18.3.1.4 Geïmpliceerd onderwerp
We kunnen werkwoordconstructies indelen op basis van het onderwerp van het hoofdwerkwoord. We verwijzen in wat volgt naar het verzwegen onderwerp van het hoofdwerkwoord als het logisch of geïmpliceerd onderwerp. We onderscheiden op basis hiervan:
- Passiefconstructies
- Subjectgeoriënteerde constructies
- Objectgeoriënteerde constructies
Verder lezen
Passiefconstructies
Bij een paar werkwoordconstructies is het logisch onderwerp van het hoofdwerkwoord niet uitgedrukt
als onderwerp of lijdend voorwerp, maar wel soms als een optionele
door-bepaling, zie 20.8.
in de zin. We hebben in dat geval te maken met
passiefconstructies. In (1a-1b) hebben we te maken met een
echte passief waarbij het logisch lijdend voorwerp van het
deelwoord overeenkomt met het onderwerp van de zin. Zin (1c) illustreert een
semi-passief waarbij het logisch indirect object correspondeert met
het onderwerp van de zin.Subjectgeoriënteerde constructies
Bij de meeste werkwoordconstructies is het geïmpliceerd onderwerp van het hoofdwerkwoord ook het
onderwerp (of subject) van de zin. We noemen dergelijke constructies
subjectgeoriënteerde werkwoordconstructies. In zinnen (2a-2c) is
het geïmpliceerd onderwerp van de infinitief (onderstreept) ook het onderwerp van de
zin.
Subjectcontrole of subjectverheffing
Verdieping
Subjectcontrole of subjectverheffing
Bij subjectgeoriënteerde werkwoordconstructies kan nog een verder onderscheid gemaakt worden tussen subjectcontrole en subjectverheffing naargelang het onderwerp een thematische rol speelt bij het groepsvormende werkwoord of niet. In de literatuur is onenigheid over precies welke werkwoordconstructies subjectcontrole dan wel subjectverheffing vertonen. We verwijzen naar Klooster (2001) voor een toegankelijke introductie van beide concepten in het Nederlands en de SoD (2015) voor een verdiepende bespreking in het Engels.
Objectgeoriënteerde constructies
Bij een aantal werkwoordconstructies verschijnt het geïmpliceerd onderwerp van het hoofdwerkwoord
als direct of indirect object in de zin. We noemen dergelijke constructies daarom
objectgeoriënteerde werkwoordconstructies. Bij
doen,
zien en
laten in (3a-3c) is het geïmpliceerd
onderwerp van de infinitief niet het onderwerp maar het lijdend voorwerp van de zin. In
(3c) krijgt het dan ook niet in de onderwerpsvorm
hij maar de niet-onderwerpsvorm
hem. 5.2.6 Bij
leren in (3c) is het geïmpliceerd
onderwerp dan weer het indirect object van de zin. Ook hier verschijnt het in de
niet-onderwerpsvorm hem.
Accusativus-cum-infinitivo
Verdieping
Accusativus-cum-infinitivo
Constructies als (3a-3b), waarbij het geïmpliceerd onderwerp als lijdend voorwerp verschijnt, staan in de traditionele grammatica bekend als de accusativus-cum-infinitivo-constructie (ook kortweg AcI-constructie genoemd), een naam die verwijst naar het feit dat het geïmpliceerd onderwerp in talen met naamvallen in de accusatief verschijnt. Het fenomeen wordt ook meer algemeen uitzonderlijke naamvalmarkering genoemd.
Literatuur
De Schutter 1974, Coupé 2015, Augustinus 2015, Augustinus & Van Eynde 2017
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.2.4.1.I,/data/archief/ans2/e-ans/18/02/04/01/01/body.html; |
| 1.0 | G. Geerts, Walter Haeseryn, J.J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1984 | 8.6.3.1.II |
