18.2.3 De vervangende infinitief (IPP)
Een van de bijzondere grammaticaal verschijnselen die zich in de werkwoordelijke
eindgroep kunnen voordoen, is de vervangende infinitief (infinitivus-pro-participio). Dit
verschijnsel treedt alleen op in werkwoordgroepen met een hulpwerkwoord van voltooidheid,
namelijk hebben of
zijn. Die hulpwerkwoorden selecteren
normaal gesproken een voltooid deelwoord, zoals
teruggegeven in (1a) of
aangekomen in (1b):
Maar in werkwoordgroepen zoals in (2a) en (3a) staat er een infinitief waar we misschien een
voltooid deelwoord zouden verwachten. Het voltooid deelwoord is daar niet mogelijk, zie
(2b) en (3b). Het werkwoord waar het om gaat is vetgedrukt:
Deze voorbeelden illustreren onder welke voorwaarden de vervangende infinitief op kan
treden:
- De werkwoordgroep bestaat uit minstens drie werkwoorden.
- Een daarvan is een hulpwerkwoord van voltooidheid (hebben of zijn).
- Dat heeft een werkwoordelijke aanvulling die uit ten minste twee werkwoorden bestaat.
De vetgemarkeerde werkwoorden moeten en
blijven verschijnen in de
voorbeelden niet als een voltooid deelwoord, zoals we misschien zouden
verwachten na een hulpwerkwoord van voltooidheid, maar als infinitief. Die
afwijkende vorm van het groepsvormend werkwoord noemen we een
vervangende infinitief of
infinitivus-pro-participio (kortweg IPP).
Het IPP-effect zorgt ervoor dat het groepsvormend werkwoord met zijn infinitief samen als een
reeks van twee infinitieven verschijnen. In (1a-1b) hebben we te maken met de reeks
moeten inleveren en
blijven opnemen respectievelijk. Men
spreekt daarom ook van de dubbele-infinitiefconstructie. Die reeks
infinitieven is bovendien ook steeds deel van de werkwoordelijke eindgroep. In (1a) vormen
moeten inleveren als niet-vervoegde
werkwoorden een eindgroep in de hoofdzin, terwijl blijven
opnemen in (1b) samen met het vervoegde hulpwerkwoord een
eindgroep in de bijzin vormen. Het feit dat het IPP-effect alleen voorkomt in
werkwoordelijke eindgroepen zorgt ervoor dat het fenomeen kan dienen als bijkomende
indicator van groepsvorming.
Het IPP-effect treedt slechts op wanneer de werkwoordgroep in het bereik van een hulpwerkwoord
van voltooidheid aan de volgende specifieke voorwaarden voldoet:
- Het groepsvormend werkwoord selecteert een infinitief
- De infinitief staat vlak achter het groepsvormend werkwoord
In wat volgt zullen we dieper ingaan op de voorwaarden voor het IPP-effect. Niet alle
groepsvormende werkwoorden zijn even gevoelig voor het IPP-effect, zie hiervoor paragraaf
18.3.1.2.
IPP-effect in complexe werkwoordgroepen
Verdieping
IPP-effect in complexe werkwoordgroepen
We zullen in deze paragraaf het IPP-effect uitsluitend illustreren met behulp van
zinnen met een drieledige werkwoordgroep waarbij het hulpwerkwoord van voltooidheid
vervoegd is. Het IPP-effect treedt echter ook op in langere werkwoordengroepen, zoals
in de vierledige in (i):
De voorbeeldzinnen zullen ook enkel hulpwerkwoorden van voltooidheid illustreren die
een voltooide tijd vormen. De imperfectumvorm van
hebben en
zijn kan echter ook niet-werkelijkheid
of iRrealis
18.4.1
uitdrukken, zoals eerder in (ia) en (iia-iib), en lokken in die betekenis net zo goed
het IPP-effect uit.
De irrealislezing van
hebben en
zijn heeft een wijder
semantisch bereik dan de voltooidheidslezing. We komen op
dit verschil terug in 18.7.
Het gebruik van irrealis
was met het IPP-effect, zoals in
(iib), lijkt weinig frequent te zijn.Het gebruik komt bijvoorbeeld niet voor
in de dataset van Coussé & Bouma (2022) dat gebaseerd is op twee miljoen
woorden geschreven en gesproken taal. Voorbeeld (iib) is daarom uit het veel
grotere OpenSonar-corpus gehaald.
Verder lezen
Het groepsvormend werkwoord selecteert een infinitief
Enkel groepsvormende werkwoorden die zelf een infinitief selecteren, vertonen het IPP-effect in
het bereik van een hulpwerkwoord van voltooidheid. Zinnen (2a-2d) illustreren enkele van
de groepsvormende werkwoorden die met IPP kunnen voorkomen. Het gaat meer bepaald om de
werkwoorden moeten,
blijven,
zitten en
proberen gemarkeerd in het vet. In
paragraaf 18.3.1.2 geven we een uitvoeriger overzicht van groepsvormende werkwoorden die
IPP vertonen.
Een bijzonder geval is het groepsvormend werkwoord
zijn dat in absentieve
constructies een infinitief zonder te
selecteert, zoals in (3a). In het bereik van een hulpwerkwoord van voltooidheid is de
vervangende infinitief van het werkwoord niet
zijn maar
wezen, zoals in (3b).
Groepsvormende werkwoorden die zelf een voltooid deelwoord selecteren (zoals hulpwerkwoorden van
passief of voltooidheid) vertonen geen IPP. In de standaardtaal kan enkel het semi-passief
krijgen met voltooid deelwoord 18.4.2.2 in het
bereik van een hulpwerkwoord van voltooidheid voorkomen. Zin (4) toont dat
krijgen in dat geval geen IPP
vertoont.
6Griekenland en Spanje hebben een
nationaal quotum |toegewezen
gekregen|, waarvoor de EU die hoge prijs
garandeert.
Lassy
WR-P-P-J-0000000001
Andere groepsvormende werkwoorden met voltooid deelwoord komen vooral in regionale variëteiten in
het bereik van een hulpwerkwoord van voltooidheid voor. Zinnen (5a-5b)
illustreren de afwezigheid van IPP bij de hulpwerkwoorden van passief
worden en
zijn, zoals vooral
gebruikelijk in het Belgisch-Nederlands, en zin (5c) bij het hulpwerkwoord van
voltooidheid hebben in
zuidoostelijke dialecten van het Nederlands.
De infinitief staat vlak achter het groepsvormend werkwoord
Het IPP-effect treedt enkel op als de infinitief die door het groepsvormende werkwoord is geselecteerd onmiddellijk op het groepsvormend werkwoord volgt. Groepsvormend werkwoord en infinitief moeten met andere woorden een opeenvolgende reeks van werkwoorden vormen. Dat betekent dat groepsvormende werkwoorden die van hun infinitief gescheiden zijn door bijvoorbeeld vooropplaatsing geen IPP vertonen. Vergelijk (6a), waar de infinitief vlak achter het groepsvormende werkwoord staat, met het geconstrueerde voorbeeld (6b), waar de infinitief vooropgeplaatst is.
Ook in zinnen waar de infinitief niet uitgedrukt is, vertoont het groepsvormend werkwoord geen
IPP. In zin (7a) is de infinitief
bungeejumpen in de
geconstrueerde tweede zin vervangen door een aanwijzend voornaamwoord, een
procedé dat we pronominalisatie noemen. Vergelijk met het
authentieke voorbeeld in (7b).
Literatuur
Ponten 1971, Nieuwenhuijsen 1973-1974, De Rooij 1981, Den Besten & Edmondson 1983, Van der
Meer 1990, Pardoen 1986, De Schutter 1995, 2000, IJbema 2002, Schmid 2005, Zwart 2007, Ter
Beek 2008, Koeneman et al. 2011, Coupé 2015, Augustinus 2015, Augustinus & Van Eynde
2012, 2017, Den Dikken 2018
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.1.2,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/01/02/body.html;18.5.2.1.II,/data/archief/ans2/e-ans 18/05/02/01/02/body.html |
| 01 | G. Geerts, W. Haeseryn, J. de Rooij & M.C. van den Toorn | 1984 | 8.6.2.1.II |
