18.6.2 Werkwoordconstructies met uit
infinitief
De aspectuele werkwoorden gaan,
zijn en de modale
hulpwerkwoorden kunnen,
moeten,
mogen,
willen,
zullen worden doorgaans
gecombineerd met een korte infinitief. Bij een beperkt aantal werkwoorden komen
ze soms ook voor met uit en een
korte infinitief. Ook het modale
hoeven sluit bij dat patroon
aan. Het voorzetsel uit en de korte
infinitief vormen een ondoordringbare eenheid.
De voorbeelden komen uit OpenSonar.
De constructies drukken uit dat het onderwerp zich verwijdert van zijn of haar normale verblijfplaats om te doen wat door de infinitief wordt uitgedrukt.
Op die manier sluit de betekenis van deze constructie aan bij de absentieve constructie
zijn met korte
infinitief. De constructies met uit
infinitief zijn echter collocationeel
beperkter en dwingen een 'recreatieve' lezing af van de infinitief.
Aangezien het onderwerp van de infinitief samenvalt met het onderwerp van de zin hebben we te maken met subjectgeoriënteerde constructies.Over het algemeen is de constructie met gaan (1a)
frequenter dan die met zijn (1b).
De constructies met een modaal hulpwerkwoord (1c-1g) sluiten in betekenis aan
bij drieledige werkwoordgroepen waarbij het modale werkwoord bereik heeft over
gaan (of in mindere mate
zijn). Zinnen (2a-2d)
illustreren drieledige modale werkwoordgroepen met
gaan.
Verder corpusonderzoek moet uitwijzen hoe de drieledige constructietypes
zich verhouden tot de tweeledige.
De constructies zijn collocationeel erg beperkt. Ze komen hoofdzakelijk voor met infinitieven die
een recreatieve bezigheid uitdrukken, zoals
fietsen in de betekenis ‘een
fietstochtje maken’ (1a), winkelen
‘bij winkels langsgaan voor het plezier’ (1b),
vissen ‘hengelen als hobby
of sport’ (1c) en eten‘ op
restaurant gaan’ (1e-1g). Andere mogelijke infinitieven zijn
dansen,
jagen,
rijden,
shoppen,
varen, wandelen. Daarnaast
komt de constructie voor in de verouderde constructie uit
werken gaan ‘huishoudelijk werk gaan verrichten
bij anderen om geld te verdienen’ en eventuele nadere specificaties hiervan
zoals uit wassen gaan.
Enkele andere combinaties voor (sociaal niet hoog aangeschreven) activiteiten om
geld te verkrijgen: uit venten
gaan, uit bedelen
gaan, uit stelen
gaan.
De constructie is verplicht groepsvormend. Zinnen (1g) en (2a-2d) tonen dat het groepsvormend werkwoord en de infinitief samen een werkwoordelijke eindgroep vormen. In de voltooide werkwoordstijden verschijnt het groepsvormend werkwoord als voltooid deelwoord (in het vet gemarkeerd) in de plaats van een vervangende infinitief (3a-3b).
Lijdend voorwerp tussen uit en
infinitief
Verdieping
Lijdend voorwerp tussen uit en
infinitief
ANS2 geeft aan dat het voorzetsel uit en de
infinitief van elkaar gescheiden kunnen worden door een lijdend voorwerp
indien het slechts uit één substantief bestaat (ia).
Het fenomeen volgt met andere woorden de voorwaarden voor het
doorbreken van aan
het infinitief.
Plaatsing van het lijdend voorwerp vóór
uit is onmogelijk
(ib).De SoD (2015: 1040) stelt zich vragen bij de grammaticaliteit van beide zinnen en suggereert dat
de uit infinitief zelden
met een lijdend voorwerp of bepaling gecombineerd wordt. Die suggestie
spoort met de observatie dat de open plek in de constructie beperkt is
tot infinitieven als fietsen, winkelen, vissen die allemaal onovergankelijk zijn (althans in hun recreationele interpretatie).
Bovenstaande gevallen doen denken aan objectgeoriënteerde ingressieve constructies met
aan het infinitief
(18.6.1). Hoewel die constructies in principe onovergankelijk
zijn, kan de infinitief toch met een lijdend voorwerp voorkomen als het
vlak vóór de infinitief staat (iia-iib).
Booij (2010: 111) argumenteert dat het lijdend voorwerp in dergelijke zinnen een syntactische eenheid vormt met de infinitief (een geval van ‘quasi-incorporatie’). Die syntactisch eenheid vormt op zichzelf een onovergankelijk predicaat.
Literatuur
Coppen 2002, Booij 2010
Verder lezen
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.6.1,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/06/01/body.html; |
