21.7 De aanloop
De
eerste zinsplaats, die toegankelijk is voor hooguit één zinsdeel, vormt doorgaans
het begin van de eigenlijke zin. In sommige gevallen wordt de
eigenlijke zin voorafgegaan door nóg een constituent (en soms zelfs twee). Zo'n
constituent staat buiten het domein van de eigenlijke zin in de zogeheten
aanloop:
| aanloop | eerste zinsplaats | |eerste pool| | middenstuk | ... |
De aanloop lijkt in dit opzicht sterk op de uitloop, die op
de
laatste zinsplaats volgt en zich eveneens buiten de eigenlijke zin bevindt.
De eigenlijke zin kan een verwijswoord bevatten dat naar de constituent in de aanloop
terugwijst. Dit komt voor bij informeel taalgebruik:
In deze voorbeelden verwijzen die en er naar een/die zilvergrijze Volkswagen, de constituenten in de aanloop. Dat dergelijke aanloopconstituenten geen deel
uitmaken van de eigenlijke zin, is vaak te horen aan de intonatie van het geheel: tussen
aanloop en eigenlijke zin is sprake van een zogenaamde komma-intonatie. In de schrijftaal
kan die overgang worden weergegeven met een komma.
In zinnen zoals (1a), met een aanwijzend (voornaam)woord als die op de eerste zinsplaats, kan de aanloop worden bezet door constituenten van elk
type (nominaal, verbaal, adjectivisch, et cetera). Deze constituenten krijgen een
contrastief accent. In zinnen zoals (1b), met het verwijswoord in het middenstuk, gaat het
vrijwel altijd om een nominale constituent. De beklemtoning is daar niet contrastief. Een
dergelijk onderscheid tussen beklemtoonde en onbeklemtoonde constituenten in combinatie
met een verwijzing in de eigenlijke zin bestaat er bij de uitloop.
Er zijn ook aanloopzinnen zonder expliciete verwijzing in de eigenlijke zin naar de
aanloopconstituent:
De zinnen in (2) kunnen zowel in de informele als de formele taal voorkomen. De aanloop
bestaat uit een specifieke formulering (wat die nieuwe auto betreft), een adverbium (bijwoord: helaas) of een afhankelijke zin (hoeveel hij ook zou kunnen afdingen op de prijs) en het verband met de eigenlijke zin is impliciet duidelijk. Ook hierin
vertoont de aanloop overeenkomsten met de uitloop.
Splitsing van aanloop en eigenlijke zin
Verdieping
Splitsing van aanloop en eigenlijke zin
De aanloop gaat in principe direct vooraf aan de eerste zinsplaats. Niettemin kan
er een tussenwerpsel, aanspreking of tussenzin tussen aanloop en eerste zinsplaats
staan:
Dit verschijnsel heet intercalatie: de zin wordt als het ware onderbroken door een
terzijde die buiten de zin staat. Zoals uit het laatste voorbeeld blijkt, kunnen
meerdere intercalaties de aanloop van de eigenlijke zin scheiden: daar wordt de
aanloop immers van de eigenlijke zin gescheiden door een aanspreking en een
tussenwerpsel. Intercalaties kunnen ook op andere plaatsen voorkomen, zoals in het
middenstuk of vlak voor de uitloop.
Ook in zinnen waarin de eerste zinsplaats niet wordt gebruikt, kan er een aanloop
aanwezig zijn:
De gegeven voorbeelden behoren allemaal tot zinstype 1, dat wil zeggen, tot de zinnen met een voor-persoonsvorm (voor-pv).
In sommige gevallen kan ook een zin met een achter-persoonsvorm
(achter-pv) voorzien zijn van een aanloop.
Verder lezen
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | M. van de Visser | augustus 2019 |
