Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
18 De werkwoordelijke constituent
De werkwoordelijke constituent (ook wel verbale constituent genoemd) bestaat uit alle zinsdelen in een zin, behalve het onderwerp en eventuele zinsbepalingen zoals gelukkig of hopelijk.
Met zin bedoelen we hier een enkelvoudige, dus niet-samengestelde, zin.
In voorbeelden (1)-(4) staat het onderwerp steeds tussen haakjes; de rest is de werkwoordelijke constituent.
De meeste voorbeelden in dit hoofdstuk komen uit de dataset van Coussé & Bouma (2022), die gebaseerd is op het syntactisch geannoteerde deel van het Corpus Gesproken Nederlands  en het Lassy Klein-corpus , goed voor bijna twee miljoen woorden gesproken en geschreven standaardtaal. Wanneer een bepaalde constructie niet in de dataset voorkomt, is in de eerste plaats gezocht in OpenSoNaR , een referentiecorpus van vijfhonderd miljoen woorden. Wanneer ook dat corpus te klein bleek, is uitgeweken naar het nog grotere Corpus Hedendaags Nederlands , dat begin 2022 iets meer dan één miljard woorden telde. De voorbeeldzinnen zijn soms (stilzwijgend) ingekort en opgeschoond voor een vlottere leesbaarheid. Dat is in het bijzonder het geval met het gesproken taalmateriaal uit het Corpus Gesproken Nederlands. Grotere redactionele ingrepen in de voorbeelden zijn gemarkeerd met vierkante haken.
De bronvermelding wordt zichtbaar als u over het voorbeeld heen schuift. Als een bron van een documentcode is voorzien, dan kunt u klikken op de voorbeeldzin en het brondocument bezoeken via een directe link. Let op dat hiervoor in vrijwel alle gevallen een CLARIN -login vereist is.
Een werkwoordelijke constituent bestaat in elk geval uit een kern, namelijk één of meer werkwoorden.
De kern komt overeen met het werkwoordelijk gezegde, of het werkwoordelijk deel van een naamwoordelijk gezegde. Soms wordt de term werkwoordelijke of verbale constituent in de taalkundige literatuur gereserveerd voor wat wij hier de kern van de werkwoordelijke constituent noemen (bijvoorbeeld bij Vandeweghe 2000).
In de voorbeelden hieronder zijn de werkwoorden in de werkwoordelijke constituent schuingedrukt. In (1a) bestaat de kern uit één werkwoord, in (1b) uit twee, en in (1c) uit drie.
1Kern
a(De kinderen) slapen.
b(Ik) moest niezen.
CHN
c(De dreiging) lijkt te zijn afgenomen.
CHN
Naast de kern bestaat de werkwoordelijke constituent vaak ook nog uit andere elementen, waarbij we onderscheid maken tussen complementen en bepalingen. Complementen zijn meestal niet weg te laten. Het gaat om zinsdelen als het direct object, het indirect object en het voorzetselobject, onderstreept in (2).
2Kern + complement(en)
a(De politie) onderzoekt de feiten.
CHN
b(Ik) heb iedereen een klein cadeautje gegeven.
CHN
c(We) zullen op heel wat supporters kunnen rekenen.
CHN
Bepalingen kunnen vaak wel weggelaten worden, zoals de plaatsbepaling op luchtbedden in (3a), de bepaling van graad ontzettend in (3b), en de tijdsbepalingen plotseling en voorlopig in (3b-3c), allemaal vetgedrukt.
3Kern + bepaling(en)
a (De kinderen) slapen op luchtbedden.
CHN
b Plotseling moest (ik) ontzettend niezen.
CHN
c (De dreiging) lijkt voorlopig te zijn afgenomen.
CHN
In (4) staan voorbeelden van werkwoordelijke constituenten met een kern (schuingedrukt), én een of meer complementen (onderstreept), én een of meer bepalingen (vetgedrukt):
4Kern + complement(en) + bepaling(en)
aIn samenwerking met het openbaar ministerie onderzoekt (de politie) nu de feiten.
CHN
bNa de zege tegen Hamme heeft (de coach) ons een cadeautje gegeven.
CHN
c (Jimmy White) zal opnieuw op een horde fans kunnen rekenen.
CHN
Verder lezen
De kern van de werkwoordelijke constituent: een werkwoord of werkwoordgroep
Dit hoofdstuk gaat vooral over de kern van de werkwoordelijke constituent. Die bestaat in elk geval uit een hoofdwerkwoord en mogelijk één of meer groepsvormende werkwoorden. Meer dan één werkwoord in de kern noemen we een werkwoordgroep.
Het hoofdwerkwoord is een zelfstandig werkwoord, zoals horen in (5), of een koppelwerkwoord, zoals worden in (6). Zelfstandige werkwoorden hebben meestal een rijke betekenis, zie ook slapen, niezen, afnemen, onderzoeken, geven en rekenen in (1)-(4) hierboven. Het hoofdwerkwoord is een werkwoord dat het enige werkwoord in de zin kan zijn, zoals hoort in (5a) en wordt in (6a); in dat geval is het hoofdwerkwoord de persoonsvorm, oftewel het vervoegde werkwoord.
5aJe hoort de muziek.
bJe kan de muziek horen.
cJe moet de muziek kunnen horen.
6aAlles wordt duurder.
bAlles is duurder geworden.
cAlles zal duurder zijn geworden.
Groepsvormende werkwoorden, zoals kunnen en moeten in (5) en zijn en zullen in (6), hebben meestal een minder rijke betekenis. Ze kunnen niet het enige werkwoord in de zin zijn, maar hebben een ander werkwoord nodig als hun werkwoordelijke aanvulling (of kortweg aanvulling). Sommige groepsvormende werkwoorden hebben een voltooid deelwoord als aanvulling (7), andere een korte of juist een lange infinitief (8)-(9), en er is een groep werkwoorden die een voorzetselinfinitief als aanvulling kunnen hebben (10).
Sommige groepsvormende werkwoorden kunnen met meer dan een van deze types voorkomen, vaak met een duidelijk verschil in betekenis. Hebben met een voltooid deelwoord, bijvoorbeeld, plaatst een gebeurtenis of stand van zaken in het verleden, zoals in (7a): Daar hebben ze Romeinse dakpannen uit de tweede eeuw gevonden. Hebben kan ook een lange infinitief als aanvulling krijgen, met andere betekenissen, zie bijvoorbeeld:
iNou ja, ik heb verder ook niet zoveel te melden.
iiJe hebt het maar te accepteren.
We gebruiken de term werkwoordconstructie voor de combinatie van een specifiek groepsvormend werkwoord en het type aanvulling dat dat groepsvormend werkwoord vereist.
7Groepsvormend werkwoord + voltooid deelwoord
aDaar hebben ze Romeinse dakpannen uit de tweede eeuw gevonden.
CGN
bDie kisten worden soms ook als meubilair gebruikt.
CGN
cDe wagen stond voor de deur geparkeerd.
CGN
8Groepsvormend werkwoord + korte infinitief
aEindelijk kan ik weer eens lekker lezen.
CGN
bHet meeste geld moet vanuit Amerika komen.
CGN
cJij zou eigenlijk onze oude ijskast krijgen.
CGN
9Groepsvormend werkwoord + lange infinitief
aOp zondag hoef je daar geen parkeergeld te betalen.
CGN
bHij durfde blijkbaar niks te zeggen.
CGN
cZo'n broek hoort ook gewoon wijd te zijn.
CGN
10Groepsvormend werkwoord + voorzetselinfinitief
aSorry, maar ik ben nu even aan het nadenken.
CGN
bVanavond gaan we lekker uit eten.
CGN
cHaar opa ligt op sterven.
CGN
Werkwoorden die traditioneel hulpwerkwoorden worden genoemd, vormen een subset van de groepsvormende werkwoorden.
Werkwoorden met een lange infinitief: niet groepsvormend gebruikt?
Verdieping
Werkwoorden met een lange infinitief: niet groepsvormend gebruikt?
Sommige werkwoorden die een lange infinitief als aanvulling krijgen, zoals proberen, vergeten en weigeren, hebben daarnaast ook een niet-groepsvormend gebruik waarbij ook een lange infinitief betrokken is. Ze fungeren dan als zelfstandig werkwoord met een beknopte bijzin als direct object:
iaVorige week vrijdag legden de arbeiders het werk neer, omdat de directie drie tijdelijke contracten weigerde te verlengen.weigerde = groepsvormend werkwoord
CHN
bDe werknemers deden dat omdat de directie weigerde (om) drie tijdelijke contracten te verlengen.weigerde = zelfstandig werkwoord
CHN
Weigerde is een groepsvormend werkwoord in (ia): het vormt een werkwoordelijke eindgroep met de lange infinitief te verlengen, namelijk de aaneengesloten reeks weigerde te verlengen. In (ib) daarentegen vormt weigerde, hoewel het onderdeel is van een bijzin, géén werkwoordelijke eindgroep met de infinitief. Het is een zelfstandig werkwoord, met een beknopte bijzin als direct object, eventueel voorafgegaan door om: (om) drie tijdelijke constracten te verlengen. De kern van de werkwoordelijke constituent in de bijzin in (ia) is dus weigerde te verlengen, terwijl die in (ib) alleen uit weigerde bestaat.
Eigenschappen van een werkwoordgroep
Een werkwoordgroep heeft als eigenschap dat die een werkwoordelijke eindgroep vormt in een bijzin. Dat is een aaneengesloten, vrijwel ondoordringbare, groep werkwoorden aan het eind van de zin, meer precies: in de tweede pool:
11Werkwoordelijke eindgroep
aIk ben al tevreden als ik lekker kan lezen.
CHN
bHij beweerde dat hij achteraf niks durfde te zeggen.
CHN
cHet is iets waarover ik aan het nadenken ben.
CHN
dIk vind dat je de muziek moet kunnen horen.
CHN
eDe consumenten denken dat alles duurder zal zijn geworden.
CHN
Sommige werkwoordgroepen bevatten een vervangende infinitief, ook wel infinitivus-pro-participio (IPP) genoemd. Er wordt, onder bepaalde voorwaarden, een korte infinitief gebruikt in plaats van een voltooid deelwoord, zoals kunnen en blijven in (13):
12Vervangende infinitief (IPP)
aIk heb Mara niet meer kunnen bereiken.
CGN
bIk heb Mara niet meer gekund bereiken.uitgesloten
cWe zijn daar gewoon blijven zitten.
CGN
dWe zijn daar gewoon gebleven zitten.uitgesloten
In sommige werkwoordelijke eindgroepen treedt te-wegval op. Dit komt voor bij een aantal groepsvormende werkwoorden, zoals durven en zitten, die een lange infinitief als aanvulling hebben (zie 14a en 14c). Als deze werkwoorden, zoals in (14b) en (14d), zelf de vorm van een infinitief hebben én ze worden direct gevolgd door hun aanvulling, dan kan te-wegval optreden. In de voorbeelden is dat gemarkeerd met een laag streepje: _.
(14d) is bovendien een voorbeeld van een vervangende infinitief: zitten in plaats van gezeten.
13Te-wegval
aDat durf ik niet te zeggen.
CGN
bDat zou ik niet durven_zeggen.
CGN
cIk zat daar met verbazing naar te kijken.
CHN
dIk heb daar met verbazing naar zitten_kijken.
CGN
Groepsvormende werkwoorden verschillen in hun combinatiemogelijkheden. Sommige kunnen bijvoorbeeld alleen maar een hoofdwerkwoord als aanvulling krijgen, maar wel zelf als aanvulling fungeren bij een ander groepsvormend werkwoord. Dat geldt bijvoorbeeld voor zitten in (13d). Andere kunnen zelf juist niet als aanvulling fungeren, zoals zou in (13b).
Er zijn soms verschillende volgordes mogelijk in de werkwoordelijk eindgroep. We zien dit vooral bij groepsvormende werkwoorden die een voltooid deelwoord als aanvulling krijgen:
14Volgordevariatie in een tweeledige werkwoordelijke eindgroep
aIk ben blij dat we een duurzame oplossing hebben gevonden.
CHN
bIk denk dat we een goede oplossing gevonden hebben.
CHN
15Volgordevariatie in een drieledige werkwoordelijke eindgroep
a... actrice en zangeres Marlene Dietrich, die vandaag 100 jaar oud zou zijn geworden.
CHN
b... cartograaf Gerard Mercator, die dit jaar 500 jaar oud zou geworden zijn. vooral in BN
CHN
c... paralympiër Georges Vandamme, die deze dag 66 jaar oud geworden zou zijn.
CHN
In sommige gevallen is het mogelijk om een werkwoordelijke eindgroep te doorbreken:
16Doorbreking van de werkwoordelijke eindgroep
aLater ga ik piano |leren spelen|.
CHN
bIk ga nu |leren piano spelen|.
CHN
cWe moeten ons niet bang |laten maken|.
CHN
dWe zullen ons niet |laten bang maken|.
CHN
eOp 17 juni meldde de krant dat tal van tips binnen |waren gekomen|.
CHN
fHij verklaarde dat er ongeveer vijftig reacties |waren binnen gekomen|.
CHN
Literatuur
Vandeweghe 2000, Coussé & Bouma 2022
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Evie Coussé juli 2022
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997 18.1,/data/archief/ans2/e-ans/18/01/body.html
    Interessante links