18.5.2.4 Dreigen, beloven met lange infinitief
Dreigen en soms ook
beloven kunnen met een lange
infinitief een subjectgeoriënteerde werkwoordconstructie vormen met
epistemisch-evidentiële betekenis.
In de literatuur wordt de niet-letterlijke betekenis van
dreigen en
beloven zowel
epistemisch genoemd (Verhagen 2000, Vliegen
2006) als epistemisch-evidentieel (Cornillie 2014,
SoD 2015). Deze terminologische variatie wijst op het feit dat
epistemische modaliteit en evidentialiteit op subtiele manieren met
elkaar in verband staan, iets wat ook opgemerkt werd bij de bespreking
van moeten met korte
infinitief in 18.5.1.5 en
blijken,
lijken en
schijnen met lange
infinitief in 18.5.2.1, maar waar we verder niet op ingaan.
De spreker spreekt de verwachting uit dat op basis van alle beschikbare
evidentie de inhoud van de zin werkelijkheid zal worden. In het geval van
dreigen gaat het om een
negatieve inschatting die suggereert dat er iets aan de situatie gedaan moet
worden (1a-1b) terwijl er bij
beloven sprake is van een eerder
positief oordeel dat niet tot actie oproept (1c-1d).Daarnaast kunnen dreigen en
beloven met lange infinitief
ook in hun letterlijke betekenis gebruikt worden. Het letterlijke gebruik is
dominant bij beloven met lange
infinitief terwijl het slechts zelden voorkomt bij
dreigen met lange
infinitief.
Het letterlijke gebruik veronderstelt een bezield onderwerp dat bewust in staat
is een dreigement of belofte uit te spreken. Het gaat typisch om mensen,
bedrijven of instanties. Bij het epistemisch-evidentiële gebruik geldt die
beperking niet waardoor het voorkomt met zowel bezielde als onbezielde
onderwerpen.
Merk op er dat bij bezielde onderwerpen dus een potentiële ambiguïteit
bestaat tussen een letterlijke en epistemisch-evidentiële lezing.
Dreigen en
beloven in hun
epistemisch-evidentiële betekenis zijn verplicht groepsvormend. Ze vormen een
ondoordringbare werkwoordelijke eindgroep in bijzinnen als (3a-3d).
Het epistemische beloven komt
slechts één keer in de dataset van Coussé & Bouma (2022) in de
hoofdzin. We illustreren groepsvorming bij dit werkwoord daarom met
corpusvoorbeelden uit OpenSonar.
Beide werkwoorden komen in hun epistemisch-evidentiële betekenis niet in de
voltooide werkwoordstijden voor waardoor hun gevoeligheid voor het IPP-effect
moeilijk getest kan worden. Dat impliceert ook dat groepsvorming beperkt is tot
de onvoltooide werkwoordstijden.
In hun letterlijke betekenis worden de werkwoorden niet-groepsvormend gebruikt.
Dit gebruik is vooral dominant bij
beloven met lange infinitief
waar we het vinden in zowel de onvoltooide (4a-4b) als de voltooide
werkwoordstijden (4c-4d). In dergelijke zinnen is
beloven een zelfstandig
werkwoord gevolgd door een beknopte bijzin (in de voorbeeldzinnen zichtbaar
gemaakt is door het facultatieve om
toe te voegen tussen haakjes).
beloven en de lange infinitief
horen dus niet tot dezelfde enkelvoudige zin en vormen geen werkwoordgroep.
Zinnen (4c-4d) tonen dat het IPP-effect uitblijft in het perfectum.
Niet-groepsvormend gebruik van
dreigen met lange infinitief
lijkt beperkt te zijn tot de voltooide werkwoordstijden (5a-5b). Ook hier blijft
het IPP-effect uit.
Derde constructie
Verdieping
Derde constructie
Het letterlijke dreigen en
beloven worden ook
tot de werkwoorden gerekend die in de derde constructie 18.3.1.2 voorkomen (Zie SoD 871-872 voor een overzicht). Het
is moeilijk voorbeelden van dit gebruik te vinden in corpusmateriaal. De
geconstrueerde zinnen (ia-ib) contrasteren het niet-groepsvormend
gebruik van beloven (waarbij
beloofd had gevolgd
wordt door het lijdend voorwerp van de beknopte bijzin) met gebruik in
de derde constructie (waarbij het lijdend voorwerp vóór
beloofd had terecht
komt).
Literatuur
Verhagen 1995, 2000, Vliegen 2006, Cornillie 2014, 2019
Verder lezen
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.4.19,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/04/19/body.html; |
