Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
18.9.1 Elementen in de werkwoordelijke eindgroep
In deze paragraaf bespreken we de elementen die de werkwoordelijke eindgroep kunnen onderbreken. Sommige zinsdelen hebben een nauwe semantische band met het hoofdwerkwoord. Zulke zinsdelen werden in 21.5.2.1 inherente zinsdelen genoemd. Ze nemen op grond van die nauwe verbondenheid een plaats vlak vóór de tweede pool in, ongeacht de vorm waarin ze optreden. Sommige van die inherente zinsdelen kunnen echter ook in de tweede pool terecht komen wanneer het hoofdwerkwoord niet op de eerste plaats van de werkwoordelijke eindgroep staat. In dat geval hebben we te maken met doorbreking van de werkwoordelijke eindgroep . In de standaardtaal is doorbreking beperkt tot een predicatief adjectief (1a), een bijwoord van richting (1b), een substantief (1c) en het niet-werkwoordelijke deel van een werkwoordelijke uitdrukking (1d).
Corpusonderzoek van Augustinus & Van Eynde (2014) legt bloot dat daarnaast ook andere elementen mogelijk zijn zoals adposities en langere zinsdelen. Het is echter onduidelijk of we dergelijke gevallen tot de standaardtaal moeten rekenen. We verwijzen naar Barbiers et al. (2008) en Hendriks (2014) voor een bespreking van dergelijke patronen in de Nederlandse dialecten.
1aWe zullen ons niet |laten bang maken|.
bDenk je dat je gewoon |kan weg lopen| met 150 miljoen dollar op ons?
cOf ik nog lang |ga ruzie maken| met mama? Dat weet ik niet, hoor.
dDe stad heeft daarom bijkomende verrijdbare tribunes aangekocht waarop 100 mensen |kunnen plaats nemen|.
Het doorbrekende element bestaat typisch uit één enkel woord met slechts één beklemtoonde lettergreep. Op die manier is niet altijd de grens met een scheidbaar samengesteld werkwoord duidelijk te trekken. In wat volgt geven we meer voorbeelden voor elk van de vier types doorbreking.
Predicatief adjectief
Wanneer een bepaling van gesteldheid de vorm heeft van een adjectief kan het naast zijn gewone plaatsing vóór de tweede pool (2a-2c) ook vóór het hoofdwerkwoord in de werkwoordelijke eindgroep geplaatst worden (3a-3c).
2Adjectief vóór de werkwoordelijke eindgroep
aWe moeten ons niet bang |laten maken|.
bHij was een Friese herenboer wiens landgoed plat |werd gebrand|.
cJa, tenzij ze weten hoe ze deuren open |moeten maken|.
3Adjectief in de werkwoordelijke eindgroep (doorbreking)
aWe zullen ons niet |laten bang maken|.
bDe paleizen die rond Petersburg staan, en die in 1944 systematisch door de Duitse troepen bij hun aftocht |werden |plat gebrand|, worden nu jaar na jaar, ook stuk voor stuk, en zaal na zaal, door de Russen tot in de kleinste bijzonderheden in hun vooroorlogse staat hersteld.
cVerder heeft een veroordeelde particulier de Oliemeersbeek weer |moeten openmaken|.
In heel wat van die gevallen vormen het adjectief en het werkwoord een hechte eenheid die het karakter heeft van een scheidbaar samengesteld werkwoord. In (3c) heeft de schrijver de eenheid tussen beide elementen tot uitdrukking gebracht door het aaneenschrijven van het adjectief open met het werkwoord maken. De grens tussen een samengesteld werkwoord en een losse combinatie van een adjectief en een werkwoord is niet scherp te trekken. 
Bijwoord van richting
Wanneer een noodzakelijke bepaling van richting de vorm heeft van een bijwoord kan het naast zijn gewone plaats vóór de tweede pool (4a-4c) ook vóór het hoofdwerkwoord in de werkwoordelijke eindgroep staan (5a-5c).
4Bijwoord vóór de werkwoordelijke eindgroep
aDaarbij staat vast hoeveel koolhydraten je binnen |mag krijgen|.
bHeb je in de buurt een afgesloten terrein waar ze echt lekker los kan, zonder dat ze weg |kan lopen|?
cIk kon hem altijd thuis |horen komen|.
5Bijwoord in de werkwoordelijke eindgroep (doorbreking)
aMijn zoontje staat op het moment op een dieet waarbij hij absoluut geen suikers |mag binnenkrijgen|.
bDenk je dat je gewoon |kan weg lopen| met 150 miljoen dollar op ons?
cJa, ik heb haar |horen thuis komen|.
Net als bij bepalingen van gesteldheid is een scherpe grens met samengestelde werkwoorden niet te trekken. 12.2.2.2
Substantief
Ook een lijdend voorwerp kan de werkwoordelijke eindgroep doorbreken als het uit één enkel substantief bestaat. Dergelijke gevallen lijken in de standaardtaal beperkt te zijn tot vaste verbindingen als piano spelen, paard rijden, koffie drinken en aardappelen schillen (6a-6d).
6aZe kwam er op jonge leeftijd achter dat ze goed |kon piano spelen|, maar haar hart lag meer bij het zingen.
bAls Sam |gaat paardrijden|, krijg ik dan een hond?
cZal Eddy Peeters de geschiedenis ingaan als de man die zijn volk |leerde koffie drinken|?
dSam, je mag mij |helpen aardappelen schillen|.
Het substantief en het werkwoord hebben in dergelijke collocaties een hechte semantisch band. Het substantief kan niet vergezeld worden van een lidwoord of bepaling en krijgt in deze context een generische interpretatie.
Werkwoordelijke uitdrukkingen
Ten slotte kan ook het niet-werkwoordelijke deel van werkwoordelijke uitdrukkingen de werkwoordelijke eindgroep doorbreken. We geven hier enkele voorbeelden uit authentiek taalgebruik.
7aDe stad heeft daarom bijkomende verrijdbare tribunes aangekocht waarop 100 mensen |kunnen plaats nemen|.
bWe wilden een alternatief bieden voor mensen, groepen, verenigingen en scholen die op een andere manier |willen kennis maken| met onze stad en de deelgemeenten.
cMaar als ik acht uur per dag de mensen |zou te woord staan| die om een gesprek vragen, en ik een half uur per bezoeker zou uittrekken, bereik ik als schepen in vijf jaar tijd 30.000 Antwerpenaren.
dDe kampen worden bewaakt door het leger dat zich ook |zou schuldig maken| aan willekeurige slachtingen.
eEen geheel waardevrije maaltijd is nog geen kunstwerk, maar de geheven vinger die veel van de moderne eetkunst begeleidt |lijkt plaats te maken| voor een verleidelijk gekromde vinger.
Doorbreking versus niet-groepsvormend gebruik van werkwoorden
Verdieping
Doorbreking versus niet-groepsvormend gebruik van werkwoorden
In sommige zinnen lijken we op het eerste gezicht ook te maken te hebben met doorbreking (1a-1b).
iaIk heb geprobeerd (om) grapjes met ze te maken, maar die sukkels begrepen me niet eens.
Lassy WR-P-P-I-0000000253
bAmnesty International heeft geprobeerd (om) honderden mannen, en soms ook vrouwen, te behoeden voor het zwaard van de beul.
Lassy dpc-ind-001651-nl-sen
De werkwoorden in deze zinnen maken echter geen deel uit van één werkwoordgroep. Proberen is hier niet groepsvormend gebruikt maar heeft de status van een zelfstandig werkwoord dat een beknopte bijzin heeft als één van zijn complementen. 18.2.3 De onderstreepte elementen maken deel uit van de beknopte bijzin (hier zichtbaar gemaakt tot toevoeging van het facultatieve om) .
Literatuur
Verhasselt 1961, Vanacker 1964, 1970, Koelmans 1965, Haeseryn 1990, Van Riemsdijk 1978, Den Besten & Edmondson 1983, Braecke 1986, Den Besten & Broekhuis 1992, Haegeman & Van Riemsdijk 1986, Van der Horst 1997, Evers 2003, Wurmbrand 2006, Booij 2010, Hoekstra 2010, Augustinus & Van Eynde 2014, Augustinus 2015, Hendriks 2014, Dros-Hendriks 2018
Verder lezen
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Evie Coussé juli 2022
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997 20.6,/data/archief/ans2/e-ans/20/06/body.html;
    Interessante links