18.4.2.2 Krijgen met passief deelwoord
Krijgen met passief deelwoord is een
passiefconstructie waarbij het logisch onderwerp van
het hoofdwerkwoord niet is uitgedrukt.
Als onderwerp of lijdend voorwerp, soms wel als optionele
van-bepaling.
Bij krijgen-passieven komt
het onderwerp van de zin overeen met het logisch meewerkend voorwerp van het
passief deelwoord, zoals in (1a-1b). We noemen dat gebruik
semi-passief.Het semi-passieve krijgen met deelwoord moet
onderscheiden worden van krijgen met
een predicatief gebruikt deelwoord. Met een voorbeeldzin als (2a-2b) kan een
taalgebruiker uitdrukken dat het onderwerp erin slaagt het lijdend voorwerp in
een nieuwe eindtoestand te brengen. We noemen dat gebruik
resultatief.
We beschouwen dergelijke werkwoordcombinaties niet als een werkwoordconstructie in de strikte zin
maar zullen ze toch behandelen omdat ze vaak gecontrasteerd worden met de
krijgen-passief.
Verder lezen
Semi-passief gebruik
De constructie krijgen met een passief deelwoord
markeert passieve zinnen. Passiefconstructies kenmerken
zich door het feit dat het logisch onderwerp van het hoofdwerkwoord niet
uitgedrukt is
Als onderwerp of lijdend voorwerp, soms wel als optionele
van-bepaling.
in de zin. Bij echte passieven is het logisch lijdend voorwerp van het
hoofdwerkwoord het grammaticaal onderwerp van de zin. Bij
krijgen met passief
deelwoord is het logisch meewerkend voorwerp dan weer het onderwerp van de zin.
Zo is in (3a) is het onderwerp elke opgespoorde
zeeverontreiniging het logisch meewerkend
voorwerp van het deelwoord
toegewezen. Zie (3b-3d) voor
bijkomende voorbeelden.
De constructie komt in de data van Coussé & Bouma (2022) relatief
gezien meer voor in geschreven dan in gesproken taalgebruik. Dat
suggereert dat het een schrijftalige constructie is – iets wat ook voor
echte passieven het geval is.
De constructie stelt de taalgebruiker in de mogelijkheid om de handeling vanuit het perspectief
van de ontvanger van de overdracht te presenteren. Dat gebruik van
krijgen met deelwoord wordt
daarom ook wel receptief genoemd. Daarnaast staat de
constructie ook wel bekend als semi-passief of simpelweg
het krijgen-passief. We verwijzen naar het hoofdstuk over
passieve zinnen voor meer duiding bij het passieve gebruik van de constructie.
22.4.2.1
Open plek voor werkwoorden
De open plek voor een passief deelwoord in de
krijgen-passief kan slechts door een
relatief beperkt aantal werkwoorden ingevuld worden. Dat heeft ermee te maken
dat het deelwoord bij krijgen een
werkwoord moet zijn dat een meewerkend voorwerp heeft. Het gaat vooral (maar
niet uitsluitend) om werkwoorden uit categorie [a] in 20.4.2. Tabel 1 geeft een overzicht van de meeste
frequente deelwoorden gebruikt in het
krijgen-passief.
De cijfers gelden voor tweeledige werkwoordgroepen in de dataset van
Coussé & Bouma (2022). De tokenfrequentie geeft het totale aantal
werkwoordconstructies weer. De typefrequentie staat voor het aantal
verschillende deelwoorden in die werkwoordconstructies. De meeste
deelwoorden in de tabel komen ook terug in de lijst van deelwoorden die
Colleman (2015: 236) samenstelde op basis van het CONDIV-corpus.
Tabel 1. Meest frequente deelwoorden in krijgen-passief.
| krijgen | |
| toegewezen | 8 |
| betaald | 7 |
| aangeboden | 6 |
| vergoed | 5 |
| toebedeeld | 4 |
| toegestuurd | 4 |
| opgelegd | 4 |
| toegediend | 4 |
| gepresenteerd | 3 |
| aangespeeld | 3 |
| toegezonden | 3 |
| toegespeeld | 3 |
| … | … |
| Types | 40 |
| Tokens | 83 |
Willekeur of productieve patronen?
Verdieping
Willekeur of productieve patronen?
Er is in de literatuur een levendige discussie over de werkwoorden die met krijgen-passief voorkomen. De Schutter (1989) en Schermer-Vermeer (1991) benadrukken de willekeurigheid van de restricties terwijl Broekhuis & Cornips (1994, 2012) binnen zekere grenzen toch heel wat productiviteit ontwaren. Colleman (2015) onderzoekt de productiviteit van het krijgen-passief met behulp van uitgebreid corpusonderzoek en toont hoe de constructie in de loop van de twintigste eeuw met steeds meer verschillende types werkwoorden voorkomt.
Groepsvorming
Semi-passief krijgen met deelwoord is verplicht
groepsvormend. De constructie vormt een werkwoordelijke eindgroep in bijzinnen
(4a-4b) en in het bereik van een ander groepsvormend werkwoord in de hoofdzin
(4c).
De werkwoordelijke eindgroep vertoont ook interne volgordevariatie (zie 18.8). In
(4a) staat het deelwoord achter het groepsvormend werkwoorden terwijl het in
(4b-4c) ervóór staat. De volgordevariant met deelwoord achteraan komt relatief
gezien iets vaker voor.
Colleman & Rens (2016: 10) rapporteren 61% deelwoord achteraan in
kranten uit 1990 geraadpleegd via Delpher.
De semi-passieve constructie is niet gevoelig voor het IPP-effect. In tegenstelling tot de
passieve constructies met zijn en
worden kan het semi-passieve
krijgen in de standaardtaal
wel gemakkelijk in een omschreven voltooide werkwoordtijd voorkomen, zoals
geïllustreerd in (5a-5b).
Dat gebruik leidt tot een werkwoordreeks met twee deelwoorden, iets wat voor de standaardtaal
hoogst ongebruikelijk is.
Zie ook resultatieve constructies voor eenzelfde observatie.
Resultatief gebruik
Krijgen met deelwoord kan ook gebruikt worden met
een resultatieve betekenis, geïllustreerd in (6a-6d).
In de data van Coussé & Bouma (2022) komt dit gebruik slechts in
gesproken taalgebruik voor. Colleman (2018) vindt echter heel wat
voorbeelden in geschreven taalgebruik.
De zinnen (6a-6c) geven aan dat het onderwerp van de zin erin slaagt het lijdend voorwerp in een
nieuwe eindtoestand te brengen. Zo drukken de sprekers in (6a) uit dat ze erin
zullen slagen hun vooropgestelde gesprekstijd helemaal vol te praten. Het
resultatieve gebruik van krijgen
met deelwoord wijkt af van de semi-passieve constructie aangezien het
grammaticaal onderwerp niet het logisch meewerkend voorwerp is van het
deelwoord. Het is vaak diegene die de handeling in het deelwoord uitvoert, al is
dat geen vereiste. Zo spant het onderwerp in (6d) zich wel in voor het
aanvaarden van de nieuwe titel maar is hij het niet die het aanvaarden zelf
uitvoert.
Resultatief krijgen met deelwoord vormt een
aaneensluitende reeks aan het einde van de zin, zoals in (6c). Toch gaan we er
niet vanuit dat de constructie groepsvormend is. In dergelijke reeksen staat het
deelwoord immers overwegend vooraan, ook al zijn wel sporadische
tegenvoorbeelden te vinden waarbij het deelwoord achter
krijgen geplaatst wordt in
de tweede pool, zoals zinnen (7a-7b) illustreren.
De corpusvoorbeelden komen uit het SoNaR-corpus en zijn ontleend aan
Colleman (2018: 244).
Dat relatieve gebrek aan plaatsingsvrijheid is een indicatie dat het deelwoord een predicatief gebruikt adjectief is in de plaats van een werkwoord. We hebben bijgevolg niet te maken met een werkwoordelijk eindgroep maar met een predicatief deelwoord vlak vóór de tweede pool.
Literatuur
Hoekstra 1984, Broekhuis & Cornips 1994, 2012, Van der Horst 1997, Landsbergen 2006a, 2006b,
2009, Van Leeuwen 2006, Clement & Glaser 2014, Lenz 2015, Colleman 2015,
2018, Colleman & Rens 2016
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.2.4.I-II/data/archief/ans2/e-ans/18/05/02/04/01/body.html;18.5.2.4.I-II/data/archief/ans2/e-ans/18/05/02/04/02/body.html; |
