Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
18.6.3 Werkwoordconstructies met op infinitief
De houdingswerkwoorden liggen en staan worden doorgaans gecombineerd met een lange infinitief of een voltooid deelwoord. In een beperkt aantal gevallen komen ze ook voor met het voorzetsel op gevolgd door een korte infinitief. Het voorzetsel en de infinitief vormen een vaste eenheid die niet door andere elementen kan worden doorbroken. Zowel liggen met op infinitief als staan met op infinitief zijn subjectgeoriënteerde constructies. Ze drukken uit dat de handeling in de infinitief op het punt staat om te gebeuren. We spreken hier van prospectief aspect.
Vergelijk met 18.5.10.8. Zie ook hoofdstuk 30.
De combinatiemogelijkheden van liggen zijn zeer beperkt. Naast op sterven liggen bestaat ook nog op apegapen liggen (1a-1b). 
De voorbeelden komen uit OpenSonar.
1aOm een onbekende reden lag zijn kerngezonde zoon plots op sterven.
bDe Waalse zusterpartij CDH ligt op apegapen en lijkt op een slecht resultaat af te stevenen.
Met staan zijn er meer mogelijkheden. Het groepsvormende werkwoord wordt frequent gecombineerd met puntgebeurens als barsten, instorten, ontploffen en springen (2a-2d) en daarnaast iets minder met werkwoorden als scheiden, trouwen, scheuren en vertrekken (2e-2g).
2aHij had het gevoel dat zijn hoofd op barsten stond.
bWe staan gelukkig nog niet op instorten door het nachtbraken maar weten niet hoe we het op kunnen lossen.
cIn Boom staat de politiek sowieso op ontploffen.
dMaar Angie vreest dat hij een slecht voorbeeld is en hun relatie staat op springen.
eGarry voelt zich als een man die op scheiden staat, en nog niet onmiddellijk aan een ander lief denkt.
fToen ik hem leerde kennen stond hij op trouwen.
gHeel vroeg 's ochtends staat de vlucht naar Malaga op vertrekken in de luchthaven van Liverpool.
Beide constructies zijn verplicht groepsvormend. Ze vormen een werkwoordelijke eindgroep in de bijzin (3a-3b) en de hoofdzin (3c-3d).
3aToegegeven, ik heb al veel mannen gezien die bij het meest banale kwaaltje doen alsof ze |op sterven liggen|.
bDe mediabaas en uitgever van enkele hippe Britse tijdschriften bazuint nu rond dat de twee |op trouwen staan|.
cWant ook al heeft de coalitie meer dan eens |op apegapen gelegen|, ze is er toch in geslaagd het zes jaar vol te houden.
dHet kartel heeft lang zelfs |op springen gestaan|.
In de voltooide werkwoordstijden (3c-3d) verschijnt het groepsvormend werkwoord (in het vet gemarkeerd) als een voltooid deelwoord in de plaats van een vervangende infinitief.
Verder lezen
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Evie Coussé juli 2022
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997 18.5.6.2,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/06/02/body.html;
    Interessante links