18.5.3.4 Zijn met korte infinitief
Zijn met korte infinitief wordt in de gesproken taal van Nederland gebruikt met een absentieve betekenis.
De constructie is mogelijk regionaal beperkt tot het westen van Nederland. Dialectonderzoek van De Schutter (1974) toont aan dat de vormvariant ik ben wezen vissen slechts endogeen aanwezig is in de dialecten van de zuidelijke helft van Noord-Holland, Zuid-Holland, het westen van Gelderland en het oosten van Noord-Brabant. Ten zuiden van de grote rivieren bestaat ook de verwante dialectvorm ik ben weest(en) vissen die niet tot de standaardtaal wordt gerekend.
De absentieve constructie geeft aan dat het onderwerp van de zin een tijdlang afwezig is om de handeling in de infinitief ergens anders uit te voeren. Het gaat om een subjectgeoriënteerde constructie waarbij het onderwerp van de zin correspondeert met het geïmpliceerd onderwerp van de infinitief. Zinnen (1a-1c) illustreren de constructie in authentiek gesproken taalgebruik.De absentieve constructie heeft een relatief vaste vorm. Om te beginnen is er de vormvariant
ik ben vissen met zijn
in de onvoltooid tegenwoordige of verleden tijd. Deze variant komt hoofdzakelijk
in de hoofdzin voor, zoals in (1a.). Daarnaast is er de vormvariant
ik ben wezen vissen met zijn in de voltooid
tegenwoordige of verleden tijd. Zijn
verschijnt hier met de vervangende infinitief
wezen als het gevolg van het
IPP-effect, zoals in (1b-1c). In wat volgt gaan we dieper in op de absentieve
betekenis van de constructie en indicatoren voor groepsvorming.
Verder lezen
Betekenis
Zijn met korte infinitief drukt uit dat het
onderwerp van de zin gedurende een zekere tijd afwezig is om de handeling in de
infinitief uit te voeren. Het is die notie van afwezigheid die doorklinkt in de
naam absentieve constructie. De constructie heeft een
complexe ruimtelijke aspectuele betekenis. Ze belicht dat
het onderwerp zich eerst verplaatst van een bepaalde uitgangspositie naar een
andere plaats, daar dan een tijdlang de handeling in de infinitief uitvoert, om
zich ten slotte terug te begeven naar de uitgangspositie. Het feit dat de
handeling enige tijd voortduurt zorgt ervoor dat de constructie een vorm van
progressief aspect uitdrukt.
De absentieve betekenis brengt met zich mee dat de infinitief een activiteit beschrijft die
zich op een andere plaats afspeelt. Klassieke voorbeelden van de absentieve
constructie uit de literatuur zijn ik ben
vissen,
fietsen,
voetballen,
wandelen die een
buitenhuisactiviteit beschrijven. Zinnen (2a-2b) illustreren twee hedendaagse
activiteiten van hetzelfde type die zich niet afspelen in de gewone thuis- of
werkomgeving.
Daarnaast kan de andere locatie ook expliciet uitgedrukt zijn in de context. Zinnen (3a-3b)
illustreren hoe een plaatsbepaling (onderstreept) expliciet maakt dat de werking
in de infinitief zich op een andere plaats afspeelt.
De voorbeeldzinnen illustreren ook dat de infinitief een bezigheid beschrijft die op één of andere gewoonlijk is voor het onderwerp. Zo drukt (2a) uit dat het onderwerp het telefoontje niet kon beantwoorden omdat ze op dat moment gewoonlijk weg is om te sporten.
Groepsvorming
De absentieve constructie heeft een relatief vaste vorm. De vormvariant
ik ben vissen komt
hoofdzakelijk in de hoofdzin voor, waardoor het moeilijk is om groepsvorming
vast te stellen. Onderstaande corpusvoorbeelden (4a-4c) in de bijzin laten zien
dat de vormvariant wel degelijk een werkwoordelijke eindgroep vormt.
De vormvariant ik ben wezen vissen
komt sporadisch wel in de bijzin voor, zoals geïllustreerd in (5a). In dit
voorbeeld hebben we te maken met een werkwoordelijke eindgroep. Ook in
hoofdzinnen vormen de vervangende infinitief wezen en de korte infinitief een werkwoordelijke
eindgroep, zoals in (5b-5c).
Zinnen (5b-5c) tonen ook hoe zijn in
de voltooide tijd verschijnt als de vervangende infinitief
wezen (gemarkeerd in het
vet) als het gevolg van het IPP-effect. Alles samengenomen, beschouwen we
zijn met korte infinitief
als verplicht groepsvormend in de zeldzame gevallen waar er reden tot
groepsvorming is.
Literatuur
Weijnen 1937, Verdenius 1946, Van Haeringen 1954, De Schutter 1974, Sassen 1977-1978, Lamiroy
1984, Leys 1985, De Groot 1995, 2000, Verhagen 2005: 207, Haslinger 2007,
Broekhuis 2013
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.4.15,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/04/15/body.html; |
