18 De werkwoordelijke constituent NIEUW
De werkwoordelijke constituent (ook wel verbale
constituent genoemd) bestaat uit alle zinsdelen in een zin,
behalve het onderwerp en eventuele zinsbepalingen zoals
gelukkig of
hopelijk. In (1)-(4) is de
werkwoordelijke constituent schuingedrukt; in (1), bijvoorbeeld, bestaat die uit
vinden genoeg
vrijwilligers:
1Hopelijk vinden we
genoeg
vrijwilligers.kern +
complement
CHN
2De neuroloog gaf
hem
een
rijverbod.kern +
complement + complement
CHN
3Ik hoorde
in de verte
muziek.kern
+ bepaling + complement
CHN
4De kinderen slapen
op luchtbedden.kern +
bepaling
CHN
Net als andere typen constituenten bestaat de werkwoordelijke constituent ten
minste uit een kern, vetgedrukt in (1)-(4), en daarnaast
eventueel een of meer complementen en
bepalingen (zie 18.1). Complementen, onderstreept in
(1)-(3), zijn meestal niet weg te laten. Bepalingen zijn dat vaak wel, ze voegen
extra informatie toe. Alleen (3) en (4) bevatten een bepaling:
in de verte en
op luchtbedden.
De kern van een werkwoordelijke constituent bestaat uit ten minste één werkwoord:
het hoofdwerkwoord. Dat is een zelfstandig
werkwoord, zoals in (1)-(4), of een
koppelwerkwoord, zoals in (5). Zelfstandige werkwoorden
en koppelwerkwoorden kunnen dus het enige werkwoord in de zin zijn.
5Gelukkig zijn we
een financieel gezond
bedrijf.kern +
complement
CHN
De kern kan ook uit twee werkwoorden bestaan, zoals moeten
vinden in (6), hebben
gegeven in (7) en krijgen te
horen in (8). In dat geval bestaat de kern uit
een hoofdwerkwoord, vetgedrukt in (6)-(8), én een groepsvormend
werkwoord, alleen cursief:
6We moeten wel genoeg vrijwilligers
vinden.
CHN
7Ze hebben hem een rijverbod
gegeven.
CHN
8Ze krijgen prachtige muziek
te
horen.
CHN
Een groepsvormend werkwoord kan niet het enige werkwoord in de zin zijn: het
heeft een ander werkwoord nodig als zijn (werkwoordelijke)
aanvulling. Die aanvulling heeft de vorm van een
voltooid deelwoord, zoals
gegeven in (7), of een
infinitief, zoals
vinden in (6) en
te horen in (8). Aan die
aanvulling voegt het groepsvormend werkwoord dan (grammaticale) betekenis toe,
zoals het idee van een 'verplichting' in het geval van
moeten vinden in (6).
Een groepsvormend werkwoord met zijn aanvulling kan als geheel ook weer
aanvulling zijn bij een ander groepsvormend werkwoord. Zo kan de kern van de
werkwoordelijke constituent steeds complexer worden. In
(9), bijvoorbeeld, vormt moeten
vinden de aanvulling bij het groepsvormende werkwoord
zullen, dat de verplichting
van het vinden in de toekomst plaatst.
9We zullen vrijwilligers
moeten
vinden.
CHN
10Hij zou een medewerkster een
spreekverbod hebben
gegeven.
CHN
11De toeschouwers gaan drie soorten
muziek te horen
krijgen.
CHN
Een kern die uit twee of meer werkwoorden bestaat, noemen we een
werkwoordgroep. Daarover gaat dit hoofdstuk vooral:
over combinaties van tenminste één groepsvormend werkwoord en een
hoofdwerkwoord.
Een kenmerkende eigenschap van werkwoordgroepen is dat ze een
werkwoordelijke eindgroep kunnen vormen: ze staan dan
samen achteraan in de (bij)zin. Een werkwoordelijke eindgroep is in principe
ondoordringbaar, dat wil zeggen, de werkwoorden vormen een aaneengesloten
geheel.
12Het gevolg is dat we nog heel veel vrijwilligers
moeten
vinden.
CHN
13Op Instagram vertel je in een filmpje dat je kinderen
jou een schreeuwverbod hebben
gegeven.
CHN
14Ik heb dus echt geen idee wat we straks te
horen gaan
krijgen.
CHN
In de werkwoordelijke eindgroep kunnen zich, onder bepaalde omstandigheden, twee
bijzondere grammaticale verschijnselen voordoen. In (15a) zien we een voorbeeld
van de vervangende infinitief, ofwel het IPP-effect
(infinivus-pro-participio). Een groepsvormend werkwoord krijgt dan de vorm van
een infinitief, moeten in (15a),
terwijl we na het hulpwerkwoord van tijd
hebben normaal gesproken een
voltooid deelwoord verwachten, dus
gemoeten (vergelijk
hebben gegeven in 7
hierboven).
In (16b) zien we een voorbeeld van te-wegval. Het
groepsvormende werkwoord zitten
vereist een lange infinitief als werkwoordelijke
aanvulling, namelijk een infinitief voorafgegaan door
te. Dat zien we in (16a): de
werkwoordgroep bestaat daar uit zat te
kijken. Als
zitten zelf de vorm van een
infinitief heeft én direct gevolgd wordt door zijn aanvulling, zoals in (16b),
wordt te vaak weggelaten (we
markeren dat met een laag streepje, _). (16b) is trouwens ook een voorbeeld van
de vervangende infinitief.
Verder lezen
We bieden in dit hoofdstuk een overzicht van alle groepsvormende werkwoorden van
het Nederlands en hun eigenschappen. Het idee van een
werkwoordconstructie staat daarbij centraal, namelijk
de combinatie van een specifiek groepsvormend werkwoord en een open plek voor
een aanvulling bij dat werkwoord.
We onderscheiden verschillende families van werkwoordconstructies, met andere
woorden, werkwoordconstructies met gemeenschappelijke kenmerken. In de eerste
plaats groeperen we de werkwoordconstructies op basis van de vorm van hun
werkwoordelijke aanvulling, zie de voorbeelden in (17): een voltooid deelwoord
(18.4), een korte of lange infinitief (18.5), of
een voorzetselinfinitief (18.6). Daarbinnen delen we de werkwoordconstructies nog
verder in, vooral op basis van hun betekenis, geïmpliceerde onderwerp en
gevoeligheid voor het IPP-effect.
17Die kisten worden soms ook als
meubilair
gebruikt.voltooid
deelwoord
CGN
18Eindelijk kan ik weer eens lekker
lezen.korte
infinitief
CGN
19Zo'n broek hoort ook gewoon wijd
te zijn.lange
infinitief
CGN
20Sorry, maar ik ben nu even
aan het
nadenken.voorzetselinfinitief
CGN
Aan het eind van het hoofdstuk komen nog drie aspecten van werkwoordgroepen aan
de orde. Groepsvormende werkwoorden verschillen in hoe ze onderling met elkaar
gecombineerd kunnen worden (zie hierover 18.7).
Sommige kunnen bijvoorbeeld alleen maar een hoofdwerkwoord als aanvulling
krijgen, maar wel zelf als aanvulling fungeren bij een ander groepsvormend
werkwoord. Een voorbeeld is zitten,
zoals in (16), met het hoofdwerkwoord
(te)
kijken als aanvulling, die
in (16b) samen de aanvulling zijn bij het groepsvormende
heb. Andere groepsvormende
werkwoorden kunnen zelf nooit als aanvulling fungeren. Dat geldt bijvoorbeeld
voor zou in (10):
zou hebben gegeven.
Paragraaf 18.8 gaat over de volgorde van werkwoorden in de werkwoordelijke
eindgroep. Soms zijn er verschillende volgordes mogelijk, vooral bij
groepsvormende werkwoorden met een voltooid deelwoord als aanvulling:
Bovendien is het soms mogelijk om een werkwoordelijke eindgroep te doorbreken; de
werkwoorden daarin vormen dan niet een aaneengesloten geheel (zie 18.9):
Indeling van dit hoofdstuk
- 18.1 Bouw van de werkwoordelijke constituent
- 18.2 Bouw van de werkwoordgroep
- 18.3 Typen werkwoordconstructies
- 18.4 Werkwoordconstructies met voltooid deelwoord
- 18.5 Werkwoordconstructies met korte of lange infinitief
- 18.6 Werkwoordconstructies met voorzetselinfinitief
- 18.7 Combineren van groepsvormende werkwoorden
- 18.8 Volgorde in de werkwoordelijke eindgroep
- 18.9 Doorbreking van de werkwoordelijke eindgroep
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.1,/data/archief/ans2/e-ans/18/01/body.html |
