18.8.1 Volgorde in tweeledige eindgroepen
Tweeledige werkwoordelijke eindgroepen in de bijzin bestaan steeds uit een groepsvormend
werkwoord en een hoofdwerkwoord. Het groepsvormend werkwoord heeft hierbij
bereik over het hoofdwerkwoord. 18.2.1
We kunnen de hiërarchische bereiksrelatie tussen beide werkwoorden weergeven
door middel van het cijfer ‘1’ voor het groepsvormend werkwoord en ‘2’ voor het
hoofdwerkwoord. Het groepsvormende werkwoord is steeds vervoegd.
In theorie zijn in tweeledige eindgroepen de volgordes groepsvormend werkwoord – hoofdwerkwoord
[1-2] en hoofdwerkwoord – groepsvormend werkwoord [2-1] mogelijk.
Beide volgordevarianten staan in de neerlandistiek ook bekend als
respectievelijk de rode en groene volgorde. De termen verwijzen naar de
kleuren op de dialectkaarten van Pauwels (1953) voor beide
volgordevarianten.
We illustreren beide volgordevarianten met enkele tweeledige
werkwoordelijke eindgroep in de bijzin.De keuze voor de ene dan wel andere volgordevariant hangt op de eerste plaats samen de vorm van het hoofdwerkwoord. Tabel 1 geeft een overzicht van de algemene volgordetendensen in tweeledige eindgroepen.
Tabel 1. Volgorde in tweeledige werkwoordelijke eindgroepen
| Hoofdwerkwoord | Volgorde |
| Deelwoord | 2-1, 1-2 |
| Korte infinitief | 1-2 |
| Lange infinitief | 1-2 |
| Voorzetselinfinitief | 2-1 |
Let wel dat dat er een aantal uitzonderingen bestaan op deze volgordetendensen. In wat volgt zullen we ingaan op de volgordepatronen van elk van deze vier groepen en de werkwoordconstructies die een uitzondering vormen op de algemene patronen.
Verder lezen
Tweeledige eindgroepen met deelwoord
Tweeledige werkwoordelijk eindgroepen met een deelwoord staan bekend om hun
volgordevariatie: zowel de volgorde groepsvormend
werkwoord – deelwoord [1-2] als deelwoord – groepsvormend werkwoord [2-1] komt
frequent voor.
De modale werkwoorden
moeten,
dienen,
mogen,
hoeven, de
evidentiële werkwoorden
blijken,
lijken,
schijnen, het
aspectuele komen en de
perceptiewerkwoorden voelen,
zien,
horen komen soms ook
voor met een voltooid deelwoord als vormvariant van hun frequentere
gebruik met een infinitief. We laten deze infrequente constructies
terzijde omdat hun woordvolgorde vooralsnog niet zo goed is
onderzocht.
Tabel 2. Volgorde in tweeledige eindgroepen met deelwoord
| Paragraaf | Werkwoordconstructie | Groepsvormend werkwoord | Volgorde |
| 18.4.1 | Perfectumconstructies | hebben, zijn | 2-1, 1-2 |
| 18.4.2 | Passiefconstructies | worden, zijn, krijgen | |
| 18.4.3 | Resultatieve constructies | staan, zitten, liggen |
Beide volgordevarianten zijn in principe steeds mogelijk. Zinnen (4a-4b) illustreren twee haast identieke voorbeelden uit dezelfde tekst waarin de eerste keer het voltooid deelwoord achteraan en de twee keer vooraan geplaatst is.
Taalgebruikers laten zich bij de keuze voor de ene dan wel andere variant leiden door de context
waarin de eindgroep voorkomt.
Het overzichtsartikel van Coussé et al. (2008) geeft aan dat keuze meer
specifiek wordt bepaald door vier grote groepen factoren of dimensies:
de contextuele, ritmische, semantische en discursieve dimensie. Dat
complexe geheel van factoren is het meest uitgezocht voor
hebben,
zijn en
worden met een
voltooid deelwoord in tweeledige eindgroepen in de bijzin. We zullen die
factoren daarom ook illustreren met dergelijke gevallen.
We illustreren hier slechts enkele van vele onderzochte contexten in de
literatuur.De volgordevariant met deelwoord achteraan komt vaker voor bij scheidbaar samengestelde
deelwoorden (5a-5b) dan bij niet-scheidbaar samengestelde deelwoord. De voorkeur
voor het deelwoorden achteraan stijgt ook als de constituent vóór de eindgroep
een onbepaalde nominale constituent is (5c-5d).
De volgordevariant met deelwoord vooraan [2-1] wordt dan weer gestimuleerd door een kort
middenstuk vóór de werkwoordelijke eindgroep (6a-6b). De aanwezigheid van een
constituent na de werkwoordelijke eindgroep doet ook de voorkeur voor die
volgordevariant stijgen (6c-6d).
De volgordevariant met deelwoord achteraan in het algemeen vaker gebruikt in het Nederlandse
Nederlands dan in het Belgisch-Nederlands. De variant komt ook vaker voor in
het geschreven taalgebruik (met name in journalistieke teksten) in vergelijking
met gesproken taalgebruik. Het is bovendien een variant die in opmars is en
vooral bij jongere sprekers is gaan domineren.
Tweeledige eindgroepen met korte infinitief
In tweeledige eindgroepen met korte infinitief domineert de volgorde met infinitief achteraan [1-2].
Tabel 3 geeft een overzicht van alle werkwoordconstructies met korte infinitief die met de volgordevariant voorkomen.
Tabel 3. Volgorde in tweeledige eindgroepen met korte infinitief
| Paragraaf | Werkwoordconstructie | Groepsvormend werkwoord | Volgorde |
| 18.5.1 | Modale constructies | kunnen, moeten, zullen, willen, mogen, durven | 1-2 |
| 18.5.3 | Aspectuele constructies | gaan, blijven, komen | |
| 18.5.4 | Objectgeoriënteerde constructies | laten, doen, zien, horen, voelen, kijken, hebben, vinden, krijgen, weten | |
| 18.5.5 | Subject/objectgeoriënteerde constructies | leren, helpen | |
| 18.5.3 | Aspectuele constructie | zijn | 2-1 |
Het dominante volgordepatroon met infinitief achteraan moet op twee manieren genuanceerd worden.
Om te beginnen vertoont het absentieve
zijn met korte infinitief, voor
zover het in een tweeledige eindgroep voorkomt in de bijzin, de alternatieve
volgorde met infinitief vooraan.
De alternatieve volgorde met infinitief vooraan is ook beperkt mogelijk bij modale constructies.
De volgorde komt voor in vaste uitdrukkingen (9a) en stereotype zinswendingen
(9b-9c). Het valt op dat de volgordevariant typisch voorkomt met infinitieven
die zelf ook groepsvormende werkwoorden kunnen zijn, zoals
gaan in (9a),
doen in (9d), en
horen in (9e). In geschreven
taalgebruik kan de variant een gedragen, verheven of zelfs poëtisch stilistisch
effect hebben (9f). Verder is het moeilijk om de precieze gebruiksvoorwaarden
van dit weinig frequente gebruik af te grenzen.
Tweeledige eindgroepen met lange infinitief
Bij de meeste werkwoordconstructies met lange infinitief staat de infinitief achteraan in een
tweeledige werkwoordelijke eindgroep [1-2], zoals blijkt uit Tabel 4. Zinnen
(10a-10e) illustreren enkele van die werkwoordconstructies.
Tabel 4. Volgorde in tweeledige eindgroepen met lange infinitief
| Paragraaf | Werkwoordconstructie | Groepsvormend werkwoord | Volgorde |
| 18.5.1 | Modale constructies | hoeven, durven, dienen, weten, zien, horen, behoren, behoeven, vermogen | 1-2 |
| 18.5.2 | Evidentiële constructies | blijken, lijken, dreigen, schijnen, heten, plegen, beloven, dunken, toeschijnen, voorkomen | |
| 18.5.3 | Aspectuele constructies | zitten, staan, liggen, lopen, hangen, komen | |
| 18.5.4 | Objectgeoriënteerde constructies | weten | |
| 18.5.7 | Constructies met optionele IPP | proberen, beginnen, weigeren, wensen, trachten, vergeten, menen, pogen, wagen, zoeken | |
| 18.5.8 | Constructies zonder voltooide tijden | besluiten, hopen, zeggen, denken, beweren, vrezen, geloven, eisen, hopen, verlangen, verzuimen | |
| 18.5.6 | Constructies zonder IPP | zijn, hebben, vallen, krijgen, staan, geven, achten, hangen, leggen, vinden, zetten | 2-1 |
Werkwoordconstructies zonder IPP wijken van dit algemene beeld af. In tweeledige eindgroepen staat de lange infinitief in die constructies overwegend vooraan [2-1].
Toch is de volgorde met lange infinitief achteraan niet helemaal uitgesloten. Die weinig
frequente volgordevariant is vooral te vinden bij zijn en
vallen met lange infinitief.
Tweeledige eindgroepen met voorzetselinfinitief
In tweeledige eindgroepen waarbij de infinitief voorafgegaan wordt door aan
het of een voorzetsel staat de infinitief altijd
vooraan.
Tabel 5. Volgorde in tweeledige eindgroepen met voorzetselinfinitief
| Paragraaf | Werkwoordconstructie | Groepsvormend werkwoord | Volgorde |
| 18.6.1 | Constructies met aan het infinitief | gaan, geraken, raken, slaan, brengen, krijgen, maken, zetten, hebben, zijn, blijken, lijken, schijnen, blijven, houden, horen, zien, vinden | 2-1 |
| 18.6.2 | Constructies met uit infinitief | gaan, zijn, kunnen, moeten, willen, zullen | |
| 18.6.3 | Constructies met op infinitief | liggen, staan |
Literatuur
De literatuur over de volgorde in tweeledige eindgroepen is te omvangrijk om volledig op te
kunnen nemen. We verwijzen voor een literatuuroverzicht vanuit verschillende
theoretische invalshoeken naar de proefschriften van Haeseryn (1990), De Sutter
(2005), Arfs (2007), Coussé et al. (2008), Coupé (2015), Dros-Hendriks (2018) en
Bloem (2021). Coussé et al. (2008) biedt een toegankelijke samenvatting van het
onderzoek tot 2008.
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.8.7.3,/data/archief/ans2/e-ans/18/08/07/03/body.html;18.8.7.4,/data/archief/ans2/e-ans/18/08/07/04/body.html; |
