Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
18.2.1 Bouw van de werkwoordgroep
Een werkwoordgroep heeft een interne systematiek. Die systematiek bepaalt de vormen van de werkwoorden in de werkwoordgroep, zoals persoonsvorm, voltooid deelwoord of infinitief, en de betekenisrelaties tussen de werkwoorden. De vorm van de werkwoordgroep weerspiegelt de onderlinge betekenisrelaties tussen de werkwoorden.
Verder lezen
Van hoofdwerkwoord naar werkwoordgroep
We kunnen de interne structuur van de werkwoordgroep blootleggen door stap voor stap een werkwoord toe te voegen. We vertrekken hierbij van een zin die maar één werkwoord bevat, namelijk een hoofdwerkwoord, zoals in de voorbeelden in (1).
We gebruiken de term hoofdwerkwoord voor zelfstandige werkwoorden, zoals die in (1), en koppelwerkwoorden, zoals in (i):
iOp weg naar Saint-Ghislain werd de lucht donkerder en donkerder.
CGN fv901034
Als enige werkwoord in de zin vormen de hoofdwerkwoorden de persoonsvorm in de zin: ze congrueren met het onderwerp en staan in de tegenwoordige tijd.
1Eén werkwoord
aHet regent twee dagen per jaar in Dubai.
OpenSonar
bIk lees minstens één roman in de maand.
CGN fn000120
cHij verslaat Magnus Norman in vier sets.
CGN fv600426
Wanneer we nu een tweede werkwoord toevoegen aan deze voorbeeldzinnen ontstaat een tweeledige werkwoordgroep:
2Tweeledige werkwoordgroep
aHet heeft twee dagen geregend in Dubai.
bIk ga minstens één roman in de maand lezen.
cHij kan Magnus Norman in vier sets verslaan.
Een tweeledige werkwoordgroep bestaat uit een groepsvormend werkwoord en een hoofdwerkwoord. Een groepsvormende werkwoord kan niet het enige werkwoord in de zin zijn; het heeft een werkwoordelijke aanvulling nodig. We zeggen dat het groepsvormend werkwoord een ander werkwoord selecteert: het groepsvormende werkwoord bepaalt in welke vorm het andere werkwoord verschijnt, namelijk als een voltooid deelwoord of een bepaald type infinitief. In (3a) bepaalt hebben dat geregend een voltooid deelwoord moet zijn, in (3b) selecteert ga de (korte) infinitief lezen, en in (3c) selecteert kan de (korte) infinitief verslaan.
Het groepsvormend werkwoord voegt bovendien iets toe aan de betekenis van het hoofdwerkwoord. We noemen dit bereik: het groepsvormende werkwoord heeft bereik over het hoofdwerkwoord. Daarmee bedoelen we dat de betekenisbijdrage van het groepsvormende werkwoord van toepassing is op de betekenis van het hoofdwerkwoord. Zo specificeert heeft in (3a) dat het in het verleden drie dagen geregend heeft, drukt ga in (3b) dat het de intentie is van de spreker om minstens één boek in de maand te lezen en geeft kan in (3c) aan dat de tennisspeler in staat is om zijn tegenstander in vier sets te verslaan.
Wanneer we nog een groepsvormend werkwoord toevoegen aan onze voorbeeldzinnen, krijgen we een drieledige werkwoordgroep, zoals in (3).
3Drieledige werkwoordgroep
aHet kan maar drie dagen geregend hebben in Cairo.
bIk wil minstens één roman in de maand gaan lezen.
cHij moet Magnus Norman in vier sets kunnen verslaan.
Het bijkomende groepsvormende werkwoord heeft bereik over het hoofdwerkwoord en het oorspronkelijke groepsvormende werkwoord samen: het voegt iets toe aan hun gecombineerde betekenis. Zo geeft kan in (3a) aan dat de spreker veronderstelt dat het maar drie dagen geregend heeft in Cairo, drukt wil in (5b) de wens van de spreker uit om minstens één roman in de maand te gaan lezen en voegt moet in (5c) toe dat de sprekers het waarschijnlijk acht dat de tennisspeler zijn tegenstander in vier sets kan verslaan.
De toegevoegde groepsvormende werkwoorden hebben op die manier een hoger bereik dan de oorspronkelijke groepsvormende werkwoorden. Zo zegt hebben in (3a) alleen iets over regenen terwijl kunnen bereik heeft over de gecombineerde betekenis van hebben en regenen. We noemen de combinatie van hebben en slapen de werkwoordelijke aanvulling van zullen.
De vorm van de werkwoordgroep weerspiegelt de onderlinge betekenisrelaties tussen de werkwoorden. We zagen in tweeledige werkwoordgroepen dat de vorm van het hoofdwerkwoord bepaald wordt door het groepsvormende werkwoord. Wanneer er nu twee groepsvormende werkwoorden in de werkwoordgroep zijn, bepaalt het werkwoord met het laagste bereik de vorm van het hoofdwerkwoord. In (3a) selecteert, met andere woorden, hebben het voltooid deelwoord geregend, net zoals in (2a). Het groepsvormende werkwoord met het hogere bereik bepaalt op zijn beurt de vorm van het lagere groepsvormende werkwoord. In (3a) selecteert kunnen de infinitief hebben. Het hoogste groepsvormende werkwoord zelf is nu persoonsvorm.
De werkwoordgroep: een hiërarchische structuur
De vorm- en betekenisrelaties tussen de werkwoorden in een werkwoordgroep zijn georganiseerd als een hiërarchie, zoals weergegeven in Figuur 1. Het hoofdwerkwoord van de zin bevindt zich op het laagste trapje van de hiërarchie. Het is altijd niet-vervoegd. Bovenop het hoofdwerkwoord kunnen we groepsvormende werkwoorden stapelen die stap voor stap iets toevoegen aan de betekenis van hun werkwoordelijke aanvulling; dit is weergegeven met de kaders. Elk groepsvormend werkwoord bepaalt de vorm van het werkwoord op een niveau lager in de hiërarchie; dit is weergegeven met de pijlen. Het hoogste werkwoord in de hiërarchie wordt door geen enkel ander groepsvormend werkwoord geselecteerd. Het is het vervoegde werkwoord van de werkwoordgroep.
Figuur 1. De interne structuur van de werkwoordgroep
We kunnen de hiërarchie in onze voorbeeldzinnen zichtbaar maken door middel van cijfers. Het hoogste werkwoord krijgt het cijfer ‘1’. Het cijfer voor het laagste werkwoord valt samen met het aantal werkwoorden in de werkwoordgroep. In de tweeledige werkwoordgroep in (4a) krijgt het laagste werkwoord bijgevolg het cijfer ‘2’, in de drieledige werkwoordgroep in (4b) het cijfer ‘3’ en in de vierledige werkwoordgroep (4c) het cijfer ‘4’.
De voorbeelden zijn zo gekozen dat de hiërarchie mooi weerspiegeld wordt in de werkwoordsvolgorde. Dat is echter niet altijd het geval. Zie 18.8 voor een bespreking van de volgorde in de werkwoordelijke eindgroep.
4Hiërarchische structuur
aHij kan1 Magnus Norman in vier sets verslaan2.
bHij moet1 Magnus Norman in vier sets kunnen2 verslaan3.
cHij zou1 Magnus Norman in vier sets moeten2 kunnen3 verslaan4.
Het bepalen van het hoogste werkwoord in een werkwoordgroep is relatief eenvoudig. Het is immers altijd het vervoegde werkwoord van de zin. Dat kenmerk kan ons helpen om de verdere interne structuur van de werkwoordgroep bloot te leggen. Als we het vervoegde werkwoord weghalen uit een werkwoordgroep, zal het volgende groepsvormende werkwoord in de hiërarchie het hoogste werkwoord worden en als vervoegd werkwoord verschijnen. We kunnen die weglatingstest stap voor stap illustreren met (5a-5d).
5Bepalen van hiërarchische structuur
aHij zou1 Magnus Norman in vier sets moeten2 kunnen3 verslaan4.
bHij moet1 Magnus Norman in vier sets kunnen2 verslaan3.
cHij kan1 Magnus Norman in vier sets verslaan2.
dHij verslaat1 Magnus Norman in vier sets.
Het hoogste werkwoord in de vierledige werkwoordgroep in (5a) is het vervoegde werkwoord zou. Wanneer we dat werkwoord weglaten, zoals in (5b), dan verschijnt moet als vervoegd werkwoord. Het moet dus in (5a) precies een trapje lager in de hiërarchie staan in het bereik van zou. Wanneer we het vervoegde moet weglaten dan verschijnt kan als vervoegd werkwoord in (5c). Dat groepsvormende werkwoord moet dus nog een trapje lager staan in (7a) in het bereik van zowel moeten als zullen. Wanneer we ten slotte ook het vervoegde moet weglaten, blijft nog slechts één werkwoord over in (7d). Dat is het hoofdwerkwoord verslaat, dat nu niet langer deel is van een werkwoordgroep en zelf als vervoegd werkwoord optreedt.
Literatuur
Vandeweghe 2000: 206, Klooster 2001: 56
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Evie Coussé juli 2022
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997 18.5.1.1,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/01/01/body.html
    1.0 G. Geerts, Walter Haeseryn, J.J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1984 8.6.1
    Interessante links