18.4.2.1 Worden, zijn met passief deelwoord
De groepsvormende werkwoorden worden en
zijn in combinatie met een
passief deelwoord dragen bij tot het markeren van passieve zinnen
22 ,
zoals geïllustreerd voor worden in
(1a-1b) en voor zijn in (1c-1d). Het
zijn met andere woorden passiefconstructies.
Het groepsvormend werkwoord worden staat traditioneel
bekend als hulpwerkwoord van het passief.
Over de status van zijn in
passieve zinnen bestaat in de literatuur debat. Meer hierover in de
verdiepingsstukjes verderop in deze paragraaf.
Beide passiefconstructies horen tot de frequentste werkwoordconstructies
van het Nederlands. We gaan in wat volgt in op hun gebruik in passieve zinnen,
hoe ze onvoltooid en voltooide werkwoordstijden vormen en bespreken enkele
indicatoren voor groepsvorming.Verder lezen
Passief gebruik
Werkwoordconstructies bestaande uit worden of
zijn met passief deelwoord
markeren passieve zinnen
22 .
Passiefconstructies kenmerken zich door het feit dat het logisch onderwerp van
het hoofdwerkwoord niet uitgedrukt is.
Als onderwerp of lijdend voorwerp, soms wel als optionele
door-bepaling
Bij echte passieven komt het logisch lijdend
voorwerp overeen met grammaticaal onderwerp van de zin, zoals in (2a-2b),
terwijl er bij onechte passieven geen uitgedrukt
grammaticaal onderwerp is, zoals in (2c).We verwijzen naar hoofdstuk
22 voor een uitvoerige beschrijving van passieve zinnen en hun
kenmerken.
Is zijn met deelwoord een
echte passief?
Verdieping
Is zijn met deelwoord een
echte passief?
In de literatuur bestaat onenigheid over de vraag of
zijn met deelwoord
een echte passief vormt. Het antwoord op die vraag hangt uiteraard samen
met hoe men een passief definieert. Cornelis & Verhagen (1995)
argumenteren dat enkel zinnen met
worden en een
deelwoord een echte passieve tegenhanger van actieve zinnen vormen omdat
enkel in dergelijke zinnen de uitvoerder van de handeling steeds in
gedachten aanwezig is (zelfs als die niet expliciet uitgedrukt is). Bij
zinnen met zijn en een
deelwoord daarentegen is de gedachte aan een uitvoerder wel mogelijk
maar niet altijd noodzakelijk. Daarom is de constructie volgens Cornelis
& Verhagen (1995) geen echte passief.
Onvoltooide en voltooide werkwoordstijden
Passiefconstructies met worden en
zijn vormen verschillende
werkwoordstijden. De worden-passief
komt hoofdzakelijk voor in de onvoltooide werkwoordstijden. Zinnen (3a-3b)
illustreren de onvoltooid tegenwoordige en verleden tijd van de
worden-passief.
De constructie komt een enkele keer voor met een bijkomend hulpwerkwoord van voltooidheid, zoals
geïllustreerd in (4a-4b).
In de data van Coussé & Bouma (2022) komt de vorm slechts drie keer
voor op twee miljoen woorden.
Het is vooral een kenmerk van het Belgisch-Nederlands.
De dialectkaart van Barbiers et al. (2008: 41) toont dat het verschijnsel
vooral in het zuiden van het taalgebied voorkomt maar dat het ook in de
rest van het taalgebied sporadisch geattesteerd is.
De zijn-passief wordt traditioneel beschouwd als de
voltooide tegenhanger van de
worden-passief. Op die manier vormt
(5a) de voltooid tegenwoordige tijd van (3a) en (5b) de voltooid verleden tijd
van (3b).
Is zijn een passief deelwoord?
Verdieping
Is zijn een passief deelwoord?
Traditioneel wordt zijn met passief deelwoord als de
voltooide tegenhanger van
worden met passief
deelwoord beschouwd. Men gaat er dan van uit dat
zijn een
hulpwerkwoord van voltooidheid is bij een
verzwegen passief hulpwerkwoord
geworden, zoals
geïllustreerd met (ia-ib) die een gereduceerde vorm voorstellen van de
volle vormen in (4a) en (4b).
Die ellipsanalyse sluit echter niet goed aan bij de taalfeiten. Om te beginnen komt de omschreven
volle vorm is geworden maar
zelden voor in de standaardtaal.
In de data van Coussé & Bouma (2022) komt de vorm slechts
drie keer voor op twee miljoen woorden.
In regionaal taalgebruik en sommige dialecten komt wel een
omschreven vorm voor maar daar vinden we vooral is
geweest in de plaats van
is geworden (zie
Barbiers et al. 2008). Daarnaast is de omschreven vorm met
is geworden later
ontstaan dan passieve constructies met enkel
zijn of
worden (zie Van der
Wal 1989).Groepsvorming
Passiefconstructies zijn verplicht groepsvormend. Het groepsvormend werkwoord en het passief deelwoord vormen steeds een werkwoordelijke eindgroep in bijzinnen (7a-7b) en in het bereik van een ander groepsvormend werkwoord in hoofdzinnen (7c-7d).
De onderlinge volgorde van groepsvormend werkwoord en passief deelwoord in de tweeledige
werkwoordelijke eindgroep is niet vast (zie 18.8).
Zinnen (6a) en (6c) illustreren hoe het deelwoord vóór respectievelijk
worden en
zijn staat. Zin (6d) toont
dan weer een achtergeplaatst deelwoord. Beide volgordevarianten zijn relatief
evenwichtig verdeeld in het taalgebruik.
De Sutter (2005: 258) rapporteert 43% achtergeplaatst deelwoord bij
worden-passieven en
70% bij zijn-passieven in
het CONDIV-corpus.
Passiefconstructies zijn als constructies met een deelwoord ongevoelig voor het IPP-effect. Zowel
worden als
zijn met een passief
deelwoord komen zelden voor in de voltooide werkwoordstijden. Het gebruik
hiervan is vooral beperkt tot het Belgisch-Nederlands.
Literatuur
Van Es 1970, Kirsner 1976, Hoekstra & Moortgat 1979, Van der Wal 1986, Duinhoven 1989,
Verhagen 1990, 1992, Cornelis & Verhagen 1995, Cornelis 1994, 1995, 1996,
1997, Verrips 1996, Onrust 1997, Barbiers et al. 2008, De Haan 2000, Van
Schaik-Radulescu 2011, Beliën 2016, Rawoens & Johansson 2016, Johansson
& Rawoens 2019
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.2,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/02/body.html; |
