18.6.3 Werkwoordconstructies met op
infinitief
De houdingswerkwoorden liggen en
staan worden doorgaans
gecombineerd met een lange infinitief of een voltooid deelwoord. In een beperkt
aantal gevallen komen ze ook voor met het voorzetsel
op gevolgd door een korte
infinitief. Het voorzetsel en de infinitief vormen een vaste eenheid die niet
door andere elementen kan worden doorbroken. Zowel
liggen met
op infinitief als
staan met
op infinitief zijn
subjectgeoriënteerde constructies. Ze drukken uit dat de handeling in de
infinitief op het punt staat om te gebeuren. We spreken hier van
prospectief aspect.
Vergelijk met 18.5.10.8. Zie ook hoofdstuk 30.
De combinatiemogelijkheden van liggen zijn zeer
beperkt. Naast op sterven
liggen bestaat ook nog op apegapen
liggen (1a-1b).
De voorbeelden komen uit OpenSonar.
Met staan zijn er meer mogelijkheden. Het
groepsvormende werkwoord wordt frequent gecombineerd met puntgebeurens als
barsten, instorten, ontploffen en springen (2a-2d) en daarnaast iets minder met werkwoorden als scheiden, trouwen, scheuren
en vertrekken (2e-2g).
Beide constructies zijn verplicht groepsvormend. Ze vormen een werkwoordelijke eindgroep in de bijzin (3a-3b) en de hoofdzin (3c-3d).
In de voltooide werkwoordstijden (3c-3d) verschijnt het groepsvormend werkwoord (in het vet gemarkeerd) als een voltooid deelwoord in de plaats van een vervangende infinitief.
Verder lezen
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.6.2,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/06/02/body.html; |
