Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
18.3 Werkwoordconstructies in het Nederlands
In 18.4-18.6 bespreken we de werkwoordconstructies in het Nederlands in detail. Werkwoordconstructies zijn combinaties van een specifiek groepsvormend werkwoord met een open plek voor de werkwoordelijke aanvulling. Die open plek kan ingevuld worden door uiteenlopende werkwoorden die een specifieke vorm hebben, namelijk een voltooid deelwoord, een infinitief, of een voorzetselinfinitief. Vaak moeten ze ook een bepaald type betekenis hebben om op die open plek te passen.
Om de bespreking van de meer dan honderd werkwoordconstructies in 18.4-18.6 overzichtelijker te maken, delen we ze op in 'families': groepen constructies die gemeenschappelijke kenmerken hebben. De belangrijkste kenmerken voor deze indeling bespreken we hieronder.
Een overzicht van de indeling van werkwoordconstructies is te vinden in 18.3.'1': daar geven we een volledige lijst van de groepsvormende werkwoorden in het Nederlands, met een aantal onderscheidende kenmerken. In 18.3.'2' gaan we in op de relatie tussen groepsvormende werkwoorden en wat traditioneel hulpwerkwoorden worden genoemd.
Verder lezen
Type aanvulling: voltooid deelwoord, infinitief, of voorzetselinfinitief
We delen de bespreking van werkwoordconstructies op in drieën, op basis van de vorm van de werkwoordelijke aanvulling bij het groepsvormende werkwoord. In 18.4 bespreken we werkwoordconstructies met een open plek voor een voltooid deelwoord, in 18.5 die met een infinitief, en in 18.6 die met een voorzetselinfinitief.
Werkwoordconstructies met een deelwoord combineren een specifiek groepsvormend werkwoord met een open plek voor een voltooid deelwoord, zoals in (1a-1b), of een passief deelwoord, zoals in (1c-1d).
We laten onvoltooide deelwoorden buiten beschouwing.
Deelwoorden kunnen niet alleen als een werkwoord maar ook als adjectief gebruikt worden. Zie 18.4 voor een verdiepende bespreking.
1Werkwoordconstructies met deelwoord
aAfgelopen woensdag heeft de politie een man aangehouden.
LASSY WS-U-E-A-0000000016
bDrie dagen nadat ze uit hun poppen zijn gekomen, verlaten ze het nest.
LASSY WR-P-E-I-0000020972
cHendrik werd opgevolgd door Otto de Grote, die in 936 te Aken tot koning werd gekroond.
LASSA WR-P-E-I-0000054957
dOok een ander lid van de Rode Brigades is aangehouden.
LASSY WS-U-E-A-0000000014
Het verschil tussen een voltooid en passief deelwoord gaat niet gepaard met een verschil in vorm maar is gebaseerd op een verschil in betekenis. Werkwoordconstructies met een voltooid deelwoord worden vooral ingezet voor het uitdrukken van de voltooide werkwoordstijden (1a-1b) terwijl die met een passief deelwoord het passief markeren (1c-1d). Wanneer het betekenisverschil tussen voltooide en passieve deelwoorden niet relevant is, zullen we kortweg naar een deelwoord verwijzen.
Werkwoordconstructies met een infinitief combineren een specifiek groepsvormend werkwoord met een open plek voor een infinitief. Zinnen (2a-2d) illustreren het gebruik van verschillende types infinitief bij het groepsvormende werkwoord zijn.
2Werkwoordconstructies met infinitief
aMoest je werken of was je trainen?
bKim Clijsters is geregeld te vinden in haar thuishaven Opitter.
cDe passagiers voor Ghana zijn aan het inchecken.
dMevrouw Magritte is met een vriendin uit winkelen.
In (2a) selecteert het groepsvormend werkwoord zijn een infinitief zonder meer. In (2b) wordt datzelfde groepsvormend werkwoord gecombineerd met een infinitief voorafgegaan door te. We maken het verschil tussen beide types infinitieven expliciet door middel van de termen korte infinitief voor (2a) en lange infinitief voor (2b). Het groepsvormende zijn kan ook een infinitief selecteren voorafgegaan door aan het in (2c) of uit in (2d). We zullen naar dergelijke infinitieven verwijzen als een voorzetselinfinitief.
Typische betekenissen: tijd, aspect, modaliteit en evidentialiteit
Hoofdwerkwoord: subject- en/of objectgeoriënteerd
Vervangende infinitief (IPP)?
Dit kenmerk is alleen van toepassing op werkwoordconstructies waarin de aanvulling een korte of lange infinitief is. Veel daarvan vertonen - onder de juiste omstandigheden - altijd het IPP-effect, sommige niet altijd en andere nooit.
Literatuur
Pardoen 1986, Schuurman 1994, Ter Beek 2008, Godin 2014, Augustinus 2015, Augustinus & Van Eynde 2017
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Evie Coussé juli 2022
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997 hoofdstuk 18,/data/archief/ans2/e-ans/18/body.html;
    Interessante links