Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
21.7 De aanloop
De eerste zinsplaats, die toegankelijk is voor hooguit één zinsdeel, vormt doorgaans het begin van de eigenlijke zin. In sommige gevallen wordt de eigenlijke zin voorafgegaan door nóg een constituent (en soms zelfs twee). Zo'n constituent staat buiten het domein van de eigenlijke zin in de zogeheten aanloop:
aanloop eerste zinsplaats |eerste pool| middenstuk ...
De aanloop lijkt in dit opzicht sterk op de uitloop, die op de laatste zinsplaats volgt en zich eveneens buiten de eigenlijke zin bevindt.
De eigenlijke zin kan een verwijswoord bevatten dat naar de constituent in de aanloop terugwijst. Dit komt voor bij informeel taalgebruik:
1Een gevulde aanloop met verwijswoord in de eigenlijke zin
aEen zilvergrijze Volkswagen, die |had| Karel bovenaan zijn lijstje |gezet|.informeel
bDie zilvergrijze Volkswagen, Karel |droomde| er al maanden van |Ø|.informeel
In deze voorbeelden verwijzen die en er naar een/die zilvergrijze Volkswagen, de constituenten in de aanloop. Dat dergelijke aanloopconstituenten geen deel uitmaken van de eigenlijke zin, is vaak te horen aan de intonatie van het geheel: tussen aanloop en eigenlijke zin is sprake van een zogenaamde komma-intonatie. In de schrijftaal kan die overgang worden weergegeven met een komma.
In zinnen zoals (1a), met een aanwijzend (voornaam)woord als die op de eerste zinsplaats, kan de aanloop worden bezet door constituenten van elk type (nominaal, verbaal, adjectivisch, et cetera). Deze constituenten krijgen een contrastief accent. In zinnen zoals (1b), met het verwijswoord in het middenstuk, gaat het vrijwel altijd om een nominale constituent. De beklemtoning is daar niet contrastief. Een dergelijk onderscheid tussen beklemtoonde en onbeklemtoonde constituenten in combinatie met een verwijzing in de eigenlijke zin bestaat er bij de uitloop.
Er zijn ook aanloopzinnen zonder expliciete verwijzing in de eigenlijke zin naar de aanloopconstituent:
2Een gevulde aanloop zonder verwijswoord in de eigenlijke zin
aWat die nieuwe auto betreft, Karel |wist| dat zijn budget beperkt |was|.
bHelaas, zijn droomwagen |zat| in een veel te hoge prijsklasse |Ø|.
cHoeveel hij ook zou kunnen afdingen op de prijs, hij |zou| die auto waarschijnlijk niet |kunnen bekostigen|.
De zinnen in (2) kunnen zowel in de informele als de formele taal voorkomen. De aanloop bestaat uit een specifieke formulering (wat die nieuwe auto betreft), een adverbium (bijwoord: helaas) of een afhankelijke zin (hoeveel hij ook zou kunnen afdingen op de prijs) en het verband met de eigenlijke zin is impliciet duidelijk. Ook hierin vertoont de aanloop overeenkomsten met de uitloop.
Splitsing van aanloop en eigenlijke zin
Verdieping
Splitsing van aanloop en eigenlijke zin
De aanloop gaat in principe direct vooraf aan de eerste zinsplaats. Niettemin kan er een tussenwerpsel, aanspreking of tussenzin tussen aanloop en eerste zinsplaats staan:
iSplitsing van aanloop en eigenlijke zin: tussenwerpsels, aansprekingen of tussenzinnen
aEen zilvergrijze Volkswagen, tja, die |had| Karel bovenaan zijn lijstje |gezet|.informeel
bDie zilvergrijze Volkswagen, beste lezer, Karel |droomde| er al maanden van |Ø|.informeel
cWat die nieuwe auto betreft - dat zal jullie misschien wel verbazen - Karel |wist| dat zijn budget beperkt |was|.
dHelaas, beste lezer, nee, hij |zou| die auto ongetwijfeld niet |kunnen bekostigen|.
Dit verschijnsel heet intercalatie: de zin wordt als het ware onderbroken door een terzijde die buiten de zin staat. Zoals uit het laatste voorbeeld blijkt, kunnen meerdere intercalaties de aanloop van de eigenlijke zin scheiden: daar wordt de aanloop immers van de eigenlijke zin gescheiden door een aanspreking en een tussenwerpsel. Intercalaties kunnen ook op andere plaatsen voorkomen, zoals in het middenstuk of vlak voor de uitloop.
Ook in zinnen waarin de eerste zinsplaats niet wordt gebruikt, kan er een aanloop aanwezig zijn:
3Een constituent in de aanloop gevolgd door een lege eerste zinsplaats
aKarel, |houdt| die nu nooit eens op |Ø| over die zilvergrijze Volkswagen?informeel
bOver zilvergrijze Volkswagens gesproken, |loop| maar eens even mee|Ø| naar achteren!
De gegeven voorbeelden behoren allemaal tot zinstype 1, dat wil zeggen, tot de zinnen met een voor-persoonsvorm (voor-pv). In sommige gevallen kan ook een zin met een achter-persoonsvorm (achter-pv) voorzien zijn van een aanloop.
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 M. van de Visser augustus 2019
    Interessante links