21.8 De uitloop
De
laatste zinsplaats, die toegankelijk is voor meer dan één zinsdeel, vormt het
eind van de eigenlijke zin. In sommige gevallen wordt de eigenlijke
zin gevolgd worden door nóg een constituent. Die constituent staat buiten de eigenlijke
zin in de zogeheten uitloop:
| ... | middenstuk | |tweede pool| | laatste zinsplaats | uitloop |
De uitloop lijkt in dit opzicht sterk op de aanloop die
voorafgaat aan de eerste zinsplaats en zich eveneens buiten de eigenlijke zin
bevindt. Ook zinnen die de laatste zinsplaats niet benutten kunnen een constituent in de
uitloop hebben. In dit geval volgt de uitloop direct op de tweede pool.De eigenlijke zin kan een verwijzing bevatten naar de
constituent in de uitloop. Dit komt voornamelijk in informeel Nederlands voor:
In deze voorbeelden staat Trees in de uitloop. Dit gebied valt buiten het intonatiedomein van de eigenlijke
zin, wat betekent dat de zinsmelodie na de komma opnieuw stijgt of juist vlak blijft.
Bovendien is er vaak een hoorbare pauze tussen eigenlijke zin en de uitloop, zeker wanneer
de zin langzaam wordt uitgesproken. In (1) heeft de uitloopconstituent dezelfde referentie
als een nieuwe collega en 'r in de eigenlijke zin. Het voorbeeld in (1a) behoort tot een categorie zinnen
waarin de uitloopconstituent beklemtoond wordt. Dit is hier weergegeven met accenttekens.
De interpretatie van de uitloopconstituent kan identificerend of juist predicatief zijn.
De verwijzing in de eigenlijke zin kan uit een (substantivische) nominale constituent
bestaan of uit een aanwijzend (voornaam)woord. In een andere categorie uitloopzinnen is
het verwijswoord meestal een onbeklemtoond voornaamwoord, zoals gedemonstreerd in (1b). De
uitloopconstituent krijgt in zulke zinnen een vlakke intonatie en is nooit beklemtoond, en
de interpretatie is puur identificerend. Ook in zinnen met een aanloop bestaan er twee dergelijke categorieën die verschillen in
intonatie en de vorm van het verwijswoord. Er zijn zo goed als geen beperkingen op het
soort constituent dat bij deze constructies in de uitloop kan staan. Voor de verwijzing in
de eigenlijke zin geldt dat die elke denkbare zinsdeelfunctie kan bekleden.
In een andere groep uitloopzinnen ontbeert de eigenlijke zin een verwijzing naar de
uitloopconstituent:
De uitloopconstituenten in (2) hebben de functie van een bijwoordelijke bepaling. Ze
correleren niet met enig zinsdeel in de eigenlijke zin. Niettemin kunnen ze een
predicatieve of identificerende functie hebben, en met of zonder nadruk worden
uitgesproken. De context van de zin bepaalt dit. De uitloop in dit soort zinnen kan worden
gevuld met een nominale constituent zoals de hele week of een afhankelijke zin zoals alsof ze nooit eerder aan een nieuwe functie was begonnen. Daarnaast komen adjectivische, adverbiale en adpositionele constituenten voor
in deze groep uitloopzinnen. In dat opzicht biedt de uitloop ruimere mogelijkheden dan de
vergelijkbare groep aanloopzinnen. Een overeenkomst is dat de zinnen in kwestie niet
per se tot het informele domein behoren.
Splitsing van eigenlijke zin en uitloop
Verdieping
Splitsing van eigenlijke zin en uitloop
De uitloop volgt in principe direct op de laatste zinsplaats. Niettemin kan er een
tussenwerpsel, aanspreking of tussenzin tussen de laatste zinsplaats en de uitloop
staan:
Dit verschijnsel heet intercalatie: de zin wordt als het ware onderbroken door een
terzijde die buiten de zin staat. Zoals uit het laatste voorbeeld blijkt, kunnen
meerdere intercalaties de eigenlijke zin van de uitloop scheiden: hier tussenzin en
een tussenwerpsel. Intercalaties kunnen ook op andere plaatsen voorkomen, zoals in
het middenstuk of vlak achter de aanloop.
Verder lezen
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | M. van de Visser | augustus 2019 |
