Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
18.5.3.3 Gaan met korte infinitief
Gaan met korte infinitief is een erg frequente subjectgeoriënteerde constructie. De constructie wordt om te beginnen gebruikt met een ruimtelijke betekenis waarbij het onderwerp van de zin zich verplaatst om vervolgens de handeling in de infinitief uit te voeren.
1aJa, toen belde ze zeg maar op naar zo'n mannetje en die ging zo kijken en die kwam terug en die zei in één keer drie vijfennegentig.
bDe Nederlandse overheid geeft financiële hulp aan mensen die weer gaan wonen in het land waar ze oorspronkelijk vandaan komen.
Daarnaast drukt de constructie een ingressief aspect uit waarbij de nadruk ligt op de beginfase van de situatie waar de infinitief naar verwijst.
2aDus als we nou heel erg snel gaan praten dan wordt ’t een stuk moeilijker voor jou.
bIk ga zelfs twijfelen of 't een man is of een vrouw.
Ten slotte kan de constructie ook gebruikt worden als toekomstaanduider.
3aGaan jullie nog wat leuks doen in 't weekend dan?
bIk vermoed dat die voorstelling een uur, anderhalf uur gaat duren maar niet langer.
Toekomende tijd of toekomstaanduider?
Verdieping
Toekomende tijd of toekomstaanduider?
Verkuyl & Broekhuis (2013) en meer uitgebreid de SoD (2015: 6.4.1.V) argumenteren dat gaan op zichzelf geen toekomende tijd uitdrukt maar louter een aspectueel werkwoord is. Colleman (2000) suggereert dan weer dat gaan met korte infinitief geen deel uitmaakt van het systeem van de werkwoordstijden (zie 2.4.8) maar wel als toekomstaanduider beschouwd kan worden.
Betekenis
Gaan met korte infinitief drukt om te beginnen een ruimtelijke betekenis uit. De constructie geeft meer bepaald aan dat het onderwerp van de zin zich verplaatst om de handeling in de infinitief uit te voeren. Net als bij komen met korte infinitief hebben we dus te maken met een verplaatsing die gevolgd wordt door de werking uitgedrukt in de infinitief.
De SoD (2015: 1022) suggereert dat het ruimtelijke gebruik gaan met korte infinitief een typisch verplaatsing weg van het deiktische centrum (d.w.z. het ‘hier en nu’ van de spreker en toehoorder) inhoudt terwijl het ruimtelijk gebruik van komen met korte infinitief een verplaatsing naar het deiktische centrum impliceert.
4Ruimtelijke betekenis ‘zich verplaatsen om werking in de infinitief uit te voeren’
aWant ik denk wel 'ns ooit die mensen zitten de hele dag op 'r kamer en dan gaan ze om tien uur effe in de zaal een kopje koffie drinken en om drie uur gaan ze effe een kopje thee drinken.
bBert De Vroey ging praten met aartsbisschop Monsengwo.
cNet als vroeger op ballet ging ik achter de paal staan om niet mee te hoeven doen.
Daarnaast wordt de constructie gebruikt om nadruk te leggen op de beginfase van de situatie beschreven in de infinitief. We spreken van ingressief aspect. De ingressieve betekenis kan optreden als bijbetekenis bij het ruimtelijke gebruik van de constructie, zoals in (4a-4c). Na de verplaatsing van het onderwerp gaat immers de situatie waar de infinitief naar verwijst van start. Gaan met infinitief kan echter ook ingressief aspect uitdrukken zonder dat er sprake is van een verplaatsing, zoals in (5a-5c).
Gaan met infinitief verschilt hierin van komen met infiniet waarbij het ingressieve aspect niet zonder ruimtelijke betekenis kan voorkomen.
5Ingressief aspect ‘beginnen, overgaan tot’
aEn dat koeien zo in vervoering geraken van 's mans Kleine Nachtmuziek dat ze spontaan meer melk gaan geven – wat ik niet met mijn eigen ogen heb kunnen aanschouwen.
bSommige mensen gaan zich onder invloed van alcohol agressief gedragen.
cHij lag heel tevreden daar op de kleine witte stenen van het plaveisel haast alsof hij ging slapen.
Ten slotte kan gaan met infinitief ook fungeren als een toekomstaanduider. Die toekomstlezing kan optreden als bijbetekenis bij het ruimtelijke en ingressieve gebruik van gaan met korte infinitief. De situatie beschreven in de infinitief strekt zich immers uit vanaf een bepaald punt in een daarachter gelegen tijdsruimte. Is dat punt het spreekmoment dan is die tijdsruimte de toekomst en heeft gaan met korte infinitief dus ook futurale betekenis. Gaan met korte infinitief kan ook als toekomstaanduider fungeren zonder dat er sprake is van een verplaatsing. De constructie verwijst naar een toekomstige situatie die op één of andere manier wortels heeft in het heden. We maken een onderscheid tussen drie typische gebruiken.
Deze indeling is gebaseerd op Van Olmen & Mortelmans (2009)
Ten eerste kan de constructie nadruk leggen op het voornemen ( intentie 28.2.3 ) van de spreker om de werking in de infinitief uit de voeren. Het onderwerp is in dat geval typisch een deelnemer in de taalhandeling en verschijnt als een persoonlijk voornaamwoord in de eerste persoon in meedelende zinnen (ik of wij) of in de tweede persoon in vraagzinnen (jij of jullie).
6Toekomstaanduider ‘intentie hebben, van plan zijn’
a'k Heb ook nog nooit geblowd en dat ga 'k ook nooit doen.
bNee, ik ga echt niet op Amergaard werken, absoluut niet.
cWat gaan jullie nou trouwens doen met die vrije proef?
dMaar jij gaat ook zo trouwen?
Ten tweede kan de constructie benadrukken dat de situatie beschreven in de infinitief onmiddellijk volgt op het spreekmoment. De spreker kondigt hierbij op neutrale wijze een situatie aan die in de nabije toekomst te gebeuren staat.
7Toekomstaanduider ‘te gebeuren staan, op handen zijn’
aWant ik ben nu net bezig of ik ga net beginnen met dat karwei.
bJa, nou daar ging je me net wat over vertellen.
cCorner van Bergkamp. Gaat nu direct komen. Daar gaat inderdaad Makaay naar de eerste paal. Bal wordt te kort gespeeld.
dPieter Van Den Hoogenband die gaat erlangs en dit gaat een gigantische sensatie worden.
Ten derde kan een spreker met de constructie een voorspelling uitspreken dat een situatie in de toekomst zal gebeuren. De spreker baseert zich hierbij op concrete tekens in het heden of zijn of haar huidige kennis van de wereld. Dergelijk gebruik is typisch voor uitspraken over het weer (8c) waarbij de spreker zich baseert op het weerbericht of observatie van de omgeving.
8Toekomstaanduider ‘voorspellen, verwachten'
aDat vrees ik dat ie wel gaat doen.
bIk vermoed dat die voorstelling een uur anderhalf uur gaat duren maar niet langer.
c't Zag er heel erg uit of het ging regenen.
Open plek voor werkwoorden
Gaan met korte infinitief is een erg frequente constructie die met uiteenlopende infinitieven wordt gecombineerd. Tabel 1 geeft een overzicht van de infinitieven die het vaakst voorkomen in de open plek van de constructie.
De cijfers gelden voor tweeledige werkwoordgroepen in de dataset van Coussé & Bouma (2022). De tokenfrequentie geeft het totale aantal werkwoordconstructies weer. De typefrequentie staat voor het aantal verschillende infinitieven in die werkwoordconstructies.
Tabel 1. Meest frequente infinitieven bij gaan
Gaan
doen 255
kijken 93
zitten 72
zeggen 53
maken 49
werken 48
zijn 46
eten 38
praten 28
staan 28
geven 26
hebben 26
kopen 26
Types 685
Tokens 2476
Veel van de werkwoorden in de tabel verwijzen naar een activiteit (doen, kijken, werken, praten). Onderstaande zinnen illustreren hoe activiteitswerkwoorden in principe compatibel zijn met een ruimtelijke interpretatie (9a), een ingressieve aspectuele betekenis (9b) en een toekomstlezing (9c).
9Activiteit
aDie gingen altijd boodschappen doen bij Albert Heijn.
bEn toen gingen ze toch effetjes moeilijk doen.
c'k Heb ook nog nooit geblowd en dat ga 'k ook nooit doen.
Daarnaast zien we in de tabel een paar houdingswerkwoorden opduiken (zitten, staan). Constructies met houdingswerkwoorden kunnen zowel een ruimtelijke lezing (10a-10b ) als ingressieve lezing (10c-10d) krijgen. In de ingressieve lezing vormen de collocationele patronen gaan zitten, staan, zitten een vaste manier om het innemen van een nieuwe lichaamshouding uit te drukken.
In regionale varianten van het Belgisch-Nederlands gebruikt men hiervoor de causatieve tegenhangers van de houdingswerkwoorden zetten, stellen, leggen in combinatie met een reflexief pronomen (bv. zet u ‘ga zitten’).
Zinnen (10e-10f) ten slotte hebben niet langer een ruimtelijke en ingressieve lezing maar drukken uit dat het aanhouden van een bepaalde lichaamshouding zich in de toekomst zal afspelen.
Merk ook op dat (10e-10f) een ondertoon van irritatie in zich dragen. Vergelijk met zitten, staan, liggen met lange infinitief die ook emotionele attitude kan uitdrukken.
10Houding
aNou, dan ga ik wel alleen beneden zitten.
bDus ik ging ergens anders staan aan de andere kant.
cBedoeling is dat de patiënt voor deze lamp gaat zitten.
dGa liggen, zei hij, want ik moet u onderzoeken.
eIk ga hier niet de hele avond met haar zitten.
fMaar ik ga niet in m'n uppie in Texel in een tentje liggen.
De tabel bevat ook een aantal eindpuntgebeurens (zeggen, maken, kopen). De overgangsbetekenis van deze werkwoorden maakt ze niet geschikt voor een ingressieve interpretatie. Ze komen evenwel voor met een ruimtelijke betekenis (11a) en een toekomstlezing (11b-11c).
11Eindpuntgebeuren
aNa een uitzonderlijk lange sessie ging de slungel grieperig medicijnen kopen om de hoek.
bVrouwen genieten juist van urenlang rondsnuffelen zonder van tevoren te weten wat ze gaan kopen, aldus de onderzoeker.
cNou, dat zal 'k wel, maar ik ga geen bloes kopen van zeshonderd piek.
Ten slotte vinden we in de tabel ook de toestandswerkwoorden hebben en zijn. Deze werkwoorden zijn niet compatibel met een ruimtelijke of ingressieve interpretatie. Ze fungeren dus uitsluitend als toekomstaanduiders. Het gebruik van hebben, zijn maar ook andere toestandswerkwoorden als weten (12c) of een zelfstandig gebruikt werkwoord van modaliteit (12d) zijn vooral beperkt tot het Belgisch-Nederlands.
Van Bree (1997), Van der Horst & Van der Horst (1999) en Kraaikamp (2009) observeren dat het gebruik wel ingang begint te vinden bij jongere sprekers van het Nederlands-Nederlands. De Schutter (2004) geeft aan dat het gebruik vroeger ook minder verspreid was in het Belgisch-Nederlands en vooral beperkt was tot het westen van Vlaanderen.
12Toestand
aAls we vrijdagavond naar de Gentse feesten gaan, dan gaan we niet op tijd terug zijn zaterdagmorgen, hè. in BN
bMet alle vaste activa waarmee wij gaan werken, ga je in principe een restwaarde hebben, hè. in BN
cDie gaat dat niet weten. in BN
dDus als Kasparov iets totaal nieuws doet, gaat de computer normaal gezien dat moeilijk kunnen. in BN
Wat opvalt bij alle werkwoorden in de tabel is dat ze typisch met een bezield onderwerp gecombineerd worden.
Dat geldt in mindere mate voor het toestandswerkwoord zijn.
Die voorkeur voor werkwoorden met een bezield onderwerp is echter niet absoluut. Gaan met korte infinitief kan wel degelijk voorkomen met werkwoorden die typisch een onbezield onderwerp nemen (13a-13b).
13Onbezield onderwerp
aIedereen heeft er wel een mening over maar niemand kan voorspellen wat er echt gaat gebeuren.
CGN fn000265
bHij zou van de week even zeggen wat het gaat kosten.
CGN fn000762
cOh ja, ik wil naar Wally maar dat gaat morgen natuurlijk niet lukken.
CGN fn008036
Dubbel gaan
Verdieping
Dubbel gaan
In het Belgisch-Nederlands wordt gaan met korte infinitief frequent gecombineerd met hebben, zijn en in mindere mate met andere toestandswerkwoorden alsweten en zelfstandig gebruikte modale werkwoorden. Dat gebruik begint ook stilaan opgang te vinden in het Nederlandse Nederlands. Een andere infinitief die in het Belgisch-Nederlands voorkomt maar nagenoeg uitgesloten is in het Nederlands-Nederlands is gaan (inclusief afleidingen en samenstellingen).
iaGa jij nu eigenlijk naar Werchter gaan? in BN
CGN fv400500
bDan hebben we 't van eerste keer afgelast omdat er maar vier mensen echt gingen meegaan. in BN
CNG fv400363
cMaar als ze in de problemen geraken dan gaan ze 't zelfste lot ondergaan van Borremans. in BN
CGN fv600228
Combinaties met groepsvormende werkwoorden
Het groepsvormend werkwoord gaan kan met heel wat andere groepsvormende werkwoorden gecombineerd worden in een complexe werkwoordgroep. De algemene principes voor het combineren van groepsvormende werkwoorden worden besproken in 18.6. Hier gaan we dieper in op het feit dat de combinatiemogelijkheid van gaan een opvallend verschil vertoont in het Nederlandse en het Belgisch-Nederlands.
14aHier kan je ook onder gaan zitten.
bDie is gewoon even boodschappen met 'm gaan doen.
De combinatie van voltooid zijn met een ruimtelijk gebruikt gaan met korte infinitief lijkt in vorm en betekenis sterk op de absentieve constructie zijnmet korte infinitief. 18.5.3.4 De ruimtelijke interpretatie van gaan met infinitief drukt alleen uit dat het onderwerp zich verplaatst om de handeling in de infinitief uit te voeren. Het absentieve zijn met korte infinitief drukt de bijkomende betekenisnuance uit dat het onderwerp na de verplaatsing een tijdlang de handeling in de infinitief uitvoert om zich ten slotte terug te begeven naar de uitgangspositie.
Dat ingebedde gebruik is enkel mogelijk wanneer gaan een ruimtelijke of ingressieve betekenis heeft.
Zie ook SoD (2015: 6.4.1.V) voor dit punt.
Daarnaast heeft gaan in mindere mate ook bereik over andere groepsvormende werkwoorden. In het gesproken Nederlands heeft gaan bereik over progressieve aspectuele werkwoorden (15a), causatieve werkwoorden (15b) en het passieve worden (15c).
15aIk denk dat zo iemand sensatie wil maken dus de boel gaat zitten verzieken gewoon.
CGN fn000722
bJa, ik denk, ik ga 'm ook niet zesendertig keer laten overgaan dus na vier of vijf keer heb ik neergelegd.
CGN fn000628
cDit is de corner van de Fransen die genomen gaat worden van de rechterkant van ‘t veld door Johan Micoud.
CGN fn007446
Dat is een relatief laag bereik in overeenstemming met het aspectuele betekenis van gaan met korte infinitief. In het gesproken Belgisch-Nederlands heeft gaan bereik over meer types groepsvormende werkwoorden. Naast de werkwoorden in (15a-15c) heeft het werkwoord ook bereik over zichzelf (16a), over dynamische modale werkwoorden (16b) en over hulpwerkwoorden van voltooidheid (16c).
16aIk ga vanavond een pint gaan pakken maar da’s nog niet voor direct. in BN
CGN fv701011
bGoh, ik dacht, ik ga een verhaal kunnen vertellen van tien minuten. in BN
cJa, want anders dan gaan we niet erg veel gebabbeld hebben. in BN
CGN fv701011
Dergelijk hoog bereik is uitgesloten voor aspectuele werkwoorden maar past wel bij het puur futurale gebruik van gaan.
Relatie futuraal gaan vs. zullen
Als toekomstaanduider komt gaan met korte infinitief deels overeen in gebruik met zullen met korte infinitief. Onderstaande voorbeelden illustreren een haast identiek gebruik van gaan en zullen met korte infinitief.
17aWat gaan ze nou hiermee doen?
CGN fn008003
bWat zal dat met mij allemaal doen?
CGN fn009146
Nader onderzoek laat echter zien dat het futurale gaan en zullen een verschillend gebruiksprofiel hebben. Tabel 2 geeft een overzicht van de taalinterne en taalexterne factoren die de voorkeur voor futuraal gaan dan wel zullen stimuleren in het Corpus Gesproken Nederlands.
Tabel 2. Factoren die de keuze voor futuraal gaan dan wel zullen stimuleren in gesproken Nederlands (Fehringer 2017: 380)
Futuraal gaan Futuraal zullen
Type toekomst Nabije toekomst Niet-nabije toekomst
Type infinitief Activiteit Niet-activiteit, zijn/hebben, gaan
Bezieldheid onderwerp Bezield Onbezield
Persoon onderwerp Tweede, derde persoon Eerste persoon
Modaal partikel Afwezig Aanwezig
Zinstype Bijzin Hoofdzin
Regionale variëteit Belgisch-Nederlands Nederlands-Nederlands
Sommige van de factoren die het gebruik van gaan met korte infinitief stimuleren, zijn al in deze paragraaf aan bod gekomen. Zo hebben we al opgemerkt dat de constructie kan verwijzen naar een situatie die te gebeuren staat in de nabije toekomst. Daarnaast wordt de constructie frequent gecombineerd met werkwoorden die een activiteit beschrijven. Daarbij viel op dat die werkwoorden typisch een bezield onderwerp bij zich hadden. Ten slotte hebben we aangetoond dat de constructie frequenter voorkomt in het Belgisch-Nederlands en dat het daar ook bredere gebruiksmogelijkheden heeft. Deze kenmerken blijken ook het futuraal gebruik van gaan met korte infinitief te onderscheiden van zullen met korte infinitief.
Groepsvorming
Gaan met korte infinitief is verplicht groepsvormend. De constructies vormt dus een werkwoordelijke eindgroep in bijzinnen (18a-18b) en hoofdzinnen (18c).
18aOp de middelbare school had je toen iets van nou God nu weet ik wat ik met m'n leven |ga doen|?
bDe bedoeling is dat 't meer een Montmartre-sfeer |moet gaan uitstralen|.
cIk heb één tentamen gedaan en ben toen me |gaan uitschrijven|.
De korte infinitief staat in de werkwoordelijke eindgroep steeds achter het groepsvormende werkwoord. In de voltooide werkwoordstijden (18c) verschijnt het groepsvormende gaan als vervangende infinitief (in het vet gemarkeerd).
Verder lezen
Literatuur
Niekerk 1972, Brisau 1975, Baert & De Meersman 1981, Haegeman 1983, 1990, De Rooij 1985, 1986, Ten Cate 1991, Van Bree 1997, Van der Horst & Van der Horst 1999, Decroos 2000, Colleman 2000, Beheydt 2005, Hilpert 2008, Van Olmen & Mortelmans 2009, Kraaikamp 2009, De Schutter 2010, Wijers 2012, Verkuyl & Broekhuis 2013, Boogaart 2013, Fehringer 2017
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Evie Coussé juli 2022
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997 18.5.4.3.iii,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/04/03/03/body.html;
    Interessante links