21.8.1 Een gevulde uitloop met een verwijzing in de eigenlijke zin
Zinnen met een uitloop hebben soms een verwijzing in de eigenlijke
zin die anticipeert op de constituent in de aanloop. Deze zinnen
behoren meestal, anders dan uitloopzinnen-zonder-verwijzing, tot het informele
taalgebruik en vallen uiteen in twee categorieën. In de eerste categorie is de
constituent in de uitloop beklemtoond: dit |is| onze nieuwe teamleider,
Tréés. Afhankelijk van
de vraag of de lezer of hoorder weet wie Trees is, kan de uitloop in dit
voorbeeld een identificerende of juist predicatieve functie hebben. De
verwijzing in de eigenlijke zin kan, behalve uit een aanwijzend (voornaam)woord,
ook bestaan uit een substantivische nominale constituent: |heb| je onze nieuwe
teamleider al |ontmoet|,
Tréés?
In de tweede categorie uitloopzinnen die hier besproken wordt, blijft de
constituent in de uitloop onbeklemtoond: (Trees is de nieuwe teamleider!) |Heb| jij
'r al |gefeliciteerd|, onze
Trees? In dergelijke zinnen heeft
de uitloopconstituent altijd een identificerende functie. De verwijzing in de
eigenlijke zin bestaat meestal uit een onbeklemtoond aanwijzend of persoonlijk
(voornaam)woord.
In beide soorten constructies kan de uitloopconstituent van elk denkbaar type
zijn. De verwijzing in de eigenlijke zin kan alle mogelijke zinsdeelfuncties
bekleden. Behalve in de informele taal kunnen de uitloopzinnen in kwestie in een
aantal gevallen ook in de formele taal worden gebruikt. Dit is het geval wanneer
de uitloop wordt gevuld door een afhankelijke zin en de verwijzing in de
eigenlijke zin bestaat uit een een gereduceerde vorm zoals het of er: het |is| me honderd
procent mee|gevallen| [dat het besluit nog zo snel gevallen
is]. In dit voorbeeld betreft het
een subjectszin (onderwerpszin). Ook in de functie van (direct) object (lijdend
voorwerp), oorzakelijk voorwerp of voorzetselobject (voorzetselvoorwerp) kunnen
afhankelijke zinnen in de uitloop staan, ongeacht het taalregister.
Verder lezen
Zinnen met een beklemtoonde uitloop
De uitloop kan worden gevuld met een beklemtoonde constituent. Als de eigenlijke
zin een constituent bevat met dezelfde referent als de uitloopconstituent zijn
er twee mogelijkheden:
Dit soort zinnen behoort tot de informele taal. Zoals elders in dit hoofdstuk
geven accenttekens in combinatie met accolades aan welke constituent het
belangrijkste zinsaccent draagt. De constituent in de uitloop is van de
eigenlijke zin gescheiden door middel van een komma. In de uitspraak staat de
uitloop los van het intonatiedomein van de eigenlijke zin: de zinsmelodie
gaat in (1) opnieuw omhoog na de komma en bij langzaam uitspreken valt er vlak
voor de uitloop vaak een pauze. Accentekens in de uitloop geven in de
voorbeelden dit tweede intonatiecontour aan. In (1a) preciseert Tréés de collega die Bertus volgens de eigenlijke zin ontmoet heeft. Met
andere woorden, de uitloop heeft hier een identificerende functie. In (1b),
daarentegen, geeft de nieuwe téámleider aanvullende informatie over Trees, die in de eigenlijke zin wordt
genoemd. Die uitloop heeft daardoor een predicatieve functie.
In de wetenschappelijke literatuur staat
dit verschijnsel bekend als 'afterthought': een vorm van
rechtsdislocatie waarbij de constituent in de uitloop nieuwe informatie
geeft.
In deze sectie correleert de constituent in de uitloop dus steeds met een
constituent in de eigenlijke zin. De categorie zinnen waarbij de uitloop
beklemtoond is, komt daarin overeen met een specifieke aanloopconstructie:
2Tréés, die |heeft| Bertus onlangs
|ontmoet|.informeel
Dergelijke aanloopconstructies hebben in de eigenlijke zin altijd een aanwijzend
(voornaam)woord dat terugwijst naar de constituent in de aanloop. Hoewel ook
uitloopconstructies een enkel verwijswoord in de eigenlijke zin kunnen hebben,
zoals hieronder wordt gedemonstreerd, wordt de correlatie hier even gemakkelijk
met een volledige nominale (of andersoortige) constituent gerealiseerd, zoals te
zien is in (1). Om die reden gebruikt deze deelparagraaf het bredere
'verwijzing', in plaats van het engere begrip 'verwijswoord'.
Aanloopconstituenten van het bedoelde type worden altijd beklemtoond, evenals de
hier bedoelde uitloopconstituenten. Beklemtoning van de aanloop is altijd puur
contrastief, terwijl dat voor de uitloop niet per se geldt. Een uitloop zoals in
(1b) wordt bijvoorbeeld beklemtoond omdat hij nieuwe informatie aandraagt, niet
omdat die informatie per se wordt gecontrasteerd met andere informatie.
Een andere overeenkomst met de genoemde aanloopconstructie is dat de uitloop elk
denkbaar type constituent kan bevatten. Naast de nominale constituenten in (1)
zijn ook mogelijk:
Wat de zinnen in (1) en (3) ook laten zien is dat een uitloopconstituent
coreferentieel kan zijn met verschillende zinsdelen: het subject (onderwerp) in
(3b), direct object (lijdend voorwerp) in (1), het naamwoordelijk deel van het
gezegde in (3a), een bijwoordelijke bepaling van tijd in (3c), een
voorzetselobject (voorzetselvoorwerp) in (3d) en een bijwoordelijke bepaling van
causaliteit in (3e). Deze opsomming is weliswaar niet uitputtend, maar voldoende
breed om te illustreren dat er geen beperkingen zijn met betrekking tot het
zinsdeel waarmee de uitloop een referentie deelt.
Wanneer de verwijzing in de eigenlijke zin uit een aanwijzend (voornaam)woord
bestaat, kan de contituent in de uitloop dat woord meestal vervangen. De
volgende uitlooploze zinnen parafraseren die zinnen in (3) waarin de uitloop een
identificerende functie heeft:
In deze voorbeelden neemt de uitloopconstituent de plaats in van het
verwijswoord. Waar de verwijzing niet uit een verwijswoord bestaat, is parafrase
mogelijk door middel van een bijstelling binnen de verwijzende constituent:
Bertus |heeft| onlangs [een ambitiéúze
collega, Tréés], op bezoek
|gehad|. Hetzelfde geldt voor
uitloopconstituenten die een predicatieve functie hebben:
Bertus |heeft| onlangs [Tréés,
de nieuwe téámleider], op bezoek
|gehad|, Bertus |kan|
eigenlijk [overal, zélfs bij een
multinational], wel terecht
|Ø|.
Wat het zinstype betreft zijn er geen beperkingen voor de
uitloop. Dit betekent dat de uitloop voorkomt in zinnen met een
voor-persoonsvorm (voor-pv) en zinnen met een achter-persoonsvorm
(achter-pv):
Het voorbeeld in (5d) laat zien dat de uitloop middenin een samengestelde zin kan
staan, net als bijvoorbeeld een tussenzin of tussenwerpsel. In dat opzicht valt
het gebruik van een uitloop soms samen met intercalatie, het verschijnsel waarbij de zin
onderbroken wordt door een terzijde.
Een bijzonder soort uitloopzin in deze categorie betreft die waarbij de uitloop
een emotioneel geladen, exclamatief karakter heeft:
Uit (6c) blijkt dat de verwijzing in dit soort zinnen uit een gereduceerde vorm
van een persoonlijk voornaamwoord kan bestaan (ze in plaats van zij. Datzelfde is ook steeds mogelijk in gevallen zoals (7):
Deze voorbeelden zijn niet beperkt tot het informele taalgebruik. De afhankelijke
zinnen in deze voorbeelden staan in de uitloop en kunnen daar een eigen
intonatiecontour hebben. De eigenlijke zin bevat een zinsdeel waarmee de
afhankelijke zin coreferentieel is. Dat zinsdeel is de gereduceerde vorm het (in de functie van subject, direct object of oorzakelijk voorwerp) of er (in de functie van voorzetselobject (voorzetselvoorwerp)). Bij
sommige werkwoorden kan er worden verzwegen (7e). Dat deze afhankelijke zinnen in de uitloop
staan en niet op de laatste zinsplaats, wordt gedemonstreerd in 21.6.2 Afhankelijke zinnen op de laatste zinsplaats.
Daar komen ook alternatieve plaatsingsmogelijkheden aan bod. Het middenstuk is
daarbij meestal geen optie, waardoor een parafrase zoals in (4) niet altijd
mogelijk is bij dit soort zinnen.
Als-zinnen en beknopte bijzinnen met (om) te als subject of object (2)
Verdieping
Als-zinnen en beknopte bijzinnen met (om) te als subject of object (2)
Subjects- en objectszinnen in de vorm van als-zin of een beknopte bijzin met (om) te kunnen nooit in de eigenlijke zin staan. Ze gaan daarom
altijd samen met verwijswoord:
Behalve in de uitloop komt dit soort zinnen ook voor in de aanloop.
Zinnen met een onbeklemtoonde uitloop
Consituenten in de uitloop met een verwijzing in de eigenlijke zin worden niet
altijd beklemtoond. Als ze een vlakke intonatie krijgen, kunnen ze alleen een
identificerende functie hebben:
De zinnen in (8) wijken af van de de
vorige sectie in dat de referent van het verwijswoord in de
eigenlijke zin al bekend is voor de hoorder of lezer. De constituent in de
uitloop brengt die referent nog een keer in herinnering, zonder er nadruk op te
leggen.
In de
wetenschappelijke literatuur staat dit verschijnsel bekend als
'backgrounding rechtsdislocatie' (BRD).
Evenals de
vergelijkbare categorie aanloopzinnen bevat de eigenlijke zin in deze
voorbeelden meestal een onbeklemtoond verwijswoord en gaat het steeds om
informeel taalgebruik. Een uitzondering op dat laatste is (8f), een variant van
de zinnen die besproken zijn in (7). Net als de zinnen in (3) laten de voorbeelden in (8) zien dat een
onbeklemtoonde uitloopconstituent van ieder denkbaar type kan zijn. Ook is het
weer zo dat de verwijzing in de eigenlijke zin verschillende zinsdeelfuncties
kan bekleden. Bij deze categorie uitloopzinnen zijn wederom parafrases mogelijk
waarbij de constituent uit de uitloop het verwijswoord vervangt (zoals in 4):
De oorspronkelijke uitloopconstituent staat niet altijd op dezelfde plaats als
het verwijswoord. Zo staat optimistisch over de toekomst in (9b) in het middenstuk verder naar rechts dan het in (8b), en bezet dat de markt zo gunstig was in (9f) de laatste zinsplaats, terwijl het in (8f) daar niet kan staan. Dit heeft te maken met het complexiteitsprincipe: minder complexe constituenten
staan meestal verder naar links ten opzichte van complexere constituenten.
Een laatste overeenkomst met beklemtoonde-uitloopzinnen is dat een onbeklemtoonde
uitloop van de onderhavige categorie zinnen bij ieder zinstype kan
voorkomen:
De voorbeelden in (10) kunnen worden gebruikt in een context die Trees bekend veronderstellen bij de hoorder of lezer. Ze zijn vergelijkbaar
met de zinnen in (5), waar Trees juist nieuwe informatie toevoegt.
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | M. van de Visser | augustus 2019 |
