18.5.4.9 Weten met korte of lange infinitief
Weten met lange infinitief wordt hoofdzakelijk
met een modale betekenis gebruikt. Zie paragraaf 18.5.1.9. De constructie heeft echter ook een infrequent
objectgeoriënteerde gebruik dat we hier kort
toelichten. Het is beperkt tot weten in combinatie met één van de infinitieven
hangen,
liggen,
staan of
wonen en een plaatsbepaling.
De constructie drukt uit dat het onderwerp weet waar het lijdend voorwerp
(tevens geïmpliceerd onderwerp van de infinitief) zich bevindt. De
objectgeoriënteerde constructie met
weten komt voor met een lange of
korte infinitief.
De variant met lange infinitief, geïllustreerd in (1a-1d), is typisch voor het Nederlandse
Nederlands, maar komt soms ook voor in het Belgisch-Nederlands.
Deze constructie komt niet voor in de data van Coussé & Bouma (2022)
en ook in het Corpus Hedendaags Nederlands zijn nauwelijks gevallen te
vinden.
.De variant met korte infinitief, geïllustreerd in (2a-2d), is beperkt tot het Belgisch
Nederlands. De korte infinitief sluit naar de vorm aan bij andere veel
frequentere objectgeoriënteerde constructies zoals die met causatieve en
perceptiewerkwoorden.
Deze constructie komt niet voor in de data van Coussé & Bouma (2022).
In het Corpus Hedendaags Nederlands lijkt de variant met korte
infinitief wat vaker voor te komen dan die met lange infinitief.
Beide constructievarianten zijn verplicht groepsvormend, zoals de bijzinnen (1a-1d) en (2a-2d) illustreren. Door hun lage frequentie is het moeilijk na te gaan of ze in de voltooide tijden gebruikt kunnen worden.
Gebruik van de voltooide tijden
Verdieping
Gebruik van de voltooide tijden
Het ligt conceptueel niet voor de hand een voltooide tijd te vormen van een mentale
toestandswerkwoord als
weten. Het impliceert immers
dat je ‘het weten van iets’ als afgerond in het verleden voorstelt. In
het Belgisch-Nederlands wordt de voltooide tijd van
weten met korte
infinitief echter gebruikt in de betekenis van ‘zich kunnen herinneren’,
‘nog weten dat’, ‘weet hebben van iets’. Dit gebruik is niet beperkt tot
houdingswerkwoorden, zoals blijkt uit zinnen (ia-ic).
Zinnen komen uit het Corpus Hedendaagse Nederlands
.Literatuur
De Rooij 1969, Zajicek 1970, De Schutter 1974, Fischer 1994, Den Dikken & Zwart 1996
Verder lezen
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.4.12.II,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/04/12/02/body.html; |
