18.3 Werkwoordconstructies in het Nederlands
In 18.4-18.6 bespreken we de
werkwoordconstructies in het Nederlands in detail.
Werkwoordconstructies zijn combinaties van een specifiek groepsvormend werkwoord met een
open plek voor de werkwoordelijke aanvulling.
Die
open plek kan ingevuld worden door uiteenlopende werkwoorden die een specifieke vorm
hebben, namelijk een voltooid deelwoord, een infinitief, of een voorzetselinfinitief. Vaak
moeten ze ook een bepaald type betekenis hebben om op die open plek te passen.
Om de bespreking van de meer dan honderd werkwoordconstructies in 18.4-18.6
overzichtelijker te maken, delen we ze op in 'families': groepen constructies die
gemeenschappelijke kenmerken hebben. De belangrijkste kenmerken voor deze indeling
bespreken we hieronder.
Een overzicht van de indeling van werkwoordconstructies is te vinden in 18.3.'1': daar geven
we een volledige lijst van de groepsvormende werkwoorden in het Nederlands, met een aantal
onderscheidende kenmerken. In 18.3.'2' gaan we in op de relatie tussen groepsvormende werkwoorden
en wat traditioneel hulpwerkwoorden worden genoemd.
Verder lezen
Type aanvulling: voltooid deelwoord, infinitief, of voorzetselinfinitief
We delen de bespreking van werkwoordconstructies op in drieën, op basis van de vorm van
de werkwoordelijke aanvulling bij het groepsvormende werkwoord. In 18.4 bespreken we
werkwoordconstructies met een open plek voor een voltooid deelwoord, in 18.5 die met een
infinitief, en in 18.6 die met een voorzetselinfinitief.
Werkwoordconstructies met een deelwoord combineren een specifiek groepsvormend werkwoord
met een open plek voor een voltooid deelwoord, zoals in (1a-1b), of
een passief deelwoord, zoals in (1c-1d).
We laten onvoltooide deelwoorden buiten beschouwing.
Deelwoorden kunnen niet alleen als een werkwoord maar ook als adjectief gebruikt
worden. Zie 18.4 voor een verdiepende bespreking.
Het verschil tussen een voltooid en passief deelwoord gaat niet gepaard met een verschil
in vorm maar is gebaseerd op een verschil in betekenis. Werkwoordconstructies met een
voltooid deelwoord worden vooral ingezet voor het uitdrukken van de voltooide
werkwoordstijden (1a-1b) terwijl die met een passief deelwoord het passief markeren
(1c-1d). Wanneer het betekenisverschil tussen voltooide en passieve deelwoorden niet
relevant is, zullen we kortweg naar een deelwoord verwijzen.
Werkwoordconstructies met een infinitief combineren een specifiek groepsvormend werkwoord
met een open plek voor een infinitief. Zinnen (2a-2d) illustreren het gebruik van
verschillende types infinitief bij het groepsvormende werkwoord
zijn.
In (2a) selecteert het groepsvormend werkwoord
zijn een infinitief zonder meer. In (2b)
wordt datzelfde groepsvormend werkwoord gecombineerd met een infinitief voorafgegaan door
te. We maken het verschil tussen beide
types infinitieven expliciet door middel van de termen korte
infinitief voor (2a) en lange infinitief voor (2b). Het
groepsvormende zijn kan ook een infinitief
selecteren voorafgegaan door aan het in (2c)
of uit in (2d). We zullen naar dergelijke
infinitieven verwijzen als een voorzetselinfinitief.
Typische betekenissen: tijd, aspect, modaliteit en evidentialiteit
Hoofdwerkwoord: subject- en/of objectgeoriënteerd
Vervangende infinitief (IPP)?
Dit kenmerk is alleen van toepassing op werkwoordconstructies waarin de aanvulling een
korte of lange infinitief is. Veel daarvan vertonen - onder de juiste omstandigheden -
altijd het IPP-effect, sommige niet altijd en andere nooit.
Literatuur
Pardoen 1986, Schuurman 1994, Ter Beek 2008, Godin 2014, Augustinus 2015, Augustinus & Van Eynde 2017
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | hoofdstuk 18,/data/archief/ans2/e-ans/18/body.html; |
