18.5.4.7 Vinden met korte infinitief
Het werkwoord vinden met een korte
infinitief vormt een objectgeoriënteerde
werkwoordconstructie. Het geïmpliceerd onderwerp van de infinitief verschijnt
meer bepaald als het lijdend voorwerp van de zin. Het is onderstreept in
onderstaande zinnen (1a-1d).
Dergelijke constructies geven de subjectieve mening van het
onderwerp over het lijdend voorwerp van de zin. We vinden de constructie typisch
in het gesproken taalgebruik van Nederland. In het Belgisch-Nederlands wordt
subjectief vinden gewoonlijk
gecombineerd met een bijzin. Toch hebben enkele frequente uitdrukkingen als
Ik vind dat niet kunnen en
Ik vind dat wel iets wel hebben ook ingang gevonden in het Belgisch-Nederlands.
De constructie heeft een relatief vaste vorm. Hierbij staat
vinden typisch als vervoegd
werkwoord in de hoofdzin. Soms komen vinden en infinitief ook voor in de bijzin waar ze samen
een werkwoordelijke eindgroep vormen, zoals in (2a-2b). We beschouwen de
constructie daarom als verplicht groepsvormend.
Vinden met infinitief komt niet voor
in de voltooide werkwoordtijden waardoor we niet kunnen testen of de constructie
gevoelig is voor het IPP-effect. De constructie komt ook niet voor in het bereik
van andere groepsvormende werkwoorden.
Vinden met een
houdingswerkwoord
Verdieping
Vinden met een
houdingswerkwoord
In de literatuur wordt vinden
met een infinitief ook vaak gekarakteriseerd als een perceptiewerkwoord.
In combinatie met werkwoorden van lichaamshouding (zoals
hangen,
leunen, liggen, staan,
zitten) en
een plaatsbepaling betekent het ‘aantreffen’. Dergelijke combinaties
zijn haast niet te vinden in hedendaagse corpora. Volgende zinnen zijn
geconstrueerde voorbeelden uit taalkundige publicaties.
Dit specifieke gebruik van vinden met een infinitief is parallel met de
objectgeoriënteerde werkwoordconstructies met een perceptiewerkwoord.
Zwaan (1974) en Capelle & Noske (2016) nemen aan dat het subjectieve
gebruik van vinden met
infinitief hier historisch op teruggaat.
Literatuur
Zajicek 1970, Zwaan 1974, Fischer 1994, Capelle & Noske 2016
Verder lezen
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.4.11,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/04/11/body.html; |
