Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
21.6 De laatste zinsplaats
De laatste zinsplaats volgt direct op de tweede pool en sluit daarmee de eigenlijke zin af. Buiten de eigenlijke zin kan de laatste zinsplaats alleen worden gevolgd door een eventuele uitloop:
eerste zinsplaats |eerste pool| middenstuk |tweede pool| laatste zinsplaats
In tegenstelling tot de eerste zinsplaats kan de laatste zinsplaats in elk van de vier zinstypen voorkomen. Daarnaast kan de laatste zinsplaats, evenals het middenstuk, meer dan één zinsdeel bevatten. Voorbeelden zijn:
1De laatste zinsplaats in zinstype 1
aMarina |heeft| me |verteld| [dat Karels gezin niet met ons mee-eet].zinstype 1a
b|Heb| je al iets |gehoord| [van zijn buurvrouw], eigenlijk?zinstype 1b
2De laatste zinsplaats in zinstype 2
a(Ja, die vroeg me) hoe |Ø| er rekening |zou worden gehouden| [met haar allergie] [bij de voorbereidingen].zinstype 2a
b(Dan denk ik) |dat| er nog een paar extra boodschappen |zijn| [die we in huis moeten halen].zinstype 2b
De laatste zinsplaats wordt uitsluitend gevuld door afhankelijke zinnen, zoals geïllustreerd in (1a) en (2b), en adpositieconstituenten, zoals in (1b) en (2a). Afhankelijke zinnen op de laatste zinsplaats kunnen de functie van subject (onderwerp), direct object (lijdend voorwerp), oorzakelijk object (oorzakelijk voorwerp) of gezegdebepaling bekleden. Adpositieconstituenten op de laatste zinsplaats zijn indirect object (meewerkend voorwerp et cetera), voorzetselobject (voorzetselvoorwerp) of gezegdebepaling. Alleen zinsbepalingen en inherente zinsdelen hebben, op enkele uitzonderingen na, geen toegang tot de laatste zinsplaats. Het voorbeeld in (2a) laat tevens zien dat de laatste zinsplaats ruimte biedt aan meer dan één zinsdeel: het voorzetselobject met haar allergie en de bijwoordelijke bepaling bij de voorbereidingen. Verder maakt het voorbeeld in (2b) duidelijk dat een element op de laatste zinsplaats ook een deel van een zinsdeel kan zijn. Een voorbeeld hiervan is te zien in (2b), waarbij de betrekkelijke bijzin die we in huis moeten halen een nabepaling is bij het substantief boodschappen. De bijzin is daar dus onderdeel van een nominale constituent, die op zijn beurt de functie van subject vervult.
Bij een neutraal klemtoonverloop valt het belangrijkste zinsaccent op de laatste zinsplaats. De zinsmelodie komt dan tot een hoogtepunt in de laatste zinsplaats. Bij een afwijkend klemtoonverloop daalt de zinsmelodie vanaf het hoogtepunt tot in de laatste zinsplaats. Hierin onderscheidt de laatste zinsplaats zich van de uitloop, die buiten het intonatiedomein van de eigenlijke zin valt (eigenlijk in 1b). Het belangrijkste zinsaccent ligt altijd vóór zo'n uitloop, die zelf ofwel een vlakke intonatie krijgt ofwel een hernieuwde stijging van de zinsmelodie. Ook kan er in gesproken taal een pauze worden ingelast tussen eigenlijke zin en uitloop, wat in de geschreven taal vaak met een komma wordt weergegeven.
Het gebruik van de laatste zinsplaats kan worden verklaard met het complexiteitsprincipe: afhankelijke zinnen en adpositieconstituenten hebben vaak een complexere interne structuur dan andersoortige constituenten en staan om die reden zo ver mogelijk naar rechts in de zin. Bij afhankelijke zinnen uit zich dat in het feit dat ze vaak simpelweg niet in het middenstuk kunnen voorkomen, en in enkele gevallen zelfs uitsluitend achter de tweede pool staan. De plaatsing van adpositieconstituenten is vrijer. Zo komt naast (1b) ook voor: |heb| je al iets van zijn buurvrouw |gehoord|, eigenlijk?
De onderlinge volgorde van de constituenten op de laatste zinsplaats is het spiegelbeeld van de basisvolgorde in het middenstuk: een voorzetselobject gaat vooraf aan een direct object, en een direct object gaat weer vooraf aan een gezegdebepaling. Vergelijk in dit opzicht (2a) met (die vroeg me) hoe |Ø| er [bij de voorbereidingen] rekening [met haar allergie] |zou worden gehouden|.
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 M. van de Visser augustus 2019
    Interessante links