Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
21.6.3 Adpositieconstituenten op de laatste zinsplaats
De meeste adpositieconstituenten hebben toegang tot de laatste zinsplaats en kunnen daarnaast ook in het middenstuk of op de eerste zinsplaats staan. Adpositieconstituenten op de laatste zinsplaats hebben één van de volgende drie zinsdeelfuncties: prepositioneel indirect object (meewerkend voowerp et cetera, als in gisteren |heb| ik drie e-mails |gestuurd| aan de zus van Emma), voorzetselobject (voorzetselvoorwerp, als in ik |zou| Emma graag |willen spreken| over haar vrije dagen) en bijwoordelijke bepaling (bijvoorbeeld Emma |kun| je bijna nooit |bereiken| tussen elf en twee). Bij de laatste categorie gaat het, net als bij afhankelijke zinnen, uitsluitend om gezegdebepalingen. Adpositieconstituenten met de functie van zinsbepaling staan nooit op de laatste zinsplaats. Hetzelfde geldt voor inherente zinsdelen, al zijn bepalingen van gesteldheid daarvan uitgezonderd (op een paar gevallen met tot na).
Ook adpositieconstituenten die deel uitmaken van een zinsdeel kunnen op de laatste zinsplaats staan. In dat geval worden ze gescheiden van de (nominale) kern waarbij ze complement of nabepaling zijn: ik |wil| niet meteen weer het broertje |verdenken| van Emma. In sommige gevallen is het zelfs mogelijk om een 'ingebedde' voorzetselconstituent op de laatste zinsplaats te zetten: deze keer |is| het [het neefje [van het broertje]] |geweest| van Emma. Bij een aantal constructies is afsplitsing in geen geval mogelijk, zoals bij adpositieconstituenten die deel uitmaken een partitiefconstructie (twee van Emma's neefjes), een metaforische constructie (een schat van een joch), een nominale constituent met een persoonlijk/aanwijzend voornaamwoord als kern (wij van de stuurgroep) en andere idiomatisch aandoende constructies (het taartje van de week).
Verder lezen
Adpositieconstituenten als zinsdeel op de laatste zinsplaats
Een adpositieconstituent als zinsdeel op de laatste zinsplaats vervult altijd één van de volgende drie functies: (prepositioneel) indirect object (meewerkend voorwerp et cetera), voorzetselobject (voorzetselvoorwerp) en bijwoordelijke bepaling:
1Adpositieconstituenten op de laatste zinsplaats
aKarel |zal| straks wel iets lekkers in|schenken| {voor Émma}.indirect object
bZe |wilden| morgen nog eens goed na|denken| {over het voorstel van de commíssie}.voorzetselobject
cGodsdienst |heeft| ongetwijfeld een belangrijke rol |gespeeld| {in het dagelijks leven van deze míddeleeuwer}.bijwoordelijke bepaling van plaats
Dat de adpositieconstituent in deze voorbeelden op de laatste zinsplaats staat en niet in de uitloop, blijkt onder andere uit het feit dat de constituenten in kwestie het belangrijkste zinsaccent kunnen dragen. In (1) is dit, net als elders in dit hoofdstuk, weergegeven door middel van accolades en een accent op de zwaarst beklemtoonde lettergreep. De adpositieconstituenten in (1) maken dus deel uit van de eigenlijke zin. Dit wordt bevestigd door het feit dat de constituenten, al dan niet samen met het hoofdwerkwoord, op de eerste zinsplaats kunnen staan:
2aVoor Emma |zal| Karel straks wel iets lekkers in|schenken|.
bIets lekkers inschenken voor Emma |zal| Karel straks wel | |.
cOver het voorstel van de commissie |wilden| ze morgen nog eens goed na|denken|.
dNog eens goed nadenken over het voorstel van de commissie |wilden| ze morgen | |.
eIn het dagelijks leven van deze middeleeuwer |heeft| godsdienst ongetwijfeld een belangrijke rol |gespeeld|.
fEen belangrijke rol gespeeld in het dagelijks leven van deze middeleeuwer |heeft| godsdienst ongetwijfeld | |.
Anders dan afhankelijke zinnen als zinsdeel, die vaak niet of niet gemakkelijk in het middenstuk kunnen staan, kan een adpositieconstituent meestal zonder problemen in het middenstuk staan:
3aKarel |zal| straks wel iets lekkers voor Emma in|schenken|.
bZe |wilden| morgen nog eens goed over het voorstel van de commissie na|denken|.
cGodsdienst |heeft| ongetwijfeld een belangrijke rol in het dagelijks leven van deze middeleeuwer |gespeeld|.
Hoewel adpositieconstituenten in de meeste gevallen zowel voor als achter de tweede pool kunnen staan, veroorzaakt die flexibiliteit volgens het links-rechtsprincipe niet per se een verschil in informatiestructuur tussen de zinnen in (1) en die in (3): bij neutrale beklemtoning valt in beide varianten het belangrijkste zinsaccent immers op de adpositieconstituent. Wel geldt dat een adpositieconstituent op de laatste zinsplaats nog prominenter onder de aandacht van de hoorder of lezer wordt gebracht dan bij plaatsing in het middenstuk. De reden hiervoor zou kunnen zijn dat de constituent in het eerste geval normaliter niet gevolgd wordt door ander materiaal.
Niet alle adpositieconstituenten die achter de tweede pool staan kunnen het belangrijkste zinsaccent dragen. Aangenomen moet worden dat zulke constituenten geen deel uitmaken van het intonatiedomein van de eigenlijke zin. Ze staan dan ook niet op de laatste zinsplaats, maar in de uitloop:
4Adpositieconstituenten in de uitloop
aEmma |heeft| vol overgave verschillende auto's voor Karel uit|gezocht|, naar het schijnt.bepaling van modaliteit
bDeze kinderen |kunnen| zich altijd |verdedigen|, in geval van nood.bepaling van voorwaarde
cKarel |heeft| Emma's kinderen eerder ook al eens |berispt|, bij mijn weten.bepaling van perspectief
De bijwoordelijke bepalingen in (4) zijn zogeheten zinsbepalingen. Ook in de vorm van een afhankelijke zin kunnen dergelijke bepalingen achter de tweede pool alleen in de uitloop staan. De volgende voorbeelden laten zien dat het hoofdwerkwoord makkelijk zonder de zinsbepaling op de eerste zinsplaats kan staan. Ook dat is een aanwijzing dat de bepaling niet op de laatste zinsplaats staat:
5aVerschillende auto's voor Karel uitgezocht naar het schijnt |heeft| Emma vol overgave | |.# unacceptableWithIntendedReading
bVerschillende auto's voor Karel uitgezocht |heeft| Emma vol overgave | |, naar het schijnt.
cZich verdedigen in geval van nood |kunnen| deze kinderen altijd | |.# unacceptableWithIntendedReading
dZich verdedigen |kunnen| deze kinderen altijd | |, in geval van nood.
eBerispt bij mijn weten |heeft| Karel Emma's kinderen eerder ook al eens | |.# unacceptableWithIntendedReading
fBerispt |heeft| Karel Emma's kinderen eerder ook al eens | |, bij mijn weten.
Adpositieconstituenten met de functie van een inherent zinsdeel kunnen in principe niet op de laatste zinsplaats staan. Uitgezonderd van deze regel zijn bepalingen van gesteldheid met de voorzetsels voor en tot:
6Bepalingen van gesteldheid met voor en tot op de laatste zinsplaats
aEmma's zoon |werd| tijdens de lunch uit|gescholden| voor rotjoch.
bEmma's zoon |werd| tijdens de lunch voor rotjoch uit|gescholden|.
cEmma's dochter |is| vorige week nog uit|geroepen| tot voorleeskampioen.
dEmma's dochter |is| vorige week nog tot voorleeskampioen uit|geroepen|.
De voorbeelden in (6b/d) laten zien dat de reguliere positie voor inherente zinsdelen ook toegankelijk is voor deze bepalingen: in het middenstuk staan ze vlak voor de tweede pool.
Bepalingen van gesteldheid met als
Verdieping
Bepalingen van gesteldheid met als
Ook bepalingen van gesteldheid die bestaan uit een nominale constituent voorafgegaan door het voegwoord als kunnen op de laatste zinsplaats staan:
iaKarels berisping |moest| niet |worden gezien| als een afwijzing van Emma's kinderen.
bKarels berisping |moest| niet als een afwijzing van Emma's kinderen |worden gezien|.
Alleen wanneer het element op de laatste zinsplaats als gereduceerde zin wordt beschouwd, zoals |als was| het een afwijzing van Emma's kinderen |Ø|, kan de aanwezigheid van het voegwoord worden verklaard. Hoewel de ANS als beschouwt als onderschikkend voegwoord, zijn er wel redenen om het woord te classificeren als voorzetsel. De mogelijkheid tot combinatie met een nominale constituent is er daar één van, waardoor het element op de laatste zinsplaats in (i) als adpositieconstituent zou moeten worden gezien. Zie ook deze opmerking over complementen en bepalingen met een voegwoord van vergelijking.
Dit soort bepalingen met tot bij werkwoorden als slaan, kloppen en stampen hebben nooit toegang tot de laatste zinsplaats:
7Bepaling van gesteldheid met tot bij slaan, kloppen, stampen enzovoort: niet op de laatste zinsplaats
aVolgende week |zullen| ze hem tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau |slaan|.
bVolgende week |zullen| ze hem |slaan| tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau.uitgesloten
cJe |moet| het eiwit eerst tot schuim |kloppen|.
dJe |moet| het eiwit eerst |kloppen| tot schuim.uitgesloten
Niet-werkwoordelijk deel in vaste verbindingen toch op de laatste zinsplaats
Verdieping
Niet-werkwoordelijk deel in vaste verbindingen toch op de laatste zinsplaats
Adpositieconstituenten die deel uitmaken van een vaste verbinding zijn inherente zinsdelen en staan om die reden nooit op de laatste zinsplaats. De volgende voorbeelden lijken dit op het eerste gezicht tegen te spreken:
ia(Ze merkte) |dat| de hoogleraar er met z'n pet naar |gooide|.
b(Ze merkte) |dat| de hoogleraar ernaar |gooide| met z'n pet.
In (i-a) wordt gesteld dat de hoogleraar slecht werk leverde. Die idiomatische betekenis vervalt echter in (i-b). Dat voorbeeld kan alleen worden gebruikt om te zeggen dat de hoogleraar letterlijk zijn pet naar iets toe gooide. De adpositieconstituent maakt op dat moment geen deel meer uit van de vaste verbinding en kan om die reden op de laatste zinsplaats staan.
Adpositieconstituenten als deel van een zinsdeel op de laatste zinsplaats
Adpositieconstituenten die deel uitmaken van een zinsdeel zijn vaak complement of nabepaling bij een substantief. Net als bij afhankelijke zinnen kan er splitsing optreden waarbij het (meestal beklemtoonde) substantief in het middenstuk staat en de adpositieconstituent de laatste zinsplaats bezet. De volgende zinnen illustreren dit:
8Adpositieconstituenten als complement/nabepaling bij een substantief op de laatste zinsplaats
aIeder |heeft| drie pionnen nodig |Ø| van dezelfde kleur.
bEr |zijn| alleen nog maar deelnemers over|gebleven| uit Frankrijk.
c|Heb| jij ook dat boek |gelezen| over godsdienst in de middeleeuwen?
Schijnbare indirect objectszinnen en voorzetselvoorwerpzinnen
Verdieping
Schijnbare indirect objectszinnen en voorzetselvoorwerpzinnen
Voor zover afhankelijke zinnen als complement bij een adpositie voorkomen, kunnen ze samen met die adpositie op de laatse zinsplaats staan:
iaKarel |zal| straks wel even iets lekkers in|schenken| voor [wie de moeite genomen heeft naar zijn housewarming te komen].indirect object
bEmma |heeft| zich het hoofd |gebroken| over [hoe ze onder deze verplichting uit kon komen].voorzetselobject
Doordat de afhankelijke zinnen in kwestie niet zelfstandig de laatste zinsplaats bezetten, kan hier niet gesproken worden van een indirect objectszin of een voorzetselobjectszin.
Een factor die bevorderlijk is voor achteropplaatsing van adpositieconstituenten is de complexiteit van de adpositieconstituent. Als een substantief in deze constituent bijvoorbeeld zelf ook een complement of nabepaling bij zich heeft, die zelf ook weer uit een adpositieconstituent of afhankelijke zin bestaat, is er volop reden tot achteropplaatsing. Dit kan worden gezien als een direct gevolg van het complexiteitsprincipe. Het volgende voorbeeld bevat zo'n complexe adpositieconstituent. De vierkante haken geven de interne samenstelling van die constituent aan:
9In Heerlen |zijn| [de resten [van een Romeinse keuken [uit de tweede helft [van de tweede eeuw [na Christus]]]]] |ontdekt|.
De adpositieconstituent in kwestie is een nabepaling binnen het direct object (lijdend voorwerp) van de zin: een nominale constituent met resten als kern. Daar hoort een voorzetselconstituent bij met van als kern. Die constituent bevat op zijn beurt een nominale constituent met keuken als kern. Daar hoort weer een voorzetselconstituent bij met als kern uit, en zo verder. Splitsing blijkt bij deze zeer complexe (maar zeker niet ongewone) constituent mogelijk op verschillende punten:
10aIn Heerlen |zijn| de [resten] |ontdekt| [van een Romeinse keuken uit de tweede helft van de tweede eeuw na Christus].
bIn Heerlen |zijn| de [resten [van een Romeinse keuken]] |ontdekt| [uit de tweede helft van de tweede eeuw na Christus].
In het eerste voorbeeld staat de (meest complexe) voorzetselconstituent, horend bij de kern resten, op de laatste zinsplaats. In het tweede voorbeeld gaat het om de (minder complexe) voorzetselconstituent bij de kern keuken. Hieruit blijkt dat een voorzetselconstituent die zelf 'dubbel' is ingebed in een nominale constituent de laatste zinsplaats van de zin kan bezetten. Dit is doorgaans niet mogelijk, zoals de volgende voorbeelden laten zien:
11aZe |hebben| [de fiets] |gestolen| [van de medewerker [van Emma]].
bZe |hebben| [de fiets [van de medewerker]] |gestolen| [van Emma].# unacceptableWithIntendedReading
cTijdens de tentoonstelling |zal| [een film] |vertoond worden| [over de opgravingen [in de Volksrepubliek China]].
dTijdens de tentoonstelling |zal| [een film [over de opgravingen]] |vertoond worden| [in de Volksrepubliek China].# unacceptableWithIntendedReading
De voorbeelden in (11b/d) zijn niet onmogelijk, maar onacceptabel als varianten van (11a/c). Met andere woorden, (11b) is onmogelijk als van Emma bedoeld is als nabepaling bij medewerker. Het voorbeeld in (11d) is onmogelijk als in de Volksrepubliek China nabepaling is bij opgravingen. De genoemde constituenten kunnen wel dienst doen als bijwoordelijke bepaling. bepalingen kunnen -zin is alleen uitgesloten wanneer in de Volksrepubliek China bedoeld is als nabepaling bij opgravingen.
(Na)bepalingen met van en voor
Verdieping
(Na)bepalingen met van en voor
Adpositieconstituenten met van en voor lijken vaker op de laatste zinsplaats te kunnen staan dan constituenten met andere adposities. Volgens (Broekhuis et al. 2015) lijkt dit zo doordat adpositieconstituenten met van en voor vaak ook redelijk makkelijk als bijwoordelijke bepaling kunnen fungeren, zoals in de interpretaties die (11b) acceptabel maakt. In dat geval maakt de bepaling op de laatste zinsplaats dus geen deel uit van een ander zinsdeel, maar fungeert zelf als zinsdeel.
Wanneer verschillende complementen of nabepalingen beide bij een substantief horen, en dus niet bij elkaar, is het goed mogelijk om slechts één van die elementen op de laatste zinsplaats te zetten:
12aHet theatergezelschap |bereidt| opnieuw [een productie [in het lokale dialect] [van amateurs met professionele begeleiding]] voor |Ø|.
bHet theatergezelschap |bereidt| opnieuw [een productie [in het lokale dialect]] voor |Ø| [van amateurs met professionele begeleiding].
cHet theatergezelschap |bereidt| opnieuw [een productie [van amateurs met professionele begeleiding]] voor |Ø| [in het lokale dialect].
dHet theatergezelschap |bereidt| opnieuw [een productie] voor |Ø| [in het lokale dialect] [van amateurs met professionele begeleiding]..
De nominale constituent met productie als kern heeft twee nabepalingen (12a). De tweede nabepaling, van amateurs met professionele begeleiding, staat in (12b) op de laatste zinsplaats. Uit (12c) blijkt dat ook de eerste nabepaling achterop kan worden geplaatst, en uit (12d) dat de nabepalingen ook samen op de laatste zinsplaats kunnen staan. Over de onderlinge volgorde kan weinig steekhoudends worden gezegd, aangezien de bepalingen ook binnen de nominale constituent in verschillende volgordes kunnen staan.
Complementen en bepalingen met een voegwoord van vergelijking (als, dan en zoals)
Verdieping
Complementen en bepalingen met een voegwoord van vergelijking (als, dan en zoals)
Adjectieven, adverbia en constituenten met de onbepaalde telwoorden meer en minder kunnen een complement hebben dat door een voegwoord van vergelijking wordt ingeleid. Nominale constituenten kunnen een bepaling hebben met zo'n voegwoord. Deze complementen en bepalingen hebben een sterke tendens tot achteropplaatsing:
iaDeze avond |zou| erger |worden| dan andere avonden.
bZe |hebben| altijd even graag broccoli |gegeten| als bloemkool.
cEr |hadden| meer vrouwelijke sollicitanten |gereageerd| dan mannelijke.
dNooit eerder |heb| ik iemand |ontmoet| zoals jij.
De aanwezigheid van een voegwoord in dit soort zinnen is misschien te verklaren door aan te nemen dat hier in feite steeds een gereduceerde afhankelijke zin op de laatste zinsplaats staat, zoals |dan| dat het andere avonden |was| in (i-a). Hoewel de ANS als, dan en zoals beschouwt als onderschikkende voegwoorden, zijn er ook wel redenen om zulke woorden te classificeren als voorzetsel. De mogelijkheid tot combinatie met een nominale constituent, zoals bij deze voorbeelden, is er daar één van. Onder die aanname zouden de voorbeelden in (i) een adpositieconstituent op de laatste zinsplaats hebben. Zie ook deze opmerking over bepalingen van gesteldheid met als en deze opmerking over constituenten met een nevenschikkend voegwoord in de uitloop.
Niet alle adpositieconstituenten die deel uitmaken van een nominale constituent kunnen op de laatste zinsplaats staan. Splitsing is onmogelijk bij partitieve constructies, metaforische constructies, nabepalingen bij een persoonlijk/aanwijzend voornaamwoord en andere idiomatisch aandoende constructies:
13Adpositieconstituent binnen partitieve constructie: niet op de laatste zinsplaats
aIk |heb| daar één van mijn nichtjes |ontmoet|.
bIk |heb| daar één |ontmoet| van mijn nichtjes.uitgesloten
cIk |heb| daar één van de nichtjes |gezien| van Karel.
In (15) wordt gedemonstreerd dat van mijn nichtjes niet kan worden afgesplitst van de nominale constituent met één als kern. Het voorbeeld in (15c) laat zien dat afsplitsing van een nabepaling bij nichtjes wel mogelijk is.
14Adpositieconstituent binnen metaforische constructies: niet op de laatste zinsplaats
a(Hij vond) |dat| het een draak van een financiële constructie |was|.
b(Hij vond) |dat| het een draak |was| van een financiële constructie.uitgesloten
In dit soort metaforische constructies wordt het substantief in de nabepaling vergeleken met de kern van de nominale constituent, die een metafoor bevat. Afsplitsing van de nabepaling is onmogelijk, getuige de voorbeelden in (14).
15Adpositieconstituent als nabepaling bij een persoonlijk/aanwijzend voornaamwoord: niet op de laatste zinsplaats
aZoiets |zouden| jullie/die van het Talencentrum vast wel leuk |vinden|.
bZoiets |zouden| jullie/die vast wel leuk |vinden| van het Talencentrum.uitgesloten
Ook adpositieconstituenten als nabepaling bij een persoonlijk of aanwijzend voornaamwoord kunnen niet op de laatste zinsplaats staan.
16Adpositieconstituent als deel van een idiomatisch aandoende constructie: niet op de laatste zinsplaats
aJe |kunt| dat het beste onze medewerker van de maand even |vragen|.
bJe |kunt| dat het beste onze medewerker even |vragen| van de maand.uitgesloten
Ten slotte staan idiomatisch aandoende constructies zoals die in (16) niet toe dat de adpositieconstituent achterop wordt geplaatst.
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 M. van de Visser augustus 2019
    Interessante links