Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
18.4 Werkwoordconstructies met voltooid deelwoord
In deze paragraaf bespreken we een aantal werkwoordconstructies die bestaan uit een groepsvormend werkwoord en een deelwoord.
We gebruiken de term deelwoord hier als korte variant voor zowel het voltooid als passief deelwoord. We laten onvoltooide deelwoorden buiten beschouwing.
Zinnen (1a-1c) illustreren enkele van deze constructies.
1aMisschien heeft u een aantal jaren niet gewerkt als gevolg van uw epilepsie.
LASSY WR-P-P-C-0000000055
bOp het oude stadje Ename werd ter pacificatie van de streek een klooster gebouwd.
cIn het klooster zitten enkele monniken verzameld rond een televisie.
LASSY dpc-ind-001647-nl-sen
Alle werkwoordconstructies in deze groep zijn verplicht groepsvormend. Dat betekent dat het groepsvormend werkwoord en het deelwoord samen een werkwoordelijke eindgroep vormen in bijzinnen, zoals in (2a-2b), en wanneer ze in het bereik van een ander groepsvormend werkwoord staan in hoofdzinnen, zoals in (2c-2d).
2aDrie dagen nadat ze uit hun poppen |zijn gekomen| verlaten ze het nest.
LASSY WR-P-E-I-0000020972
bHet Rijksmuseum gaat nog onderzoeken wie er nu precies op het doek |staan afgebeeld|.
LASSY WS-U-E-A-0000000229
cIn Cuba kan zonder problemen |worden gereisd|.
LASSY WR-P-E-H-0000000027
dGriekenland en Spanje hebben een nationaal quotum |toegewezen gekregen|, waarvoor de EU die hoge prijs garandeert.
LASSY WR-P-P-J-0000000001
Werkwoordconstructies met deelwoord zijn niet gevoelig voor het IPP-effect, aangezien dit fenomeen beperkt is tot werkwoordconstructies met een infinitief. Bovendien komen niet alle werkwoordconstructies met deelwoord even gemakkelijk in de voltooide werkwoordstijden voor.
In paragraaf 18.3.2 presenteerden we de constructionele families die we tot de groep van werkwoordconstructies met deelwoord rekenen. Het gaat slechts om drie constructionele families die een relatief kleine en homogene groep vormen. We bespreken deze constructionele families in meer detail in drie subparagrafen.
In deze inleidende paragraaf gaan we nog even dieper in op de groepsvormende status van werkwoordconstructies met een deelwoord. We zullen zien dat het deelwoord in sommige gevallen niet de status heeft van een werkwoord maar van een predicatief gebruikt adjectief. Dergelijke gevallen kunnen door middel van woordvolgorde opgespoord worden. Daarom zullen we de bespreking van werkwoordconstructies met deelwoord steeds aanvullen met informatie over hun woordvolgorde in de werkwoordelijke eindgroep.
Verder lezen
Werkwoordconstructies met een deelwoord zijn verplicht groepsvormend. Omgekeerd is het echter niet altijd zeker dat een groepsvormend werkwoord met een deelwoord aan het einde van een zin samen een werkwoordelijke eindgroep vormt. Dat is het geval wanneer het deelwoord niet de status van een werkwoord heeft maar van een predicatief gebruikt adjectief, zoals geïllustreerd in (3a-3c).
Voorbeelden (3a-3b) zijn ontleend aan Coussé (2011).
3aPrinses Mette-Marit draagt een wit jurkje met een crème-beige jas erover heen. Ze heeft haar haren opgestoken en ze heeft een opvallende gouden horloge om.
bZwembad Stadspark is sinds 23 oktober continu gesloten door problemen aan het elektriciteitsnet.
cJa, als ze natuurlijk zo snel die scriptie geschreven krijgt.
CGN fn000392
Dergelijke constructies hebben een resultatieve betekenis waarbij de nadruk ligt op de eindtoestand van de werking in het voltooid deelwoord. Het adjectivische gebruik van deelwoorden is lastig van het werkwoordelijke gebruik te onderscheiden omdat een predicatief gebruikt adjectief steeds vlak vóór de tweede pool komt te staan in de zin. 21.5.2.1 Op die manier lijken het vervoegde werkwoord en het deelwoord in een bijzin als (3c) een werkwoordelijke eindgroep te vormen.
We kunnen evenwel werkwoordconstructies met een deelwoord onderscheiden van predicatief gebruikte deelwoorden door middel van hun woordvolgorde.
Naast woordvolgorde zijn er in de literatuur nog heel wat andere tests om een onderscheid te maken tussen werkwoordelijk en predicatief gebruikte deelwoorden. We verwijzen naar Schlücker (2009) en Coussé (2011) voor een overzicht van dergelijke tests en bijkomende referenties. Hierbij moet men in gedachten houden dat het verschil tussen een werkwoordelijk en predicatief gebruik van deelwoorden niet altijd expliciet wordt gemarkeerd in concreet taalgebruik. Bovendien kan men zich de vraag stellen of taalgebruikers ook wel altijd een duidelijk verschil in gedachten hebben.
Werkwoordconstructies met een deelwoord staan erom bekend een variabele woordvolgorde te vertonen binnen de werkwoordelijke eindgroep. 18.9.1 Zinnen (4a-4b) illustreren twee haast identieke voorbeelden uit dezelfde tekst waarin de eerste keer het voltooid deelwoord achteraan en de twee keer vooraan geplaatst is zonder een duidelijk betekenisverschil.
4aGa na of de vermiste een bericht |heeft achtergelaten|.
WR-P-P-C-0000000001
bGa na of de vermiste misschien een bericht |achtergelaten heeft|.
WR-P-P-C-0000000001
Bij een predicatief gebruikt deelwoord is er echter geen dergelijke plaatsingsvrijheid – het staat steeds vlak vóór de werkwoorden van de tweede pool. Op die manier komt gekregen vóór krijgt terecht in (3c).
Corpusonderzoek van De Sutter (2005: 231) toont evenwel dat taalgebruikers zich niet altijd strikt aan de regel houden dat een predicatief deelwoord vlak vóór de tweede pool hoort te staan. Predicatieve deelwoorden in combinatie met zijn bleken in gemiddeld 13% van de gevallen achter het vervoegde zijn te staan in de bijzin.
Wanneer we dus het deelwoord achter het groepsvormend werkwoord in de tweede pool kunnen plaatsen, zoals in (1a) of (1c), hebben we dus ondubbelzinnig te maken met een werkwoordelijke eindgroep.
Hoewel de focus van deze paragraaf ligt op werkwoordconstructies met een deelwoord, waarbij het deelwoord de status heeft van een werkwoord, zullen we bij enkele constructies ook even stilstaan bij het resultatieve gebruik van deelwoorden.
We verwijzen naar Cornelis & Verhagen (1995) en Coussé (2008, 2011) voor een meer diepgaande analyse van het resultatieve gebruik van het voltooid deelwoord. Cornelis & Verhagen (1995) belichten in het bijzonder hoe de verschillende deelwoordconstructies een constructionele familie vormen waarbij elk van de constructies zich specialiseert in een bepaald betekenisaspect. Hun bespreking omvat ook deelwoordconstructies die louter adjectivisch gebruikt zijn, zoals raken, blijven en gaan met voltooid deelwoord, die hier niet aan bod komen.
Literatuur
Cornelis & Verhagen 1995, De Sutter 2005, Schlücker 2009, Coussé 2008, 2011
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Evie Coussé juli 2022
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997 18.5.2,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/02/body.html;6.3.1.4,/data/archief/ans2/e-ans/06/03/01/04/body.html;
    Interessante links