18.4.3 Locatieve resultatieve constructies
De werkwoorden staan,
zitten en
liggen zijn werkwoorden van
lichaamshouding. In combinatie met een voltooid deelwoord drukken ze een
locatieve
resultatieve betekenis uit, zoals geïllustreerd in (1a-1c).
De constructies geven meer bepaald aan dat het onderwerp van de zin zich in een
bepaald toestand bevindt als resultaat van een eerdere situatie. De
houdingwerkwoorden specifiëren hierbij de manier waarop die toestand zich in de
ruimte manifesteert.
In bovenstaande zinnen is het logisch onderwerp van het voltooid deelwoord niet gemakkelijk aan
te wijzen. In (1a) is niet uitgedrukt wie de definitie van isolatie heeft
weergegeven. In (1b) is het onduidelijk of de monniken zichzelf verzameld hebben
rond de televisie of dat iemand anders dat gedaan heeft. In (1c) is het moeilijk
in te beelden dat iets of iemand het vorstendom echt heeft ingeklemd. Het ziet
ernaar uit dat de locatieve resultatieve constructies zich niet zomaar laten
classificeren als een passiefconstructie dan wel een subjectgeoriënteerde
constructie.
De drie constructies zijn vrij frequent. De open plek voor voltooide deelwoorden kan voor elk van
de constructies maar door een beperkte aantal deelwoorden ingevuld worden. De
meest voorkomende deelwoorden bij de drie werkwoorden zijn opgelijst in Tabel
1.
De cijfers gelden voor tweeledige werkwoordgroepen in de
dataset van Coussé & Bouma (2022). De tokenfrequentie geeft het
totale aantal werkwoordconstructies weer. De typefrequentie staat voor
het aantal verschillende deelwoorden in die werkwoordconstructies. De
deelwoorden komen grotendeels overeen met meest frequente deelwoorden
opgelijst in Bogaards (2019a: 70) op basis van het SoNaR-corpus. We
verwijzen naar Bogaards (2019b: 4.2) voor een volledige inventaris van
de deelwoorden die bij de drie types houdingswerkwoorden voorkomen in
het SoNaR-corpus.
Tabel 1. Meest frequente deelwoorden bij
staan,
zitten en
liggen met deelwoord
| Staan | Zitten | Liggen | |||
| vermeld | 10 | opgesloten | 5 | opgeslagen | 8 |
| opgesteld | 7 | Verstopt | 4 | begraven | 7 |
| beschreven | 5 | ingebouwd | 3 | opgebaard | 2 |
| opgenomen | 4 | gekluisterd | 2 | … | … |
| geparkeerd | 4 | gevangen | 2 | ||
| geschreven | 4 | … | … | ||
| afgebeeld | 3 | ||||
| gepland | 3 | ||||
| ingeschreven | 3 | ||||
| aangegeven | 2 | ||||
| aangeschreven | 2 | ||||
| gegrift | 2 | ||||
| uitgestald | 2 | ||||
| … | … | ||||
| Types | 31 | Types | 26 | Types | 12 |
| Tokens | 69 | Tokens | 37 | Tokens | 26 |
Locatieve resultatieve constructies zijn verplicht groepsvormend en vormen een werkwoordelijke eindgroep in bijzinnen, zoals in (2a-2b), en in het bereik van een ander groepsvormend werkwoord in hoofdzinnen, zoals in (2c-2d).
De volgorde in de werkwoordelijke eindgroep is variabel (zie 18.8). We
vinden naast vooropgeplaatste deelwoorden, zoals in (2b-2d), ook heel wat
voorbeelden van deelwoorden achter het houdingswerkwoord, vooral bij
staan en in mindere mate bij
liggen, zoals geïllustreerd
in (2a).
Boogaards (2019a: 56) rapporteert 52% achtergeplaatst deelwoord bij
staan, 30% bij
liggen en 16% bij
zitten in
OpenSonar.
De constructie komt voor in de voltooide werkwoordstijden maar vertoont
geen IPP-effect, zoals (2d) illustreert.Literatuur
Verhagen 1992, Cornelis & Verhagen 1995, Bogaards 2019a, 2019b
Verder lezen
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.2.4.III,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/02/04/03/body.html; |
