18.8.2 Volgorde in drieledige eindgroepen
Drieledige eindgroepen in de bijzin bestaan uit twee groepsvormende werkwoorden en een
hoofdwerkwoord.
De combinatiemogelijkheden van de groepsvormende werkwoorden is uitvoerig
besproken in 18.7.
De werkwoorden in drieledige eindgroepen staan in een hiërarchische
bereiksrelatie tot elkaar. 18.2.1 Het hoogste groepsvormende werkwoord heeft
bereik over het lagere groepsvormende werkwoord en het hoofdwerkwoord. Het
lagere groepsvormende werkwoord heeft alleen bereik over het hoofdwerkwoord. We
kunnen die bereiksrelaties expliciet maken door middel van het cijfer ‘1’ voor
het hoogste groepsvormende werkwoord, ‘2’ voor het lagere groepsvormend
werkwoord en ‘3’ voor het hoofdwerkwoord.
Het hoogste groepsvormend werkwoord staat als het ware op het hoogste
trapje van een erepodium voorzien van het nummer ‘1’.
We markeren in (1a-1e) het hoofdwerkwoord in het vet zodat de interne
structuur van de eindgroep duidelijker in het oog springt. Het hoogste
groepsvormend werkwoord is steeds vervoegd.Bij de volgorde in drieledige eindgroepen maken we om te beginnen een onderscheid op basis van de
vorm van het lagere groepsvormende werkwoord. In het overgrote deel van de
gevallen is dat werkwoord een infinitief, zoals in (1a-1c). We hebben steeds te
maken met de volgorde hoger groepsvormend werkwoord – lager groepsvormend
werkwoord [1-2]. Het hoofdwerkwoord wordt relatief tegenover het paar van
groepsvormende werkwoorden geplaatst. Is het hoofdwerkwoord een infinitief,
zoals in (1b), dan staat het steeds achter beide groepsvormende werkwoorden
[1-2-3]. Is het een voorzetselinfinitief, zoals in (1c), dan komt het
voor beide groepsvormende werkwoorden terecht [3-1-2]. Hoofdwerkwoorden
in de vorm van een deelwoord hebben de meeste plaatsingsmogelijkheden. Ze kunnen
vóór beide groepsvormende werkwoorden [3-1-2] staan, zoals in (1a), maar
ook erachter [1-2-3] en zelfs er tussenin [1-3-2]. Tabel 1 vat de
volgordepatronen samen bij drieledige eindgroepen in de bijzin waarbij het
lagere groepsvormend werkwoord een infinitief is.
Tabel 1. Volgorde in drieledige eindgroepen in de bijzin (lager groepsvormend werkwoord is een infinitief)
| V1 | V2 | V3 | Volgorde V1/V2 | Plaatsing V3 vs. V1-V2 | Volgorde |
| Finiet | Infinitief | Deelwoord | 1-2 | voor, achter, tussen | 3-1-2, 1-2-3, 1-3-2 |
| Finiet | Infinitief | Infinitief | 1-2 | achter | 1-2-3 |
| Finiet | Infinitief | Voorzetsel-infinitief | 1-2 | voor | 3-1-2 |
In een klein aantal gevallen is het lagere groepsvormend werkwoord geen infinitief maar een
deelwoord, zoals in (1d). Dat is het geval bij groepsvormende werkwoorden in het
bereik van een hulpwerkwoord van voltooidheid die niet gevoelig zijn voor het
IPP-effect. In dergelijke drieledige eindgroepen is de volgorde van het lagere
groepsvormend werkwoord en het hoofdwerkwoord vast. We hebben steeds te maken
met de volgorde hoofdwerkwoord - lager groepsvormend werkwoord [3-2]. Het
hulpwerkwoord van voltooidheid kan achter dit werkwoordpaar geplaatst worden,
zoals in (1d), maar ook ervoor of ertussenin. Tabel 2 vat de volgordepatronen
samen voor dit weinig frequente type drieledige eindgroepen.
Tabel 2. Volgorde in drieledige eindgroepen in de bijzin (lager groepsvormend werkwoord is een voltooid deelwoord)
| V1 | V2 | V3 | Volgorde V2/V3 | Plaatsing V1 vs. V3-V2 | Volgorde |
| Finiet | Deelwoord | DeelwoordInfinitief | 3-2 | achter, voor, tussen | 3-2-1, 3-1-2, 1-3-2 |
In wat volgt geven we meer voorbeelden van de vier types drieledige eindgroepen en hun volgordepatronen.
Verder lezen
Drieledige eindgroep met infinitief en deelwoord
In drieledige werkwoordgroepen met infinitief en deelwoord verschijnt het hoofdwerkwoord (dat een
deelwoord is) in het bereik van een perfectum (2a-2c), passief (3a-3c),
semi-passief (4a-4c) of locatieve resultatieve constructie (5a-5c). Het
deelwoord kan in dergelijke eindgroep op drie plaatsen staan: aan het begin van
de eindgroep [3-1-2], helemaal achteraan [1-2-3] of tussen beide
groepsvormende werkwoorden in [1-3-2].
Hoewel alle drie de volgordevarianten in de standaardtaal voorkomen, is de mate waarin ze gebruikt worden niet in alle delen van het taalgebied en niet in alle vormen van taalgebruik dezelfde. Vooropplaatsing van het deelwoord (zoals in de a-zinnen) is de meest gangbare volgorde in gesproken taal in Nederland. Achteropplaatsing (zoals in de b-zinnen) komt vooral in geschreven taal voor, het meest in journalistiek taalgebruik. Tussenplaatsing van het deelwoord komt in Nederland weinig voor. In België is tussenplaatsing (zoals in de c-zinnen) in de praktijk juist de gebruikelijkste volgorde, al wordt voor de standaardtaal vaak de voorkeur gegeven aan een andere volgorde. Net als in Nederland bestaat er een tendens om (vooral) in geschreven taal het deelwoord achterop te plaatsen.
Bovenstaande voorbeelden kunnen de indruk geven dat het hoogste groepsvormende werkwoord steeds een modaal werkwoord moet zijn dat een korte infinitief selecteert. Zinnen (6a-6c) zijn enkele voorbeelden waarbij het hoogste groepsvormende werkwoord een lange infinitief selecteert, met dezelfde variabele plaatsing van het deelwoord.
Drieledige eindgroep met infinitief en infinitief
In drieledige eindgroepen met infinitief en infinitief verschijnt het hoofdwerkwoord als een
infinitief in het bereik van groepsvormende werkwoorden die een korte of lange
infinitief selecteren.
Bij hoofdwerkwoorden in de vorm van een lange infinitieven valt
te in deze context
vaak weg, een verschijnsel dat we te-wegval noemen.
Zie bijvoorbeeld (8e).
Het lager groepsvormend werkwoord verschijnt zelf ook als infinitief.
Drieledige eindgroepen met een dubbele infinitief hebben een vaste volgorde
waarbij het hoofdwerkwoord steeds achter de groepsvormende werkwoorden staat
[1-2-3]. Die woordvolgorde weerspiegelt de bereiksrelaties tussen de
drie werkwoorden op een directe manier. Zinnen (7a-7e) illustreert het vaste
volgordepatroon voor enkele paren van groepsvormende werkwoorden die gestapeld
zijn op hetzelfde hoofdwerkwoord
doen.
Zie 18.8 voor een uitvoerige discussie over de precieze
combinatiemogelijkheden van de groepsvormende werkwoorden.
Dit vaste volgordepatroon kent één uitzondering. De lange infinitief bij ingebedde groepsvormende
werkwoorden als zijn en
hebben (uit de groep van
groepsvormende werkwoorden die geen IPP vertonen, zie 18.5.6)
vertoont de flexibele plaatsing van een voltooid deelwoord in drieledige
eindgroepen met infinitief en deelwoord. De lange infinitief kan met andere
woorden vóór, achter of tussen de groepsvormende werkwoorden geplaatst worden,
zoals (8a-8c) illustreren.
Drieledige eindgroepen met infinitief en voorzetselinfinitief
Wanneer het hoofdwerkwoord in een drieledige eindgroep de vorm van een voorzetselinfinitief heeft, komt het steeds vóór de twee groepsvormende werkwoorden terecht [3-1-2]. Dit type drieledige eindgroepen komt weinig voor.
Drieledige eindgroep met deelwoord en deelwoord/infinitief
Groepsvormende werkwoorden die niet gevoelig zijn voor het IPP-effect verschijnen in het bereik
van een hulpwerkwoord van voltooidheid als een deelwoord. Het is een weinig
frequent verschijnsel dat we vooral terugvinden bij het semi-passieve
krijgen (10a-10c) en
werkwoorden als zijn en
hebben die een lange
infinitief selecteren (zie 18.5.6). In dergelijke drieledige eindgroepen gaat het
hoofdwerkwoord verplicht aan het lagere groepsvormend werkwoord vooraf
[3-2]. Het hulpwerkwoord van voltooidheid kan tussen [3-1-2],
achter [3-2-1] of vóór [1-3-2] beide werkwoorden staan. Het is
vooralsnog niet duidelijk welke volgorde de voorkeur heeft.
Dezelfde volgordepatronen komen ook terug bij de voltooide tijd van het passief in vooral het
Belgisch-Nederlands.
Literatuur
Deze paragraaf bouwt voornamelijk verder op de observaties gepresenteerd in de ANS2 en is niet
systematisch getoetst aan nieuwere literatuur of corpusgegevens. Voor eventuele
nieuwe inzichten in de volgorde van drieledige eindgroepen verwijzen we naar de
proefschriften van Coupé (2015), Dros-Hendriks (2018) en Bloem (2021) en
referenties daarin.
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.8.7.3,/data/archief/ans2/e-ans/18/08/07/03/body.html;18.8.7.4,/data/archief/ans2/e-ans/18/08/07/04/body.html; |
