18.9.1 Elementen in de werkwoordelijke eindgroep
In deze paragraaf bespreken we de elementen die de werkwoordelijke eindgroep kunnen onderbreken.
Sommige zinsdelen hebben een nauwe semantische band met het hoofdwerkwoord.
Zulke zinsdelen werden in 21.5.2.1
inherente zinsdelen genoemd. Ze nemen op grond van die
nauwe verbondenheid een plaats vlak vóór de tweede pool in, ongeacht de vorm
waarin ze optreden. Sommige van die inherente zinsdelen kunnen echter ook in de
tweede pool terecht komen wanneer het hoofdwerkwoord niet op de eerste plaats
van de werkwoordelijke eindgroep staat. In dat geval hebben we te maken met
doorbreking van de werkwoordelijke eindgroep . In de
standaardtaal is doorbreking beperkt tot een predicatief adjectief (1a), een
bijwoord van richting (1b), een substantief (1c) en het niet-werkwoordelijke
deel van een werkwoordelijke uitdrukking (1d).
Corpusonderzoek van Augustinus & Van Eynde (2014) legt bloot dat
daarnaast ook andere elementen mogelijk zijn zoals adposities en langere
zinsdelen. Het is echter onduidelijk of we dergelijke gevallen tot de
standaardtaal moeten rekenen. We verwijzen naar Barbiers et al. (2008)
en Hendriks (2014) voor een bespreking van dergelijke patronen in de
Nederlandse dialecten.
Het doorbrekende element bestaat typisch uit één enkel woord met slechts één beklemtoonde lettergreep. Op die manier is niet altijd de grens met een scheidbaar samengesteld werkwoord duidelijk te trekken. In wat volgt geven we meer voorbeelden voor elk van de vier types doorbreking.
Predicatief adjectief
Wanneer een bepaling van gesteldheid de vorm heeft van een adjectief kan het naast zijn gewone plaatsing vóór de tweede pool (2a-2c) ook vóór het hoofdwerkwoord in de werkwoordelijke eindgroep geplaatst worden (3a-3c).
In heel wat van die gevallen vormen het adjectief en het werkwoord een hechte eenheid die het
karakter heeft van een scheidbaar samengesteld werkwoord. In (3c) heeft de
schrijver de eenheid tussen beide elementen tot uitdrukking gebracht door het
aaneenschrijven van het adjectief
open met het werkwoord
maken. De grens tussen een
samengesteld werkwoord en een losse combinatie van een adjectief en een
werkwoord is niet scherp te trekken.
Bijwoord van richting
Wanneer een noodzakelijke bepaling van richting de vorm heeft van een bijwoord kan het naast zijn gewone plaats vóór de tweede pool (4a-4c) ook vóór het hoofdwerkwoord in de werkwoordelijke eindgroep staan (5a-5c).
Net als bij bepalingen van gesteldheid is een scherpe grens met samengestelde werkwoorden niet te
trekken. 12.2.2.2
Substantief
Ook een lijdend voorwerp kan de werkwoordelijke eindgroep doorbreken als het uit één enkel
substantief bestaat. Dergelijke gevallen lijken in de standaardtaal beperkt te
zijn tot vaste verbindingen als piano
spelen, paard
rijden, koffie
drinken en aardappelen
schillen (6a-6d).
Het substantief en het werkwoord hebben in dergelijke collocaties een hechte semantisch band. Het substantief kan niet vergezeld worden van een lidwoord of bepaling en krijgt in deze context een generische interpretatie.
Werkwoordelijke uitdrukkingen
Ten slotte kan ook het niet-werkwoordelijke deel van werkwoordelijke uitdrukkingen de
werkwoordelijke eindgroep doorbreken. We geven hier enkele voorbeelden uit
authentiek taalgebruik.
Doorbreking versus niet-groepsvormend gebruik van werkwoorden
Verdieping
Doorbreking versus niet-groepsvormend gebruik van werkwoorden
In sommige zinnen lijken we op het eerste gezicht ook te maken te hebben met doorbreking
(1a-1b).
De werkwoorden in deze zinnen maken echter geen deel uit van één werkwoordgroep.
Proberen is hier
niet groepsvormend gebruikt maar heeft de status van een zelfstandig
werkwoord dat een beknopte bijzin heeft als één van zijn complementen.
18.2.3 De onderstreepte elementen maken deel uit van de
beknopte bijzin (hier zichtbaar gemaakt tot toevoeging van het
facultatieve om) .
Literatuur
Verhasselt 1961, Vanacker 1964, 1970, Koelmans 1965, Haeseryn 1990, Van Riemsdijk 1978, Den Besten & Edmondson 1983, Braecke 1986, Den Besten & Broekhuis 1992, Haegeman & Van Riemsdijk 1986, Van der Horst 1997, Evers 2003, Wurmbrand 2006, Booij 2010, Hoekstra 2010, Augustinus & Van Eynde 2014, Augustinus 2015, Hendriks 2014, Dros-Hendriks 2018
Verder lezen
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 20.6,/data/archief/ans2/e-ans/20/06/body.html; |
