18.7 Combinaties van werkwoordconstructies: verschillen in bereik
In de voorgaande paragrafen hebben we werkwoordconstructies hoofdzakelijk geïllustreerd met
behulp van tweeledige werkwoordgroepen. Werkwoordconstructies kunnen echter ook
met elkaar gecombineerd worden in meer complexe werkwoordgroepen. In het
concrete taalgebruik hebben we in dat geval meestal te maken met een drieledige
werkwoordgroep (1a) en in mindere mate met vierledige werkwoordgroepen (1b). Zie
de frequentiegegevens uit Tabel 1 in 18.1
In deze paragraaf bespreken we de combinatiemogelijkheden van groepsvormende werkwoorden in
dergelijke complexe werkwoordgroepen. Niet alle denkbare combinaties van
groepsvormende werkwoorden zijn mogelijk. Hun combinatiemogelijkheden hangen
samen met hun onderlinge semantische bereiksrelaties.We verwijzen naar 18.2.1
voor een bespreking van de interne structuur van werkwoordgroepen en het begrip
semantisch bereik.
Sommige groepsvormende werkwoorden komen alleen maar voor in het bereik van andere groepsvormende
werkwoorden. Zo heeft het passieve
worden (gemarkeerd in vet)
steeds het laagste bereik van de groepsvormende werkwoorden in complexe
werkwoordgroepen als (2a-2b).
Andere groepsvormende werkwoorden hebben dan weer steeds het hoogste bereik van de groepsvormende
werkwoorden in een complexe werkwoordgroep. Zo vinden we de imperfectumvorm
zou(den) alleen maar als
hoogste groepsvormend werkwoord in complexe werkwoordgroepen als (3a-3b).
De meeste groepsvormende werkwoorden bevinden zich tussen deze twee uitersten in. Het aspectuele
blijven bijvoorbeeld komt
voornamelijk in het bereik van andere groepsvormende werkwoorden voor (4a-4b)
maar kan ook soms bereik hebben over andere groepsvormende werkwoorden (4c).
Tabel 1 deelt de groepsvormende werkwoorden op in vijf groepen naargelang van hun bereik in
drieledige werkwoordgroepen zoals geobserveerd in een corpus van gesproken en
geschreven taal.
Daarnaast kan men de onderlinge bereiksrelaties van groepsvormende
werkwoorden ook onderzoeken door middel van intuïties. We verwijzen naar
de SoD (2015: 7.2) voor een dergelijke analyse die op veel punten nauw
aansluit bij de corpusobservaties gepresenteerd in deze paragraaf. De
SoD betrekt ook niet-verplicht groepsvormende werkwoorden in de
discussie, wat wij niet doen met het oog op een strakkere presentatie
van de feiten.
Merk op dat sommige groepsvormende werkwoorden meer dan één keer
voorkomen in de tabel. Dat komt omdat zij met verschillende betekenissen
gebruikt kunnen worden, wat een impact heeft op hun bereik. De tabel geeft dus
onderlinge bereiksrelaties tussen werkwoordbetekenissen weer.De tabel
is gebaseerd op tabel 19 uit Coussé & Bouma (2022). De opgelijste
werkwoorden zijn verplicht groepsvormende werkwoorden die minstens één
keer voorkomen in drieledige werkwoordgroepen in de dataset van Coussé
& Bouma (2022). Ze zijn op elke rij gerangschikt van frequent naar
minder frequent. Zowel de betekenissen als eventuele variatie in het
selectiepatroon van de groepsvormende werkwoorden is vereenvoudigd voor
de overzichtelijkheid.
Tabel 1. Semantisch bereik van groepsvormende werkwoorden
| # | Bereik | Betekenis | Groepsvormend werkwoord | Selecteert |
| 1 | Hoogste | Irrealis, mitigerend | zou(den) | Korte infinitief |
| Irrealis | had(den) | Deelwoord | ||
| Conditioneel | mocht(en), moest(en) | Korte infinitief | ||
| 2 | Hoog | Concessief | mogen, kunnen | Korte infinitief |
| Evidentieel | blijken, lijken, schijnen, dreigen | Lange infinitief | ||
| Evidentieel | moeten | Korte infinitief | ||
| Epistemisch modaal | kunnen, zullen | Korte infinitief | ||
| Deontisch modaal | mogen, moeten | Korte infinitief | ||
| Toekomende tijd | zullen, gaan | Korte infinitief | ||
| Directief | dienen | Lange infinitief | ||
| 3 | Middelste | Verleden tijd | hebben, zijn | Deelwoord |
| Dynamisch modaal/Directief | mogen, moeten, kunnen, willen | Korte infinitief | ||
| Dynamisch modaal/Directief | hoeven, weten, durven, horen | Lange infinitief | ||
| 4 | Laag | Voltooid aspect | hebben, zijn | Deelwoord |
| Ingressief/Continuatief aspect | gaan, blijven, komen, wezen | Korte infinitief | ||
| Resultatief aspect | staan, zitten | Deelwoord | ||
| Perceptie | zien, horen, voelen | Korte infinitief | ||
| Causatief | laten, doen | Korte infinitief | ||
| Overig | leren, helpen | Korte infinitief | ||
| Overig | zijn, hebben, krijgen, vallen | Lange infinitief | ||
| 5 | Laagste | Progressief aspect | zitten, staan, lopen, liggen | Lange infinitief |
| Passief | worden, zijn, krijgen | Deelwoord |
De groepen werkwoorden in de tabel vormen een hiërarchie van semantische bereiksrelaties waarbij
elke groep bereik heeft over de groepen onder zich, maar niet omgekeerd. De
werkwoorden in de eerste groep hebben dus semantisch bereik over werkwoorden in
alle groepen onder zich in de tabel. De werkwoorden in de tweede groep hebben
dan weer bereik over werkwoorden in groepen drie tot en met vijf. Die
bereiksrelaties gelden niet in de omgekeerde richting. De werkwoorden met lager
bereik hebben dus geen bereik over werkwoorden boven zich in de tabel. Zo hebben
de werkwoorden in de tweede groep dus geen bereik over werkwoorden in de eerste
groep. In wat volgt becommentariëren en illustreren we het bereik van elk van
die vijf groepen werkwoorden in meer detail.
Hiërarchie van functionele categorieën
Verdieping
Hiërarchie van functionele categorieën
Vandeweghe (2014) en Coussé & Bouma (2022) brengen bovenstaande hiërarchie van
bereiksrelaties in verband met de hiërarchie van functionele categorieën
voorgesteld in de functionele literatuur. Meer bepaald komt het bereik
van werkwoorden die tijd, aspect, modaliteit en evidentialiteit
uitdrukken (de zogenaamde TAME-betekenissen uit 18.3) in complexe werkwoordgroepen overeen met het
semantische bereik dat deze functionele categorieën hebben over (delen)
van de zin. Zie ook IJbema (2002) voor een gelijksoortige analyse in het
kader van het generatieve cartografische model.
Verder lezen
Laagste bereik
De groepsvormende werkwoorden in passieve en progressieve constructies hebben het laagste bereik.
Ze kunnen enkel een hoofdwerkwoord selecteren. Ze hebben dus nooit bereik over
een ander groepsvormend werkwoord. Passieve hulpwerkwoorden komen in de praktijk
vooral voor in het bereik van een modaal werkwoord, zoals geïllustreerd voor
worden (5a),
zijn (5b) en
krijgen (5c).
Progressieve werkwoorden verschijnen vooral in het bereik van voltooide hulpwerkwoorden (6a-6b), modale werkwoorden (6c) en aspectuele werkwoorden (6d). Progressieve constructies in dit soort context drukken typisch een expressieve functie uit, zoals irritatie of verrassing.
Merk op dat de lange infinitief hier nagenoeg verplichte te-wegval
vertoont. #REF#
Progressieve en passieve constructies worden in het taalgebruik niet met elkaar gecombineerd.
Laag bereik
Groepsvormende werkwoorden met laag bereik hebben zelden bereik over andere groepsvormende werkwoorden. Het gaat om enkele gevallen als (7a-7e) waar de meest frequente werkwoorden bereik hebben over een passieve constructie (7a-7b), een progressieve constructies (7c) of werkwoorden uit dezelfde groep (7d).
Dit gebruik is te weinig frequent om de onderlinge bereiksrelaties van de betrokken werkwoorden uit te zoeken op basis van corpusdata. De introspectieve data van de SoD (2015: 7.2) wijzen erop dat aspectuele, causatieve en perceptiewerkwoorden tot op zekere hoogte onderling gecombineerd kunnen worden.
De groepsvormende werkwoorden met laag bereik komen hoofdzakelijk voor in het bereik van andere
werkwoorden met hoger bereik. Het aspectuele
gaan,
blijven en
komen verschijnen vooral in
het bereik van een modaal werkwoord (8a) en het voltooide hulpwerkwoord
zijn (8b-8c). Het absentieve
zijn komt louter voor als
vervangende infinitief wezen in het
bereik van de voltooide tijd (8d).
Gaan heeft in het Belgische
Nederlands ook bereik over andere groepsvormende werkwoorden. In dat
geval krijgt het geen aspectuele lezing maar fungeert het als
toekomstaanduider. Zie 18.4.2.
De hulpwerkwoorden van de voltooide tijd hebben en
zijn komen voor in het
bereik van dynamische modale hulpwerkwoorden als ze louter voltooid aspect
uitdrukken (zie 2.4.8.2.ii). In (9a-9b) maken de tijdsbepalingen
eerst en
binnen 7 jaar expliciet dat
de handeling voltooid moet zijn binnen een bepaald tijdinterval.
De perceptiewerkwoorden zien,
horen,
voelen en causatieve
werkwoorden laten,
doen vinden we vooral in het
bereik van een modaal werkwoord (10a-10b) en het voltooid hulpwerkwoord
hebben (10c-10d).
Ten slotte komen ook de groepsvormde werkwoorden staan, zitten met voltooid deelwoord, leren, helpen met korte infinitief en
zijn, hebben, krijgen, vallen met lange
infinitief voor in het bereik van een modaal werkwoord (11a-11c) en een voltooid
hulpwerkwoord (11d-11e).
Merk op hebben met lange
infinitief in het bereik van het hulpwerkwoord van voltooidheid
hebben niet gevoelig
is het IPP-effect en dus als
gehad verschijnt in
(11e).
Middelste bereik
Hulpwerkwoorden van voltooidheid en dynamisch modale hulpwerkwoorden horen tot de groepsvormende werkwoorden met het middelste bereik. Ze hebben regelmatig bereik over werkwoorden uit de onderste helft van de tabel (zoals uitvoerig geïllustreerd is in voorbeelden (7) tot (11) onder de twee kopjes hierboven). Daarnaast komen ze ook voor in het bereik van werkwoorden uit de bovenste helft van de tabel (wat we zullen illustreren in voorbeelden (14) tot (22) onder de volgende twee kopjes).
Bijzonder voor voltooide hulpwerkwoorden en dynamische modalen is dat ze ook met elkaar gecombineerd kunnen worden. Hierbij heeft het voltooid hulpwerkwoord steeds bereik over het dynamisch modale hulpwerkwoord.
Een modaal hulpwerkwoord kan ook bereik hebben over een voltooid hulpwerkwoord, zoals in (15a-15c). In dergelijke gevallen drukt het modale hulpwerkwoord niet dynamische maar epistemische modaliteit uit. Zie Byloo & Nuyts (2014) voor een diepgaande analyse van de interactie van modaliteit en tijd in dergelijke combinaties.
Ook de dynamische modalen kunnen met elkaar combineren. Hierbij heeft
moeten vooral bereik over
kunnen (13a). Daarnaast
komen sporadisch ook andere combinaties voor als moeten
willen (13b), willen
kunnen (13d), moeten weten
te (13e), hoeven
kunnen (13f).
Vandeweghe (2014: 24) generaliseert dat
moeten/willen steeds
bereik heeft over
kunnen/durven. Merk op
dat ook andere combinaties van modale hulpwerkwoorden mogelijk zijn,
zoals mogen kunnen of
kunnen willen in
(17a-17b). In dat geval heeft de hoogste modaal echter geen dynamische
betekenis. Zie Coussé & Bouma (2022: 4.2) voor een meer uitvoerige
bespreking van dubbele modalen.
Hoog bereik
Groepsvormende werkwoorden met hoog bereik komen zelden voor in het bereik van een ander groepsvormende werkwoord. Zoals blijkt uit de voorbeelden onder het volgende kopje is het echter niet uitgesloten. We vinden deze groep van werkwoorden vooral terug als het hoogste (en in gewone zinnen dus vervoegde) werkwoord in een werkwoordgroep. Evidentiële werkwoorden hebben vooral bereik over passieve en voltooide hulpwerkwoorden.
Epistemische modalen hebben dan weer vooral bereik over voltooide hulpwerkwoorden. De epistemische lezing lijkt zelfs gestimuleerd te worden in deze context.
In de literatuur wordt vaak gemeld dat epistemische modalen bereik hebben over dynamische
modalen. Tabel 1 laat inderdaad dergelijke combinaties toe maar in
authentiek taalgebruik is het moeilijk om duidelijke gevallen te vinden.
Zie voorbeeld (21) in Coussé & Bouma (2022) voor een discussie van
de eventuele epistemische boventoon in de modale combinatie
zullen moeten.
Zullen met korte infinitief drukt naast een epistemische lezing ook frequent toekomende tijd uit. Met die betekenis heeft de constructie bereik over uiteenlopende types groepsvormende werkwoorden zoals een modaal werkwoord (16a), aspectueel hulpwerkwoord (16b) of passief hulpwerkwoord (16c).
In het Belgisch-Nederlands kan ook gaan met korte
infinitief met een toekomstlezing gebruikt worden, waardoor het bereik krijgt
over groepsvormende werkwoorden als aspectuele werkwoorden (17a), modale
werkwoorden (17b) en het hulpwerkwoord van voltooidheid (17c).
Het concessieve mogen en
kunnen zijn relatief
zeldzaam en komen onder andere voor met bereik over modale hulpwerkwoorden.
Dienen met lange infinitief is de vreemde eend in de bijt bij de werkwoorden met hoog bereik. Het directieve werkwoord heeft bijna uitsluitend bereik over het passieve worden.
Evidentiële en epistemische modale hulpwerkwoorden laten zich niet onderling combineren. Andere combinaties van werkwoorden met hoog bereik zijn in principe mogelijk maar komen bijzonder zelden voor.
Hoogste bereik
De groepsvormende werkwoorden met het hoogste bereik komen nooit voor in het bereik van een ander
groepsvormend werkwoord. Dat hangt samen met het feit dat de betekenis van deze
werkwoorden slechts voorkomt als persoonsvorm, meer bepaald in de
imperfectumvorm. Deze werkwoorden hebben het potentieel om bereik te hebben over
alle werkwoorden lager in de tabel, inclusief de groepsvormende werkwoorden met
hoog bereik. Het bekendste voorbeeld hiervan is hoe afzwakkend
zou(den) bereik heeft over
epistemisch kunnen (20a).
Zou(den) heeft daarnaast
bereik over een brede waaier van andere groepsvormende werkwoorden, waaronder
het voltooid hulpwerkwoord hebben
(20b), het perceptiewerkwoord zien
(20c) en het passieve worden
(20d).
Irrealis had(den) heeft vooral bereik over modale
hulpwerkwoorden, waarbij de combinatie had(den)
zullen in (21c) beperkt lijkt tot het Nederlands
Nederlands.
Zie Coppen (2010) voor een mogelijke analyse van de semantische
bereiksrelaties in deze combinatie.
We sluiten af met enkele voorbeelden van conditioneel
mocht(en) en
moest(en) met bereik over
een modaal hulpwerkwoord (22a), voltooid hulpwerkwoord (22b) en passief
hulpwerkwoord (22c).
De werkwoorden met het hoogste bereik kunnen niet met elkaar gecombineerd worden.
Literatuur
Coppen 2010, IJbema 2002, Vandeweghe 2014, Byloo & Nuyts 2013, Coussé & Bouma 2022
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.7.1,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/07/01/body.html;18.5.7.2,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/07/02/body.html; |
