18.5.3.2 Komen met infinitief of
deelwoord
Het groepsvormende werkwoord komen
maakt deel uit van drie subjectgeoriënteerde werkwoordconstructies met
aspectuele betekenis: komen met
korte infinitief (1a), komen met
lange infinitief (1b) en komen met
voltooid deelwoord (1c).
Komen met korte infinitief is de
meest frequente constructie en wordt met uiteenlopende infinitieven gecombineerd
(2a-2b).
De werkwoordconstructie wordt gebruikt met twee soorten
ruimtelijke betekenis. De constructie kan om te
beginnen uitdrukken dat het onderwerp zich verplaatst om vervolgens de werking
in de infinitief uit te voeren (1ab). Daarnaast kan de constructie ook de manier
van verplaatsing weergeven (1b). Deze betekenis komt typisch voor wanneer de
infinitief een bewegingswerkwoord is. De ruimtelijke betekenis van
komen met korte infinitief
gaat gepaard met ingressief aspect. Zo luidt in (1a-1b) de
verplaatsing van het onderwerp het begin van een nieuwe situatie in. In
tegenstelling tot blijven of
gaan met infinitief heeft
komenmet korte infinitief
geen puur aspectueel gebruik.
Komen met lange infinitief heeft een
geheel ander gebruiksprofiel dan komen met korte infinitief. De constructie is
collocationeel beperkt tot vooral houdingswerkwoorden en drukt
mutatief aspect uit. De constructie geeft meer bepaald
aan dat het onderwerp van de zin op een bepaalde locatie of in een bepaalde
toestand terechtkomt. Het onderwerp oefent hierbij geen invloed uit op de
verandering van locatie of toestand (3a-3b).
Betekenisverschil tussen korte en lange infinitief
Verdieping
Betekenisverschil tussen korte en lange infinitief
ANS2 illustreert het betekenisverschil tussen komen met lange infinitief (a-zinnen) en
komen met korte
infinitief (b-zinnen) met enkele geconstrueerde minimale paren.
Johansson (2006: 157-159) toont dat dergelijke minimale paren weinig
steun hebben in het taalgebruik. Zo komt de constructie met lange
infinitief zelden voor met andere infinitieven dan houdingswerkwoorden
(dus niet met werken) en
heeft het een voorkeur voor onbezielde onderwerpen (wat niet rijmt met
de bezielde onderwerpen in alle voorbeelden).
Komen met voltooid deelwoord ten slotte is een relatief zeldzame constructie die collocationeel beperkt is tot vooral bewegingswerkwoorden (4a-4b).
De constructie geeft de manier aan waarop het onderwerp zich verplaatst.
Op die manier overlapt de constructie in betekenis en gebruik met
komen met een korte
infinitief indien de infinitief een bewegingswerkwoord is.
In wat volgt bespreken we de betekenis van de drie constructies in meer
detail. Daarnaast vergelijken we ook hun combinatiemogelijkheden met
werkwoorden en gaan we in op hun groepsvorming.
Open plek voor werkwoorden
Tabel 1 geeft een overzicht van de werkwoorden die voorkomen in
komen met korte infinitief,
komen met lange infinitief
en komen met een voltooid
deelwoord.
De cijfers gelden voor tweeledige werkwoordgroepen in
de dataset van Coussé & Bouma (2022). De lemma’s maken abstractie
van samengestelde werkwoorden
(aanrijden,
vastzitten) of
werkwoordelijke uitdrukkingen (onder druk
staan, onder vuur
liggen). De tokenfrequentie geeft het
totale aantal werkwoordconstructies weer. De typefrequentie staat voor
het aantal verschillende infinitieven in die werkwoordconstructies. Zie
ook Johansson (2006: 152, 156) voor overeenkomstige
corpusdata.
Tabel 1. Meest frequente korte infinitieven (frequentie > 4) en alle lange infinitieven en
voltooid deelwoorden bij
komen.
| Korte infinitief | Lange infinitief | Voltooid deelwoord | |||
| kijken | 16 | te staan | 43 | gereden | 7 |
| wonen | 10 | te liggen | 18 | gevlogen | 3 |
| vragen | 8 | te zitten | 4 | gesjeesd | 2 |
| halen | 7 | te horen | 2 | gefietst | 1 |
| ophalen | 7 | te vallen | 2 | gelopen | 1 |
| doen | 6 | te weten | 2 | gesneld | 1 |
| vertellen | 6 | te spreken | 1 | gespurt | 1 |
| werken | 6 | te overlijden | 1 | gestroomd | 1 |
| zitten | 6 | te vervallen | 1 | gevallen | 1 |
| eten | 5 | te verkeren | 1 | gewaaid | 1 |
| opdagen | 5 | te zien | 1 | gezakt | 1 |
| … | … | ||||
| Types | 103 | 11 | 11 | ||
| Tokens | 196 | 76 | 20 |
Komen met korte infinitief wordt gecombineerd met een verscheidenheid aan werkwoorden. We treffen zowel onovergankelijke als overgankelijke werkwoorden aan met uiteenlopende betekenissen. Komen met lange infinitief daarentegen heeft een duidelijke voorkeur voor de intransitieve houdingswerkwoorden staan, liggen en in mindere mate zitten. Komen met voltooid deelwoord heeft dan weer een collocationele voorkeur voor intransitieve bewegingswerkwoorden.
Komen met korte infinitief
Komen met korte infinitief wordt gebruikt met
twee soorten ruimtelijke betekenis. De constructie kan om te beginnen uitdrukken
dat het onderwerp zich verplaatst om de handeling in de infinitief uit te
voeren. We hebben met andere woorden te maken met een verplaatsing die dan
gevolgd wordt door een handeling of toestand.
Ook gaan met korte infinitief drukt een dergelijke ruimtelijke betekenis
uit. De SoD (2015: 1022) suggereert dat komen met korte infinitief
typisch een verplaatsing naar het deiktische centrum (d.w.z. het ‘hier
en nu’ van de spreker en toehoorder) impliceert terwijl gaan met korte
infinitief een verplaatsing van het deiktische centrum weg inhoudt.
Deze verplaatsingsbetekenis brengt een ingressief aspect met zich mee. De
verplaatsing van het onderwerp luidt immers het begin van een nieuwe situatie in
(Johansson 2006: 156). In tegenstelling tot
blijven en
gaan met korte infinitief
komt komen met korte infinitief niet
met een puur aspectuele betekenis voor en is de ruimtelijke betekenis dus steeds
aanwezig .
Daarnaast kan de constructie ook aangeven dat het onderwerp zich verplaatst op een bepaalde
manier. De infinitief is in dat geval typisch een bewegingswerkwoord (6a-6b)
maar ook andere werkwoorden die uitdrukken wat het onderwerp doet tijdens de
verplaatsing zijn mogelijk (6c).
Relatie komen met voltooid deelwoord vs. korte
infinitief
Wanneer komen gecombineerd wordt met een
bewegingswerkwoord (of een werkwoord dat aangeeft wat het onderwerp doet tijdens
zijn verplaatsing) en een richtingsbepaling kan het zowel met een korte
infinitief als een voltooid deelwoord voorkomen. Zinnen (7a-7b) illustreren de
alternantie tussen beide constructies met hetzelfde bewegingswerkwoord
rennen en het bijwoord
aan.
Beide constructies worden gebruikt in drie soorten context. Om te beginnen komen ze voor met
bewegingswerkwoorden in combinatie met een bijwoord van richting, zoals in
(8a-8c).
In (7a-7b) kan het bijwoord van richting als het niet-werkwoordelijke
deel van een scheidbaar samengesteld werkwoord geanalyseerd worden of
als achterzetsel bij de plaatsbepaling die er vlak vooraf gaat. We
verwijzen naar 9.2.3 voor argumenten voor beide analyses.
Daarnaast worden beide constructies ook gebruikt met bewegingswerkwoorden met een noodzakelijke
richtingsbepaling (9a-9c).
Ten slotte komen de constructies voor bij bewegingswerkwoorden in combinatie met het bijwoord
aan. Opvallend is dat
aan niet alleen kan
voorkomen met het bewegingswerkwoord buiten de constructie.
Het is vooralsnog niet helemaal duidelijk hoe taalgebruikers kiezen tussen de constructie met voltooid deelwoord of infinitief. Sommige onderzoekers suggereren dat de keuze voor één van beide constructies gepaard gaat met een subtiel betekenisverschil. Beide constructies geven de manier aan waarop het onderwerp zich naar een bepaald doel beweegt. Het voltooid deelwoord zou hierbij de nadruk leggen op het afronden van de beweging terwijl de infinitief meer het idee van onderweg zijn activeert.
Deze hypothese wordt verdedigd door Ebeling (2006), Honselaar (2010) en Beliën (2016) maar zie Pheiff & Schäfer (te verschijnen) voor een kritische noot.
Daarnaast lijkt de voorkeur voor een deelwoord of een infinitief niet dezelfde te zijn in de verschillende delen van het taalgebied. In de zuidelijke helft van het taalgebied (met name in België, maar in mindere mate ook in het zuiden van Nederland) wordt eerder een deelwoord gebruikt. In de noordelijke helft (met name in het westen) is er eerder een voorkeur voor een infinitief.
Pheiff & Schäfer (te verschijnen) argumenteren dat die regionale voorkeuren enkel gelden in de dialecten en niet in variëteiten dichter bij de standaardtaal.
Bewegingswerkwoorden met korte infinitief alleen
Verdieping
Bewegingswerkwoorden met korte infinitief alleen
In de vaste uitdrukkingen komen opdagen en komen aandragen, aansjouwen, aanslepen, aanzetten met kan alleen een infinitief gebruikt worden.
Een zin met een voltooid deelwoord zou in het laatste voorbeeld een letterlijke betekenis hebben.
iiTelkens weer komen ze
aangedragen met spannende
verhalen.
Komen met lange infinitief
Komen met lange infinitief drukt
inchoatief aspect uit. De constructie geeft meer
bepaald aan dat het onderwerp van de zin op een nieuwe locatie of in een nieuwe
toestand terechtkomt. Het onderwerp oefent hierbij geen invloed uit op de
verandering van locatie of toestand.
Dit feit maakt dat komen met lange infinitief niet in de imperatief kan
komen te staan.
In (11a-11c) komt het onderwerp terecht op een concrete locatie
(onderstreept). Het houdingswerkwoord in de infinitief specifieert hoe het
onderwerp zich in de ruimte manifesteert.In (12a-12c) verwijst de locatie (onderstreept) niet naar een concrete plaats maar is deel
van een vaste uitdrukking zoals onder water
staan, op straat
staan, voor de klas
staan die een bepaalde terugkerende toestand in
de ruimte beschrijft. De betekenisbijdrage van het houdingswerkwoord is
verbleekt.
In (13a-13d) maken de houdingswerkwoorden staan en
liggen deel uit van vaste
uitdrukkingen die een bepaalde toestand beschrijven. De constructie drukt uit
hoe het onderwerp in die terechtkomt.
De constructie komt soms ook voor met infinitieven als
overlijden en
vallen die geen toestand
maar een (eind)puntgebeuren beschrijven. De inchoatieve betekenis van de
constructie is bij dergelijke infinitieven redundant. Het heeft met andere
woorden een omschrijvende functie. Dat geeft zinnen als
(14a) en (14b) een ietwat omslachtig karakter, een eigenschap typisch voor
voorzichtig of formeel taalgebruik.
Groepsvorming
Komen is verplicht groepsvormend in combinatie met zowel een korte infinitief, een lange infinitief als een voltooid deelwoord. In de werkwoordelijke eindgroep staan de korte infinitief en de lange infinitief steeds achter het groepsvormende komen (15a-15b).
Het voltooid deelwoord kan dan weer achter of vóór het groepsvormende
komen terechtkomen
(16a-16b).
In de voltooide werkwoordstijden (17a-17b) verschijnt het groepsvormende
komen als vervangende
infinitief (in het vet gemarkeerd) wanneer het een korte of een lange infinitief
selecteert.
Komen met voltooid deelwoord komt niet voor in de voltooide werkwoordstijden.
Afwijkende woordvolgorde en IPP
Verdieping
Afwijkende woordvolgorde en IPP
De SoD (2015: 6.3.2.IV) argumenteert dat komen met
lange infinitief zich aansluit bij andere werkwoordconstructies met
lange infinitief die niet gevoelig zijn voor het IPP-effect (18.9). Dat standpunt wordt onderbouwd door middel van
voorbeeldzinnen met te weten
komen en duur te staan
komen. Beide uitdrukkingen wijken echter
af van doorsnee constructies met
komen en een lange
infinitief op het vlak van hun gevoeligheid voor het IPP-effect en
woordvolgorde.
De voorbeelden komen uit OpenSonar.
Bij duur te staan komen is er sprake van
volgordevariatie. Naast de gewone volgorde met de lange infinitief
te staan achteraan
(ia-ib) is ook een afwijkende volgorde met te
staan vooraan mogelijk (ic-id).
De uitdrukking vertoont ook optionele IPP. In de voltooide werkwoordstijden kan het
groepsvormende komen naast
de gewone vervangende infinitief (iiia) ook verschijnen als een voltooid
deelwoord (iib).
In deze context is de plaatsing van de lange infinitief te
staan niet vrij. Verschijnt het
groepsvormende komen als een
vervangende infinitief (iia) dan staat te
staan steeds achteraan. Is het
groepsvormende komen een
deelwoord (iib) dan moet te
staan vooraan staan.
Bij te weten komen is geen sprake van variatie. Zowel
de woordvolgorde als de gevoeligheid voor IPP wijkt volledig af van het
gewone patroon. In de werkwoordelijke eindgroep staat de lange
infinitief te weten steeds
voor het groepsvormend werkwoord
komen (iiia-iiic).
In de voltooide werkwoordtijden (iiic) verschijnt het groepsvormende komen als voltooid deelwoord (gemarkeerd in het vet) in de plaats van een vervangende infinitief. De uitdrukking is met andere woorden niet gevoelig voor het IPP-effect.
ANS2 (1997: 983) geeft ook voorbeeld met van te weten
komen met IPP maar dergelijke
gevallen zijn niet te vinden in OpenSonar. Ook de SoD (2015:
1018) keurt IPP bij te weten
komen af.
Literatuur
Hoekstra 1997, Cornips 2002, Johansson 2006, 2008, Ebeling 2006, Honselaar 2010, Beliën 2016,
Schäfer 2020, Pheiff & Schäfer 2022
Verder lezen
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.3,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/03/body.html;18.5.4.3.IV,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/04/03/04/body.html;6.4.1,/data/archief/ans2/e-ans/06/04/01/body.html; |
