werkwoordelijke eindgroep kunnen
doorbreken.
Doorbrekende elementen zijn soms moeilijk van het niet-werkwoordelijke deel van scheidbaar
samengestelde werkwoorden te onderscheiden. We zullen daarom kort de plaatsing
van het scheidbare deel van samengestelde werkwoorden in relatie tot de
werkwoordelijke eindgroep bespreken (18.9.2).
Daarnaast zullen we apart ingaan op de doorbreking van werkwoordconstructies met
aan het infinitief (18.9.3),
geïllustreerd in (3a-3b).
Het doorbrekende element nestelt zich hier tussen aan
het en de infinitief in. Interessant genoeg zijn de
voorwaarden voor het scheiden van aan
het en infinitief dezelfde als voor de doorbreking
van de werkwoordelijke eindgroep.
Verder lezen
Literatuur
Barbiers et al. 2008
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 20.6,/data/archief/ans2/e-ans/20/06/body.html; |
