18.6.1.1 Ingressieve constructies
De meeste van de werkwoordconstructies met aan het
infinitief drukken ingressief aspect uit. Ze lichten met andere woorden de
beginfase van de situatie in de infinitief uit. We illustreren deze constructies
hier kort in deze paragraaf en verwijzen naar hoofdstuk 30 voor
een meer gedetailleerde analyse van hun aspectualiteit en hun combinatie met
werkwoorden.
De ingressieve constructies gaan, geraken, raken en
slaan met
aan het infinitief in
(1a-1d) zijn subjectgeoriënteerd . Het geïmpliceerde
onderwerp van de infinitief komt hierbij overeen met het onderwerp van de
zin.
De ingressieve constructies brengen, krijgen, maken, zetten, hebben met aan het infinitief in (2a-2e) zijn dan weer objectgeoriënteerd. Het onderwerp van de infinitief correspondeert meer bepaald met het lijdend voorwerp van de zin (onderstreept).
De objectgeoriënteerde constructies hebben een causatieve betekenis waarbij
het onderwerp van de zin het lijdend voorwerp ertoe aanzet om de handeling in de
infinitief aan te vatten.
Hebben met aan het infinitief
Verdieping
Hebben met aan het infinitief
We rekenen gevallen van hebben met
aan het infinitief
tot de ingressieve causatieve constructies op basis van hun
gelijkenissen met krijgen
met aan het infinitief.
Geconstrueerde voorbeelden in de literatuur (ia-ib) illustreren de
constructie steeds weer met de uitdrukking de motor
(weer) aan het lopen/draaien hebben.
Corpusvoorbeelden wijzen dan weer op een voorkeur van de constructie voor de uitdrukking
de poppen aan het dansen
hebben. De constructie is extreem zelden in
het taalgebruik.
In OpenSonar geeft een zoekopdracht naar
“hebben
gevolgd door de en
één tot vier woorden en aan
het infinitief” twee relevante
treffers. De zoekopdracht “aan
het infinitief gevolgd door
hebben”
geeft geen relevante treffers.
In beide gebruikscontexten lijkt hebben een variant
te zijn van het frequentere
krijgen met
aan het infinitief,
zonder een duidelijk betekenisverschil.
Opvallend is dat de open plek van alle ingressieve constructies beperkt is tot onovergankelijke infinitieven. Ze komen met ander woorden niet voor met een lijdend voorwerp.
Toch lijdend voorwerp
Verdieping
Toch lijdend voorwerp
De open plek in ingressieve constructies is beperkt tot onovergankelijke infinitieven. Toch zijn voorbeelden te bedenken waar de infinitief een lijdend voorwerp bij zich heeft, zoals (ia-ib). In OpenSonar duikt een zeldzaam voorbeeld als (ic) op.
Opvallend is dat het lijdend voorwerp in dergelijke gevallen vlak voor de infinitief moet staan
en dus de vaste eenheid tussen aan
het en de infinitief doorbreekt.
Zie 18.9.3 voor de voorwaarden van het
doorbreken van aan
het infinitief.
Plaatsing vóór aan
het infinitief is uitgesloten (iia-iic).Booij (2010: 111) argumenteert dat het lijdend voorwerp in dergelijke zinnen een syntactische eenheid vormt met de infinitief (een geval van ‘quasi-incorporatie’). Die syntactisch eenheid vormt op zichzelf een onovergankelijk predicaat.
Ingressieve constructies met aan het infinitief
zijn verplicht groepsvormend en vormen een werkwoordelijke eindgroep in
bijzinnen (3a) en hoofdzinnen (3b-3d).
Het IPP-effect blijft achterwege in het bereik van de voltooide werkwoordstijden (3c-3d).
Verder lezen
Literatuur
Van Gestel 1985, Smits 1987, Booij 2003, 2004, 2008, 2010, Van Pottelberge 2002,
Beekhuizen 2010, Lemmens 2012, Bogaards 2020
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.5.4,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/05/04/body.html;18.5.5.5,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/05/05/body.html; |
