18.5.4.3 Imperatief kijken met korte
infinitief
Het perceptiewerkwoord kijken komt slechts in een
specifieke context voor met een korte infinitief. Het staat
steeds in de imperatief en wordt typisch gecombineerd met
eens.
Het is een infrequente constructie die beperkt lijkt tot de
spreektaal uit Nederland.
In de data van Coussé & Bouma (2022) komt de
constructie slechts drie keer voor; uitsluitend in
het Nederlandse deel van het Corpus Gesproken
Nederlands.
Met de constructie kan de spreker de aandacht van de toehoorder direct richten op de werking in
de infinitief. De constructie drukt bovendien ook een
emotionele attitude van de
spreker uit zoals verrassing in (7a-7b) of opschepperij in
(5c).
Ook de andere perceptiewerkwoorden met een korte infinitief kunnen in principe in de imperatief
voorkomen.
In de data van Coussé & Bouma (2022) komen
zien,
horen
en
voelen
echter geen enkele keer voor in de imperatief.
Het gebruik van kijken met korte infinitief is
echter beperkt tot de imperatief en heeft daardoor het
karakter van een vaste uitdrukking.
Kijken
met korte infinitief is net als de andere
infinitiefconstructies met een perceptiewerkwoord
objectgeoriënteerd. Dat kunnen
we aflezen uit het feit dat het geïmpliceerd onderwerp in
(7c) een persoonlijk voornaamwoord is met een niet-onderwerp
vorm.De imperatiefconstructie met kijken heeft een vaste
vorm die niet toelaat te testen of het perceptiewerkwoord en
de infinitief samen een werkwoordelijke eindgroep kunnen
vormen en of de constructie gevoelig is voor het IPP-effect.
We kunnen dus zeggen dat de imperatiefconstructie met
kijken
minder vrijheid heeft om in verschillende syntactische
contexten voor te komen dan andere werkwoordconstructies met
een perceptiewerkwoord.
Imperatief kijken en horen met onderwerpsvorm
Verdieping
Imperatief kijken en horen met onderwerpsvorm
In de literatuur wordt de imperatief met kijken vaak
in één adem genoemd met de imperatief van
horen.
De imperatief van horen met een infinitief komt
nog minder vaak voor dan die van
kijken met een imperatief.
In de data van Coussé & Bouma (2022) komen
horen
met infinitief geen enkele keer voor in de
imperatief. Onderstaande voorbeelden komen daarom
uit het Corpus Hedendaags Nederlands.
Beide constructies krijgen bijzondere aandacht omdat het geïmpliceerd onderwerp van de
infinitief, als het een persoonlijk voornaamwoord
is, niet alleen als een niet-onderwerpsvorm, kan
voorkomen, zoals als in (1c) en (ia-ib), maar ook
als een onderwerpsvorm, zoals in de voorbeelden
(iia-iid).
Dergelijke voorbeelden zijn haast niet te vinden in hedendaagse corpora en op het internet.
Een systematische zoekopdracht naar
kijk ik/hij/wij
eens en
hoor ik/hij/wij
eens in het Corpus
Hedendaags Nederlands levert geen relevante
treffers op. De zoekstring
kijk
mij/hem/ons en
hoor
mij/hem/ons daarentegen
resulteert wel in enkele tientallen treffers.
Daarbij komt vooral kijk
mij/ons eens het meeste
voor.
Interessant genoeg zijn de enkele treffers
op het internet voorbeeldzinnen in taalkundige
publicaties of komen ze uit oudere bronnen. Het
lijkt er dus op dat de onderwerpsvorm bij deze
imperatiefconstructies in onbruik is geraakt. Zie
ook de SoD (2015: 931) voor dezelfde
conclusie.Literatuur
Zajicek 1970, Holierhoek 1980, Schermer-Vermeer 1985-1986, Duinhoven 1991
Verder lezen
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.4.9,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/04/09/body.html; |
