18.5.4 Objectgeoriënteerde constructies
In deze paragraaf verzamelen we een reeks werkwoordconstructies waarbij het
geïmpliceerd onderwerp van het hoofdwerkwoord overeenkomt met het direct object
van de zin. Het zijn met andere woorden objectgeoriënteerde
constructies. We kunnen dat verschijnsel het beste illustreren met zinnen als
(1a-1c) waarbij het geïmpliceerd onderwerp van de infinitief (onderstreept) een
persoonlijk voornaamwoord is. In een objectgeoriënteerde constructie verschijnt
een dergelijk voornaamwoord met een niet-onderwerpsvorm als
mij,
me of
hem in de plaats van een
onderwerpsvorm als ik of
hij. 5.2.6
We bespreken om te beginnen werkwoordconstructies met een perceptiewerkwoord.
Perceptiewerkwoorden worden frequent met een korte infinitief gecombineerd,
zoals geïllustreerd in (2a-2c).
Daarnaast kunnen diezelfde perceptiewerkwoorden soms ook met een voltooid
deelwoord gecombineerd worden, zoals in (3a-3c). In vergelijking met
infinitiefconstructies hebben de deelwoordconstructies beperktere
gebruiksmogelijkheden.
Het perceptiewerkwoord kijken komt
enkel als imperatief voor samen met een korte infinitief, zoals in (4a-4b). Het
is een zeldzame constructie die beperkt is tot de spreektaal van Nederland.
Naast perceptiewerkwoorden kunnen ook de causatieve werkwoorden
laten en
doen objectgeoriënteerde
constructies vormen. In combinatie met een korte infinitief vormen deze
groepsvormende werkwoorden gewoonlijk een causatiefconstructie, zoals
geïllustreerd in (5a-5b).
Daarnaast komen laten en
doen met korte infinitief
in bepaalde contexten met een niet-causatieve betekenis voor, zoals in
(6a-6c).
Behalve de werkwoordconstructies met perceptiewerkwoorden en causatieve
werkwoordconstructie zijn er nog enkele andere objectgeoriënteerde constructies
die niet algemeen verspreid zijn over het gehele taalgebied.
Vinden met korte infinitief
(7a), hebben met korte infinitief
(7b) en weten met lange infinitief
(7c) komen hoofdzakelijk in het Nederlands-Nederlands voor terwijl
weten met korte infinitief
(7d) beperkt is tot het Belgisch-Nederlands.
Alle objectgeoriënteerde constructies zijn verplicht groepsvormend (voor zover ze
voorkomen in de bijzin of in het bereik van een ander groepsvormend werkwoord).
Zinnen (8a-8d) tonen dat de constructies een ondoordringbare werkwoordelijke
eindgroep vormen aan het einde van de zin.
Objectgeoriënteerde constructies vertonen ook over het algemeen verplichte IPP
(indien het groepsvormend werkwoord een infinitief selecteert en voorkomt in de
voltooide werkwoordstijd). Het IPP-effect is geïllustreerd in zin (8d).
In de volgende subparagrafen bespreken we de vorm, betekenis en gebruik van de
individuele objectgeoriënteerde constructies in meer detail.
Verder lezen
- 18.5.4.1 Zien, horen, voelen met korte infinitief
- 18.5.4.2 Voelen, zien, horen met voltooid deelwoord
- 18.5.4.3 Imperatief kijken met korte infinitief
- 18.5.4.4 Causatief laten, doen met korte infinitief
- 18.5.4.5 Imperatief laten met korte infinitief
- 18.5.4.6 Omschrijvend doen met korte infinitief
- 18.5.4.7 Vinden met korte infinitief
- 18.5.4.8 Hebben met korte infinitief
- 18.5.4.9 Weten met korte of lange infinitief
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | hoofdstuk 18,/data/archief/ans2/e-ans/18/body.html; |
