18.5.1.8 Dienen, horen, behoren met lange
infinitief
In deze paragraaf bespreken we drie constructies met lange infinitief die in hun betekenis
overlappen met die van moeten met
korte infinitief. De constructies zijn heel wat minder frequent dan
moeten met korte infinitief
en zijn beperkt in hun gebruikscontext.
We gaan dieper in op het gebruik van de constructies in wat volgt.
Verder lezen
Dienen met lange infinitief
Dienen met lange infinitief drukt voornamelijk noodzaak (dynamische modaliteit) en verplichting (directiviteit) uit. De constructie heeft een formeel karakter en is typisch voor ambtelijk taalgebruik.
Dienen met lange infinitief is verplicht groepsvormend in bijzinnen (3a) en hoofdzinnen (3b), en is gevoelig voor het IPP-effect (3b).
Horen met lange infinitief
Horen met lange infinitief drukt een morele beoordeling van de spreker uit (deontische modaliteit). De constructie komt vaker voor in het Nederlands-Nederlands dan het Belgisch-Nederlands.
De constructie is verplicht groepsvormend, in zowel bijzinnen (4b-4c) als hoofdzinnen (4d), en is gevoelig voor het IPP-effect (4d).
Behoren met lange infinitief
Behoren met lange infinitief vormt een infrequente formele variant van horen met lange infinitief. De constructie is verplicht groepsvormend in de bijzin (5b-5c) en de hoofdzin (5d). Zin (5c) illustreert het IPP-effect.
Literatuur
Diepeveen et al. 2006
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.4.6,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/04/06/body.html; |
| 1.0 | G. Geerts, Walter Haeseryn, J.J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1984 | 8.3.3.6 |
