18.5.4.4 Causatief laten,
doen met korte infinitief
De werkwoorden laten en
doen in combinatie met een
korte infinitief vormen doorgaans een causatiefconstructie, zoals geïllustreerd
in (1a-1d).
Met een causatiefconstructie kan een spreker uitdrukken dat de handeling in
de infinitief op één of andere manier veroorzaakt is door het onderwerp van de
zin. De laten-causatief verschilt
van de doen-causatief op het vlak
van betekenis, werkwoordcombinaties, regionale spreiding en stijl. De
laten-causatief komt het
meest voor en heeft het breedste betekenisspektrum. Beide causatieve
constructies hebben met elkaar gemeen dat het geïmpliceerde onderwerp van de
infinitief correspondeert met het lijdend voorwerp van de zin. Ze zijn met
andere woorden objectgeoriënteerd. In wat volgt zullen we
dieper ingaan de eigenschappen van beide causatiefconstructies.
Betekenis
De werkwoorden laten en
doen in combinatie met een
korte infinitief vormen een causatieve constructie. Met een
causatieve constructie kan een spreker uitdrukken dat de handeling in de
infinitief op één of andere manier veroorzaakt wordt door toedoen van het
onderwerp van de zin. Het onderwerp wordt dus voorgesteld als de oorzaak of
veroorzaker van de handeling in de infinitief.
Let wel dat het oorzakelijk verband dat door de spreker wordt voorgesteld
niet noodzakelijk hoeft te corresponderen met een feitelijke
oorzaak-gevolg-relatie in de natuurwetenschappelijke zin van het
woord.
Het lijdend voorwerp van de zin is diegene die de handeling in de
infinitief uitvoert. Causatieve constructies met
doen en
laten verschillen op een
subtiele manier van elkaar in hun betekenis, werkwoordcombinaties, regionale
spreiding en stijl. We bespreken achtereenvolgens de eigenschappen van
doen-causatieven en
laten-causatieven.Causatieve constructies met doen hebben een
duidelijk afgegrensde betekenis. Ze drukken meer bepaald directe
veroorzaking uit. Hierbij wordt de situatie in de infinitief als
het onmiddellijke, onvermijdelijke en noodzakelijke gevolg voorgesteld van het
handelen van het onderwerp. De causale relatie tussen het handelen van het
onderwerp en de situatie in de infinitief is eenvoudig en direct. Dergelijke
causale relaties spelen zich typisch af in de materiële wereld tussen onbezielde
entiteiten, zoals geïllustreerd in (2a-2c).
Dit type van directe veroorzaking wordt ook wel materiële of fysische
veroorzaking genoemd.
In voorbeelden (3a-3c) hebben we te maken met een ander type van direct veroorzaking. Hier lokt een onbezield onderwerp een directe en onmiddellijke mentale reactie uit bij de menselijke uitvoerder van de infinitief.
Dit type van directe veroorzaking wordt ook affectieve veroorzaking
genoemd.
Hoewel doen-causatieven overwegend met een onbezield
onderwerp voorkomen, is een menselijk onderwerp niet uitgesloten, zoals in (4a).
Dergelijke manier van voorstellen laat het onderwerp autoritair en dwingend
overkomen.
Corpusonderzoek toont aan dat doen-causatieven in het
algemeen minder frequent zijn dan
laten-causatieven, vaker
voorkomen in Belgisch-Nederlands, en meer gewoon zijn in formeel en geschreven
taalgebruik.
Die factoren samen met het feit dat
doen-causatieven
vaak voorkomen in vaste uitdrukkingen wijzen er volgens Speelman &
Geeraerts (2009: 29) op dat
doen-causatieven
gemarkeerd en archaïsch zijn in vergelijking met
laten-causatieven.
Causatieve constructies met laten hebben een breder
betekenisspectrum dan
doen-causatieven. Overkoepelend kan
hun betekenis beschreven worden als indirecte veroorzaking.
Dat betekent dat de situatie in de infinitief op een indirecte manier tot stand
komt door het toedoen van het onderwerp van de zin. Zinnen (5a-5c) illustreren
dat de inbreng van het onderwerp niet meer is dan eenvoudigweg toelaten of niet
verhinderen dat de handeling in de infinitief plaatsvindt.
Indirecte veroorzaking speelt zich typisch af in de interactie tussen mensen. Een menselijk
onderwerp kan immers niet direct het handelen van de uitvoerder van de
infinitief veroorzaken maar moet dat doen via één of andere vorm van
communicatie. In (5c) schept de toestemming van het onderwerp de nodige ruimte
voor de uitvoerder van de infinitief om weg te gaan. Die specifieke lezing wordt
ook wel de permissieve betekenis van
laten met korte infinitief
genoemd. In (6a-6c) vormt een opdracht of bevel de aanzet voor het uitvoeren van
de infinitief.
Open plek voor werkwoorden
Doen en
laten worden in causatieve
constructies met verschillende soorten infinitieven gecombineerd. Zo heeft
doen een grotere voorkeur
voor intransitieve infinitieven dan
laten. Daarnaast zijn heel wat
infinitieven sterk geassocieerd met één van beide causatieve werkwoorden, zoals
Tabel 1 aantoont.
De cijfers gelden voor tweeledige werkwoordgroepen in
de dataset van Coussé & Bouma (2022). Bij
laten zijn
imperatiefzinnen weggelaten. Bij
doen zijn zinnen met
omschrijvend doen
weggefilterd. De tokenfrequentie geeft het totale aantal
werkwoordconstructies weer. De typefrequentie staat voor het aantal
verschillende infinitieven in die werkwoordconstructies.
Tabel 1. Meest frequente infinitieven bij laten
en doen.
| Laten | Doen | ||
| zien | 84 | denken | 20 |
| weten | 44 | overlopen | 6 |
| denken | 22 | vermoeden | 6 |
| vallen | 19 | leven | 3 |
| doen | 14 | … | … |
| gaan | 13 | ||
| lopen | 12 | ||
| wachten | 12 | ||
| staan | 11 | ||
| komen | 10 | ||
| horen | 9 | ||
| maken | 9 | ||
| vermoeden | 9 | ||
| zitten | 9 | ||
| … | … | ||
| Type | 323 | Type | 63 |
| Token | 740 | Token | 106 |
De meest frequente infinitieven bij causatieve constructies met
laten zijn de patronen
laten zien en
laten weten, geïllustreerd
in (7a-7b).
In de data van Coussé & Bouma (2022) komen de meeste
observaties van laten zienin het Corpus Gesproken
Nederlands (dat verrijkt is met informatie over de regionale herkomst
van de sprekers) uit Nederland.
Ze maken deel uit van een klein groepje werkwoorden van perceptie
(zien,
horen,
ruiken,
voelen,
proeven) en van cognitie
(weten,
merken,
blijken) die zich in
combinatie met laten lijken te
gedragen als ditransitieve werkwoorden met een lijdend voorwerp én een
meewerkend voorwerp. 20.4.2 Van de werkwoordcombinatie
laten zien wordt vaak gezegd
dat het overeenkomt met het ditransitieve werkwoord to
show in het Engels.
In het Nederlands bestaat naast laten
zien ook het equivalente ditransitieve
werkwoord tonen, dat in het
Belgisch-Nederlands erg gewoon is.
Maar ook laten weten kan
geparafraseerd worden door middel van één enkel ditransitief werkwoord zoals
meedelen. Bijzonder voor
werkwoordcombinaties als laten zien
of laten weten is dat de uitvoerder
van de infinitief door aan
geïntroduceerd kan worden, zoals in (8a-8b), net zoals het meewerkend voorwerp
van een ditransitief werkwoord.
Daarnaast kan tegenwoordig ook een passief gevormd worden
laten zien, zoals in
hier wordt iets laten
zien. Causatieve werkwoorden komen normaal
gezien niet voor in het bereik van passieve hulpwerkwoorden. 18.7 In de combinatie laten
zien wordt
laten echter opgevat
als deel van een ditransitief werkwoord waardoor het in de passief kan
voorkomen. Zie Coppen (2007) voor een bespreking voor de afwijkende vorm
van laten in het bereik van
worden.
De frequente collocatie doen denken past bij de
betekenis van indirecte veroorzaking van
doen-causatieven waarbij een
onbezield onderwerp een directe en onmiddellijke mentale reactie uitlokt, zoals
in zin (3a). De andere collocaties van
doen zijn dan weer deel van
vaste uitdrukkingen, zoals hoop doet
leven in (9a), de druppel die de
emmer doet overlopen in (9b) en
zoals de naam doet vermoeden
in (9c).
Causatieve constructies met laten en in het
bijzonder met doen komen opvallend
vaak voor in vaste uitdrukkingen.
Geïmpliceerd onderwerp
Het geïmpliceerd onderwerp van de infinitief bij laten en doen
is het lijdend voorwerp van de zin. Die eigenschap delen causatieve constructies
met werkwoordenconstructies met een perceptiewerkwoord en andere
objectgeoriënteerde constructies. Wanneer het geïmpliceerd onderwerp een
persoonlijk voornaamwoord is, verschijnt het als de niet-onderwerpsvorm, zoals
in (10a-10b). 5.2.6
Bijzonder bij causatieve constructies is dat het geïmpliceerd onderwerp weggelaten kan worden bij overgankelijk infinitieven, zoals in (11a), of bij infinitieven een voorzetselvoorwerp, zoals in (11b).
In de literatuur wordt die mogelijkheid voor
doen-causatieven niet
genoemd (Loewenthal 2003: 100) of als idiomatisch beschouwd (SoD 2015:
927). In de corpusdata van Coussé & Bouma (2022) zijn echter
voorbeelden te vinden waarbij het geïmpliceerd onderwerp bij
doen-causatieven
weggelaten is zonder dat we met een idiomatische uitdrukking te maken
hebben. Vergelijk hiervoor (11b) met (10b).
Bij laten kan bovendien het geïmpliceerd onderwerp
van transitieve infinitieven ook uitgedrukt worden met een
door-bepaling, zoals in
(12a), of in een zeldzaam geval met een bepaling ingeleid door
aan, zoals in (12b).
De keuze voor door of
aan hangt samen met
de infinitief. Het geïmpliceerd onderwerp met
aan is typisch voor
infinitieven van perceptie en cognitie, zie hoger. In de literatuur
wordt vaak laten lezen
gegeven als voorbeeld waarbij het geïmpliceerd onderwerp met zowel
door als
aan kan voorkomen.
Accusativus-cum-infinitivo-constructie
Verdieping
Accusativus-cum-infinitivo-constructie
In de literatuur worden causatieve werkwoordconstructies soms tot de
accusativus-cum-infinitivo-constructies (ook
kortweg AcI-constructies) gerekend. Men gaat er in
dat geval vanuit dat het lijdend voorwerp en de infinitief een
syntactisch eenheid vormen die afhankelijk is van het causatieve
werkwoord. Voor een uitwerking van die analyse in het kader van de
generatieve grammatica verwijzen we naar Bennis (2000: 6.7), Klooster
(2001: 6.3.1.1.2.d) en de SoD (5.2.3.4). Voor een alternatieve
functionele analyse verwijzen we naar de artikelen van Verhagen &
Kemmer (1992), Booij (2002) en het handboek van Vandeweghe (2000:
34.1).
Groepsvorming
Causatief laten en
doen met korte infinitief
zijn verplicht groepsvormend. Ze vormen samen een werkwoordelijke eindgroep in
bijzinnen, zoals in (13a-13b), en in het bereik van een ander groepsvormend
werkwoord, zoals in (13c-13d).
Literatuur
Terwey 1891, Zajicek 1970, Dik 1980, Verhagen 1997, 1998, 2000, Verhagen & Kemmer 1992, 1997
[Engelse versie van 1992], Kemmer & Verhagen 1994, Draye 1998, Van den Heede
2000, Degand 2001, Booij 2002, Loeuwenthal 2003, Stukker 2005, Coppen 2007,
Rawoens 2007, Stukker, Sanders & Verhagen 2008, Speelman & Geeraerts
2008, 2009, Bouma & Kuhn 2009, Levshina 2011, 2012, Levshina, Geeraerts
& Speelman 2013a, 2013b, 2014, Levshina 2016
Verder lezen
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.4.10,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/04/10/body.html; |
| 1.0 | G. Geerts, Walter Haeseryn, J.J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1984 | 8.6.3.10 |
