18 De werkwoordelijke constituent
De werkwoordelijke constituent (ook wel verbale
constituent genoemd) bestaat uit alle zinsdelen in een zin,
behalve het onderwerp en eventuele zinsbepalingen zoals
gelukkig of
hopelijk.
Met zin bedoelen we hier een enkelvoudige, dus niet-samengestelde,
zin.
In voorbeelden (1)-(4) staat het onderwerp steeds tussen haakjes; de
rest is de werkwoordelijke constituent.
De meeste voorbeelden in dit hoofdstuk komen uit de dataset van Coussé
& Bouma (2022), die gebaseerd is op het syntactisch geannoteerde
deel van het Corpus Gesproken Nederlands en
het Lassy Klein-corpus , goed voor bijna twee
miljoen woorden gesproken en geschreven standaardtaal. Wanneer een
bepaalde constructie niet in de dataset voorkomt, is in de eerste plaats
gezocht in OpenSoNaR , een referentiecorpus van
vijfhonderd miljoen woorden. Wanneer ook dat corpus te klein bleek, is
uitgeweken naar het nog grotere Corpus Hedendaags Nederlands ,
dat begin 2022 iets meer dan één miljard woorden telde. De
voorbeeldzinnen zijn soms (stilzwijgend) ingekort en opgeschoond voor
een vlottere leesbaarheid. Dat is in het bijzonder het geval met het
gesproken taalmateriaal uit het Corpus Gesproken Nederlands. Grotere
redactionele ingrepen in de voorbeelden zijn gemarkeerd met vierkante
haken.
De bronvermelding wordt zichtbaar als u over het voorbeeld heen schuift.
Als een bron van een documentcode is voorzien, dan kunt u klikken op de
voorbeeldzin en het brondocument bezoeken via een directe link. Let op
dat hiervoor in vrijwel alle gevallen een CLARIN -login vereist is.
Een werkwoordelijke constituent bestaat in elk geval uit een kern, namelijk één of meer werkwoorden.
De kern komt overeen met het werkwoordelijk gezegde, of het
werkwoordelijk deel van een naamwoordelijk gezegde. Soms wordt de term
werkwoordelijke of verbale constituent in de taalkundige literatuur
gereserveerd voor wat wij hier de kern van de werkwoordelijke
constituent noemen (bijvoorbeeld bij Vandeweghe 2000).
In de voorbeelden hieronder zijn de werkwoorden in de werkwoordelijke
constituent schuingedrukt. In (1a) bestaat de kern uit één werkwoord, in (1b)
uit twee, en in (1c) uit drie.Naast de kern bestaat de werkwoordelijke constituent vaak ook nog uit andere
elementen, waarbij we onderscheid maken tussen complementen
en bepalingen. Complementen zijn meestal niet weg te laten. Het gaat
om zinsdelen als het direct object, het indirect
object en het voorzetselobject, onderstreept in (2).
Bepalingen kunnen vaak wel weggelaten worden, zoals de
plaatsbepaling
op luchtbedden in (3a), de bepaling van graad
ontzettend in (3b), en de tijdsbepalingen
plotseling en voorlopig in (3b-3c), allemaal vetgedrukt.
In (4) staan voorbeelden van werkwoordelijke constituenten met een kern
(schuingedrukt), én een of meer complementen (onderstreept), én een of meer
bepalingen (vetgedrukt):
Verder lezen
De kern van de werkwoordelijke constituent: een werkwoord of
werkwoordgroep
Dit hoofdstuk gaat vooral over de kern van de werkwoordelijke constituent. Die
bestaat in elk geval uit een hoofdwerkwoord en mogelijk één
of meer groepsvormende werkwoorden. Meer dan één werkwoord
in de kern noemen we een werkwoordgroep.
Het hoofdwerkwoord is een zelfstandig werkwoord, zoals
horen in (5), of een
koppelwerkwoord, zoals
worden in (6). Zelfstandige
werkwoorden hebben meestal een rijke betekenis, zie ook
slapen,
niezen,
afnemen,
onderzoeken,
geven en
rekenen in (1)-(4)
hierboven. Het hoofdwerkwoord is een werkwoord dat het enige werkwoord in de zin
kan zijn, zoals hoort in (5a) en
wordt in (6a); in dat geval
is het hoofdwerkwoord de persoonsvorm, oftewel het vervoegde werkwoord.
Groepsvormende werkwoorden, zoals
kunnen en
moeten in (5) en
zijn en
zullen in (6), hebben
meestal een minder rijke betekenis. Ze kunnen niet het enige werkwoord in de zin
zijn, maar hebben een ander werkwoord nodig als hun werkwoordelijke
aanvulling (of kortweg aanvulling). Sommige
groepsvormende werkwoorden hebben een voltooid
deelwoord als aanvulling (7), andere een korte of juist een lange
infinitief (8)-(9), en er is een groep werkwoorden die een voorzetselinfinitief als aanvulling kunnen hebben (10).
We gebruiken de term werkwoordconstructie voor de combinatie van een
specifiek groepsvormend werkwoord en het type aanvulling dat dat groepsvormend
werkwoord vereist.
Sommige groepsvormende werkwoorden kunnen met meer dan een van deze types
voorkomen, vaak met een duidelijk verschil in betekenis. Hebben
met
een voltooid deelwoord, bijvoorbeeld, plaatst een gebeurtenis
of stand van zaken in het verleden, zoals in (7a):
Daar hebben ze Romeinse dakpannen uit de
tweede eeuw gevonden.
Hebben kan ook een
lange infinitief als aanvulling krijgen, met andere
betekenissen, zie bijvoorbeeld:
iNou ja, ik heb verder ook
niet zoveel te
melden.
iiJe hebt het maar
te
accepteren.
Werkwoorden die traditioneel hulpwerkwoorden worden genoemd,
vormen een subset van de groepsvormende werkwoorden.
Werkwoorden met een lange infinitief: niet groepsvormend
gebruikt?
Verdieping
Werkwoorden met een lange infinitief: niet groepsvormend
gebruikt?
Sommige werkwoorden die een lange infinitief als aanvulling krijgen,
zoals proberen,
vergeten en
weigeren, hebben
daarnaast ook een niet-groepsvormend gebruik waarbij ook een lange
infinitief betrokken is. Ze fungeren dan als zelfstandig werkwoord met
een beknopte bijzin als direct object:
Weigerde is een groepsvormend
werkwoord in (ia): het vormt een werkwoordelijke eindgroep met de lange infinitief
te verlengen,
namelijk de aaneengesloten reeks weigerde te
verlengen. In (ib) daarentegen vormt
weigerde, hoewel het
onderdeel is van een bijzin, géén werkwoordelijke eindgroep met de
infinitief. Het is een zelfstandig werkwoord, met een beknopte bijzin
als direct object, eventueel voorafgegaan door
om:
(om)
drie tijdelijke constracten te
verlengen. De kern van de werkwoordelijke
constituent in de bijzin in (ia) is dus weigerde te
verlengen, terwijl die in (ib) alleen uit
weigerde
bestaat.
Eigenschappen van een werkwoordgroep
Een werkwoordgroep heeft als eigenschap dat die een werkwoordelijke
eindgroep vormt in een bijzin. Dat is een aaneengesloten, vrijwel
ondoordringbare, groep werkwoorden aan het eind van de zin, meer precies: in de
tweede pool:
Sommige werkwoordgroepen bevatten een vervangende
infinitief, ook wel infinitivus-pro-participio
(IPP) genoemd. Er wordt, onder bepaalde
voorwaarden, een korte infinitief gebruikt in plaats van een voltooid
deelwoord, zoals kunnen en
blijven in (13):
In sommige werkwoordelijke eindgroepen treedt te-wegval op.
Dit komt voor bij een aantal groepsvormende werkwoorden, zoals
durven en
zitten, die een lange
infinitief als aanvulling hebben (zie 14a en 14c). Als deze werkwoorden, zoals
in (14b) en (14d), zelf de vorm van een infinitief hebben én ze worden direct
gevolgd door hun aanvulling, dan kan
te-wegval optreden. In de
voorbeelden is dat gemarkeerd met een laag streepje: _.
(14d) is bovendien een voorbeeld van een vervangende infinitief:
zitten in plaats van
gezeten.
Groepsvormende werkwoorden verschillen in hun combinatiemogelijkheden. Sommige kunnen bijvoorbeeld alleen maar een
hoofdwerkwoord als aanvulling krijgen, maar wel zelf als aanvulling fungeren bij
een ander groepsvormend werkwoord. Dat geldt bijvoorbeeld voor
zitten in (13d). Andere
kunnen zelf juist niet als aanvulling fungeren, zoals
zou in (13b).
Er zijn soms verschillende volgordes mogelijk in de werkwoordelijk eindgroep. We
zien dit vooral bij groepsvormende werkwoorden die een voltooid deelwoord als
aanvulling krijgen:
In sommige gevallen is het mogelijk om een werkwoordelijke eindgroep te doorbreken:
Indeling van dit hoofdstuk
- 18.1 Bouw van de werkwoordelijke constituent
- 18.2 Bouw van de werkwoordgroep
- 18.3 Typen werkwoordconstructies
- 18.4 Werkwoordconstructies met voltooid deelwoord
- 18.5 Werkwoordconstructies met korte of lange infinitief
- 18.6 Werkwoordconstructies met voorzetselinfinitief
- 18.7 Combineren van groepsvormende werkwoorden
- 18.8 Volgorde in de werkwoordelijke eindgroep
- 18.9 Doorbreking van de werkwoordelijke eindgroep
Literatuur
Vandeweghe 2000, Coussé & Bouma 2022
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.1,/data/archief/ans2/e-ans/18/01/body.html |
