Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
21.4.1.2 Het subject op de eerste zinsplaats
In mededelende zinnen van zinstype 1a staat het subject (onderwerp) vaker op de eerste zinsplaats dan enig ander zinsdeel. Het subject kan daarbij een lagere informatiewaarde hebben dan de overige zinsdelen, overeenkomstig het links-rechtsprincipe. Dit is per definitie het geval bij persoonlijke voornaamwoorden die niet beklemtoond kunnen worden en presentatief er: 'k |zou| Emma vandaag |willen spreken|, er |waren| vandaag wat internetproblemen |Ø|. Van deze woorden is de gereduceerde vorm -ie als enige uitgesloten van de eerste zinsplaats. Verder kunnen ook volle vormen van het persoonlijk voornaamwoord, aanwijzende en onbepaalde voornaamwoorden en substantivische nominale constituenten in de hoedanigheid van subject de eerste zinsplaats bezetten zonder dat het links-rechtsprincipe geschonden wordt: ik |kreeg| Emma maar niet |te pakken|, die |was| onbereikbaar |Ø|, iemand/haar broertje |had| de wifi uit|gezet|. Alleen niet-specifiek onbepaalde en negatieve subjecten zijn in zulke zinnen uitgesloten van de eerste zinsplaats.
Het links-rechtsprincipe is echter geen absoluut principe. Dit houdt in dat de informatiestructuur van een zin niet per se in overeenstemming met dit principe hoeft te zijn. Dat laatste is het geval wanneer het subject op de eerste zinsplaats een niet-specifiek onbepaalde of negatieve constituent is: een of ander húísdier |had| de kabel |vernield|, níémand |is| zo eerlijk |Ø| als Emma. Zo'n constituent heeft een hoge informatiewaarde en behoort daardoor bij voorkeur tot de informatieve kern van de zin. Dit komt tot uitdrukking door een hoorbaar zinsaccent op de eerste zinsplaats. Een dergelijk zinsaccent kan op de eerste zinsplaats ook aan andere typen subject worden toegekend, met uitzondering van onbeklemtoonbare persoonlijke voornaamwoorden (waaronder de gereduceerde vormen) en presentatief er: Emma's bróértje/híj |was| onschuldig |Ø|.
Wat geldt voor nominale constituenten, geldt ook voor andersoortige constituenten die als subject dienst kunnen doen, zoals bijvoorbeeld afhankelijke zinnen: [dat haar broertje geen blaam trof] |kwam| als een grote verrassing |Ø|.
Verder lezen
De mogelijke posities van het subject in de zin
Zoals besproken in [21.2] De eerste pool en wat daarbij aansluit sluit het subject (onderwerp) in het middenstuk doorgaans direct aan bij de eerste pool:
1De positie van het subject in het middenstuk
aVandaag |heeft| [Emma] [eindelijk] [haar eerste sollicitatiebrief] |geschreven|.
bTot nu toe |stonden| [er] [volgens haarzelf] [helaas] [nauwelijks geschikte vacatures] [online] |Ø|.
c(Komen er binnenkort veel nieuwe vacatures bij,) dan |zou| ['r] [dat] [ten zeerste] |verbazen|.
dHelaas |heeft| [tot op heden] [Emma's oude werkgever] [blijkbaar] [ook] [geen vacature] |gepost|.
eAls dat ooit gebeurt |zal| [voor díe vacature] {zelfs Émma} [zonder uitgebreide sollicitatieprocedure] |worden aangenomen|, (dat weet ze zeker!).
Het voorbeeld in (1a) demonstreert de meest gangbare plaats in het middenstuk. Het subject volgt daar direct op de eerste pool. Een subject met een hoge nieuwswaarde kan ook verderop in het middenstuk staan. Dit gebeurt bij uitstek met onbepaalde nominale constituenten zoals nauwelijks geschikte vacatures in (1b). Deze worden aangekondigd met een presentatief er direct na de eerste pool, dat als voorlopig subject dienst doet. Verder zijn er enkele uitzonderingen waarbij het indirect object (meewerkend voorwerp et cetera) voorafgaat aan het subject, zoals bij gereduceerde vormen zoals 'r in (1c). Het subject wordt soms ook van de eerste pool gescheiden door een bijwoordelijke bepaling, zoals tot op heden in (1d). Ten slotte laat (1f) zien dat een sterk gefocust subject (weergegeven met accolades en een accentteken) in het middenstuk vooraf kan worden gegaan door een willekeurig ander zinsdeel, mits dat zinsdeel zelf ook een bepaald soort zinsaccent draagt, zoals voor díe vacature.
Afgezien van subjecten in de vorm van een afhankelijke zin demonstreren de voorbeeldzinnen in (1) alle mogelijkheden met betrekking tot de plaatsing van het subject in het middenstuk. In deze zinnen is steeds sprake van inversie: het verschijnsel waarbij de persoonsvorm (pv) gevolgd wordt door het subject. Elk van deze zinnen heeft echter minimaal één volgordevariant zonder inversie, waarbij het subject juist op de eerste zinsplaats staat:
2Het subject op de eerste zinsplaats
aEmma |heeft| vandaag eindelijk haar eerste sollicitatiebrief |geschreven|.
bNáuwelijks geschikte vacatures |stonden| er volgens haar helaas tot nu toe online |Ø|.
c(Zo ja,) dat |zou| 'r dan ten zeerste |verbazen|.
dEmma's oude werkgever |heeft| tot op heden helaas geen vacature |gepost|.
eZelfs Émma |zal| als dat ooit gebeurt voor díe vacature zonder uitgebreide sollicitatieprocedure |worden aangenomen|, (dat weet ze zeker!).
Uit de zinnen in (2) wordt duidelijk dat het zinsdeel van de eerste zinsplaats in (1) hier in het middenstuk staat. Met andere woorden: de eerste zinsplaats biedt plaats aan (hooguit) één zinsdeel. In de praktijk blijkt dat dat zinsdeel vaker het subject is dan een ander zinsdeel of een deel (of delen) van een zinsdeelDe volgende secties concentreren zich dan ook op de woordvolgorde van de voorbeelden in (2). Daarbij kan het subject op de eerste zinsplaats in overeenstemming zijn met het links-rechtsprincipe of dat principe juist schenden.
Nominale constituenten als subject op de eerste zinsplaats (volgens het links-rechtsprincipe)
Het links-rechtsprincipe dicteert dat het informatieve belang van een zinsdeel toeneemt naarmate het verder naar rechts staat (in een geschreven zin) ofwel later wordt uitgesproken (in een gesproken zin). De eerste zinsplaats staat uiterst links en wordt daarom vaak bezet door een constituent die bekende informatie bevat, bijvoorbeeld in de vorm van een persoonlijk voornaamwoord dat naar een reeds geïntroduceerde zaak of persoon verwijst. In het geval van het subject wordt dan vaak een gereduceerd voornaamwoord gebruikt, zoals reeds besproken in [21.2] De eerste pool en wat daarbij aansluit:
3Gereduceerde subjectsvormen op de eerste zinsplaats
a(Ik vind het hier verschrikkelijk.) 'k |Ga| snel |verhuizen|!
b(Pas op!) Je |verliest| wat |Ø|!
c(Hoe is het nu met Karel?) -ie |wil| morgen een nieuwe auto |gaan kopen|.uitgesloten
d(Heb je Emma nou nog gesproken? Ja!) Ze |heeft| een nieuwe baan |Ø|.
e((Gesprekje bij de printer:) Zit er geen papier meer in? Jawel, maar) 't |Is| weer eens vast|gelopen|!
f't |Verbaast| me altijd weer |Ø| hoe lang je last kunt houden van een jetlag.
gWe |kunnen| nu maar beter naar huis |gaan|.
h(Zijn jullie kittens al zindelijk? Ja hoor,) ze |doen| hun behoefte netjes op de kattenbak |Ø|.
Alle gereduceerde voornaamwoorden met de functie van subject kunnen op de eerste zinsplaats staan, met uitzondering van de derde persoon enkelvoud -ie (zie (3c)). Gereduceerde objectsvormen zijn overigens eveneens uitgesloten van de eerste zinsplaats, zoals besproken wordt in [21.4.1.3] Een ander zinsdeel dan het subject op de eerste zinsplaats. Het voorbeeld in (3f) toont aan dat een gereduceerd voornaamwoord als voorlopig subject kan dienen. Ook presentatief er, een gereduceerde vorm die wel wordt aangeduid als plaatsonderwerp, komt op de eerste zinsplaats voor (zie ook (1b)):
4 Presentatief er op de eerste zinsplaats
Er |zullen| de komende jaren steeds meer kennismigranten naar ons land |komen|.
Er op de eerste zinsplaats
Verdieping
Er op de eerste zinsplaats
Zoals beschreven in [21.2] De eerste pool en wat daarbij aansluit kan het woord er in het middenstuk staan, ongeacht de functie die het heeft (presentatief, locatief, prepositioneel of kwantitatief). Het sluit in dat geval aan bij de eerste pool (of het subject). In (4) heeft er een presentatieve functie. De andere functies zijn uitgesloten van de eerste zinsplaats, ongeacht of het om het subject of een ander zinsdeel gaat (of een deel van een zinsdeel). Er is echter een uitzondering voor er waarin verschillende functies samenvallen:
iFuncties van er op de eerste zinsplaats: minimaal presentatief
a(Heb je tips om mijn interpunctie te verbeteren? Nou,) er |zijn| deze twee boeken over |geschreven|.uitgesloten
bEr |zijn| hele boeken over |geschreven|.
c(Ken je Bergen? Ja,) er |wonen| mijn schoonouders |Ø|.uitgesloten
d(Ja,) er |wonen| kennissen van mij |Ø|.
De eerste twee zinnen bevatten een prepositioneel er dat naar interpunctie verwijst. Alleen de tweede zin is acceptabel, omdat er een tweede, presentatieve functie heeft: het kondigt een onbepaald subject aan (hele boeken). In het tweede paar zinnen verwijst er naar de locatie Bergen, maar dat levert alleen een acceptabel resultaat op als het tevens een presentatieve functie heeft, zoals in combinatie met het onbepaalde subject kennissen van mij. Voor kwantitatief er geldt overigens dat het nooit op de eerste zinsplaats kan staan:
iia(Hoeveel fietsen bezit jij?) Er |heb| ik twee op het station |staan|.uitgesloten
bEr |staan| twee op het station |Ø|.uitgesloten
In (iia) is er zuiver kwantitatief; in (iib) kwantitatief en presentatief.
Ten slotte dient nog te worden vermeld dat presentatief er bij vraagwoordvragen, indien aanwezig, verplicht in het middenstuk staat:
iiiaWelke namen |ontbraken| (er) nou nog op jouw lijst |Ø|?
bEr |ontbraken| nou nog welke namen op jouw lijst |Ø|?twijfelachtig
De b-zin is niet compleet onacceptabel: hij is voorstelbaar als zogenaamde echovraag, waarbij welke namen het belangrijkste zinsaccent draagt.
Behalve gereduceerde voornaamwoorden kunnen op de eerste zinsplaats ook volle vormen van het persoonlijk voornaamwoord staan. Enkele voorbeelden zijn:
5Volle subjectsvormen op de eerste zinsplaats
a(Ik vind het hier verschrikkelijk.) Ik |ga| snel |verhuizen|!
b(Hoe is het nu met Karel?) Hij |wil| morgen een nieuwe auto |gaan kopen|.
((Gesprekje bij de printer:)
c Zit er geen papier meer in? Jawel, maar) het |is| weer eens vast|gelopen|!
d(Rijden onder invloed is levensgevaarlijk.) Men |kan| zijn reflexen dan echt niet meer |vertrouwen|.
Hoewel ik in (5a) en hij in (5b) beklemtoond kunnen worden, gebeurt dat niet wanneer de zin in overeenstemming is met het links-rechtsprincipe. De woorden het (in de functie van subject) en men worden nooit beklemtoond: ze zijn onbeklemtoonbaar. Men is overigens een persoonlijk voornaamwoord met algemene verwijzing, een rol die soms ook wordt vervuld door de gereduceerde vormen je of ze, als in je |kunt| je reflexen dan echt niet meer |vertrouwen| en ze |zijn| hier zeker met de riolering bezig |Ø|.
Aanwijzende voornaamwoorden in de functie van subject kunnen ook zonder merkbare klemtoon op de eerste zinsplaats staan. Datzelfde geldt voor eigennamen en bepaalde nominale constituenten. Ook in die gevallen wordt de eerste zinsplaats in overeenstemming met het links-rechtsprincipe ingevuld:
6Aanwijzende voornaamwoorden, eigennamen en bepaalde nominale constituenten als subject op de eerste zinsplaats
a(Kijk, daar breekt de zon door.) Dat |maakt| mijn hele dag weer goed |Ø|!
b(De buren geven vanavond een feestje.) Die mensen |hebben| elke maand wel wat te vieren |Ø|.
c(Heb je Emma nou nog gesproken? Jazeker!) Emma |heeft| een nieuwe baan |Ø|.
dKarel |gaat| morgen een nieuwe auto |kopen|.
eMijn zus |heet| toevallig ook Emma |Ø|.
fDe koning en de koningin |hebben| |besloten| het staatsbezoek aan China niet langer uit te stellen
De subjecten in (6a-c) verwijzen naar een reeds geïntroduceerde entiteit en dragen normaal gesproken dan ook geen merkbaar zinsaccent. Dat ligt verderop in de zin, bij voorkeur vlak voor de tweede pool (bijvoorbeeld in (6c) op een nieuwe báán). Het subject kan ook een persoon of zaak introduceren die de hoorder of lezer kent uit de buitentalige context, zoals in (6d-f). In dat geval draagt het subject wel een licht zinsaccent, maar verderop in de zin volgt er een zwaarder zinsaccent. Dit is het geval in zogenaamde nieuwszinnen van het type dat het links-rechtsprincipe expliciet volgt. Zo vormen in (6f) het hoofdwerkwoord besloten en de beknopte bijzin het staatsbezoek aan China niet langer uit te stellen samen de informatieve kern. Het belangrijkste zinsaccent valt daarbij op uit. Het subject (de koning en de koningin) introduceert weliswaar een nieuwe referent in de talige context, maar wordt tevens gepresenteerd als de entiteit waarop de informatieve kern van toepassing is.
Weglating van het subject op de eerste zinsplaats (1)
Verdieping
Weglating van het subject op de eerste zinsplaats (1)
In informeel taalgebruik blijft de eerste zinsplaats in zinstype 1a soms leeg. Zulke taaluitingen zijn alleen te begrijpen onder de aanname dat er wel een element op de eerste zinsplaats staat, maar dat dat element zo voor de hand ligt dat het verzwegen wordt. Enkele voorbeelden zijn:
ia(Karel gaat morgen een nieuwe auto kopen.) (...) |Heeft| het hele jaar |lopen sparen|.informeel
b(Het saldo op zijn spaarrekening bestaat uit vijf cijfers.) (...) |Is| echt ongelooflijk hoog |Ø|.informeel
c(Mevrouw, mogen wij de rekening?) (...) |Kom| eraan |Ø|!informeel
De voorbeelden in (i) worden begrepen met respectievelijk Karel, het saldo op zijn spaarrekening en ik als subject. Deze subjecten kunnen worden afgeleid uit de talige of fysieke context. Indien zo'n subject wel vermeld wordt, krijgt het de vorm van een (al dan niet gereduceerd) persoonlijk voornaamwoord: hij/die |heeft| het hele jaar |lopen sparen|, 't/het/dat |is| echt ongelooflijk hoog |Ø|, 'k/ik |kom| eraan |Ø|! Dat deze mogelijkheid alleen gelinkt kan worden aan de eerste zinsplaats, blijkt uit het volgende voorbeeld:
ii(Karel gaat morgen een nieuwe auto kopen.) Het hele jaar |heeft| (...) |lopen sparen|.uitgesloten
Weglating van een subject in het middenstuk is pertinent onmogelijk, ook al is het even makkelijk te herleiden uit de context als bij de voorbeelden in (i). Wat hier gezegd wordt over het subject geldt overigens evenzeer voor andere zinsdelen en voornaamwoordelijke bijwoorden als onderdeel van een zinsdeel.
Het feit dat een weggelaten zinsdeel op de eerste zinsplaats te herleiden is uit de talige of fysieke context heeft te maken met het feit dat het om een topic gaat. Het weglaten van zo'n topic heet in de literatuur topic drop; wanneer het om de eerste persoon gaat, zoals in het c-voorbeeld hierboven, spreekt men soms van dagboekdrop (zie bijvoorbeeld (Broekhuis et al. 2015)).
Onbepaalde nominale constituenten introduceren nieuwe referenten in de context die voorheen onbekend waren bij hoorder of lezer. Heeft deze referent de rol van subject, dan wordt het betreffende zinsdeel vanwege het links-rechtsprincipe meestal niet op de eerste zinsplaats aangetroffen. Taalgebruikers gebruiken in zo'n geval meestal een constructie met presentatief er, zoals bij (1b) al werd gesignaleerd. Alleen in journalistieke of literaire geschreven taal staan onbepaalde nominale constituenten als subject soms op de eerste zinsplaats. Bij het voorlezen van zo'n zin, bijoorbeeld aan het begin van een nieuwsbericht, wordt een dergelijk subject niet speciaal beklemtoond, omdat de plaatsing van het subject conform het links-rechtsprincipe is:
7Onbepaalde nominale constituenten als subject op de eerste zinsplaats: journalistieke/literaire geschreven taal
aDelen van een hoeveelheid diepvriesvis van in totaal 21 ton, die in Rotterdam werd gestolen, |zijn| |teruggevonden| in Brussel en Zeebrugge.
bEen 21-jarige jongeman uit het Gelderse Bemmel |heeft| gisteravond zijn buurman door messteken om het leven |gebracht|.
cEen Russisch officier |liep| klein en hopeloos gelijkmatig in de lichte motregen |Ø|.
Het betreft meestal als specifiek op te vatten onbepaalde constituenten die een nieuwszin inluiden. Zo is er in (7a) sprake van een nader omschreven hoeveelheid vis uit Rotterdam die voor de schrijver (maar niet voor de lezer) identificeerbaar is en niet zomaar van een partij vis zonder meer. In (7c), onderdeel van een situatieschildering, is het denkbaar dat de auteur een bepaalde figuur in gedachten heeft, die pas later aan de lezer bekend zal worden gemaakt. Vergelijkbare gevallen kunnen zich voordoen in een levendig verhaal, bij een snelle opeenvolging van gebeurtenissen:
8(... Plotseling klonken er voetstappen op het tuinpad.) Een hond |blafte| |Ø|. Een stem |riep| in het donker |Ø|. (Toen vielen er twee schoten.)
Ook in de volgende zinnen bevat de eerste zinsplaats een onbepaald subject. Deze zinnen zijn echter veel gangbaarder, want ze komen zowel in geschreven als in gesproken taal voor:
9aIemand |heeft| me verteld dat jij van plan bent naar Siberië te gaan.
bSommige kinderen |spelen| alweer op straat.
In deze nieuwszinnen heeft de spreker/schrijver een bepaald iemand respectievelijk bepaalde kinderen op het oog. Dit wordt echter vaag gehouden voor de hoorder/lezer. Zin (9b) kan bijvoorbeeld passen in een context waarin over een groep kinderen gesproken is, die een tijd ziek geweest zijn en dat voor een deel nog zijn. De zin betekent dan 'sommige van die kinderen spelen alweer op straat'.
Niet-specifiek onbepaalde subjecten komen, evenals negatieve subjecten, alleen voor op de eerste zinsplaats in zinnen die afwijken van het links-rechtsprincipe. De volgende sectie bevat voorbeelden van dit soort subjecten.
Onbepaalde voornaamwoorden
Verdieping
Onbepaalde voornaamwoorden
Onbepaalde voornaamwoorden maken een constituent niet altijd per se onbepaald. Zo kunnen collectiverende onbepaalde voornaamwoorden als subject makkelijk op de eerste zinsplaats staan zonder het links-rechtsprincipe te schenden. Er kan naargelang van de context of de situatie sprake zijn van een bepaalde of een categoriale constituent:
iaElk kind |heeft| een snoepje |gekregen|.
bIedereen |bleek| z'n huiswerk op tijd |gemaakt te hebben|.
cAlles |was| tot in de puntjes |geregeld|.
Onbepaalde nominale constituenten moeten worden onderscheiden van categoriale en generieke, die dezelfde vorm als onbepaalde constituenten kunnen hebben. Categoriale en generieke nominale constituenten duiden een bekend veronderstelde groep, categorie of soort zelfstandigheden aan waarover een algemene uitspraak gedaan wordt. Deze constituenten kunnen, anders dan (niet-specifiek) onbepaalde, wél gemakkelijk op de eerste zinsplaats staan zonder het links-rechtsprincipe te schenden:
10Categoriale en generieke nominale constituenten op de eerste zinsplaats
aEen vrijgezel |is| ongehuwd |Ø|.
bEen appel |heeft| nu eenmaal een klokhuis |Ø|.
cMelk |bevat| verschillende voedingsstoffen |Ø|.
dComposieten |zijn| planten met samengestelde bloemen |Ø|.
Bij 'definitiezinnen' zoals (10d) geldt de bekendheid van composieten mogelijk alleen voor de spreker of schrijver. De betekenis van de gecursiveerde constituenten is respectievelijk 'welke vrijgezel dan ook', 'welke appel dan ook', 'de categorie, de stof melk' en 'de categorie van de composieten'. In een soortgelijke betekenis kan ook een onbepaald voornaamwoord op de eerste zinsplaats staan:
11Iemand |kan| gehuwd of ongehuwd |zijn|.
Iemand in (11) is vergelijkbaar met het persoonlijk voornaamwoord men, en verwijst naar 'de categorie mensen'.
Nominale constituenten als subject op de eerste zinsplaats (in afwijking van het links-rechtsprincipe)
Een zin hoeft niet per se volgens het links-rechtsprincipe te zijn geconstrueerd. Het subject op de eerste zinsplaats kan deel uitmaken van de informatieve kern van de zin. Dit is standaard het geval wanneer het subject niet-specifiek indefiniet is:
12Niet-specifiek indefiniete subjecten op de eerste zinsplaats (in afwijking van het links-rechtsprincipe)
aTwee cáravans |zouden| er op deze plek |kunnen staan|, (niet twee cámpers).
bSóép |moet| er gisteren ook |zijn geweest| bij de lunch, (maar ik heb dat gemist).
cIets rampzáligs |is| er tot nu toe nog niet |gebeurd|.
De zinnen in (12) zijn alleen acceptabel met speciale nadruk op het subject. Dat houdt in dat ze een bepaalde context nodig hebben, zoals het contrast tussen caravans en campers in (12a). Bij (12b) is er een wisselwerking tussen het subject en het focuspartikel ook verderop in de zin. Daardoor wordt de vermoedelijke aanwezigheid van soep verbonden met andere, reeds genoemde gerechten. In (12c) is er eenzelfde wisselwerking tussen het subject en nog niet: de genoemde gebeurtenis heeft (nog) niet plaatsgevonden heeft, en komt mogelijk nooit. Zonder nog niet in (12c) krijgt het subject automatisch een specifieke interpretatie: Iets rampzáligs |is| er tot nu toe |gebeurd|.
Ook negatieve voornaamwoorden als niets en niemand en andere subjecten die een negatie bevatten kunnen alleen op de eerste zinsplaats staan als ze beklemtoond zijn (en daardoor deel uitmaken van de informatieve kern):
13Negatieve subjecten op de eerste zinsplaats (in afwijking van het links-rechtsprincipe)
aNíémand |ruimt| hier de boel eens een keer op |Ø|!
bNíéts |kon| hem vandaag op|vrolijken|.
cGeen zínnig woord |kwam| er uit zijn mond |Ø|.
dNiet íédere student |heeft| het tentamen |gehaald|.
De reden dat negatieve subjecten een zinsaccent dragen is dat negatie altijd deel uitmaakt van de informatieve kern van de zin. Het voegt altijd nieuwe informatie toe aan wat reeds bekend is. Ook het eerder besproken voorbeeld in (2b) bevat een negatief subject (nauwelijks geschikte vacatures). Met uitzondering van onbeklemtoonbare elementen kan in principe elk type subject deel uitmaken van de informatieve kern en in die hoedanigheid de eerste zinsplaats bezetten. Enkele voorbeelden zijn:
14Overige subjecten op de eerste zinsplaats (in afwijking van het links-rechtsprincipe)
a(Mijn ouders wonen hier met plezier, maar) ík |ga| snel |verhuizen|!persoonlijk voornaamwoord
b(Kijk, daar breekt de zon door.) Dát |maakt| mijn hele dag nu weer helemaal goed |Ø|!aanwijzend voornaamwoord
c(Nog nieuws uit jouw vriendenkring? Nou en of:) Émma |heeft| een nieuwe baan |Ø|.eigennaam
dMijn zús |heet| toevallig ook Emma |Ø|.bepaalde nominale constituent
eÍémand |heeft| me |verteld| dat jij van plan bent naar Siberië te gaan; (ik heb het echt niet verzonnen!)specifiek onbepaalde nominale constituent
fEen vrijgezél |is| ongehuwd |Ø|, (geregistreerde partners zijn dat niet).categoriale nominale constituent
gMélk |bevat| verschillende voedingsstoffen |Ø|, (in tegenstelling tot water.)generieke nominale constituent
Een zin als (14a) wijkt af van de variant in (5a) doordat het subject hier expliciet gecontrasteerd wordt met het subject uit de vorige zin. Het contrast in (14b) impliceert dat er een ander, mogelijk nog te benoemen feit is waardoor de dag van de spreker of schrijver tot op heden niet goed is geweest, een suggestie die hoogstens impliciet aanwezig is in (6a). De voorbeelden in (14c-e) laten zien dat een beklemtoond subject op de eerste zinsplaats een persoon (of zaak) kan introduceren. Bij (14d-e) ligt de nadruk bovendien op hoe onverwacht het is dat de rest van de zin op juist deze subjecten van toepassing is, wat bijvoorbeeld niet het geval is bij (6e). Met betrekking tot (specifiek) onbepaalde nominale constituenten op de eerste zinsplaats dient te worden vermeld dat die zich niet beperken geschreven taal (zoals in (7) en (8) het geval is). Dit blijkt uit een zin als een wáárzegger |heeft| me |verteld| dat jij van plan bent naar Siberië te gaan, (niet zómaar iemand). De voorbeelden in (14f-g), ten slotte, laten zien dat ook categoriale en generieke constituenten op de eerste zinsplaats deel kunnen uitmaken van de informatieve kern van de zin.
Andere taalelementen als subject op de eerste zinsplaats
Behalve nominale constituenten kunnen ook andersoortige constituenten dienst doen als subject:
15Niet-nominale constituenten als subject op de eerste zinsplaats
aRijst koken volgens de absorbtiemethode |luistert| altijd erg nauw.verbale constituent
bDun |is| decennia lang in de mode |geweest|, (maar dat is inmiddels wel veranderd).adjectivische constituent
(Bij het plannen van een route:)
cVia de bínnenwegen |is| stukken goedkoper |Ø| dan over de gloednieuwe tolweg.adpositionele constituent
d(Vind je het goed als ik die luier even op de bank verschoon?) Elders |is| misschien veiliger |Ø|; (mijn bank is net nieuw.)adverbiale constituent
Voor al deze constituenten geldt hetzelfde als voor nominale constituenten, namelijk dat de informatieve waarde van zo'n element in overeenstemming kan zijn met het links-rechtsprincipe of daar juist van af kan wijken. Dit wordt gedemonstreerd door de volgende voorbeelden, waar het subject de vorm van een afhankelijke zin heeft:
16Afhankelijke zinnen als subject op de eerste zinsplaats
aDat ze het niet zouden kunnen bolwerken |was| me al lang duidelijk |Ø|.
bHoe we dát op zullen lossen |staat| nog |te bezien|.
Het voorbeeld in (16a) is in overeenstemming met het links-rechtsprincipe indien er al eerder over het niet kunnen bolwerken gepsproken is. De informatieve kern wordt gevormd door de mededeling dat de spreker of schrijver dit niet verrassend vindt. Het voorbeeld in (16b) schendt het links-rechtsprincipe in een context waarin sprake is van meerdere op te lossen problemen. Deze zin heeft een volgordevariant zoals het voorbeeld in (3f): het |staat| nog |te bezien| hoe we dát op zullen lossen. In dit voorbeeld staat de afhankelijke zin in de uitloop. De eerste zinsplaats wordt bezet door het voorlopige subject het. Met die volgorde is de samengestelde zin in overeenstemming met het links-rechtsprincipe.
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 M. van de Visser augustus 2019
    Interessante links