21.6 De laatste zinsplaats
De laatste zinsplaats volgt direct op de tweede pool en sluit daarmee de eigenlijke
zin af. Buiten de eigenlijke zin kan de laatste zinsplaats alleen
worden gevolgd door een eventuele uitloop:
| eerste zinsplaats | |eerste pool| | middenstuk | |tweede pool| | laatste zinsplaats |
In tegenstelling tot de eerste zinsplaats kan de laatste zinsplaats in elk
van de vier zinstypen voorkomen. Daarnaast kan de laatste
zinsplaats, evenals het middenstuk, meer dan één zinsdeel bevatten. Voorbeelden
zijn:
De laatste zinsplaats wordt uitsluitend gevuld door afhankelijke zinnen, zoals
geïllustreerd in (1a) en (2b), en adpositieconstituenten, zoals in (1b) en (2a).
Afhankelijke zinnen op de laatste zinsplaats kunnen de functie van subject
(onderwerp), direct object (lijdend voorwerp), oorzakelijk object (oorzakelijk
voorwerp) of gezegdebepaling bekleden. Adpositieconstituenten op de
laatste zinsplaats zijn indirect object (meewerkend voorwerp et cetera),
voorzetselobject (voorzetselvoorwerp) of gezegdebepaling. Alleen zinsbepalingen en inherente zinsdelen hebben, op enkele uitzonderingen
na, geen toegang tot de laatste zinsplaats. Het voorbeeld in (2a) laat tevens
zien dat de laatste zinsplaats ruimte biedt aan meer dan één zinsdeel: het
voorzetselobject met haar allergie en de bijwoordelijke bepaling bij de voorbereidingen. Verder maakt het voorbeeld in (2b) duidelijk dat een element op de
laatste zinsplaats ook een deel van een zinsdeel kan zijn.
Een voorbeeld hiervan is te zien in (2b), waarbij de betrekkelijke bijzin
die we in huis moeten halen
een nabepaling is bij het substantief boodschappen. De bijzin is daar dus onderdeel van een nominale constituent, die op
zijn beurt de functie van subject vervult.
Bij een neutraal klemtoonverloop valt het belangrijkste zinsaccent op de laatste
zinsplaats. De zinsmelodie komt dan tot een hoogtepunt in de laatste zinsplaats.
Bij een afwijkend klemtoonverloop daalt de zinsmelodie vanaf het hoogtepunt tot
in de laatste zinsplaats. Hierin onderscheidt de laatste zinsplaats zich van de
uitloop, die buiten het intonatiedomein van de eigenlijke zin valt (eigenlijk in 1b). Het belangrijkste zinsaccent ligt altijd vóór zo'n uitloop,
die zelf ofwel een vlakke intonatie krijgt ofwel een hernieuwde stijging van de
zinsmelodie. Ook kan er in gesproken taal een pauze worden ingelast tussen
eigenlijke zin en uitloop, wat in de geschreven taal vaak met een komma wordt
weergegeven.
Het gebruik van de laatste zinsplaats kan worden verklaard met het complexiteitsprincipe: afhankelijke zinnen en
adpositieconstituenten hebben vaak een complexere interne structuur dan
andersoortige constituenten en staan om die reden zo ver mogelijk naar rechts in
de zin. Bij afhankelijke zinnen uit zich dat in het feit dat ze vaak simpelweg
niet in het middenstuk kunnen voorkomen, en in enkele gevallen zelfs uitsluitend
achter de tweede pool staan. De plaatsing van adpositieconstituenten is vrijer.
Zo komt naast (1b) ook voor: |heb| je al iets van zijn
buurvrouw |gehoord|, eigenlijk?
De onderlinge volgorde van de constituenten op de laatste zinsplaats is het
spiegelbeeld van de basisvolgorde in het middenstuk: een voorzetselobject
gaat vooraf aan een direct object, en een direct object gaat weer vooraf aan een
gezegdebepaling. Vergelijk in dit opzicht (2a) met (die
vroeg me) hoe |Ø| er [bij de voorbereidingen] rekening [met haar
allergie] |zou worden gehouden|.
Verder lezen
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | M. van de Visser | augustus 2019 |
