18.8.3 Volgorde in vierledige eindgroepen
Vierledige werkwoordelijke eindgroepen in de bijzin komen relatief weinig voor. Ze bestaan uit
drie groepsvormende werkwoorden en een hoofdwerkwoord.
Het onderlinge bereik van de groepsvormende werkwoorden volgt de
bereikshiërarchie uitgewerkt in 18.8.
Het hoogste groepsvormende werkwoord in een vierledige eindgroep hoort
typisch tot de werkwoorden met het hoogste bereik, zoals
zou(den) en
had(den). Het laagste
groepsvormende werkwoord is typisch het passieve hulpwerkwoord
worden. Het laagste
groepsvormend werkwoord is in de regel een infinitief.De volgorde in vierledige eindgroepen is in grote lijnen dezelfde als in drieledige werkwoordengroepen met een ingebedde infinitief. De volgorde van de groepsvormende werkwoorden weerspiegelt hun onderlinge bereik: hoogste groepsvormend werkwoord – middelste groepsvormend werkwoord – laagste groepsvormend werkwoord [1-2-3]. De plaatsing van het hoofdwerkwoord hangt af of we te maken hebben met een deelwoord dan wel een infinitief. Tabel 1 geeft de mogelijke volgordepatronen weer.
Tabel 1. Volgorde in vierledige eindgroepen in de bijzin
| V1 | V2 | V3 | V4 | Volgorde V1/V3 | Plaatsing V4 vs. V1-V2-V3 | Volgorde |
| Finiet | Infinitief | Infinitief | Deelwoord | 1-2-3 | voor, achter, tussen | 4-1-2-3, 1-2-3-4, 1-4-2-3, 1-2-4-3 |
| Finiet | Infinitief | Infinitief | Infinitief | 1-2-3 | achter | 1-2-3-4 |
In wat volgt geven we voorbeelden van de twee types vierledige eindgroepen en hun volgordepatronen.
Verder lezen
Vierledige eindgroep met deelwoord
Het deelwoord kan in principe vóór, achter of tussen de reeks van groepsvormende werkwoorden geplaatst worden. Geen van de plaatsingsmogelijkheden is in de standaardtaal volstrekt uitgesloten, maar alleen (2a) en (2b), dus die met het deelwoord aan het begin of aan het eind van de eindgroep, zijn algemeen gangbaar. Achteropplaatsing komt vooral in journalistiek taalgebruik voor. Tussenplaatsing, zoals in (2c), is vooral in België gebruikelijk.
Vierledige eindgroep met infinitief
Het hoofdwerkwoord staat in vierledige eindgroepen met infinitief op het einde van de eindgroep.
De resulterende woordvolgorde [1-2-3-4] weerspiegelt de onderlinge
bereiksrelaties tussen de werkwoorden.
Literatuur
Deze paragraaf bouwt voornamelijk verder op de observaties gepresenteerd in de ANS2 en is niet systematisch getoetst aan nieuwere literatuur of corpusgegevens. Voor eventuele nieuwe inzichten in de volgorde van vierledige eindgroepen verwijzen we naar Stroop (2009), Coupé (2015) en referenties daarin. Bloem (2020) onderzoekt vijfledige werkwoordelijke eindgroepen.
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.7.3.iv,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/07/03/04/body.html; |
