Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
21.9.1 Zinstype 1a
In zinnen van zinstype 1a staat de persoonsvorm (pv) altijd in de eerste pool. De eerste zinsplaats moet gevuld worden door een zinsdeel (of een deel daarvan):
eerste zinsplaats |persoonsvorm| middenstuk |tweede pool| laatste zinsplaats
Dit zinstype komt bij uitstek voor als zelfstandige zin: ik |zou| vandaag Emma graag |willen spreken|, waar |zou| Emma toch |zijn gebleven| na onze laatste ruzie? Toch kan dit type ook als afhankelijke zin optreden ((Ze had) 'Ik |wil| je even niet meer |zien|!' (geroepen), Ze |mag| dan nog zo kwaad |zijn|, (ze draait altijd binnen het uur bij)).
Verder lezen
Zelfstandige zinnen van het type 1a
Zinnen van het type 1a kunnen, indien ze zelfstandig worden gebruikt, worden verdeeld in zinnen zonder een vast element op de eerste zinsplaats en zinnen waarin wel sprake is van zo'n vast element. Bij de laatste categorie staat er altijd een vragend of uitroepend (voornaam)woord op de eerste zinsplaats. De volgende voorbeelden bevatten zinnen van de eerste subcategorie:
1Mededelende zinnen
aSinds vier jaar |studeert| Francien in Gent |Ø|.
bGisteravond |heeft| hij eindelijk z'n ongelijk toe|gegeven|.
cDie Frank |vond| ze toch maar een rare kerel |Ø|.
2Vragen waarop het antwoord gesuggereerd wordt
aMorgen |gaat| Wim dus niet mee |Ø| met jullie?
bU |spreekt| toch Duits |Ø|, (niet)?
cJij |hebt| het zeker niet |gedaan|, (hè)?
3Wenszinnen met een conjunctief (presens)
aHet |ga| je goed |Ø|.
bHet |zij| zo |Ø|.
cLang |leve| het bruidspaar |Ø|!
In dit soort zinnen kan vrijwel ieder denkbaar zinsdeel voorafgaan aan de eerste pool, tenzij dat de vorm van een vragend of uitroepend (voornaam)woord heeft of zo'n vorm bevat. De zinnen in (2) zijn een speciaal soortja/nee-vragen. Normaal gesproken behoren ja/nee-vragen tot zinstype 1b. Zinnen als die in (3) zijn vaak vaste uitdrukkingen vanwege het beperkt voorkomen van conjunctiefvormen. Anders dan bij zinstype 1b is de conjunctief bij zinstype 1a ook nog eens beperkt tot het presens.
De tweede subcategorie van zinstype 1a wordt, anders dan de zinnen hierboven, gekenmerkt door een vaste invulling van de eerste zinsplaats:
4Vraagwoordvragen
aWat voor weer |wordt| het vandaag |Ø|?
bWaarom |heb| je me dat niet eerder |verteld|?
cMet welke trein |zou| oma ook alweer aan|komen|?
5Uitroepende zinnen die met een uitroepend voornaamwoord beginnen
aWat een onweer |komt| daar aan|Ø|, (zeg)!
bWat |maken| mijn kinderen toch altijd een rommel |Ø|!
cWat |kan| dat mens |zeuren|!
Vraagwoordvragen hebben op de eerste zinsplaats een vragend (voornaam)woord of een constituent die zo'n woord bevat, zoals de zinnen in (4) laten zien. Dit hebben ze deels gemeen met zinstype 2a Ook zogenaamde retorische vragen kunnen in de vorm van zinstype 1a voorkomen: wie |houdt| er nu niet van de natuur? Echovragen vallen dan weer onder de eerste subcategorie: het |wordt| vandaag wat voor weer |Ø|?!Uitroepende zinnen van het soort dat in (5) wordt gedemonstreerd bevatten een uitroepend voornaamwoord of een constituent die zo'n voornaamwoord bevat. Zinstype 1b bevat uitroepende zinnen zonder uitroepend voornaamwoord.
Het uitroepend voornaamwoord hoe
Verdieping
Het uitroepend voornaamwoord hoe
Het uitroepend voornaamwoord verschijnt bijna altijd in de vorm van wat. In [5.10.2.2] Wat + adjectivische constituent wordt opgemerkt dat hoe in formele zinnen kan optreden als uitroepend voornaamwoord (zie i-a):
iaHoe leuk (|is| dat |Ø|) om te horen!formeel
bHoe leuk |is| dat |Ø|!informeel
Het voorbeeld in (i-b) bevat een voorbeeld van een informele zin van zinstype 1a met uitroepend hoe.
Zinnen zoals in (4) en (5) zijn weliswaar beperkt voor wat de vorm van de constituent op de eerste zinsplaats betreft, maar qua functie is die constituent niet beperkt. Ook in zulke zinnen kan dus vrijwel ieder denkbaar zinsdeel op de eerste zinsplaats staan.
Afhankelijke zinnen van het type 1a
Hoewel de woordvolgorde van zinstype 1a kenmerkend is voor zelfstandige zinnen, is er een aantal gevallen waarin dit zinstype dienst doet als afhankelijke zin. Het meest elementaire geval is de directe rede:
6Directe rede
a(Het schijnt dat Karel nog) 'Ik |ben| echt toe |Ø| aan een nieuwe auto!' (geroepen heeft.)
b(Emma had het meteen gedacht:) wie |gaat| dat in vredesnaam |betalen|?
c(Die video heet) 'Hoe |repareer| ik een lekkende kraan |Ø|?'
In deze voorbeelden vervult de directe rede steeds de rol van zinsdeel in een andere, zelfstandige zin (het gedeelte tussen haken) of is daarmee via de aanloop of de uitloop verbonden. Een bijzonder geval waarin zinstype 1a fungeert als afhankelijke zin, is de zogenaamde semidirecte rede: (Bertus vertelde:) hij |had| nog nooit zo van een concert |genoten|.
Ook andere afhankelijke zinnen kunnen van het type 1a zijn. Dat is het geval bij zinnen die in de aanloop of uitloop staan en geassocieerd worden met een voorlopig (of herhalend) subject (onderwerp), direct object (lijdend voorwerp) of oorzakelijk object (oorzakelijk voorwerp):
7Afhankelijke zinnen in de aanloop of uitloop
aIk |kan| niets meer voor u |doen|, (het spijt me zeer.)
b(Karel kon het niet langer ontkennen:) hij |bleek| volkomen blut |te zijn|.
c(Hij was het meer dan zat:) ze |liet| hem nooit eens |uitpraten|!
Deze zinnen hebben steeds een tegenhanger met een onderschikkend voegwoord: |dat| ik niet meer voor u |kan doen| (spijt me zeer), (Karel kon niet langer ontkennen) |dat| hij volkomen blut |bleek te zijn| en (u zult zien) |dat| het een prachtige reis |wordt|. De afhankelijke zinnen in deze tegenhangers zijn van zinstype 2b en krijgen iets minder nadruk dan de afhankelijke zinnen in (7). Ze staan niet in de aanloop of uitloop, maar maken deel uit van de eigenlijke zin. Het voorlopige of herhalende zinsdeel kan soms achterwege blijven bij zinnen als in (7): (Karel kon niet langer ontkennen:) hij |bleek| volkomen blut |te zijn|.
Ook afhankelijke zinnen in de functie van bijwoordelijke bepaling van toegeving kunnen de volgorde van zinstype 1a vertonen:
8Toegevende zinnen zonder voegwoord
aHij |mag| dan nog zo knap |zijn|, (van lesgeven heeft hij niet veel kaas gegeten.)
bZe |kan| |vertellen| wat ze wil, (geloven zullen we haar toch niet.)
Zoals beschreven in [21.4.1.1] Wat kan er niet op de eerste zinsplaats staan in zinstype 1a staan ook de afhankelijke zinnen in (8) in de aanloop van de bevattende zin.
Vergelijkende zinnen met als en toegevende zinnen met (ook) al
Verdieping
Vergelijkende zinnen met als en toegevende zinnen met (ook) al
Afhankelijke zinnen die beginnen met de onderschikkende voegwoorden als of (ook) al en die fungeren als bepaling van vergelijking of van toegeving zinstype 1a te vermengen met zinstype 2b: het voegwoord wordt in dit soort zinnen direct gevolgd door de persoonsvorm (pv):
iVergelijkende zinnen met als
a(Hij staarde mij aan) |als begreep| hij me niet |Ø|.formeel
b(Hij staarde mij aan) |alsof| hij me niet |begreep|.
iiToegevende zinnen met (ook) al
a(Hij zal echt niet komen,) |ook al heeft| hij alle tijd van de wereld |Ø|.
b|Al werkt| ze nog zo hard |Ø|, (je zus zal dat examen niet halen.)
Vergelijkende zinnen als in (i-a) staan op de laatste zinsplaats van de bevattende zin en behoren tot het formele taalgebruik. Ze hebben steeds een tegenhanger van zinstype 2b met alsof (i-b). Toegevende zinnen met (ook) al staan in de aanloop (ii-b) of uitloop (ii-a). Een verschil met andere toegevende zinnen is dat ze een realiteit veronderstellen die puur hypothetisch is. De voegwoordloze voorbeelden in (8) en zinnen met (al)hoewel en ofschoon gaan uit van een reële situatie.
In (i-a) en (ii) staan zowel het onderschikkend voegwoord als de pv in de eerste pool. Buiten deze specifieke gevallen is dit nooit mogelijk, al is het in informeel niet ongebruikelijk om twee voegwoorden in de eerste pool te plaatsen. Het is ook denkbaar dat als en (ook) al hier niet in de eerste pool staan. Voor als is elders beschreven dat het eigenschappen van een adpositie heeft. Zo'n analyse zou erop wijzen dat de afhankelijke zin in (i-a) van het zinstype 1b is en als complement fungeert binnen een adpositieconstituent. Bij (ook) al is het denkbaar dat het een bijwoord is dat op de eerste zinsplaats staat. In dat geval zijn de afhankelijke zinnen in (ii) daadwerkelijk van zinstype 2a. Deze analyse is vooralsnog louter speculatief.
Zinstype 1a na (al)hoewel en ofschoon
Verdieping
Zinstype 1a na (al)hoewel en ofschoon
In gesproken Nederlands komen toegevende zinnen met de onderschikkende voegwoorden (al)hoewel en ofschoon voor die niettemin de volgorde hebben van zinstype 1a. Deze woordvolgorde is alleen mogelijk wanneer de afhankelijke zin op de bevattende zin volgt:
i(Hij is er behoorlijk slecht aan toe, ofschoon) - volgens de dokter |is| er een redelijke kans |Ø| dat hij het haalt.formeel
ii(Ik ben niet erg geneigd hem te geloven, hoewel) - je |kunt| natuurlijk nooit |weten|.
Na ofschoon of (al)hoewel volgt een pauze. De intonatie stijgt vlak voor die pauze, waarna de zin wordt afgebroken (in de voorbeelden aangegeven door een gedachtenstreepje). De zin die volgt is een afzwakking van wat in de zelfstandige zin werd gezegd. Eigenlijk is hier geen sprake meer van één (samengestelde) zin, omdat het onderschikkend voegwoord geen deel uitmaakt van de afhankelijke zin.
Bij nevenschikking van afhankelijke zinnen is de tweede van die zinnen soms van het type 1a. Dit gebeurt bij nevenschikking van voorwaardelijke (bij)zinnen waarbij het onderschikkende voegwoord als, wanneer of indien niet wordt herhaald:
9Nevengeschikte voorwaardelijke zinnen
a(Als je hiermee klaar bent en) je |hebt| nog wat tijd over |Ø|, (zou je dit dan voor me willen inpakken?)
b(Wanneer ons bedrijf gaat uitbreiden of) er |stromen| medewerkers door |Ø| naar andere functies, (nemen wij graag wederom contact met u op.)
c(Indien de temperatuur de 100 graden bereikt en) de druk |is| voldoende hoog |Ø|, (gaat vloeibaar water over in waterdamp.)
Deze mogelijkheid bestaat niet wanneer het voegwoord herhaald wordt, getuige een zin als (wanneer ons bedrijf gaat uitbreiden of) |wanneer| er medewerkers door|stromen| naar andere functies, (nemen wij graag wederom contact met u op.) Doordat het onderschikkende voegwoord de eerste pool bezet, is een voorwaardelijke zin van het type 1a uitgesloten. In plaats daarvan is er consequent sprake van zinstype 2b.
Zinstype 1a bij andere afhankelijke zinnen
Verdieping
Zinstype 1a bij andere afhankelijke zinnen
In informele gesproken taal komen ook wel andere afhankelijke zinnen van zinstype 1a voor, waaronder die van graadaanduidend gevolg:
ia(Het heeft zo hard geregend) |dat| // de straten |staan| hier blank |Ø|.informeel
b(Ik vond het zulke dure appels) |dat| // ik heb ze toch maar niet |gekocht|.informeel
Zulke zinnen lijken een overgang in het productieproces te vertonen, waarbij de spreker overschakelt van een (bij)zin van type 2b (ingeleid door dat) naar een (hoofd)zin van type 1a, waarbij respectievelijk de straten en ik als eerste zinsdeel fungeren. Het betreft dan een nieuwe start van de zin, hier weergegeven met het symbool //.
Ten slotte vertonen ook de of -zinnen in een balansschikking de woordvolgorde van zinstype 1a:
10Of -zinnen bij balansschikking
a(Frank twijfelde er niet aan) (of) ze |zouden| hem tot voorzitter |benoemen|.
b(Nauwelijks had hij dat gezegd) (of) de hele zaal |barstte| in boegeroep uit|Ø|.
c(Het scheelde weinig) (of) de docent |had| die software aan|geschaft|.
Dergelijke zinnen volgen steeds na een zin met een ontkennend element (niet, nauwelijks en weinig in de bovenstaande zinnen). Ze staan altijd op de laatste zinsplaats van die eerste zin en beginnen altijd met het voegwoord of. De ronde haakjes om of geven aan dat dit voegwoord, net als (andere) nevenschikkende voegwoorden, buiten de eigenlijke zin staat.
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 M. van de Visser augustus 2019
    Interessante links