18.5.4.8 Hebben,
krijgen met korte infinitief
Het werkwoord hebben met een korte infinitief vormt
een frequente objectgeoriënteerde werkwoordconstructie. Het
geïmpliceerd onderwerp van de infinitief verschijnt daar dan als het lijdend
voorwerp van de zin. Het is onderstreept in onderstaande zinnen (1a-1e).
Dergelijke zinnen komen vooral in de gesproken taal van Nederland voor – ook al
is het gebruik niet onbekend in het Belgisch-Nederlands.
De zinnen geven aan dat het onderwerp van de zin (zoals
die in 1a) het lijdend voorwerp
(een preischotel) ter
beschikking of voorhanden heeft op een bepaalde locatie (in
de oven).
Met ‘ter beschikking hebben’ doelen we op de betekenis van
hebben die in het
Woordenboek der Nederlandsche Taal omschreven staat als
“Door hebben wordt
aangeduid, dikwijls ook wel tevens de eigendom, doch hoofdzakelijk: het
voorzien zijn van iets (of iemand) om er gebruik van te kunnen maken,
nut of profijt van te genieten, er over te kunnen beschikken enz.”
Die locatie is vaak expliciet gemaakt met behulp van een plaatsbepaling.
De infinitief in de constructie is meestal één van de houdingswerkwoorden
staan,
liggen,
zitten, zoals geïllustreerd
in (1a-1c), of meer zelden hangen.
In dergelijke zinnen specificeert de infinitief de manier waarop het lijdend
voorwerp zich in de ruimte manifesteert. Daarnaast komt de constructie ook
sporadisch voor met enkele bewegingswerkwoorden, zoals
rijden in (1d), en andere
intransitieve werkwoorden, zoals
wonen in (1e). Daar expliciteert
de infinitief de activiteit of toestand van het lijdend voorwerp op de
locatie.Houdingswerkwoorden leveren geringe betekenisbijdrage
Verdieping
Houdingswerkwoorden leveren geringe betekenisbijdrage
Zinnen met hebben en een korte infinitief verschillen
slechts op een subtiele manier in betekenis van overeenkomstige zinnen
zonder infinitief. Dat is vooral het geval voor zinnen met een
houdingswerkwoord, wat duidelijk wordt als we zinnen (1a-1c)
vergelijking met de dezelfde zinnen geconstrueerd zonder infinitief in
(2a-2c).
Zinnen (1a-1c) lijken te verschillen van (2a-2c) doordat de houdingswerkwoorden een continuatief
aspect toevoegen aan de situatie. Voor een verdere bespreking van deze
en andere betekenisverschillen verwijzen we de SoD 5.2.3.5. Vergelijk
ook de geringe betekenisinbreng van houdingswerkwoorden in
objectgeoriënteerde constructies met zien.
De werkwoorden wonen en werken kunnen als korte infinitief ook met
krijgen
gecombineerd worden, zoals in (2a-2b).
Dergelijke zinnen drukken uit dat het lijdend voorwerp in de nabije toekomst op een bepaalde
locatie zal wonen of werken. Het gebruik van
krijgen met korte
infinitief is bijzonder infrequent en lijkt beperkt te zijn tot het
Nederlands-Nederlands. We zullen er verder niet op ingaan.
In wat volgt gaan we dieper in op de werkwoorden die voorkomen in de constructie, het al dan niet aanwezig zijn van een plaatsbepaling en groepsvorming.
Verder lezen
Open plek voor werkwoorden
Hebben en een korte infinitief kan
slechts met een beperkt aantal werkwoorden gecombineerd worden, zoals blijkt uit
Tabel 1.
De cijfers gelden voor tweeledige werkwoordgroepen in de
dataset van Coussé & Bouma (2022). De lemma’s abstraheren voor
samengestelde werkwoorden en werkwoordelijke uitdrukkingen
(rondlopen,
klaarliggen,
openstaan). De
tokenfrequentie geeft het totale aantal werkwoordconstructies weer. De
typefrequentie staat voor het aantal verschillende infinitieven in die
werkwoordconstructies.
Tabel 1. Korte infinitieven bij hebben
| Hebben | |
| staan | 75 |
| liggen | 46 |
| zitten | 30 |
| hangen | 4 |
| lopen | 3 |
| rijden | 1 |
| wonen | 1 |
| … | … |
| Type | 34 |
| Token | 198 |
De korte infinitief is meestal één van de houdingswerkwoorden
staan,
liggen,
zitten of
hangen, waarvan in (3a-3d)
enkele corpusvoorbeelden gegeven worden.
De houdingswerkwoorden kunnen ook deel zijn van een samengesteld werkwoord of een werkwoordelijke uitdrukking, zoals in (4a-4c).
Daarnaast komt de constructie sporadisch voor met bewegingswerkwoorden, zoals
(rond)lopen en
rijden in (5a-5b). Ook
draaien is hier mogelijk,
zoals in (5c).
Ten slotte kan hebben ook nog met enkele andere
intransitieve werkwoorden gecombineerd worden, zoals
wonen,
werken,
rondslingeren,
groeien in (6a-6d).
Opvallend is dat deze werkwoorden allemaal intransitief zijn.
Aanwezigheid plaatsbepaling
Hebben met korte infinitief komt doorgaans voor met een plaatsbepaling. Bij de uitdrukking iets hebben staan of iets hebben liggen in de betekenis van ‘iets ergens bewaren’ is een expliciete plaatsbepaling echter vaak afwezig, zoals in (7a-7c).
Daarnaast is een plaatsbepaling vaak afwezig bij samengestelde werkwoorden en werkwoordelijke uitdrukkingen van het type eerder geïllustreerd in (4a-4c).
Groepsvorming
Hebben en de korte infinitief is verplicht groepsvormend. De constructie vormt een werkwoordelijke eindgroep in bijzinnen, zoals in (8a-8c), en in hoofdzinnen in het bereik van een ander groepsvormend werkwoord, zoals in (8d).
De constructie komt niet voor in de voltooide tijden waardoor we de werking van het IPP-effect niet kunnen nagaan. Dit feit wijst op een minder grote syntactische flexibiliteit dan andere objectgeoriënteerde werkwoordconstructies met causatieve of perceptiewerkwoorden.
Literatuur
Zajicek 1970, Paardekooper 1986
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.4.14,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/04/14/body.html; |
