Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
21.9.2 Zinstype 1b
In zinnen van zinstype 1b staat de persoonsvorm (pv) altijd in de eerste pool, net als bij zinstype 1a. De eerste zinsplaats blijft verplicht leeg:
|persoonsvorm| middenstuk |tweede pool| laatste zinsplaats
Zinnen van dit type komen meestal als zelfstandige zin voor (|Is| er iets mis |Ø| met Emma's internet? |Laten| we het daar maar niet over |hebben|. In een aantal gevallen fungeren deze zinnen als afhankelijke zin: |mocht| dat niet |werken|, (dan kunnen we altijd nog haar vader bellen), |was| ze in het begin maar een klein beetje boos |Ø|, (nu is ze laaiend).
Verder lezen
Zelfstandige zinnen van het type 1b
Er zijn vijf soorten zelfstandige zinnen van het type 1b te onderscheiden:
1Ja/nee-vragen
a|Komt| hij morgen nou echt niet |eten|?
b|Begrijp| je nu eindelijk |Ø| waarom?
c|Leek| Emma die auto werkelijk zo'n goede deal |Ø|?
Net als bij zinstype 1a behoren ook retorische vragen tot deze klasse: |is| er dan helemaal geen gerechtigheid meer in deze wereld?
2Wenszinnen met een conjunctief (presens of imperfectum)
a|Leve| de vierdaagse werkweek |Ø|!
b|Moge| deze dag nog lang in onze herinnering |blijven|!
c|Kon| ik maar wat vaker tot negen uur uit|slapen|!
Anders dan bij zinstype 1a kan de conjunctief hier zowel in het presens als in het imperfectum voorkomen.
3Imperatiefzinnen
a|Loop| alsjeblieft niet zo |te zeuren|!
b|Eet| je bord leeg |Ø|, (Joep, en) |hou| op|Ø| met tegen de tafelpoot te schoppen.
c|Moet| je eens |voelen| hoe zacht deze stof is! (= 'Voel eens')
Imperatiefzinnen hebben meestal een geïmpliceerd subject (onderwerp), dat samenvalt met de aangesprokene. Als dat subject uitgedrukt wordt, komt het in het middenstuk vlak na de eerste pool: |eet| jij je bord eens heel snel leeg |Ø|, |loopt| u gerust verder |Ø|. Imperatiefzinnen met moeten, zoals (3c), hebben een impliciet subject en vormen vaste combinaties die een imperatief van het hoofdwerkwoord omschrijven.
4(Aansporende) zinnen met laten
a|Laten| we daar nu maar niet meer over |praten|.
b|Laat| ons nu samen |bidden|.formeel
c|Laat| het nu net |beginnen te gieten|!
In (4) wordt het subject ook verzwegen. Los van deze religieuze formule behoren aansporende zinnen met laat ons en laat me in Nederland tot het formele taalgebruik, terwijl ze in België vrij gangbaar zijn (zie ook Taaladvies.net ).
5Uitroepende zinnen
a|Heb| je nou ooit |Ø|!
b|Doe| ze dat maar eens na|Ø|!
c|Kijk| hem eens lief |spelen|!
Uitroepende zinnen als (5a) sluiten nauw aan bij ja/nee-vragen. De zinnen in (5b-c) lijken meer op imperatieven. De laatste variant komt soms voor met een subjectsvorm in het middenstuk (|kijk| hij eens |rennen|), waardoor de nadruk meer op de handeling komt te liggen in plaats van op de handelende persoon, zoals elders beschreven. Uitroepende zinnen komen ook voor bij zinstype 1a, waar de eerste pool voorafgegaan wordt door een uitroepend voornaamwoord, en ook in zinstype 2a en zinstype 2b.
Afhankelijke zinnen van het type 1b
De woordvolgorde van zinstype 1b is, evenals die van zinstype 1a, kenmerkend voor zelfstandige zinnen. Niettemin wordt ook zinstype 1b soms aangetroffen bij afhankelijke zinnen. Het meest elementaire geval daarbij is wederom de directe rede:
6Directe rede
a(Emma snauwde tegen Karel:) '|Ben| je er nu nog niet uit |Ø| welke auto het moet worden?'
b|laat| ik nu maar snel |beslissen|, (dacht Karel bij zichzelf.)
c(De titel van een tv-programma uit mijn jeugd was) 'Doet-ie het of doet-ie het niet?'
De directe rede in deze voorbeelden heeft de functie van een zinsdeel in een andere, zelfstandige zin, of is daarmee via de aanloop of de uitloop verbonden. Net als zinstype 1a kan zinstype 1b worden gebruikt bij de zogenaamde semidirecte rede: (Karel begon zich af te vragen:) |had| hij Emma misschien beter niet mee |kunnen vragen|?
Ook afhankelijke zinnen in de uitloop die worden geassocieerd met het subject (onderwerp), direct object (lijdend voorwerp) of voorzetselobject (voorzetselvoorwerp) vertonen soms de woordvolgorde van zinstype 1b:
7Afhankelijke zinnen in de uitloop
a(Het probleem is dit:) |kun| je zoiets überhaupt wel |doen|?
b(Hij bleef het zich afvragen:) |kan| geld ooit gelukkig |maken|?
c(Hij was er niet zeker van:) |mocht| ze hem wel |Ø|?
Dit soort zinnen zijn een stilistische variant van of-zinnen van zinstype 2b, zoals in (hij bleef zich afvragen) |of| geld ooit gelukkig |kan maken|. Het zinsdeel waarmee een afhankelijke zin in de uitloop geassocieerd wordt, is niet altijd expliciet aanwezig in de eigenlijke zin: (het probleem is:) |kun| je zoiets überhaupt wel doen?
Ook bijwoordelijke bepalingen nemen soms de vorm aan van een zin van het type 1b. Het gaat om de volgende twee (voegwoordloze) categorieën:
8Zinnen zonder voegwoord die een veronderstelling of voorwaarde uitdrukken
a|Mocht| je tien uur te vroeg |vinden|, (dan wil ik ook wel om half elf vertrekken.)
b|Leest| hij het boek niet |Ø|, (dan moet hij het maar gauw terugbezorgen.)
c|Had| hij maar beter naar ons |geluisterd|, (dan zou hij zich nu niet in zo'n lastig parket bevinden.)
De afhankelijke zinnen in (8) doen dienst als bijwoordelijke bepaling van voorwaarde en bevinden zich in de aanloop van een zelfstandige zin. Ze hebben in het formele taalgebruik geen toegang tot de eerste zinsplaats, zoals beschreven is in [21.4.1.1] Wat kan er niet op de eerste zinsplaats staan in zinstype 1a? In informeel taalgebruik is dit wel mogelijk:
9|Leest| hij het boek niet |Ø|, (moet hij het maar gauw terugbezorgen.) informeel
Zie ook deze opmerking over zogenaamde cromazinnen en deze deelparagraaf over afhankelijke zinnen met mogen.
10Toegevende zinnen zonder voegwoord
a|Doe| je nog zo je best |Ø|, (je wordt toch niet geaccepteerd.)
b|Laat| hij nog zo hard |werken|, (hij haalt het niet.)
c|Gedroeg| hij zich in het begin nogal verlegen |Ø|, (gaandeweg ontpopte de jongen zich als een echte deugniet.)formeel
De zinnen in (10) fungeren als bijwoordelijke bepaling van toegeving. Toegevende zinnen zonder voegwoord met de volgorde van zinstype 1b komen vooral in formeel taalgebruik voor. Een verwante constructie wordt aangetroffen in zinnen die een, meestal temporele, tegenstelling uitdrukken: |droeg| vroeger werkelijk niemand een gordel |Ø| achterin de auto, (tegenwoordig is dat de normaalste zaak van de wereld).
Ten slotte worden er in het informele taalgebruik regelmatig zinnen van het volgende type aangetroffen:
11Afhankelijke zinnen in een levendige beschrijving (informeel taalgebruik)
a|Maak| ik een keer de lunch klaar|Ø|, (heeft ze geen honger!)informeel
b|Heeft|-ie eindelijk een baan |Ø|, (komt-ie gewoon niet opdagen!)informeel
c|Kom| ik gisteren in de stad |Ø|, (wie zie ik daar?)informeel
De zinnen in (11) zijn kenmerkend voor een levendige verteltrant. Met name moppen en anekdotes kunnen doorspekt zijn met dit soort constructies. Ze staan in de aanloop van een andere zin en beschrijven een situatie waarop de andere zin van toepassing is. Deze constructies sluiten in feite aan bij uitroepende zinnen als (5a), wat past bij het veronderstelde opzienbare karakter van wat er verteld wordt.
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 M. van de Visser augustus 2019
    Interessante links