18.6 Werkwoordconstructies met voorzetselinfinitief
In deze paragraaf bespreken we een groot aantal werkwoordconstructies waarbij de infinitief
voorafgegaan wordt door een voorzetsel, een zogenaamde
voorzetselinfinitief. Binnen de groep van
werkwoordconstructies met een voorzetselinfinitief onderscheiden we drie
constructionele families.
We gaan om te beginnen in op werkwoordconstructies met aan
het infinitief (18.6.1).
Dergelijke constructies drukken doorgaans aspectualiteit uit. Onderstaande
zinnen geven een eerste indruk van dit type werkwoordconstructies.
Werkwoordconstructies met voorzetselinfinitief maken geen deel uit van de
dataset van Coussé & Bouma (2022). De voorbeelden komen daarom uit
OpenSonar.
Daarnaast onderscheiden we werkwoordconstructies met uit infinitief (18.6.2).
Deze constructies drukken uit dat het onderwerp zich verwijdert van zijn of haar
normale verblijfplaats om te doen wat door de infinitief wordt uitgedrukt.
Ten slotte gaan we dieper in op werkwoordconstructies met
op infinitief (18.6.3).
Deze constructies drukken uit dat de handeling in de infinitief op het punt
staat te gebeuren (prosepectief aspect).
De werkwoordconstructies met voorzetselinfinitief hebben met elkaar gemeen dat ze verplicht
groepsvormend zijn en dat ze niet gevoelig zijn voor het IPP-effect. Het
groepsvormende werkwoordwoord (in het vet gemarkeerd) verschijnt dus als een
voltooid deelwoord in de plaats van een vervangende infinitief.
Verder lezen
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | hoofdstuk 18,/data/archief/ans2/e-ans/18/body.html; |
