Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
18.2 Een complexe kern: de werkwoordgroep
De kern van de werkwoordelijke constituent bestaat uit een of meer werkwoorden. Twee of meer werkwoorden in de kern noemen we een werkwoordgroep. In de voorbeelden hieronder is de werkwoordgroep steeds gecursiveerd. In (1a) bestaat de werkwoordgroep uit twee werkwoorden, heeft gearresteerd, in (1b) uit drie, moet blijven wapperen, en in (1c) uit vier, zal kunnen worden vergoed.
1aDe politie in Sint Petersburg heeft bij voetbalrellen tweehonderd supporters gearresteerd.
Lassy WR-P-P-G-0000000075
bOnder alle omstandigheden moet de vlag blijven wapperen.
Lassy WR-P-E-I-0000039352
cNiet alles zal op die manier kunnen worden vergoed.
CHN
Kenmerkend voor werkwoorden in een werkwoordgroep is dat ze een aaneengesloten reeks aan het einde van de zin kunnen vormen, de zogenaamde werkwoordelijke eindgroep. In een bijzin staat de héle werkwoordgroep aan het einde van de zin; de werkwoorden vormen een werkwoordelijke eindgroep. Deze plaats in de zin wordt de tweede pool genoemd; we zetten die hier af met verticale strepen:
2aHet persbureau meldde dat de politie zeven mensen |heeft gearresteerd|.
CHN
bOok de minister was het erover eens dat de vlag |moest blijven wapperen|.
CHN
cHet is niet zeker of daarmee alle schade |zal kunnen worden vergoed|.
CHN
In hoofdzinnen, zoals in (1), staat het vervoegde werkwoord (de persoonsvorm) al eerder in de zin, namelijk in de eerste pool. Andere werkwoorden uit de werkwoordgroep staan aan het einde, in de tweede pool. In (1b) en (1c) vormen die een werkwoordelijke eindgroep: blijven wapperen en kunnen worden vergoed. In (1a) staat er maar één werkwoord in de tweede pool; dat noemen we geen werkwoordelijke eindgroep.
Een werkwoordgroep bevat altijd een hoofdwerkwoord, namelijk een zelfstandig werkwoord of een koppelwerkwoord, en een of meer groepsvormende werkwoorden. In de voorbeelden in (3) is het hoofdwerkwoord vetgedrukt:
3Vorm van het geselecteerde werkwoord
aZe heeft er maar heel eventjes gewerkt.voltooid deelwoord
CGN
bHij blijft daar slapen.korte infinitief
CGN
cEen hoop paardenmest lag te dampen in de zon.lange infinitief
CGN
dIk ben ondertussen de was aan het opvouwen.voorzetselinfinitief
CGN
Een groepsvormend werkwoord bepaalt de vorm van het werkwoord dat als aanvulling dient – we noemen dit ‘selecteren’ – en voegt er betekenis aan toe. Sommige groepsvormende werkwoorden selecteren een voltooid deelwoord, zoals in (3a).
We gebruiken de term ‘voltooid deelwoord’ ook voor de aanvulling in passieve constructies, namelijk geselecteerd door worden, zijn en krijgen.
De meeste groepsvormende werkwoorden selecteren een infinitief: een korte, zoals in (3b); een lange, namelijk met te, zoals in (3c); of een voorzetselinfinitief, zoals in (3d).
Een groepsvormend werkwoord met zijn aanvulling kan zelf ook geselecteerd worden door een ander groepsvormend werkwoord, waardoor werkwoordgroepen gevormd kunnen worden van drie werkwoorden, zoals moet hebben gewerkt in (4a), of nog meer, zoals zal gewerkt moeten hebben in (4b).
4aHij moet altijd heel hard hebben gewerkt.
bWie recht wil hebben op een minimumpensioen, zal effectief 20 jaar gewerkt moeten hebben.
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Evie Coussé juli 2022
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997 hoofdstuk 18,/data/archief/ans2/e-ans/18/body.html;
    Interessante links