Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
18.3.1.2 Gevoeligheid voor het IPP-effect
Het infinitivus-pro-participio-effect (IPP-effect) treedt op wanneer een werkwoordconstructie met infinitief in het bereik van een voltooide werkwoordtijd staat, namelijk als aanvulling bij hebben of zijn. In deze context verschijnt het groepsvormend werkwoord in de constructie als een infinitief in de plaats van een voltooid deelwoord. Het resultaat is dat de werkwoordconstructie de vorm van een dubbele infinitief aanneemt in de werkwoordelijke eindgroep. IPP is op die manier onlosmakelijk verbonden met groepsvorming, het essentiële kenmerk van werkwoordconstructies en de werkwoordgroepen die ze vormen. Nu blijkt dat niet alle werkwoordconstructies met infinitief even gevoelig zijn voor het IPP-effect in het bereik van de voltooide werkwoordtijden. We maken een onderscheid tussen:
  • Constructies met verplichte IPP
  • Constructies met optionele IPP
  • Constructies zonder IPP
  • Constructies zonder voltooide werkwoordstijden
Verder lezen
Constructies met verplichte IPP
De meeste werkwoordconstructies met korte of lange infinitief vertonen steeds het IPP-effect wanneer de voorwaarden daarvoor voldaan zijn. We noemen ze daarom constructies met verplichte IPP. Zinnen (1a-1b) illustreren twee werkwoordconstructies met korte infinitief die steeds het IPP-effect vertonen in de voltooide tijd. We markeren het groepsvormende werkwoord met IPP in het vet; de werkwoordelijke eindgroep staat tussen verticale strepen.
1aVideo-opnamen hebben we nog niet uit Irak |kunnen krijgen|.
Lassy WS-U-E-A-0000000007
bMen is schrik |gaan krijgen| voor nieuwe objecten hoofdzakelijk van existentiële of sociale aard.
Lassy dpc-med-000676-nl-sen
Constructies met optionele IPP
Sommige werkwoordconstructies met lange infinitief kunnen zowel mét als zonder IPP voorkomen in contexten waar de voorwaarden voor IPP vervuld zijn. We noemen ze constructies met optionele IPP. Onderstaande zinnen illustreren hoe proberen de ene keer als infinitief verschijnt als gevolg van het IPP-effect (2a) en de andere keer als voltooid deelwoord (2b).
2aEen beweging die in de Verenigde Staten en Canada werk |heeft proberen te maken| van de bevordering van het zelfstandig of autonoom denken.
CGN fv800485
bToen heb ik ‘t |geprobeerd te maken| en ondanks dat ik twee linkerhanden heb, is dat hartstikke goed gelukt.
CGN fn000809
Wat opvalt bij werkwoordconstructies met optionele IPP is dat de meeste
Bij menen is dat niet het geval. Zie ook SoD (2015: 872).
ook met een beknopte bijzin gecombineerd kunnen worden. Zinnen (3a-3b) illustreren proberen met een beknopte bijzin.
3aIk heb geprobeerd (om) grapjes met ze te maken, maar die sukkels begrepen me niet eens.
Lassy WR-P-P-I-0000000253
bAmnesty International heeft geprobeerd (om) honderden mannen, en soms ook vrouwen, te behoeden voor het zwaard van de beul.
Lassy dpc-ind-001651-nl-sen
In bovenstaande zinnen is de lange infinitief (te maken in 3a en te behoeden in 3b) geen deel van de werkwoordgroep met proberen maar deel van een beknopte bijzin. We kunnen de beknopte bijzin zichtbaar maken door het facultatieve om tussen haakjes toe te voegen in de voorbeeldzinnen. Proberen is hier dus geen groepsvormend werkwoord met een lange infinitief maar een zelfstandig werkwoord dat een beknopte bijzin heeft als één van zijn complementen.
Werkwoorden met optionele IPP worden dus op drie verschillende manieren gebruikt:
  1. Ze worden gebruikt als groepsvormende werkwoorden met een lange infinitief (zie 2a-2b). Het groepsvormend werkwoord en de lange infinitief maken deel uit van dezelfde werkwoordgroep. Ze vormen een werkwoordelijke eindgroep en het groepsvormend werkwoord vertoont IPP in het bereik van een hulpwerkwoord van voltooidheid.
  2. Ze worden gebruikt als zelfstandige werkwoorden met een beknopte bijzin (zie 3a-3b). Het zelfstandig werkwoord en het werkwoord in de beknopte bijzin behoren niet tot dezelfde enkelvoudige zin en vormen geen werkwoordgroep. Beide werkwoorden vormen geen werkwoordelijke eindgroep en het groepsvormend werkwoord vertoont geen IPP.
  3. Ze worden gebruikt in een derde constructietype, ook gewoonweg de derde constructie genoemd, waar het werkwoord een hybride status heeft (zie 2b). Het werkwoord vertoont enerzijds kenmerken van een groepsvormend werkwoord, want het vormt samen met de lange infinitief een werkwoordelijke eindgroep. Het gedraagt zich anderzijds als een zelfstandig werkwoord met een beknopte bijzin, omdat er geen IPP optreedt.
Meer over de derde constructie
Verdieping
Meer over de derde constructie
De derde constructie is niet beperkt tot contexten waar de lange infinitief onmiddellijk volgt op het groepsvormend werkwoord. We gaan hier slechts kort in op dergelijke gevallen omdat het IPP-effect hier uitgesloten is waardoor we niet langer te maken hebben met een potentiële werkwoordgroep. Zinnen (ia-ib) illustreren enkele gevallen van de derde constructie waar proberen niet onmiddellijk aansluit op de lange infinitief.
De haperende manier van formuleren in beide zinnen (die we hier bij uitzondering niet opgeschoond hebben) suggereert dat de sprekers worstelen met de precieze vorm van deze constructie. Merk ook op dat beide voorbeelden door sprekers uit Nederland zijn geformuleerd. Het lijkt erop dat de derde constructie vooral voorkomt in het Nederlands-Nederlands.
iaEn pa heeft dat geprobeerd uhm provisorisch te herstellen door een instrumentje te maken waarmee die iets met het één met het ander verbond.
CGN fn000827
bOf uh ik heb hem een klein beetje geprobeerd 'm 'm een een beetje p*a in perspectief te tekenen.
CGN fn007118
We zien dat het lijdend voorwerp in beide zinnen, het onderstreepte dat en hem, vóór proberen is geplaatst. Die plaatsing komt overeen met de positie van het lijdend voorwerp in zin (1a-1b) en (2a-2b) dat ook voor proberen staat. In (3a-3b) daarentegen staat het lijdend voorwerp voor de lange infinitief in de beknopte bijzin. Wat de zinnen (ia-ib) nu van (2b) onderscheidt, is dat er ander materiaal dat bij de lange infinitief hoort tussen proberen en de lange infinitief is geplaatst net zoals in een beknopte bijzin.
In de generatieve literatuur is sinds het werk van Den Besten en Rutten (1989) grondig nagedacht over de syntactische structuur van de derde constructie. We verwijzen naar de SoD (2015: 5.2.2.3) voor een uitgebreide discussie van dat onderzoek en een overzicht van alle werkwoorden die met de derde constructie en/of een beknopte bijzin kunnen voorkomen.
Constructies zonder IPP
Heel wat werkwoordconstructies zijn helemaal niet gevoelig voor het IPP-effect in het bereik van de voltooide werkwoordstijden. Het gaat om werkwoordconstructies met een voorzetselinfinitief (4b)-(4c) en om andere werkwoordconstructies met een lange infinitief dan die hierboven genoemd zijn.
4aDe soldaten die bij deze divisie waren ingedeeld, hebben het zwaar |te verduren gehad|.
bHet heeft je |aan het roken gekregen|.
cHet kartel heeft lang zelfs |op springen gestaan|.
Constructies zonder voltooide werkwoordstijden
Ten slotte zijn er een aantal werkwoordconstructies die niet voorkomen in de voltooide werkwoordstijden, waardoor we hun gevoeligheid voor het IPP moeilijk kunnen testen. Zinnen (6a-6c) illustreren enkele van die werkwoordconstructies in de onvoltooid tegenwoordige tijd.
5aMarc Van Den Hoof over de nieuwe tijd die hem maar matig |schijnt te bevallen|.
bNu weet ik dus ook: hoe groot en sterk of slim je ook |denkt te zijn|, het kan ook jou overkomen.
Lassy WR-P-P-C-0000000047
Literatuur
Den Besten & Rutten 1989, Rutten 1991, Broekhuis et al. 1995, Hartevelt & Hoekstra 19991, Klooster 2001, IJbema 2002, Schmid 2005, Zwart 2011, Augustinus 2015, Augustinus & Van Eynde 2017
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Evie Coussé juli 2022
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997 18.5.1.2,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/01/02/body.html;18.5.2.1.II,/data/archief/ans2/e-ans 18/05/02/01/02/body.html
    1.0 G. Geerts, Walter Haeseryn, J.J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1984 8.6.2.1.II
    Interessante links