Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
18.5.4.7 Vinden met korte infinitief
Het werkwoord vinden met een korte infinitief vormt een objectgeoriënteerde werkwoordconstructie. Het geïmpliceerd onderwerp van de infinitief verschijnt meer bepaald als het lijdend voorwerp van de zin. Het is onderstreept in onderstaande zinnen (1a-1d).
1aAdvocaten vinden deze methode niet kunnen. vooral in NN
WS-U-E-A-0000000041
bPremier Balkenende vindt dat volstrekt niet passen. vooral in NN
WS-U-E-A-0000000225
cOverigens vond de jury de kwaliteit van de meeste ingezonden nieuwsfoto's dit jaar een beetje tegenvallen.
dOh, ik vind van die lange gedichten ook altijd wel wat hebben, hoor. vooral in NN
CGN fn000715
eNu vind ik het wat minder worden vanwege alle fusies die we achter de rug hebben. vooral in NN
CGN fn000086
Dergelijke constructies geven de subjectieve mening van het onderwerp over het lijdend voorwerp van de zin. We vinden de constructie typisch in het gesproken taalgebruik van Nederland. In het Belgisch-Nederlands wordt subjectief vinden gewoonlijk gecombineerd met een bijzin. Toch hebben enkele frequente uitdrukkingen als Ik vind dat niet kunnen en Ik vind dat wel iets wel hebben ook ingang gevonden in het Belgisch-Nederlands.
De constructie heeft een relatief vaste vorm. Hierbij staat vinden typisch als vervoegd werkwoord in de hoofdzin. Soms komen vinden en infinitief ook voor in de bijzin waar ze samen een werkwoordelijke eindgroep vormen, zoals in (2a-2b). We beschouwen de constructie daarom als verplicht groepsvormend.
2aToch is hij niet behoudend genoeg voor vele collega's, die de openlijke acceptatie van orale seks en de tolerantie van homoseksualiteit te ver |vinden gaan|. vooral in NN
bZo sprak ik een vrouw die het niet |vond kunnen| dat haar Xhosa buren vuurtjes maakten in de tuin. vooral in NN
Vinden met infinitief komt niet voor in de voltooide werkwoordtijden waardoor we niet kunnen testen of de constructie gevoelig is voor het IPP-effect. De constructie komt ook niet voor in het bereik van andere groepsvormende werkwoorden.
Vinden met een houdingswerkwoord
Verdieping
Vinden met een houdingswerkwoord
In de literatuur wordt vinden met een infinitief ook vaak gekarakteriseerd als een perceptiewerkwoord. In combinatie met werkwoorden van lichaamshouding (zoals hangen, leunen, liggen, staan, zitten) en een plaatsbepaling betekent het ‘aantreffen’. Dergelijke combinaties zijn haast niet te vinden in hedendaagse corpora. Volgende zinnen zijn geconstrueerde voorbeelden uit taalkundige publicaties.
iaIk vond hem in bed liggen.
Zwaan 1974
bIk vond zijn vlieger aan de perenboom bengelen.
Fischer 1994
cWe vonden hem over de brugleuning hangen.
ANS2 1997
dIk vond haar jas aan de kapstok hangen.
Capelle & Noske 2016
Dit specifieke gebruik van vinden met een infinitief is parallel met de objectgeoriënteerde werkwoordconstructies met een perceptiewerkwoord. Zwaan (1974) en Capelle & Noske (2016) nemen aan dat het subjectieve gebruik van vinden met infinitief hier historisch op teruggaat.
Literatuur
Zajicek 1970, Zwaan 1974, Fischer 1994, Capelle & Noske 2016
Verder lezen
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Evie Coussé juli 2022
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997 18.5.4.11,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/04/11/body.html;
    Interessante links